FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 876/2011/RT tegen het Europees Bureau voor fraudebestrijding

Achtergrond van de klacht

1. De klacht werd namens een niet-gouvernementele organisatie (hierna "de klager" genoemd) ingediend door zijn vertegenwoordiger.

2. In 2003 ondertekende de Commissie in het kader van het wederopbouwprogramma voor Afghanistan twee contracten met klager voor de uitvoering van twee EU-projecten in Afghanistan. Beide projecten waren gericht op de ontwikkeling van de media in Afghanistan, namelijk door het creëren van een gemeenschap van onafhankelijke journalisten en door bij te dragen aan de ontwikkeling van onafhankelijke media.

3. In maart 2007, na afloop van de projecten, heeft het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een extern onderzoek geopend naar mogelijke onregelmatigheden in verband met de uitvoering van de twee projecten. Zij heeft klager daarvan in kennis gesteld.

4. In april 2007 en vervolgens in juni 2008 voerde OLAF controles ter plaatse uit op het hoofdkantoor van klager.

5. In mei 2008 heeft de Commissie een extern auditkantoor aangesteld om een audit van de twee contracten uit te voeren.

6. In april 2009 heeft de Commissie twee invorderingsopdrachten gegeven voor het volledige bedrag dat zij voor de twee projecten had betaald.

7. Op 28 april 2009 heeft klager bij OLAF een verzoek ingediend om toegang tot alle documenten in verband met het onderzoek dat zijn diensten naar de twee projecten hadden verricht.

8. Op 10 september 2009 heeft OLAF klager meegedeeld dat het zijn verzoek om toegang op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie ("Verordening 1049/2001")[1] had behandeld. Zij heeft de klager een kopie van haar eindverslag over het onderzoek verstrekt. Zij vestigde de aandacht van klager op het feit dat sommige delen van het verslag onder de uitzondering betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van personen van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vielen en bijgevolg waren geschrapt. OLAF heeft klager ook meegedeeld dat het een confirmatief verzoek tegen de gedeeltelijke openbaarmaking van het verslag kon indienen.

9. Klager heeft geen confirmatief verzoek ingediend. Op 15 maart 2010 diende klager echter een nieuw verzoek om toegang tot documenten in. In dit nieuwe verzoek verzoekt zij om toegang te krijgen tot: a) het geheel van de door OLAF bewaarde dossiers betreffende de zaak van de klager;  b) alle documenten waarop OLAF zich heeft gebaseerd om zijn eindverslag van 3 oktober 2008 op te stellen;  c) de notulen of verslagen van de vergadering met de wettelijke auditor van de klager op 17 juni 2008 en alle documenten met betrekking tot de door OLAF bij de wettelijke auditor verzamelde informatie;  en d) alle documenten met betrekking tot de door de door de Commissie aangewezen externe controleur uitgevoerde audit van de klager.

10. Op 15 april 2010 heeft OLAF geantwoord op het nieuwe verzoek van klager om toegang tot documenten. Zij verzocht klager dit verzoek te verduidelijken en gaf daarbij aan dat het "in zijn huidige staat een buitensporig aantal documenten [zou] betreffen".

11. Op 5 mei 2010 heeft klager de gevraagde verduidelijkingen verstrekt in een confirmatief verzoek betreffende zijn verzoek van 15 maart 2010 om toegang tot documenten.

12. Op 20 juli 2010 heeft OLAF op het confirmatief verzoek van klager geantwoord. Op basis van het confirmatief verzoek van klager stelde OLAF vast dat het verzoek om toegang betrekking had op de volgende documenten:

a. eindverslag van OLAF over het onderzoek OF/2006/0409 van 3 oktober 2008;

b. het interne OLAF-zaakdocument van 3 juli 2008;

c. taakomschrijvingsaudit van het project;

d. Registratie van de administratieve controle, geregistreerd onder nummer N. I/04026 op 4 mei 2007;

e. Registratie van de administratieve controle, geregistreerd onder nummer N. I/04027 op 4 mei 2007;

f. missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007; en

g. Acte du contrôle et vérifications sur place, ingeschreven onder nummer N. I/006998 op 3 juli 2008

13. OLAF heeft document c. (zie punt 12 hierboven) volledig openbaar gemaakt. Voorts bevestigde zij gedeeltelijke toegang tot document a., zoals op 10 september 2009 aan klager bekendgemaakt. OLAF weigerde documenten b. en d.-g. openbaar te maken omdat deze vielen onder vier uitzonderingen waarin Verordening 1049/2001 voorziet, namelijk i) de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit (artikel 4, lid 1, onder b), van die verordening); ii) bescherming van commerciële belangen (artikel 4, lid 2, eerste streepje); iii) bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits (artikel 4, lid 2, derde streepje); en iv) bescherming van het besluitvormingsproces van de Commissie voordat een besluit is genomen (artikel 4, lid 3, eerste alinea).

14. Op 12 april 2011 wendde klager zich tot de Ombudsman.

Onderwerp van het onderzoek

15. In zijn klacht bij de Europese Ombudsman diende klager de volgende bewering en bewering in.

Bewering:

Het besluit van OLAF om slechts enkele van de door klager gevraagde documenten openbaar te maken, was ongerechtvaardigd.

Vordering:

OLAF moet toegang verlenen tot alle documenten die het in zijn bezit heeft met betrekking tot de zaak van de klager.

Het onderzoek

16. Op 18 mei 2011 opende de Ombudsman een onderzoek en verzocht hij OLAF om uiterlijk op 31 augustus 2011 advies uit te brengen over de klacht.

17. Intussen hebben de diensten van de Ombudsman op 27 juni 2011 overeenkomstig artikel 3, lid 2, van het Statuut van de Ombudsman [2] een inspectie uitgevoerd van de relevante documenten in het dossier van OLAF [3]. OLAF beschouwde de geïnspecteerde documenten als vertrouwelijk. Dit betekende dat het publiek en de klager er geen toegang toe konden hebben.

18. Een kopie van het advies van OLAF werd aan klager toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen in te dienen.

19. Klager heeft op 29 september 2011 zijn opmerkingen ingediend.

20. Op 30 november 2011 heeft de Ombudsman OLAF om nadere informatie over bepaalde aspecten van de zaak verzocht. OLAF heeft op 6 februari 2012 op de verdere onderzoeken van de Ombudsman geantwoord.

21. Het antwoord van OLAF op het verzoek van de Ombudsman om nadere informatie werd toegezonden aan klager, die op 2 april 2012 zijn opmerkingen over dat antwoord heeft ingediend.

Analyse en conclusies van de Ombudsman

A. Vermeende ongerechtvaardigde weigering om de gevraagde documenten en de daarmee verband houdende vordering openbaar te maken

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

22. Ter ondersteuning van deze bewering voerde klager aan dat OLAF de uitzonderingen op het recht van toegang te ruim heeft uitgelegd.

23. Bovendien was zij het niet eens met OLAF dat de gevraagde documenten niet openbaar konden worden gemaakt omdat zij onder de vier uitzonderingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vielen. Klager voerde vervolgens aan dat OLAF ten eerste niet heeft gemotiveerd hoe de openbaarmaking van de documenten daadwerkelijk en specifiek afbreuk zou doen aan de belangen die worden beschermd door de uitzonderingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en commerciële belangen; ten tweede heeft OLAF zich ten onrechte beroepen op de uitzondering betreffende de bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits, aangezien het onderzoek van OLAF op 3 oktober 2008 was beëindigd, dat wil zeggen voordat klager zijn verzoek om toegang tot documenten indiende; ten derde was de uitzondering betreffende het besluitvormingsproces van de Commissie niet van toepassing omdat de Commissie op 21 april 2009 had besloten het uit hoofde van de twee overeenkomsten betaalde bedrag terug te vorderen, dat wil zeggen voordat klager zijn verzoek om toegang tot documenten indiende; ten slotte heeft OLAF het hoger openbaar belang bij openbaarmaking niet naar behoren in aanmerking genomen en ten onrechte gedeeltelijke toegang tot de betrokken documenten geweigerd.

24. In zijn advies heeft OLAF verklaard dat het overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1073/1999 [4] (hierna "OLAF-verordening" genoemd) de tijdens een onderzoek verkregen informatie vertrouwelijk en onder het beroepsgeheim moet behandelen. OLAF benadrukte dat de belanghebbenden geen specifiek recht hebben op rechtstreekse toegang tot het onderzoeksdossier van OLAF. De belanghebbenden hebben recht op toegang onder dezelfde voorwaarden als alle andere natuurlijke of rechtspersonen [5]. Bijgevolg waren de verzoeken van klager om toegang tot documenten behandeld in het kader van Verordening (EU) nr. 1049/2011. Daarbij moest OLAF er rekening mee houden dat elk document dat het openbaar maakte, tot het publieke domein zou behoren.

25. OLAF was voorts van mening dat het in zijn correspondentie met klager zijn besluit om de toegang tot de gevraagde documenten te weigeren of gedeeltelijk te weigeren, naar behoren had gemotiveerd.  In zijn antwoord op het confirmatief verzoek heeft OLAF uitputtend uitgelegd dat de niet-openbaar gemaakte documenten en/of delen daarvan onder vier uitzonderingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vielen. OLAF heeft deze uitzonderingen in het advies nader uitgewerkt.

26. OLAF verklaarde dat met betrekking tot documenten a.-b. en d.-g. (zie punt 12 hierboven) de uitzondering betreffende het doel van inspecties, onderzoeken en audits (artikel 4, lid 2, derde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 [6]) van toepassing was omdat de desbetreffende documenten OLAF-bevindingen bevatten met betrekking tot OLAF-onderzoeksactiviteiten en mogelijk wanbeheer van EU-middelen. De openbaarmaking van die documenten zou het resultaat van de administratieve/financiële follow-up door de Commissie, namelijk de lopende terugvorderingsprocedure, in gevaar brengen. De onthulling ervan zou onthullen wat voor soort bewijsmateriaal uit verschillende bronnen was verzameld. Indien dat bewijsmateriaal openbaar zou worden gemaakt, zouden de onderzochte entiteiten op de hoogte zijn van het bewijsmateriaal dat was verzameld voordat de procedure voor het verzamelen van bewijsmateriaal kon worden voltooid.

27. Bovendien bevatten de bovengenoemde documenten namen van OLAF-onderzoekers die hun mening zullen moeten geven en expertise zullen moeten delen in toekomstige onderzoeken. Zo heeft OLAF verklaard dat het alle maatregelen moet nemen om te voorkomen dat zijn personeel wordt blootgesteld aan externe ongepaste druk, die zou leiden tot een ernstige ondermijning van mogelijke toekomstige onderzoeken en van zijn besluitvormingsproces. Openbaarmaking van de identiteit van die onderzoekers zou i) afbreuk doen aan hun vermogen om andere onderzoeken onafhankelijk uit te voeren; en ii) rechtstreekse kritiek op hen vergemakkelijken en aanmoedigen. Dat zou uiteindelijk afbreuk doen aan het vermogen van OLAF om onderzoeken in te stellen, uit te voeren en af te ronden naar illegale activiteiten die schadelijk zijn voor de EU-begroting.

28. Ten slotte is de van klagers en getuigen ontvangen informatie een zeer belangrijke informatiebron voor OLAF. Openbaarmaking van hun identiteit of van de verstrekte informatie zou particulieren ontmoedigen om OLAF informatie te sturen over mogelijke fraude die schadelijk is voor de EU-begroting en zou OLAF dus een essentiële bron van informatie voor zijn onderzoeken ontnemen.

29. OLAF heeft verklaard dat delen van de documenten, dat wil zeggen documenten a.-b. en d.-g., die in punt 12 hierboven zijn vermeld, onder de uitzondering betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van natuurlijke personen vallen (artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1049/2001 [7]), omdat de documenten persoonsgegevens bevatten van natuurlijke personen, zoals klagers, OLAF-onderzoekers en werknemers van particuliere ondernemingen, waarvan de openbaarmaking hun persoonlijke levenssfeer zou aantasten. Deze bescherming gold ook voor klager. De documenten die deze gegevens bevatten, hebben betrekking op wanbeheer van EU-middelen en OLAF-onderzoeken.  Bovendien zijn de financiële follow-upprocedures nog steeds aan de gang. De openbaarmaking van namen en persoonsgegevens in een dergelijke context zou deze personen in een negatief daglicht stellen en zou leiden tot een mogelijke verkeerde voorstelling van zaken over hun prestaties, waardoor hun reputatie zou worden geschaad.

30. OLAF verklaarde voorts dat de uitzondering betreffende de bescherming van het besluitvormingsproces van de Commissie voordat een besluit is genomen (artikel 4, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 [8]) van toepassing was omdat de terugvorderingsprocedure liep en de openbaarmaking van de betrokken documenten de uitkomst van een dergelijke procedure in gevaar zou brengen en afbreuk zou doen aan het vermogen van de Commissie om een definitief besluit vast te stellen zonder invloed van buitenaf.

31. OLAF gaf aan dat de uitzondering betreffende de bescherming van commerciële belangen (artikel 4, lid 2, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 [9]) van toepassing was omdat de documenten namen en commercieel gevoelige informatie (zoals contracten) over particuliere entiteiten bevatten waarvan de openbaarmaking hun reputatie of andere legitieme zakelijke belangen zou schaden.

32. OLAF merkte op dat klager in zijn confirmatief verzoek geen hoger openbaar belang heeft vastgesteld dat de openbaarmaking van de betrokken documenten zou kunnen rechtvaardigen. OLAF wees erop dat het de betrokken documenten specifiek had beoordeeld en zijn weigering om deze openbaar te maken naar behoren had gemotiveerd.

33. OLAF gaf ook aan dat het inmiddels aan de Juridische Dienst van de Commissie het document "Het interne dossier van 3 juli 2008"had verstrekt. Deze dienst is belast met de tenuitvoerlegging van de terugvordering van de bedragen in verband met de twee projecten waarop het onderzoek van OLAF betrekking heeft. Op verzoek van de Juridische Dienst heeft OLAF de Commissie op 27 juni 2011 toestemming verleend om dit document aan klager bekend te maken in het kader van de bemiddelingsprocedure waarin de subsidieovereenkomst voorziet. OLAF merkte op dat dit zou kunnen leiden tot de daadwerkelijke openbaarmaking van dat document aan klager in het kader van de gedwongen invorderingsprocedure.

34. Tot slot verontschuldigde OLAF zich voor de vertragingen bij de behandeling van de verzoeken van klager om toegang tot documenten. Zij legde uit dat deze vertragingen zich hebben voorgedaan vanwege de complexiteit van de zaak, de lopende follow-upprocedures, de vertaling van documenten en de noodzaak om contact op te nemen met de bevoegde autoriteiten van de Unie.

35. In zijn opmerkingen verklaarde klager dat de Commissie hem op 15 september 2011 toegang had verleend tot de volgende documenten:  a) accountantsverklaring van 19 januari 2005, voorzien van "de vervalste" handtekening van de wettelijke auditor van de klager; b) accountantsverklaring d.d. 5 april 2005 waarin de wettelijke auditor van klager heeft toegegeven dat de audit niet is uitgevoerd; c) PV d’audition de Monsieur X [de wettelijke auditor van klager] van 17 en 18 juni 2008; en d) PV d’audition de Monsieur X [de wettelijke auditor van klager] van 17 juni 2008.

36. Klager wees erop dat de Commissie haar het document met de titel "Het interne dossier van 3 juli 2008"niet had verstrekt, ondanks de verklaring van OLAF in zijn advies. Voorts merkte klager op dat hij geen toegang had tot de in het inspectieverslag van de Ombudsman genoemde documenten.

37. Volgens klager had OLAF ten minste gedeeltelijke toegang tot de gevraagde documenten kunnen verlenen. Bovendien kon het risico dat enig document dat openbaar zou kunnen worden gemaakt, tot het publieke domein zou behoren, de weigering om toegang te verlenen tot de gevraagde documenten niet rechtvaardigen.

38. In antwoord op het verzoek van de Ombudsman om nadere informatie [10] heeft OLAF klager een brief gestuurd waarin het hem gedeeltelijke toegang verleende tot het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007". Zij stelde dat de niet-openbaar gemaakte delen van het document onder twee uitzonderingen van artikel 4 van verordening nr. 1049/2001 vielen, namelijk de bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits (artikel 4, lid 2, derde streepje); en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu (artikel 4, lid 1, onder b)).

39. Wat betreft de uitzondering betreffende de bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits, heeft OLAF uitgelegd dat het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007" bevindingen van OLAF bevat met betrekking tot een van zijn onderzoeksactiviteiten met betrekking tot mogelijk wanbeheer van EU-middelen. De relevante informatie was doorgegeven aan het Samenwerkingsbureau EuropeAid, zodat het kon beslissen om al dan niet een financiële en/of administratieve follow-upprocedure in te leiden. Na de toezending van deze informatie heeft de Commissie inderdaad de terugvorderingsprocedure ingeleid. Het document bevat de namen van de onderzoekers van OLAF, die niet openbaar konden worden gemaakt omdat deze ambtenaren betrokken zijn bij een aantal onderzoeken van OLAF en in andere, toekomstige zaken expertise moeten delen en adviezen moeten geven. Gezien de gevoeligheid van OLAF-onderzoeken en de vereiste deskundigheid moet OLAF alle maatregelen nemen om te voorkomen dat zijn onderzoekers worden blootgesteld aan ongepaste externe druk, die zou leiden tot een ernstige ondermijning van mogelijke toekomstige onderzoeken.  Bovendien is de van klagers ontvangen informatie een zeer belangrijke informatiebron voor OLAF. Openbaarmaking van de identiteit en informatie die direct of indirect verband houdt met informanten zou de toekomstige onderzoeken van OLAF ondermijnen, omdat dit particulieren zou ontmoedigen OLAF informatie te sturen over mogelijke fraude die schadelijk is voor de EU-begroting. Een dergelijke mogelijkheid zou OLAF en de Commissie initiële informatie ontnemen en zou het essentiële element ondermijnen voor het instellen van onderzoeken ter bescherming van de financiële en economische belangen van de EU en ter bestrijding van elke andere onwettige activiteit die de EU-begroting schaadt.

40. OLAF heeft verklaard dat, wat betreft de uitzondering in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, bovengenoemd document onder meer de persoonsgegevens bevat van personen, zoals klagers, betrokken personen, ambtenaren van OLAF en van de Commissie, werknemers van particuliere ondernemingen enz., die, indien zij openbaar zouden worden gemaakt, volgens Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ("Verordening 45/2001") duidelijk de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van de betrokken personen zouden ondermijnen. Wat de namen van klagers, betrokken personen en werknemers van particuliere ondernemingen betreft, bevatten de niet-openbaar gemaakte delen van het document de namen van personen en informatie die verwijst naar de reputatie van deze personen. Openbaarmaking van de namen van personen en andere persoonsgegevens in een dergelijke context zou deze personen in een negatief daglicht stellen en aanleiding geven tot mogelijke verkeerde voorstellingen over hun prestaties. Bijgevolg zou een dergelijke openbaarmaking afbreuk doen aan hun reputatie en dus de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van de betrokken personen ondermijnen.

41. OLAF was van mening dat het geen hoger openbaar belang kon vaststellen dat de volledige openbaarmaking van het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007"zou kunnen rechtvaardigen. Tot slot heeft OLAF klager verzocht een confirmatief verzoek in te dienen indien hij een herziening van bovengenoemd besluit van OLAF wenst te verkrijgen.

42. In zijn opmerkingen over het antwoord van OLAF op het verzoek om aanvullende informatie van de Ombudsman [11] merkte klager op dat OLAF hem de bijlagen bij het document met als titel "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007" en de documenten waarop OLAF zich heeft gebaseerd om dat document op te stellen, niet heeft verstrekt, met name de klacht die op 1 juni 2006 bij OLAF tegen klager was ingediend en andere documenten met betrekking tot het onderzoek dat OLAF tussen oktober 2005 en september 2009 heeft uitgevoerd.

43. Klager merkte op dat OLAF tot dan toe, dat wil zeggen tot de indiening van de opmerkingen, hem gedeeltelijke toegang had verleend tot de volgende documenten: Eindverslag van OLAF over het onderzoek OF/2006/0409 van 3 oktober 2008 en "Verslag van de missie, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007". OLAF had haar geen toegang verleend tot belangrijke informatie die erin was opgenomen. Bovendien weigerde OLAF vier documenten openbaar te maken die in het verslag van de Ombudsman over de inzage van het dossier waren vermeld, namelijk 1) Acte du contrôle et vérifications sur place, geregistreerd onder nummer I/006997 op 3 juli 2008 [12];  2) Acte du contrôle et vérifications sur place, ingeschreven onder nummer I/006998 op 3 juli 2008; 3) Registratie van de administratieve controle, geregistreerd onder nummer I/04026 op 4 mei 2007; en 4) Registratie van de administratieve controle, geregistreerd onder nummer I/04027 op 4 mei 2007. Volgens klager konden de door OLAF aangevoerde uitzonderingen haar weigering om toegang te verlenen tot de gevraagde documenten niet rechtvaardigen. In dit verband verwees de klager naar de relevante rechtspraak [13] en verklaarde hij dat het feit dat een document persoonsgegevens bevat, op zich niet de weigering om toegang te verlenen kan rechtvaardigen. Indien de benadering van OLAF wordt aanvaard, zou dit betekenen dat de toegang tot alle documenten met persoonsgegevens wordt geweigerd. Hoe dan ook bevatte de brief van OLAF van 6 februari 2012 geen enkele reden om de toegang te weigeren tot de drie documenten die als bijlage waren gevoegd bij het document "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007"; de documenten waarop OLAF zich heeft gebaseerd om dit document op te stellen; en de bovengenoemde documenten die in het inspectieverslag van de Ombudsman worden genoemd.

44. Klager merkte ook op dat OLAF, hoewel het zijn antwoord van 6 februari 2012 in het kader van het onderzoek van de Ombudsman heeft verstrekt, de procedure van Verordening (EG) nr. 1049/2001 heeft toegepast, namelijk door klager uit te nodigen een confirmatief verzoek in te dienen. In dit verband wees klager erop dat zijn oorspronkelijke verzoek om toegang op 15 maart 2010 was ingediend, waarop OLAF op 15 april 2010 heeft geantwoord. Vervolgens heeft zij een confirmatief verzoek ingediend, waarop OLAF op 20 juli 2010 heeft geantwoord. Klager benadrukte dat de brief van OLAF van 6 februari 2012 niet kon worden beschouwd als een antwoord op zijn oorspronkelijke verzoek om toegang. Het was een document dat werd ingediend in het kader van het onderzoek van de Ombudsman.

45. Niettemin heeft klager op 1 maart 2012 op de uitnodiging van OLAF gereageerd en een confirmatief verzoek ingediend. In dit verzoek verzocht zij om toegang tot a) het volledige document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007"; en b) alle documenten en informatie waarop OLAF zich heeft gebaseerd om het missieverslag en het eindverslag op te stellen, met name: i) de klacht die op 1 juni 2006 tegen klager is ingediend en alle aanvullende informatie die op 17 juni 2006 en in september 2006 aan OLAF is verstrekt; ii) alle verslagen van de hoorzittingen die OLAF in het kader van zijn onderzoek heeft opgesteld, namelijk in september 2006 en april 2007; iii) de drie bovengenoemde documenten in het inspectieverslag van de Ombudsman; en iv) alle documenten in het bezit van OLAF met betrekking tot de twee contracten.

Beoordeling door de Ombudsman

Opmerkingen vooraf

46. In zijn antwoord op de aanvullende brief van de Ombudsman verzocht OLAF klager een nieuw confirmatief verzoek in te dienen, mocht het ontevreden zijn over de gedeeltelijke openbaarmaking van het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007". Klager deed dit, maar maakte bezwaar tegen deze uitnodiging. De Ombudsman deelt het bezwaar van klager. Zoals klager terecht opmerkt, was het antwoord van OLAF van 6 februari 2012 een procedurele stap in het kader van het onderzoek van de Ombudsman. De brief van de Ombudsman aan OLAF van 30 november 2011, waarop OLAF heeft geantwoord, was en kon geen nieuw verzoek om toegang tot documenten op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 zijn dat namens klager werd ingediend.  Voordat klager zijn klacht bij de Ombudsman indiende, had hij immers om toegang tot dit specifieke document verzocht en OLAF had reeds een standpunt over dit verzoek ingenomen; daarom had de oorspronkelijke klacht bij de Ombudsman betrekking op dit document. Er was geen behoefte aan een afzonderlijke procedure in het kader van Verordening (EG) nr. 1049/2001 die parallel liep met het onderzoek van de Ombudsman naar dit specifieke document. In het licht van het voorgaande heeft de Ombudsman het recht de weigering van OLAF van 6 februari 2012 om volledige toegang te verlenen tot het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007"te herzien, zonder te wachten op het antwoord van OLAF op het confirmatief verzoek van klager van 1 maart 2012.

47. Bovenstaande overwegingen hebben echter alleen betrekking op het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007". De Ombudsman merkt op dat het confirmatief verzoek van klager van 1 maart 2012 niet beperkt was tot de volledige openbaarmaking van het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007" maar de reikwijdte van zijn oorspronkelijke verzoek om toegang van 15 maart 2010 en zijn confirmatief verzoek van 5 mei 2010 aanzienlijk heeft uitgebreid [14]. Overeenkomstig artikel 2, lid 4, van zijn Statuut kan de Ombudsman deze nieuwe verzoeken niet behandelen voordat de klager heeft voldaan aan de procedure van Verordening (EG) nr. 1049/2001. De Ombudsman acht het passend klager uit te nodigen een nieuwe klacht in te dienen indien hij een klacht wenst in te dienen over het antwoord van OLAF op zijn nieuwe confirmatief verzoek voor zover dit betrekking heeft op de openbaarmaking van de door klager gevraagde nieuwe documenten.

48. Voorts neemt de Ombudsman nota van het argument van klager dat hij geen toegang had tot de in het inspectieverslag van de Ombudsman genoemde documenten. In dit verband herinnert de Ombudsman eraan dat in artikel 4, lid 1, van het Statuut van de Europese Ombudsman is bepaald dat de Ombudsman en zijn personeel "geen informatie of documenten mogen bekendmaken die zij in de loop van hun onderzoek verkrijgen".  Krachtens artikel 5, lid 2, van de uitvoeringsbepalingen van de Europese Ombudsman kan de Ombudsman inzage krijgen in het dossier van de betrokken instelling. De instelling moet duidelijk aangeven welke documenten in het dossier zij als vertrouwelijk beschouwt. Artikel 13, lid 3, van dezelfde uitvoeringsbepalingen belet klagers toegang te krijgen tot documenten die voor de Ombudsman als vertrouwelijk zijn aangemerkt. Daarom mag de Ombudsman geen documenten openbaar maken of citeren uit documenten die de instelling als vertrouwelijk beschouwt, of er op zodanige wijze naar verwijzen dat de inhoud ervan openbaar kan worden gemaakt. De Ombudsman merkt echter op dat OLAF volledige toegang heeft verleend tot de documenten die in het inspectieverslag als documenten 3 tot en met 5 zijn vermeld [15]. Deze opmerking wordt bevestigd door de kopieën die klager bij zijn klacht heeft gevoegd [16].

49. In het licht van de bevindingen die hierboven in de punten 46 en 48 zijn uiteengezet, zal de huidige beoordeling van de Ombudsman betrekking hebben op de behandeling door OLAF van het verzoek van klager om toegang tot de volgende documenten: (1) Eindverslag van OLAF over het onderzoek OF/2006/0409 van 3 oktober 2008; (2) "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007"; en 3) het interne OLAF-zaakdocument van 3 juli 2008.

Beoordeling door de Ombudsman van de gedeeltelijke openbaarmaking van documenten 1 en 2

50. Om te beginnen merkt de Ombudsman op dat de op 10 september 2009 en 6 februari 2012 verleende toegang tot de documenten 1 en 2 weliswaar gedeeltelijk was, maar toch uitgebreid en dat de openbaar gemaakte delen van deze documenten een aanzienlijke hoeveelheid informatie bevatten. Dit wijst erop dat OLAF, alvorens gedeeltelijke toegang te verlenen, eerst zorgvuldig de specifieke delen van de teksten heeft geselecteerd die volgens OLAF onder de uitzonderingen vallen waarnaar wordt verwezen in zijn antwoord op het confirmatief verzoek van klager van 5 mei 2010.

51. Ter rechtvaardiging van zijn besluit om gedeeltelijke toegang tot zowel document 1 als document 2 te verlenen, heeft OLAF dezelfde vier redenen aangevoerd.

52. Ten eerste heeft OLAF zich beroepen op de uitzondering betreffende de bescherming van het doel van onderzoeken op grond van artikel 4, lid 2, derde streepje, van verordening nr. 1049/2001 [17]. Volgens haar zou het doel van de lopende terugvorderingsprocedure van de Commissie in gevaar kunnen komen indien de volledige informatie in de documenten openbaar zou worden gemaakt. Dat zou met name het geval zijn indien de identiteit van de onderzoekers, klagers en getuigen van OLAF zou worden bekendgemaakt. Bovendien zou een dergelijke openbaarmaking, indien de relevante namen openbaar zouden worden gemaakt, een negatief effect kunnen hebben op de toekomstige onderzoeken van OLAF. Ten tweede zou de volledige openbaarmaking van de documenten 1 en 2 het besluitvormingsproces van de Commissie met betrekking tot het al dan niet beëindigen van de lopende terugvorderingsprocedure in gevaar kunnen brengen.[18] Ten derde heeft OLAF zich gebaseerd op de uitzondering betreffende de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van een persoon en de uitzondering betreffende de bescherming van persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1049/2001 [19], om de toegang te weigeren tot de namen van zijn onderzoekers en van de werknemers van de Commissie, die zijn opgenomen in de documenten 1 en 2. Ten vierde heeft OLAF gewezen op de noodzaak om de commerciële belangen van particuliere entiteiten te beschermen door toepassing van de uitzondering van artikel 4, lid 2, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 [20].

53. Wat de eerste reden van OLAF betreft, kan de Ombudsman het met OLAF eens zijn dat de identiteit van de klagers en getuigen van OLAF moet worden beschermd, evenals de informatie die zij verstrekken met het oog op toekomstige onderzoeken van OLAF, en dat een dergelijke noodzaak de weigering om de gevraagde documenten volledig openbaar te maken zou kunnen rechtvaardigen. De diensten van de Ombudsman hebben het desbetreffende OLAF-dossier geïnspecteerd. Uit de inspectie bleek dat de relevante dossiers inderdaad gedetailleerde informatie bevatten over specifieke personen, evenals details over de informatie die zij aan OLAF hebben verstrekt met het oog op zijn onderzoek tegen de klager. Het is moeilijk in te zien welk hoger openbaar belang de openbaarmaking van dergelijke gegevens zou kunnen rechtvaardigen.

54. De Ombudsman kan het echter niet eens zijn met de uitleg van OLAF over de noodzaak om de identiteit van zijn onderzoekers te beschermen in het kader van zijn toekomstige onderzoeken. Het argument van OLAF is dat het niet beschermen van de identiteit van zijn onderzoekers negatieve gevolgen zou hebben voor het vermogen van OLAF om onderzoeken in te stellen naar illegale activiteiten die schadelijk zijn voor de EU-begroting. In dit verband merkt de Ombudsman op dat OLAF, zoals blijkt uit de door klager ingediende documenten, klager in feite de identiteit van sommige van zijn onderzoekers heeft meegedeeld, terwijl het weigerde de namen van anderen bekend te maken.  OLAF heeft dit verschil in behandeling niet verklaard.

55. Bovendien kan transparantie, zoals het Hof in My Travel II [21] heeft verklaard en zoals de Ombudsman in andere onderzoeken heeft vastgesteld (met betrekking tot ambtenaren van de Commissie die in de mededingings-/staatssteunprocedure optreden in plaats van OLAF-onderzoekers)[22], deze ambtenaren helpen beter te werken en uiteindelijk bijdragen tot een cultuur van dienstverlening. Uit angst voor het risico dat zijn ambtenaren zichzelf zouden censureren, heeft OLAF als reden voor zijn standpunt ter zake aangevoerd dat moet worden voorkomen dat zijn onderzoekers in de toekomst aan externe ongepaste druk worden blootgesteld wanneer zij worden opgeroepen hun mening te geven en hun expertise in onderzoeken te delen. Dit standpunt kan echter moeilijk te verzoenen zijn met de taken van die ambtenaren. Een dergelijke censuur zou in feite neerkomen op een strategie om de door artikel 15, lid 3, VWEU en Verordening (EG) nr. 1049/2001 nagestreefde verantwoordingsplicht van de instellingen van de Unie jegens haar burgers te omzeilen. Zoals de advocaat-generaal in het arrest My Travel II heeft opgemerkt, "kan de uitlegging van de Uniewetgeving niet berusten op de vrees dat deze bepalingen door de instellingen zouden kunnen worden omzeild. Indien dergelijke vrees gegrond zou zijn, zouden maatregelen moeten worden genomen om omzeiling te voorkomen".[23]

56. Met betrekking tot de tweede uitzondering waarop OLAF zich beroept (bescherming van het besluitvormingsproces), merkt de Ombudsman op dat het besluitvormingsproces van de Commissie met betrekking tot het besluit om het aan klager betaalde bedrag voor de twee contracten terug te vorderen (zoals blijkt uit de twee terugvorderingsopdrachten) is beëindigd en dat alleen de terugvorderingsprocedure loopt. Weliswaar kan de Commissie tijdens de terugvorderingsprocedure besluiten af te zien van terugvordering of het terug te vorderen bedrag te wijzigen, maar een dergelijke maatregel heeft veeleer betrekking op de uitvoering en uitvoering van de invorderingsopdrachten en maakt geen deel uit van het besluitvormingsproces. Gezien de aard van het onderzoek en de aantijgingen tegen de klager herinnert de Ombudsman er voorts aan dat het voor de eerbiediging van de rechten van verdediging van de klager van vitaal belang is dat alle relevante informatie ter beschikking van de klager wordt gesteld. De Ombudsman acht de uitleg van OLAF over de bescherming van het besluitvormingsproces van de Commissie dan ook niet overtuigend.

57. Wat de derde reden van OLAF betreft, bleek uit de inspectie door de Ombudsman van het dossier van OLAF dat het deel van de twee documenten dat was verduisterd, de persoonsgegevens bevatte van personen, zoals klagers, OLAF-onderzoekers en werknemers van particuliere ondernemingen, waarvan de openbaarmaking hun privacy zou aantasten.

58. Zoals klager echter terecht opmerkt, volstaat het niet om te stellen dat de uitzondering inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van toepassing is omdat het document persoonsgegevens bevat. In zijn arrest in de zaak Bavarian Lager heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat wanneer een verzoek om toegang tot documenten met inbegrip van persoonsgegevens wordt ingediend, Verordening (EG) nr. 45/2001 [24] volledig van toepassing wordt. Dit betekent dat de aanvrager van toegang overeenkomstig artikel 8, onder b), van Verordening (EG) nr. 45/2001 moet aantonen dat de gegevens moeten worden doorgegeven en dat de instelling de verschillende betrokken belangen tegen elkaar moet afwegen en moet nagaan of er redenen zijn om aan te nemen dat de rechtmatige belangen van de betrokkene door de openbaarmaking zouden kunnen worden geschaad [25].

59. Aangezien klager in casu echter geen enkele uitdrukkelijke en legitieme rechtvaardiging of overtuigend argument aanvoerde waaruit de noodzaak van de doorgifte van die persoonsgegevens bleek, kon OLAF een dergelijke belangenafweging niet uitvoeren. OLAF moest de persoonsgegevens dus zodanig behandelen dat de betrokkene waarnaar zij verwijzen, niet langer identificeerbaar zou zijn. De schrapping van die delen in de desbetreffende documenten is derhalve gerechtvaardigd, aangezien niet is voldaan aan de noodzakelijkheidstoets in de zin van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 45/2001.

60. Wat de vierde reden van OLAF betreft, verwijst de Ombudsman opnieuw naar de vaste rechtspraak dat documenten die vertrouwelijke informatie over ondernemingen en hun commerciële activiteiten bevatten, informatie vormen die onder de uitzondering inzake commerciële belangen valt [26].

61. OLAF legde uit dat de delen van de documenten 1 en 2 namen en commercieel gevoelige informatie (zoals contracten) over particuliere entiteiten bevatten waarvan de openbaarmaking hun reputatie of andere legitieme zakelijke belangen zou schaden.

62. De Ombudsman acht deze uitleg van OLAF ook overtuigend. OLAF verwees immers naar een specifieke overweging, namelijk de mogelijke schade die zou kunnen worden toegebracht aan de reputatie of de rechtmatige zakelijke belangen van de betrokken ondernemingen. In het kader van onderzoeken naar financiële onregelmatigheden lijkt deze overweging in beginsel geldig.

63. Bovendien bleek uit de inspectie van de documenten door de Ombudsman dat de verduisterde delen, die OLAF weigerde openbaar te maken op basis van de bovenstaande uitzondering, uitsluitend betrekking hebben op de hierboven beschreven beschermde commerciële belangen van particuliere entiteiten die betrokken zijn bij het onderzoek van OLAF. Bovendien heeft de klager geen hoger openbaar belang bij openbaarmaking aangetoond.

64. In het licht van de voorgaande overwegingen is de Ombudsman het niet eens met de rechtvaardiging van OLAF dat de namen van zijn onderzoekers moesten worden geschrapt om het besluitvormingsproces van de Commissie (uitzondering in artikel 4, lid 3, eerste alinea) en de toekomstige onderzoeken van OLAF (uitzondering in artikel 4, lid 2, derde streepje) te beschermen. Hij is het er echter mee eens dat deze namen kunnen worden geschrapt op basis van de uitzondering inzake de bescherming van persoonsgegevens van natuurlijke personen, aangezien de klager, zoals vereist door het arrest Bavarian Lager, geen redenen heeft verstrekt ter rechtvaardiging van zijn toegang tot die persoonsgegevens die zouden kunnen worden afgewogen tegen het nadeel voor de betrokkenen indien hun persoonsgegevens zouden worden bekendgemaakt.

65. Bovendien is de Ombudsman het ermee eens dat OLAF zich had kunnen beroepen op i) de uitzondering van artikel 4, lid 2, derde streepje, met betrekking tot de namen van zijn getuigen en klagers in het kader van zijn toekomstige onderzoeken; en ii) de uitzondering van artikel 4, lid 2, eerste streepje, betreffende de bescherming van commerciële belangen, met betrekking tot de namen van vennootschappen en andere informatie over dergelijke vennootschappen. Aangezien het volstaat dat één uitzondering correct wordt toegepast om de toegang tot de gevraagde documenten te weigeren, is de Ombudsman van mening dat verder onderzoek naar de bewering van klager en zijn bewering niet gerechtvaardigd is.

Beoordeling van de Ombudsman met betrekking tot document 3

66. De Ombudsman merkt op dat de Commissie op 15 september 2011 document 3 aan klager lijkt te hebben meegedeeld, dat wil zeggen in de loop van het onderzoek van de Ombudsman. Hoewel klager geen kopie heeft overgelegd van het document dat de Commissie hem heeft verstrekt, blijkt uit de beschrijving die klager in zijn opmerkingen heeft gegeven van het document met de titel "PV d’audition de Monsieur X [de wettelijke auditor van klager] van 17 juni 2008", dat dit document het document is dat OLAF in zijn antwoord op het confirmatief verzoek van klager heeft geïdentificeerd als het document met de titel "Het interne OLAF-zaakdocument van 3 juli 2008" en dat in het inspectieverslag van de Ombudsman is opgenomen als "Acte du contrôle et vérifications sur place, geregistreerd onder nummer I/006997 op 3 juli 2008".

67. In het licht van het voorgaande is de Ombudsman van oordeel dat aan het verzoek van klager om toegang tot bovengenoemd document was voldaan.

B. Conclusies

Op basis van zijn onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman deze af met de volgende conclusie:

Verder onderzoek is niet gerechtvaardigd.

Klager en OLAF zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

 

P. Nikiforos Diamandouros

Gedaan te Straatsburg op 12 november 2012


[1] Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB 2001, L 145, blz. 43).

[2] Artikel 3, lid 2, van het Statuut van de Ombudsman luidt als volgt: "De communautaire instellingen en organen zijn verplicht de ombudsman alle inlichtingen te verstrekken waarom hij heeft verzocht en hem toegang te verlenen tot de betrokken dossiers. De toegang tot gerubriceerde informatie of documenten, met name tot gevoelige documenten in de zin van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1049/2001, is afhankelijk van de naleving van de veiligheidsvoorschriften van de betrokken communautaire instelling of het betrokken communautaire orgaan."

[3] De gecontroleerde documenten waren de volgende:/p>

1. Eindverslag van OLAF over onderzoek OF/2006/0409 van 3 oktober 2008.

2. Acte du contrôle et vérifications sur place, ingeschreven onder nummer I/006997 op 3 juli 2008.

3. Acte du contrôle et vérifications sur place, ingeschreven onder nummer I/006998 op 3 juli 2008.

4. Registratie van de administratieve controle, geregistreerd onder nummer I/04026 op 4 mei 2007.

5. Registratie van de administratieve controle, geregistreerd onder nummer I/04027 op 4 mei 2007.

6. Missieverslag, geregistreerd onder nummer I/04218 op 10 mei 2007.

[4] Overeenkomstig artikel 8, lid 2, van verordening (EG) nr. 1073/99 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (PB L 136, blz. 1).

[5] In dit verband verwees OLAF naar zaak T-48/05, Franchet en Byk/Commissie, Jurispr. 2008, blz. II-01585, punten 255-258.

[6] Het relevante deel van deze bepaling luidt als volgt: "2. De instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming zou ondermijnen van:

[...]

het doel van inspecties, onderzoeken en audits; […]".

[7] Het relevante deel van deze bepaling luidt als volgt: "1. De instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming zou ondermijnen van:

[...]

b) de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, met name in overeenstemming met de communautaire wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens."

[8] Het relevante deel van deze bepaling luidt als volgt: "De toegang tot een document dat door een instelling voor intern gebruik is opgesteld of door een instelling is ontvangen en dat betrekking heeft op een aangelegenheid waarover de instelling geen besluit heeft genomen, wordt geweigerd indien de openbaarmaking van het document het besluitvormingsproces van de instelling ernstig zou ondermijnen, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt."

[9] Het relevante deel van deze bepaling luidt als volgt: "2. De instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming zou ondermijnen van:

- commerciële belangen van een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van intellectuele eigendom,[…]".

[10] In zijn verdere brief van 30 november 2011 verzocht de Ombudsman OLAF klager gedeeltelijke toegang te verlenen tot het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007". In dit verband konden de diensten van de Ombudsman tijdens de controle van documenten van 27 juni 2011 de inhoud van het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007" vergelijken met de inhoud van documenten die reeds aan klager waren meegedeeld (met name met het eindverslag van OLAF over het onderzoek). Bovenstaande vergelijking maakte het niet mogelijk inzicht te krijgen in de weigering van OLAF om gedeeltelijke toegang te verlenen tot het document getiteld "Missieverslag, geregistreerd onder nummer N. I/04218 op 10 mei 2007".

[11] Klager zond een kopie van zijn opmerkingen rechtstreeks aan OLAF.

[12] Tijdens de inspectie heeft OLAF bevestigd dat dit document overeenkomt met het document dat in het antwoord van OLAF op het confirmatief verzoek van klager werd aangeduid als "Het interne OLAF-zaakdocument van 3 juli 2008".

[13] Zaak C-28/08 P, Commissie/Beierse Lager, Jurispr. 2010, blz. I-06055, punten 123 en 117-119.

[14] In dit verband verzocht klager om toegang tot: i) de klacht die op 1 juni 2006 tegen klager is ingediend en alle aanvullende informatie die op 17 juni 2006 en in september 2006 aan OLAF is verstrekt; ii) alle hoorzittingsverslagen die OLAF in het kader van zijn onderzoek heeft opgesteld, namelijk in september 2006 en april 2007; iii) documenten 2-5 die zijn opgenomen in het inspectieverslag van de Ombudsman; en iv) alle documenten in het bezit van OLAF met betrekking tot de twee contracten.

[15] Zie voetnoot 3.

[16] De inspectie van documenten door de Ombudsman verduidelijkte dat de in het inspectieverslag van 3 tot en met 5 genoemde documenten in feite dezelfde waren als die welke klager bij zijn klacht bij de Ombudsman had gevoegd. Bovendien bevestigden vertegenwoordigers van OLAF dat de documenten in kwestie aan klager werden verstrekt in de loop van het onderzoek van OLAF, in overeenstemming met OLAF's Handbook – Procédures opérationnelles en niet op basis van Verordening 1049/2001. Daarom bleven zij vertrouwelijk ten aanzien van het publiek.

[17] Het relevante deel van deze bepaling luidt als volgt: "2. De instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming zou ondermijnen van: [...]

 het doel van inspecties, onderzoeken en audits;

tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt".

[18] Artikel 4, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

[19] Het relevante deel van deze bepaling luidt als volgt: "1. De instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming zou ondermijnen van: [...]

b) de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, met name in overeenstemming met de communautaire wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens."

[20] Het relevante deel van deze bepaling luidt als volgt: "2. De instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming zou ondermijnen van:

commerciële belangen van een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van intellectuele eigendom".

[21] Zaak C-506/08 P Zweden tegen MyTravel en Commissie, arrest van 21 juli 2011, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie.

[22] Besluiten van de Ombudsman over klachten 2073/2010/AN en 1735/2010/MHZ, beschikbaar op de website van de Ombudsman, respectievelijk paragrafen 76-80 en 32.

[23] Conclusie van advocaat-generaal Kokott, punt 50.

[24] Zie zaak C-28/08 P, Commissie tegen Bavarian Lager, Jurispr. 2010, blz. I-06055.

[25] Achtergrondnota van de EDPS van 24 maart 2011, getiteld "Toegang van het publiek tot documenten die persoonsgegevens bevatten na de Beierse Lager-uitspraak" ; Zaak C-28/08 P, Commissie/Beierse Lager, punt 78.

[26] Gevoegde zaken T-355/04 en T-446/04, Co-Frutta/Commissie, Jurispr. 2010, blz. II-1, punt 128.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!