Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit in zaak 546/2019/JN over de wijze waarop de Europese Commissie een klacht over de Slowaakse rechterlijke macht heeft behandeld
Besluiten
Zaak 546/2019/JN - Geopend op Maandag | 15 april 2019 - Besluit over Maandag | 15 april 2019 - Betrokken instelling Europese Commissie ( Geen wanbeheer vastgesteld ) - Land Slowakije
De klacht bij de Europese Commissie
1. Op 5 april 2018 schreef klager een brief aan de Europese Commissie. Hij was vooral bezorgd over het feit dat de Slowaakse rechterlijke macht het recht op een eerlijk proces en het recht op effectieve rechterlijke bescherming niet eerbiedigt. Hij verwees naar lopende gerechtelijke procedures voor Slowaakse rechtbanken waarbij hij partij was en die al zo'n 23 jaar hadden geduurd.
Antwoord van de Europese Commissie aan klager
2. Op 25 juni 2018 heeft de Commissie de klager geantwoord. Het heeft geen algemene bevoegdheid om in te grijpen in de lidstaten en kan alleen ingrijpen als er sprake is van een EU-rechtskwestie. De Commissie kon in deze zaak geen EU-rechtskwestie aanwijzen. De Commissie deelde klager mee dat het in dergelijke gevallen aan de lidstaten, met inbegrip van hun rechterlijke macht, was om de eerbiediging van de grondrechten te waarborgen in overeenstemming met hun nationale recht en het internationale recht.
3. Klager was niet tevreden met het antwoord van de Commissie en wendde zich tot de Ombudsman. Hij was van mening dat het antwoord van de Commissie onrechtmatig en laattijdig was.
Bevinding van de Europese Ombudsman
4. De Commissie heeft klager er terecht van in kennis gesteld dat zij over beperkte bevoegdheden beschikt. In beginsel kan de Commissie alleen op klachten reageren wanneer er een probleem is met betrekking tot de toepassing van het EU-recht. Uit de door klager verstrekte informatie blijkt dat er in deze zaak geen EU-rechtskwestie op het spel stond.
5. De Ombudsman merkt voorts op dat klager zijn klacht per post naar de Commissie heeft gestuurd en dat zijn klacht dateert van 5 april 2018. Het is echter niet duidelijk wanneer de klacht bij de Commissie is aangekomen. De Commissie heeft op 25 juni 2018 geantwoord, dat wil zeggen kennelijk tussen twee en drie maanden nadat zij de klacht had ontvangen.
6. Overeenkomstig de Europese code van goed administratief gedrag moeten de EU-instellingen binnen twee maanden op correspondentie antwoorden (artikel 17). Bovendien moet de Commissie overeenkomstig haar eigen regels binnen twaalf maanden een standpunt innemen over een inbreukklacht. De Ombudsman is derhalve van mening dat de tijd die de Commissie nodig had om een volledig inhoudelijk antwoord te sturen, redelijk was.
7. Op basis van de door klager verstrekte informatie stelt de Ombudsman vast dat er in deze zaak geen sprake is van wanbeheer.
Marta Hirsch-Ziembińska
Hoofd Onderzoeken en ICT - Eenheid 1
Straatsburg, 15/04/2019