FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 2360/2010/MHZ tegen de Europese Commissie

Achtergrond van de klacht

1. De onderhavige klacht betreft het besluit van de Commissie om Besluit 774/2010 betreffende de beveiliging van de luchtvaart niet bekend te maken in het Publicatieblad van de EU.

2. Als gevolg van de terroristische aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten zijn in de wetgeving van de EU een aantal nieuwe bepalingen opgenomen om strenge regels voor de beveiliging van de burgerluchtvaart te codificeren, niet alleen voor passagiers, maar ook voor vracht. Deze bepalingen zijn hoofdzakelijk ingevoerd bij Verordening (EG) nr. 300/2008 [1] ("Verordening (EG) nr. 300/2008"), waarbij Verordening (EG) nr. 2320/2002 [2] en Verordening (EU) nr. 185/2010 [3] zijn ingetrokken. De algemene regel is dat alle pakketten die door de lucht worden vervoerd, moeten worden gescreend met röntgenapparatuur, tenzij een veilige toeleveringsketen tot stand wordt gebracht vanaf een bekende afzender [4] tot een gereglementeerde agent [5] totdat de vracht de luchthaven bereikt waar deze door de luchtvaartmaatschappij wordt overgenomen en wordt gevlogen. De gereguleerde agenten zijn geaccrediteerd door de bevoegde burgerluchtvaartautoriteiten in de EU-lidstaten en de bekende afzenders zijn geaccrediteerd door gereguleerde agenten.

3. De Commissie was voornemens een besluit vast te stellen met gedetailleerde procedureregels waaraan nationale vrachtvervoerders moeten voldoen. Zij stelde voor dit besluit tot de lidstaten te richten en niet in het Publicatieblad bekend te maken. Alvorens het besluit vast te stellen, heeft de Commissie belanghebbenden geraadpleegd die zijn gegroepeerd in de adviesgroep van belanghebbenden inzake luchtvaartbeveiliging (SAGAS)[6], waarvan de klagende vereniging lid is.

4. Op 29 augustus 2008 zond klager een brief aan de Commissie waarin hij in wezen verklaarde dat er geen reden leek te zijn om het voorgestelde besluit geheim te houden. Volgens de klager zijn de nationale autoriteiten in beginsel weliswaar verplicht de in het besluit vervatte informatie op “need-to-know”-basis door te geven aan partijen in de toeleveringsketen, maar verspreiden de lidstaten de in het besluit vervatte informatie in de praktijk zoals zij dat wensen. Sommigen van hen kunnen deze informatie beschikbaar stellen en al het vertrouwelijke materiaal publiceren, terwijl anderen deze informatie zeer spaarzaam kunnen bekendmaken. Deze kwestie werd verder besproken in SAGAS.

5. In 2010 heeft de Commissie Besluit 774/2010 ("het besluit") vastgesteld. Zij heeft besloten dat het besluit alleen aan de bevoegde autoriteiten van de EU-lidstaten mag worden toegezonden en niet in het Publicatieblad mag worden bekendgemaakt. Als gevolg daarvan wendde klager zich tot de Ombudsman.

Onderwerp van het onderzoek

6. In zijn klacht bij de Ombudsman beweerde klager dat de Europese Commissie geen toereikende motivering had gegeven om te rechtvaardigen dat het besluit niet in het Publicatieblad werd bekendgemaakt.

Zij verzocht om bekendmaking van de beschikking in het Publicatieblad.

Het onderzoek

7. De klacht werd op 3 november 2010 bij de Ombudsman ingediend en klager zond op 2 december 2010 aanvullende informatie. Op 20 december 2010 heeft de Ombudsman de klacht met een verzoek om advies doorgestuurd naar de Commissie. De Commissie heeft op 28 maart 2011 advies uitgebracht. Zij werd aan klager toegezonden met de uitnodiging om uiterlijk op 30 april 2011 opmerkingen in te dienen. Klager heeft geen opmerkingen ingediend.

Analyse en conclusies van de Ombudsman

A. Ontoereikende motivering voor de niet-bekendmaking van het besluit in het Publicatieblad. Verzoek om bekendmaking van het besluit in het Publicatieblad.

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

8. Ten eerste gaf klager aan dat het besluit gedetailleerde procedureregels inzake beveiligingsonderzoeken bevat die moeten worden nageleefd door professionele exploitanten uit de particuliere sector die betrokken zijn bij internationale luchtvracht.

9. Tot staving van zijn bewering wees de klager er voorts op dat, aangezien de beschikking door individuele vrachtvervoerders moet worden toegepast, de Commissie rekening had moeten houden met het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Heinrich [7].

10. Daarnaast voerde zij aan dat sommige lidstaten de in het besluit vervatte informatie beschikbaar stellen aan professionele marktdeelnemers uit de particuliere sector (die geacht worden de regels ervan na te leven) en al het vertrouwelijke materiaal bekendmaken, terwijl andere deze informatie zeer spaarzaam bekendmaken.

11. Volgens de klager kan deze situatie de volgende negatieve gevolgen hebben: i) oneerlijke concurrentie, omdat de marktdeelnemers in verschillende landen mogelijk in verschillende mate op de hoogte zijn van de bestaande wetgeving; ii) verwarring en onjuiste informatie, hetgeen indruist tegen het eigenlijke doel van het EU-recht inzake de beveiliging van de burgerluchtvaart; iii) de betrokken ondernemingen kunnen problemen ondervinden bij het bepalen of zij een gereglementeerde agent of een bekende afzender moeten worden omdat hun de in het besluit vervatte informatie is ontnomen.

12. In haar advies heeft de Commissie verklaard dat zij, met het oog op de ontwikkeling van activiteiten die een zekere mate van vertrouwelijkheid vereisen (zoals luchtvaartbeveiliging), op grond van Besluit 2001/844/EG van de Commissie tot wijziging van haar reglement van orde documenten als vertrouwelijk kan classificeren. Voorts kan zij overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie [8]("Verordening (EG) nr. 1049/2001") kiezen of zij " bepaalde in de EU-wetgeving vervatte informatie" al dan niet openbaar maakt.

13. De Commissie verklaarde voorts dat in Verordening (EG) nr. 300/2008 een onderscheid wordt gemaakt tussen " wetgeving, in de eerste plaats verordeningen van de Commissie tot aanvulling en tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, met rechten en verplichtingen voor het grote publiek en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU " en "wetgeving, in de eerste plaats besluiten van de Commissie tot tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, met rechten en verplichtingen met beveiligingsgevoelige inhoud die voor tenuitvoerlegging tot de EU-lidstaten zijn gericht ".

14. Het besluit is gericht tot alle EU-lidstaten en legt de verplichting op om gevoelige beveiligingsbepalingen toe te passen. Aangezien het gevoelige beveiligingsinformatie bevat, wordt het niet gepubliceerd en is de toegang ertoe beperkt, aangezien volledige openbaarmaking de beveiliging van de luchtvaart in gevaar zou brengen. De Commissie was derhalve van mening dat zij correct, in het algemeen belang en in overeenstemming met de vastgestelde regels inzake documentbeveiliging had gehandeld door de toegang van het publiek tot het besluit te beperken.

15. De Commissie was het er echter mee eens dat elke wettelijke bepaling die verplichtingen oplegt, volledig toegankelijk moet zijn voor degenen aan wie deze verplichting wordt opgelegd, zoals het Hof in zijn arrest in de zaak Heinrich heeft geoordeeld.

16. Terwijl de Commissie ervoor moet zorgen dat de verspreiding van gevoelige beveiligingsinformatie onder het grote publiek beperkt blijft, verplicht het besluit de lidstaten om veiligheidsvertegenwoordigers van de sector, zoals luchthavenexploitanten, luchtvaartmaatschappijen en vrachtafhandelingsagenten, onbeperkt te informeren zodat zij de bij de desbetreffende besluiten vereiste beveiligingstaken kunnen uitvoeren en hun activiteiten op een veilige manier en met volledige inachtneming van de EU-bepalingen inzake luchtvaartbeveiliging kunnen uitvoeren. Overeenkomstig artikel 2 van het besluit stellen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de beveiliging van de luchtvaart, de passende delen van het besluit schriftelijk en op "need-to-know"-basis ter beschikking van de exploitanten en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan of die volgens de autoriteit anderszins een rechtmatig belang hebben.

17. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de beveiliging van de luchtvaart zijn ook verplicht om spelers uit de sector die nog niet betrokken zijn bij de beveiliging van de luchtvaart beveiligingsinformatie te verstrekken voor zover dat nodig is om serieuze aanvragers in staat te stellen commerciële activiteiten op te starten, zoals het worden van een gereglementeerde agent of een bekende afzender. Dit kan echter nog steeds enige beperkingen inhouden bij de openbaarmaking van dergelijke informatie.

18. De Commissie verklaarde voorts dat zij regelmatig vergaderingen van groepen belanghebbenden organiseert (met SAGAS, opgericht bij Verordening (EG) nr. 300/2008) tijdens welke alle kwesties die relevant zijn voor de beveiliging van de luchtvaart worden besproken. Deze vergaderingen vormen niet alleen een platform voor brancheorganisaties, exploitanten en andere entiteiten om informatie uit te wisselen, maar bieden hen ook de gelegenheid om hun bezorgdheid bij de Commissie kenbaar te maken. Op uitnodiging van de Commissie nam klager deel aan SAGAS-bijeenkomsten, tijdens welke het besluit werd opgesteld en besproken.

19. De Commissie verklaarde ook dat het haar rol is om, indien nodig, te bemiddelen tussen de lidstaten en de sector op het gebied van luchtvaartbeveiligingskwesties. Wanneer de Commissie moet bemiddelen, verifieert zij bij de lidstaten of i) zij hebben voldaan aan hun verplichting om de informatie die nodig is voor de correcte uitvoering van de regels inzake luchtvaartbeveiliging ter beschikking te stellen van degenen die daarvan op de hoogte moeten zijn, en ii) zij hebben vermeden onduidelijke, onvolledige of onjuiste informatie door te geven, met name op een wijze die tot concurrentieverstoring kan leiden. In dit verband heeft de Commissie klager verzocht haar in kennis te stellen van alle gevallen waarin de lidstaten deze verplichtingen niet correct nakomen.

20. De Commissie heeft tot slot verklaard dat zij de EU-lidstaten in het regelgevend comité voor de beveiliging van de luchtvaart zal herinneren aan hun verplichting om gevoelige beveiligingswetgeving onbeperkt bekend te maken aan exploitanten en entiteiten die beveiligingsmaatregelen moeten nemen. De Commissie zal hun aandacht vestigen op het feit dat deze informatie op niet-discriminerende wijze en op een wijze die de mededinging niet verstoort, openbaar moet worden gemaakt.

Beoordeling door de Ombudsman

21. Om te beginnen wijst de Ombudsman erop dat het besluit is vastgesteld op grond van de uitvoeringsbevoegdheden die de Commissie haar bij Verordening (EG) nr. 300/2008 [9] heeft verleend. Het besluit is in 2010 vastgesteld, dat wil zeggen na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. De Ombudsman merkt op dat de Commissie in haar advies ten onrechte heeft verwezen naar haar uitvoeringsbesluiten als “wetgeving”, wanneer het gaat om niet-wetgevende uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen in het kader van de categorisering die bij het Verdrag van Lissabon in het Verdrag betreffende de werking van de Unie (VWEU) is ingevoerd.

22. Wat het kernpunt betreft, wordt in het advies van de Commissie voorts gesteld dat “de Commissie kan besluiten bepaalde informatie in de EU-wetgeving te classificeren en/of niet openbaar te maken”, zonder artikel 297, lid 2, VWEU te vermelden [10] of haar voorstel te ondersteunen met uitzondering van korte verwijzingen naar i) Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom tot wijziging van haar reglement van orde en ii) Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten.

23. Bij het openen van zijn onderzoek naar de vermeende ontoereikende motivering hoopte de Ombudsman dat de Commissie in staat zou zijn een betere rechtvaardiging te geven voor het feit dat de desbetreffende wet de bekendmaking van het besluit in het Publicatieblad niet toestond dan korte verwijzingen naar bepaalde wettelijke bepalingen. In een geest van goede samenwerking heeft de Ombudsman deze bepalingen echter zorgvuldig onderzocht.

Beschikking 2001/844/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 300/2008 als rechtsgrondslag voor de niet-bekendmaking van de beschikking

24. Ten eerste wordt niet betwist dat de in de beschikking verstrekte informatie verplichtingen vaststelt waaraan bestaande of potentiële Europese expediteurs en logistieke dienstverleners die klager vertegenwoordigt, moeten voldoen.

25. Volgens vaste rechtspraak kan een door een instelling van de [Unie] vastgestelde handeling niet ten uitvoer worden gelegd ten aanzien van natuurlijke en rechtspersonen in een lidstaat voordat zij in de gelegenheid zijn gesteld daarvan kennis te nemen door middel van een regelmatige bekendmaking ervan in het Publicatieblad [11]. Het Hof verwees in dit verband naar het rechtszekerheidsbeginsel, dat vereist dat de Unieregeling de belanghebbenden in staat stelt de omvang van de hun opgelegde verplichtingen nauwkeurig te kennen [12]. Dit beginsel moet ook in acht worden genomen wanneer de lidstaten met het oog op de uitvoering van het EU-recht verplicht zijn maatregelen te nemen die verplichtingen opleggen aan particulieren [13]. Volgens de Commissie is het besluit inderdaad gericht tot de EU-lidstaten "ter uitvoering".

26. In het licht van bovenstaande rechtspraak is het redelijk om aan te nemen dat, aangezien de beschikking verplichtingen voor vrachtvervoerders bevat, de Commissie deze had moeten bekendmaken in het Publicatieblad, tenzij er een duidelijke rechtsgrondslag is op grond waarvan de Commissie dit niet hoeft te doen.

27. De Ombudsman merkt op dat de Commissie krachtens Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom tot wijziging van haar reglement van orde [14] kan besluiten haar uitvoeringshandelingen op basis van Verordening (EG) nr. 300/2008 in te delen en niet bekend te maken. Overweging 16 van Verordening (EG) nr. 300/2008 bepaalt inderdaad dat "... uitvoeringshandelingen tot vaststelling van gemeenschappelijke maatregelen en procedures voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart die gevoelige beveiligingsinformatie bevatten, moeten worden beschouwd als gerubriceerde EU-informatie in de zin van Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 29 november 2001 tot wijziging van haar reglement van orde. Deze gegevens mogen niet worden bekendgemaakt en mogen alleen ter beschikking worden gesteld van exploitanten en entiteiten met een rechtmatig belang."

28. Artikel 18 van Verordening (EG) nr. 300/2008 bevat de regels voor de verspreiding van informatie op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart [15]. Naast de algemene regel dat "de Commissie maatregelen bekendmaakt die rechtstreekse gevolgen hebben voor de passagiers", stelt zij ook regels inzake vertrouwelijkheid vast door onder meer te verwijzen naar artikel 4, lid 3, van die verordening. Dit artikel bevat een lijst van de categorieën maatregelen en procedures die als geheim worden behandeld en daarom niet mogen worden gepubliceerd indien zij gevoelige beveiligingsinformatie bevatten. De lijst omvat onder meer: "f) wat vracht en post betreft, procedures voor de goedkeuring of aanwijzing van en de verplichting waaraan erkende agenten, bekende afzenders en vaste afzenders moeten voldoen ", en "g) eisen en procedures voor beveiligingscontroles van post en materiaal van luchtvaartmaatschappijen."

29. Op basis van de informatie die klager en de Commissie hem hebben verstrekt, begrijpt de Ombudsman dat de maatregelen/informatie waarin het besluit voorziet, van het soort kunnen zijn waarin is voorzien in de hierboven aangehaalde bepalingen van artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 300/2008. Bovendien heeft de Commissie in haar standpunt aangevoerd dat de beschikking inderdaad gevoelige veiligheidsinformatie bevatte. Dit argument werd door de klager niet betwist, aangezien hij geen opmerkingen over het advies heeft ingediend [16].

30. Het lijkt er derhalve op dat artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 300/2008 voor de Commissie een passende rechtsgrondslag kan vormen om de vertrouwelijkheidsregels van artikel 18 van die verordening op het betrokken besluit toe te passen [17].

31. Dit neemt echter niet weg dat de Commissie in haar advies geen enkele motivering heeft opgenomen waaruit blijkt dat Verordening (EG) nr. 300/2008 voorziet in een rechtsgrondslag voor de niet-bekendmaking van het besluit. Aangezien klager echter geen opmerkingen heeft ingediend en in het licht van de bevindingen van de Ombudsman in de punten 28 tot en met 30 hierboven, acht hij het niet nuttig om dit verzuim voort te zetten.

Relevantie van Verordening (EG) nr. 1049/2001

32. Hoewel in het advies van de Commissie geen specifieke bepaling van Verordening (EG) nr. 1049/2001 wordt genoemd, gaat de Ombudsman ervan uit dat de Commissie voornemens was te verwijzen naar artikel 13 van die verordening. Op grond van dat artikel moeten bepaalde documenten in het Publicatieblad worden bekendgemaakt, behoudens de uitzonderingen van artikel 4 van de verordening en de bepalingen inzake de behandeling van gevoelige documenten van artikel 9.

33. In het arrest Heinrich heeft het Hof geoordeeld dat de eerste vraag van de nationale rechter over de verhouding tussen verordening nr. 1049/2001 en verordening nr. 622/2003 (die ook betrekking had op de beveiliging van de luchtvaart) in wezen ontvankelijk en relevant was [18].

34. Hoewel het Hof het niet nodig achtte deze vraag te beantwoorden, merkt de Ombudsman het volgende op. Verordening (EG) nr. 1049/2001 bevat een vrijstelling voor de bescherming van de openbare veiligheid.[19] Om mogelijke inconsistenties in het Unierecht te voorkomen, moet Verordening (EG) nr. 300/2008 aldus worden uitgelegd dat de Commissie bij haar besluit om de openbaarmaking op grond van Verordening (EG) nr. 300/2008 te beperken, dezelfde norm moet toepassen als wanneer zij besluit om op grond van de openbare veiligheid een confirmatief verzoek om toegang van het publiek tot een document met dezelfde inhoud te weigeren. Het is redelijk om aan te nemen dat, indien de Commissie verschillende normen zou toepassen, dit zou kunnen leiden tot het absurde gevolg dat het publiek toegang zou kunnen krijgen tot materiaal dat niet kon worden gepubliceerd, of omgekeerd. De Ombudsman is derhalve van mening dat het, tenzij en totdat het Hof een ander standpunt inneemt, passend zou zijn dat de Commissie haar toekomstige besluiten om handelingen van dezelfde aard als het besluit niet bekend te maken, rechtvaardigt door dezelfde motiveringsnormen toe te passen als vereist bij de toepassing van de uitzondering voor de bescherming van de openbare veiligheid in artikel 4, lid 1, onder a), eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

35. De Commissie heeft een dergelijke rechtvaardiging in casu niet gegeven. Het ontbreken van een dergelijke rechtvaardiging verdient echter geen verder onderzoek van de Ombudsman als mogelijke kwestie van wanbeheer in de onderhavige zaak, aangezien het Hof in zijn arrest in de zaak Heinrich geen inhoudelijk standpunt heeft ingenomen over de relevante vraag van de nationale rechter [20]. De Ombudsman zal hieronder echter nog een opmerking maken.

36. In het licht van bovenstaande overwegingen is verder onderzoek naar de bewering van de klager niet gerechtvaardigd.

37. Wat de vordering van klager betreft, is de Ombudsman van mening dat deze niet kan worden gehandhaafd. Ten eerste lijkt de rechtsgrondslag voor de niet-bekendmaking van de beschikking inderdaad te bestaan, zoals hierboven is aangetoond. Ten tweede kan niet worden betwist dat de lidstaten beter in staat zijn om te bepalen welke exploitanten binnen hun rechtsgebied en met name welke aanvragers van de status van gereglementeerde agent of bekende afzender kunnen worden belast met de relevante gevoelige informatie over de burgerluchtvaart. Het lijkt derhalve redelijk dat de Commissie zich baseert op de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om te bepalen aan wie en hoe de aan vracht opgelegde beveiligingseisen openbaar moeten worden gemaakt. De mogelijke verstoring van de mededinging als gevolg van de ongepaste uitoefening van deze discretionaire bevoegdheid, waarop klager doelde, blijft uiteindelijk onderworpen aan de controle van de Commissie en aan het toezicht van de Rekenkamer. De Commissie heeft klager duidelijk verzocht bij haar een klacht in te dienen indien zij van mening is dat sommige lidstaten de mededingingsregels hebben geschonden.

38. De Ombudsman is ten slotte ingenomen met het initiatief dat de Commissie naar aanleiding van deze klacht heeft genomen om de aandacht van de in het regelgevend comité voor de beveiliging van de luchtvaart aanwezige lidstaten te vestigen op de passende normen voor de verspreiding door hen van de in het besluit vervatte informatie.

C. Conclusies

Op basis van zijn onderzoek naar deze klacht is de Ombudsman van oordeel dat zijn verdere onderzoeken niet gerechtvaardigd zijn met betrekking tot de bewering van klager. De bewering van klager kan niet worden gestaafd.

De klager en de instelling zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

Verdere opmerking

In toekomstige gevallen waarin de Commissie besluit haar op grond van Verordening (EG) nr. 300/2008 vastgestelde handelingen niet bekend te maken, moet zij een motivering opstellen die gelijkwaardig is aan die welke zij zou geven in antwoord op een confirmatief verzoek om toegang van het publiek ter rechtvaardiging van haar besluit om de toegang te weigeren op grond van de in Verordening (EG) nr. 1049/2001 vervatte vrijstelling van de openbare veiligheid. Deze redenering kan worden gepubliceerd of op verzoek onmiddellijk ter beschikking worden gesteld.

 

P. Nikiforos Diamandouros

Gedaan te Straatsburg op 17 oktober 2011


[1] Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002 (PB 2008, L 97, blz. 72).

[2] Verordening (EG) nr. 2320/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart (PB L 355, blz. 1).

[3] Verordening (EU) nr. 185/2010 van de Commissie van 4 maart 2010 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart (PB 2010, L 55, blz. 1).

[4] Volgens artikel 3, punt 27, van Verordening (EG) nr. 300/2008 is de bekende afzender een afzender die vracht of post voor eigen rekening afgeeft en wiens procedures voldoen aan gemeenschappelijke beveiligingsregels en -normen die voldoende zijn om vracht of post met een luchtvaartuig te vervoeren.

[5] Volgens artikel 3, punt 26, van Verordening (EG) nr. 300/2008 is een gereglementeerde agent een luchtvaartmaatschappij, agent, expediteur of enige andere entiteit die zorgt voor beveiligingscontroles met betrekking tot vracht of post.

[6] De Commissie heeft SAGAS opgericht op basis van artikel 17 van Verordening (EG) nr. 300/2008.

[7] Klager verwees naar dit arrest: C-345/06, Gottfried Heinrich, Jurispr. 2009, blz. I-01659.

[8] Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145, blz. 43).

[9] Overweging 17 van verordening nr. 300/2008: "De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden."

[10] Artikel 297 bepaalt:

“1.

De wetgevingshandelingen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij treden in werking op de daarin vermelde datum of, bij gebreke daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

2. Niet-wetgevingshandelingen die zijn vastgesteld in de vorm van verordeningen, richtlijnen of besluiten, worden ondertekend door de voorzitter van de instelling die ze heeft vastgesteld, indien deze niet preciseert tot wie ze zijn gericht.

Verordeningen en richtlijnen die tot alle lidstaten zijn gericht, alsmede besluiten waarin niet wordt gespecificeerd tot wie zij zijn gericht, worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij treden in werking op de daarin vermelde datum of, bij gebreke daarvan, op de twintigste dag volgende op die van hun bekendmaking.

Andere richtlijnen en beschikkingen waarin wordt aangegeven tot wie zij zijn gericht, worden ter kennis gebracht van degenen tot wie zij zijn gericht en worden na deze kennisgeving van kracht."

[11] Zaak C-345/06, Gottfried Heinrich, Jurispr. 2009, blz. I-01659, punt 43 en aldaar aangehaalde rechtspraak.

[12] Zaak C-158/06, ROM-projecten, Jurispr. 2007, blz. I-5103, punt 25 en aldaar aangehaalde rechtspraak.

[13] Zaak C-313/099, Mulligan e.a., Jurispr. 2002, blz. I-5719, punt 35; Zaak C-384/05, Piek, Jurispr. 2007, blz. I-289, punt 34.

[14] PB 2001, L 317, blz. 1. Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2006/548/EG, Euratom (PB 2006, L 215, blz. 38).

[15] Artikel 18 van Verordening (EG) nr. 300/2008: "In de regel publiceert de Commissie maatregelen die rechtstreekse gevolgen hebben voor de passagiers. De volgende documenten worden echter beschouwd als gerubriceerde EU-informatie in de zin van Beschikking 2001/844/EG, EGKS; Euratom: a) maatregelen en procedures als bedoeld in artikel 4, leden 3 en 4, artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, indien deze gevoelige beveiligingsinformatie bevatten; b) de inspectieverslagen van de Commissie en de antwoorden van de in artikel 15, lid 3, bedoelde bevoegde autoriteiten."

[16] De Ombudsman begrijpt dat klager in feite op de hoogte is van de inhoud van het besluit.

[17] De Ombudsman wijst erop dat het Hof van Justitie de hoogste EU-autoriteit is voor de uitlegging van het EU-recht.

[18] Punt 38 van het arrest Heinrich (voetnoot 12) luidt als volgt: "De eerste vraag van de verwijzende rechter vloeit voort uit de vaststelling van deze rechter dat de niet-bekendmaking van de bijlage bij verordening nr. 622/2003 is gebaseerd op artikel 8, lid 1, van verordening nr. 2320/2002, dat zich om redenen van handhaving van de beveiliging van de luchtvaart verzet tegen de bekendmaking van bepaalde categorieën maatregelen en informatie, onverminderd het in verordening nr. 1049/2001 neergelegde recht van toegang van het publiek tot documenten. De relevantie voor de beslechting van het geding van deze vraag, waarmee de verwijzende rechter in wezen wenst te vernemen of het in het licht van laatstgenoemde verordening gerechtvaardigd kan zijn dat communautaire besluiten die krachtens artikel 254 EG moeten worden bekendgemaakt, niet openbaar worden gemaakt, staat buiten kijf.

[19] Artikel 4, lid 1, sub a, van verordening nr. 1049/201 bepaalt: "De instelling weigert de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming van (..) het algemeen belang ten aanzien van (…) de openbare veiligheid (…) zou ondermijnen."

[20] Deze vraag was: Omvatten documenten in de zin van artikel 2, lid 3, van [verordening nr. 1049/2001] handelingen die overeenkomstig artikel 254 EG in het Publicatieblad van de Europese Unie moeten worden bekendgemaakt?

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!