Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 78 resultaten weergeven

Besluit in zaak 1171/2013/TN over de werkzaamheden van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) betreffende de EU-regels inzake vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor commercieel luchtvervoer

Donderdag | 05 november 2015

De klacht, die is ingediend door de British Air Line Pilots' Association, heeft betrekking op de EU-regels inzake vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor commerciële luchtvaartmaatschappijen. Meer in het bijzonder gaat het om de wijze waarop het EASA zijn proces om deze regels bij te werken, heeft uitgevoerd. De klager voerde aan i) dat wetenschappelijk advies een prominentere rol had moeten spelen in het regelgevingsproces; ii) dat het EASA de kwalificaties van de leden van de regelgevende groep niet heeft aangetoond; en iii) dat het EASA kwesties in verband met belangenconflicten niet adequaat heeft aangepakt.

De Ombudsman constateerde geen wanbeheer door het EASA met betrekking tot de rol van wetenschappelijk advies in het regelgevingsproces. Wat betreft de vraag hoe het EASA omgaat met mogelijke belangenconflicten in de regelgevingsgroepen, constateerde de Ombudsman dat zijn beleid om dergelijke conflicten in het geval van zijn eigen personeel te beperken, was gewijzigd en dat deze herziene aanpak nu ook wordt toegepast op deskundigen in de regelgevingsgroepen. Op basis hiervan concludeerde de Ombudsman dat zij deze kwestie niet verder hoefde te onderzoeken. Tot slot aanvaardde het EASA de aanbeveling van de Ombudsman om klager geanonimiseerde informatie te verstrekken over de leden van de regelgevende groep. De Ombudsman sloot de zaak daarom af en moedigde het EASA aan om proactiever te werk te gaan bij de openbaarmaking van de informatie waarover het beschikt over de kwalificaties en deskundigheid van de leden van de regelgevingsgroep. Zij wees er ook op dat zij overweegt kwesties in verband met het werk van externe deskundigen voor bepaalde EU-agentschappen te onderzoeken.

Besluit in zaak 272/2014/OV betreffende de vrijgave door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) van auditverslagen van organisaties voor het onderhoud van luchtvaartuigen

Maandag | 19 oktober 2015

Klager heeft een verzoek ingediend om toegang van het publiek tot de verslagen van de goedkeuringsaanbevelingen van het EASA met betrekking tot buitenlandse organisaties voor het onderhoud van luchtvaartuigen waarbij niet-naleving van bepaalde personeelsvereisten werd vastgesteld. Het EASA weigerde de toegang op grond van de noodzaak om zijn voortdurende toezichtsactiviteiten en de commerciële belangen van de betrokken organisaties te beschermen. Klager wendde zich tot de Ombudsman en beweerde dat het EASA ten onrechte de toegang had geweigerd.

De Ombudsman was van mening dat het EASA in beginsel toegang moet verlenen tot bewerkte versies van de verslagen met goedkeuringsaanbevelingen. Aangezien het verzoek van klager om toegang geen bepaalde periode specificeerde, deed zij daarom een oplossingsvoorstel dat, zoals bepaald in Verordening 1049/2001, het EASA met klager kon overleggen om een billijke oplossing te vinden om gedeeltelijke toegang te verlenen tot ten minste enkele (geredigeerde) verslagen van goedkeuringsaanbevelingen. Het EASA aanvaardde het voorstel voor een oplossing van de Ombudsman en deelde haar mee dat het met klager had overlegd en ermee had ingestemd de periode van drie jaar voorafgaand aan het verzoek van klager te beoordelen met het oog op het verlenen van gedeeltelijke toegang tot de relevante documenten. Klager was tevreden met dit resultaat en de Ombudsman sloot de zaak.

Besluit in zaak 45/2015/PMC betreffende de acties van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) naar aanleiding van de ontvangst van een klokkenluidersverslag

Dinsdag | 11 augustus 2015

De zaak betrof de acties van OLAF naar aanleiding van de ontvangst van een klokkenluidersverslag waarin de Europese Autoriteit voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) werd gekoppeld aan de vermeende manipulatie van een verslag over de beveiligingsinspectie van de luchtvaart. Na een voorlopige beoordeling was de Ombudsman bezorgd over wat het besluit van OLAF leek te zijn om de zaak te seponeren en de zaak terug te verwijzen naar het EASA, ondanks het feit dat de klokkenluider er bewust voor had gekozen om zijn verslag aan OLAF te doen in plaats van aan het EASA. De Ombudsman nam het voorlopige standpunt in dat een dergelijk besluit negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de doeltreffendheid van de klokkenluidersbepalingen in het algemeen. Daarom besloot zij de zaak te onderzoeken.

Na een inspectie van de dossiers van OLAF stelde de Ombudsman vast dat OLAF op passende wijze had overwogen een onderzoek in te stellen. Ook bleek dat OLAF de zaak niet had afgesloten, maar het EASA had verzocht de zaak te onderzoeken en verslag uit te brengen over de resultaten van zijn onderzoek. Bovendien had OLAF zich het recht voorbehouden om in een later stadium een formeel onderzoek in te stellen. Tegen deze achtergrond constateerde de Ombudsman dat OLAF het klokkenluidersverslag van klager naar behoren had behandeld. De Ombudsman merkte op dat OLAF klager explicieter had moeten informeren dat de verwijzing van de zaak naar het EASA niet betekende dat OLAF geen verdere actie ter zake zou ondernemen. Zij heeft in dit verband nog een opmerking gemaakt.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 2093/2012/EIS tegen de Europese Commissie

Donderdag | 09 juli 2015

De zaak betrof de behandeling door de Europese Commissie van een inbreukklacht met betrekking tot de rechten van luchtvaartpassagiers. De vlucht van klager van Londen naar Sofia werd geannuleerd wegens hevige sneeuwval en hij werd omgeleid via München. Zijn vlucht kwam echter te laat aan in München en hij miste zijn aansluitende vlucht. Klager moest daar dus overnachten en kreeg van zijn vervoerder geen hotelkamer aangeboden. Na contacten met de autoriteiten in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland diende hij bij de Commissie een inbreukprocedure in, waarin hij aanvoerde dat de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk in strijd met de relevante EU-regels inzake de rechten van luchtreizigers handelden.

De Commissie voerde aan dat de problemen werden veroorzaakt door "buitengewone omstandigheden", wat betekende dat klager, in overeenstemming met de desbetreffende EU-verordening, geen recht had op een vergoeding in contanten. Vervolgens heeft zij ook de correspondentie met klager gestaakt.

De Ombudsman aanvaardde het standpunt van de Commissie met betrekking tot het bestaan van "buitengewone omstandigheden" in verband met de sneeuwval. Klager had dus geen recht op een vergoeding in contanten. Klager had echter wel een "recht op verzorging" en had van de vervoerder hotelaccommodatie moeten krijgen. Gezien het verzuim van de vervoerder om hotelaccommodatie te verstrekken, was de Ombudsman van mening dat er sprake was van een schending van de zorgplicht. Om deze reden was de Ombudsman van mening dat het standpunt van de Commissie dat er geen sprake was van een schending van de zorgplicht, niet overtuigend was.

De Ombudsman heeft de Commissie aanbevolen om bij de behandeling van dergelijke klachten over inbreuken in de toekomst terdege rekening te houden met de zorgplicht van de luchtvaartmaatschappij ten aanzien van luchtreizigers. Wat betreft zijn besluit om de correspondentie met klager te beëindigen, was de Ombudsman het niet eens met het standpunt van de Commissie dat zijn correspondentie "onjuist" was en deed hij in dit verband een andere aanbeveling aan de Commissie.

De Commissie heeft de tweede aanbeveling van de Ombudsman in beginsel aanvaard. Hoewel de Commissie de eerste aanbeveling van de Ombudsman niet heeft verworpen, blijkt uit haar antwoord duidelijk dat zij het niet eens is met het standpunt van de Ombudsman met betrekking tot de omvang van de zorgplicht van een vervoerder jegens een passagier. Ter afsluiting van haar onderzoek heeft de Ombudsman dit als een kritische opmerking behandeld. Zij heeft haar besluit ook ter informatie doorgestuurd naar de bevoegde commissies van het Parlement en naar de nationale ombudsmannen.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1581/2013/ANA tegen de Europese Commissie

Woensdag | 19 november 2014

In de verordening inzake de rechten van luchtreizigers is bepaald dat luchtreizigers recht hebben op compensatie wanneer hun vlucht wordt geannuleerd; een luchtvaartmaatschappij is niet verplicht compensatie te betalen indien zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.

Deze zaak betrof de publicatie door de Commissie op haar website van een door de nationale handhavingsinstanties opgestelde lijst van buitengewone omstandigheden (NEB-lijst).

Klager, een advocatenkantoor, wendde zich tot de Europese Ombudsman en beweerde dat de gebeurtenissen die worden aangeduid als "buitengewone omstandigheden" op de NEB-lijst onverenigbaar zijn met de passagiersrechtenverordening en de desbetreffende jurisprudentie. Omdat de publicatie van de NEB-lijst op de website van de Commissie haar geloofwaardiger heeft gemaakt, voerde de klager aan dat NEB’s, luchtvaartmaatschappijen en nationale rechtbanken rekening houden met de NEB-lijst en passagiers bijgevolg compensatie weigeren.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en concludeerde dat de publicatie van de NEB-lijst op de website van de Commissie problematisch zou zijn indien de NEB-lijst i) misleidend zou blijken te zijn voor consumenten met betrekking tot de werkelijke oorsprong en aard ervan, of ii) de inhoud van de passagiersrechtenverordening niet naar behoren zou weerspiegelen. Daartoe deed de Ombudsman een voorstel voor een minnelijke schikking met specifieke suggesties aan de Commissie.

In haar antwoord gaf de Commissie een overzicht van de verfijningen die zij in de NEB-lijst had aangebracht en verstrekte zij verdere verduidelijkingen. Ondanks de ontevredenheid van klager over het antwoord van de Commissie, was de Ombudsman van mening dat de verduidelijkingen van de Commissie voldoende tegemoetkomen aan de twee punten die in haar voorstel voor een minnelijke schikking werden genoemd. In het licht van deze overwegingen constateerde de Ombudsman geen wanbeheer van de kant van de Commissie en sloot hij de zaak.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 726/2012/(RA)FOR tegen het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

Woensdag | 06 augustus 2014

De zaak betrof het verzuim van het EASA om belanghebbenden kopieën te verstrekken van notulen van een vergadering van de EASA-adviesgroep van nationale autoriteiten waarin wijzigingen van de vlieg- en diensttijdbeperkingen en rustvereisten voor commercieel luchtvervoer werden besproken.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat het EASA ten onrechte de toegang tot de notulen had geweigerd. Zij doet derhalve een ontwerpaanbeveling om de notulen vrij te geven. Het EASA stemde ermee in de notulen vrij te geven en verbond zich ertoe ervoor te zorgen dat soortgelijke notulen in de toekomst worden vrijgegeven.

De Ombudsman stelde derhalve vast dat het EASA haar ontwerpaanbeveling had aanvaard en sloot het onderzoek af.