Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 800/2011/(NF)GG tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 800/2011/GG - Geopend op Vrijdag | 29 april 2011 - Besluit over Woensdag | 15 juni 2011 - Betrokken instelling Europese Commissie ( Geen verder onderzoek gerechtvaardigd )
Achtergrond van de klacht
1. In maart 2011 beschadigde een aardbeving en daaropvolgende tsunami de kerncentrale in Fukushima, Japan, wat leidde tot radioactieve besmetting in het omliggende gebied.
2. Op 25 maart 2011 heeft de Europese Commissie Uitvoeringsverordening (EU) nr. 297/2011 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de invoer van levensmiddelen en diervoeders van oorsprong uit of verzonden uit Japan naar aanleiding van het ongeval in de kerncentrale van Fukushima [1] vastgesteld. Daarbij heeft de Commissie een regeling [2] tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting in levensmiddelen na een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar opnieuw geactiveerd. Deze regeling voorziet in maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting, die hoger lijken te zijn dan die welke gewoonlijk gelden voor de invoer van levensmiddelen uit derde landen [3].
3. Het optreden van de Commissie kreeg veel aandacht van nationale en Europese media en van niet-gouvernementele organisaties.
4. De klager vreesde dat de bij Verordening (EU) nr. 297/2011 vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus de gezondheid van de burgers negatief zouden kunnen beïnvloeden. Daarom wendde hij zich op 5 april 2011 tot de Europese Ombudsman.
Onderwerp van het onderzoek
5. De Ombudsman was van mening dat het in het onderhavige geval niet nodig was dat klager individuele administratieve stappen ondernam bij de Commissie, aangezien deze duidelijk op de hoogte was van de zaak. De volgende beweringen en beweringen werden dus door de Ombudsman onderzocht.
Bewering:
De Commissie heeft de maximaal toelaatbare niveaus voor radioactieve besmetting in uit Japan ingevoerde levensmiddelen ten gevolge van het ongeval in de kerncentrale van Fukushima op onredelijke wijze verhoogd.
Vordering:
De Commissie moet, in het belang van de gezondheid van de burgers, de maximaal toelaatbare niveaus voor radioactieve besmetting in uit Japan ingevoerde levensmiddelen verlagen.
Het onderzoek
6. Op 29 april 2011 deelde de Ombudsman klager mee dat de Commissie inmiddels op 11 april 2011 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 351/2011 [4] tot wijziging van Verordening (EU) nr. 297/2011 had vastgesteld. Op 13 april 2011 heeft de Commissie bovendien een rectificatie van Verordening (EU) nr. 351/2011 aangenomen. De daarin vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting lijken lager te zijn dan die welke zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 297/2011.
7. Om te beoordelen of het nog steeds nodig zou zijn om de Commissie in deze zaak om advies te vragen, heeft de Ombudsman klager verzocht om uiterlijk op 31 mei 2011 opmerkingen in te dienen over de bovengenoemde nieuwe regels.
8. Van klager zijn geen opmerkingen ontvangen. Om de hieronder uiteengezette redenen achtte de Ombudsman het niet nodig de Commissie om advies te vragen.
Analyse en conclusies van de Ombudsman
A. Vermeende onredelijke verhoging van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting in uit Japan ingevoerde levensmiddelen en de daarmee verband houdende claim
Beoordeling door de Ombudsman
9. De Ombudsman merkt op dat de Commissie met de vaststelling van Verordening (EU) nr. 297/2011 op 25 maart 2011 inderdaad de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting in uit Japan ingevoerde levensmiddelen lijkt te hebben verhoogd ten opzichte van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting die gewoonlijk gelden voor de invoer van levensmiddelen uit derde landen.
10. Op 11 april 2011 heeft de Commissie echter Verordening (EU) nr. 351/2011 vastgesteld. De daarin vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting lijken lager te zijn dan die welke zijn vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 297/2011.
11. De Ombudsman is derhalve van mening dat de Commissie stappen heeft ondernomen om de door klager aan de orde gestelde kwestie aan te pakken.
12. Afgezien van de onderhavige klacht ontving de Ombudsman een aantal andere klachten van burgers die direct of indirect betrekking hadden op de maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting in uit Japan ingevoerde levensmiddelen. Dit deed de Ombudsman geloven dat het grote publiek inziet dat er een gebrek is aan nauwkeurige en betrouwbare informatie over de wijzigingen die zijn aangebracht in de maximaal toegestane niveaus in de nasleep van het ongeval in Fukushima.
13. In deze omstandigheden besloot de Ombudsman een onderzoek op eigen initiatief in te stellen om betrouwbare informatie vast te stellen en beschikbaar te stellen over de maximaal toelaatbare niveaus die van kracht waren voor en na het ongeval in Fukushima, bij voorkeur in de vorm van grafieken en grafieken die het mogelijk zouden maken de relevante maximaal toelaatbare niveaus gemakkelijk te identificeren. De Ombudsman zal het publiek informeren over het resultaat van dit onderzoek op eigen initiatief.
14. Gezien het bovenstaande concludeert de Ombudsman dat er geen redenen zijn voor verder onderzoek naar de onderhavige zaak.
B. Conclusies
Op basis van zijn onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman deze af met de volgende conclusie:
Er zijn geen redenen voor verder onderzoek.
Klager en de Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
P. Nikiforos Diamandouros
Gedaan te Straatsburg op 15 juni 2011
[1] PB L 80 van 26 maart 2011, blz. 5.
[2] Deze regeling is neergelegd in verordening (Euratom) nr. 3954/87 van de Raad van 22 december 1987 (PB 1987, L 371, blz. 11) en verordeningen (Euratom) nr. 944/89 van de Commissie van 12 april 1989 (PB 1989, L 101, blz. 17) en nr. 770/90 van 29 maart 1990 (PB 1990, L 83, blz. 78).
[3] Uit derde landen ingevoerde levensmiddelen vallen gewoonlijk onder verordening (EG) nr. 733/2008 van de Raad van 15 juli 2008 betreffende de voorwaarden voor de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit derde landen ingevolge het ongeval in de kerncentrale van Tsjernobyl (PB 2008, L 201, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1048/2009 van de Raad van 23 oktober 2009 (PB 2009, L 290, blz. 4).
[4] PB L 97 van 12.4.2011, blz. 20.