- NL Nederlands
Machine translations can contain errors potentially reducing clarity and accuracy; the Ombudsman accepts no liability for any discrepancies. For the most reliable information and legal certainty, please refer to the source version in English linked above.
For more information please consult our language and translation policy.
Aanbeveling over de wijze waarop het Asielagentschap van de Europese Unie beschuldigingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten in Griekenland aanpakt (zaak 229/2024/AML)
Recommendation
Case 229/2024/AML - Opened on Monday | 19 February 2024 - Recommendation on Thursday | 02 July 2026 - Institution concerned European Union Agency for Asylum - Country Greece
Complaint submitted
30/01/2024Analysis of the complaint
31/01/2024Inquiry ongoing
19/02/2024Preliminary outcome
02/07/2026Inquiry outcome
De zaak betrof de manier waarop het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) beschuldigingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten op het Griekse eiland Samos heeft aangepakt. De klagers waren bezorgd dat de manier waarop de in de asielondersteuningsteams van het EUAA ingezette caseworkers gesprekken voerden met kwetsbare asielzoekers in strijd was met het EU-recht, en dat het EUAA dit niet had aangepakt. Daarnaast maakten de klagers zich zorgen over de manier waarop het EUAA omging met de meldingen van pushbacks van asielzoekers.
De Ombudsman constateerde dat het EUAA er ten tijde van de klacht niet voor had gezorgd dat de in zijn asielondersteuningsteams ingezette caseworkers bereid waren om naar behoren gesprekken te voeren met kwetsbare asielzoekers, onder meer over de wijze waarop rekening kan worden gehouden met indicatoren van kwetsbaarheden wanneer deze zich voor het eerst tijdens het asielgesprek voordoen. De Ombudsman constateerde voorts dat het EUAA kwetsbare asielzoekers geen passende procedure had geboden om tijdens interviews gemaakte fouten te melden en dergelijke verslagen door het EUAA te laten beoordelen. De Ombudsman stelde vast dat dit wanbeheer vormde en deed vier aanbevelingen aan het EUAA om de tekortkomingen aan te pakken.
De Ombudsman zond deze aanbevelingen ook naar haar tegenhangers van het Europees netwerk van ombudsmannen (ENO), waarin zij hun mening vroeg over de wijze waarop de naleving van de grondrechten wordt gewaarborgd in de samenwerking tussen EUAA-casewerkers en nationale asielambtenaren.
Daarnaast stelde de Ombudsman belangrijke tekortkomingen vast met betrekking tot de wijze waarop het EUAA omging met de openbaarmaking door asielzoekers van ervaringen met pushbacks tijdens interviews. Toen het EUAA tijdens het onderzoek van de Ombudsman begon met de uitvoering van maatregelen om deze tekortkomingen te verhelpen, constateerde zij geen wanbeheer, maar deed zij in plaats daarvan twee suggesties voor verbetering.
Gemaakt overeenkomstig artikel 4, lid 1, van het Statuut van de Europese Ombudsman [1]
Achtergrond van de klacht
1. In 2015, toen het aantal asielaanvragen in de EU ongekende hoogten bereikte, presenteerde de Europese Commissie haar “Europese migratieagenda”.[2] Een van de maatregelen die door de agenda werden ingevoerd, was de “hotspotbenadering”, waarbij EU-agentschappen en lidstaten samenwerken om migratie aan de buitengrenzen van de EU te beheren.
2. In Griekenland heeft de hotspotaanpak geleid tot de ontwikkeling van verschillende faciliteiten voor migratiebeheer op de oostelijke Egeïsche eilanden. Deze faciliteiten, Multi-Purpose Reception and Identification Centres (MPRIC's of RIC's) of Closed Controlled Access Centres (CCAC's)[3] genoemd, ontvangen degenen die over zee in de regio aankomen terwijl ze identificatie-, registratie- en asiel- of terugkeerprocedures doorlopen.
3. In het kader van de hotspotbenadering is het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) aanwezig in deze faciliteiten, op basis van operationele plannen die met Griekenland zijn gesloten. In dat verband zet het EUAA caseworkers in, die onder meer tot taak hebben de Griekse autoriteiten (de Griekse asieldienst, GAS) te ondersteunen bij de behandeling van asielverzoeken.[4] De caseworkers van het EUAA voeren gesprekken met asielzoekers (“asielgesprekken”) en kunnen ook adviezen opstellen over asielverzoeken na gesprekken waar de GAS daarom verzoekt.[5] De transcripties en adviezen van het gesprek worden vervolgens door de Griekse autoriteiten gebruikt om individuele beslissingen over asielverzoeken te nemen.
4. De klagers zijn twee niet-gouvernementele organisaties die rechtsbijstand verlenen aan asielzoekers in het MPRIC van het eiland Samos.
5. Op 24 en 28 november 2022 heeft een van de klagers contact opgenomen met het EUAA om uiting te geven aan zijn bezorgdheid over de wijze waarop EUAA-medewerkers gesprekken voerden met asielzoekers die als “kwetsbare verzoekers” werden beschouwd, aangezien zij het slachtoffer waren van mensenhandel. Zij voerden aan dat medewerkers van het EUAA de traumatische ervaringen van deze verzoekers vaak niet naar behoren hebben onderzocht, wat een negatief effect had op zowel de beoordeling van hun asielverzoeken (aangezien essentiële informatie ontbrak in het dossier), als op hun toegang tot aanvullende steun (zoals speciale waarborgen tijdens de asielprocedure, aangepaste opvangvoorzieningen enz.). Zij hebben bewijs geleverd van de vermeende tekortkomingen, het EUAA verzocht verschillende individuele gevallen opnieuw te onderzoeken en eventuele fouten van EUAA-medewerkers tijdens gesprekken mee te delen aan de Griekse autoriteiten, zodat deze met deze informatie rekening kunnen houden alvorens een besluit te nemen over de betrokken asielaanvragen.
6. Op 13 juni 2023 schreef een van de klagers opnieuw aan het EUAA om soortgelijke bezorgdheid te uiten met betrekking tot andere met name genoemde kwetsbare verzoekers, namelijk slachtoffers van foltering en onmenselijke behandeling. Klager wees er ook op dat sommige asielzoekers tijdens de gesprekken pushbacks [6] van de Griekse autoriteiten hadden gemeld, maar dat het EUAA, voor zover de klagers weten, geen follow-up gaf aan dergelijke meldingen.
7. Het EUAA heeft op geen van de e-mails van de klagers geantwoord.
8. Op 30 januari 2024 richtten de klagers zich tot de Ombudsman, die ontevreden was over het uitblijven van een antwoord van het EUAA en het uitblijven van maatregelen ter zake.
Het onderzoek
9. De Ombudsman opende een onderzoek naar de wijze waarop het EUAA beschuldigingen van schendingen van de grondrechten bij zijn activiteiten in Griekenland aanpakt.
10. De Ombudsman verzocht het EUAA eerst te antwoorden op de e-mails van de klagers. De Ombudsman ontving vervolgens de opmerkingen van de klagers over het antwoord van het EUAA op deze e-mails.
11. Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft vervolgens documenten van het EUAA geïnspecteerd met betrekking tot de klacht, de situatie in de faciliteiten van Samos en de wijze waarop het EUAA omgaat met meldingen van vermeende schendingen van de grondrechten in het algemeen [7].
12. Naar aanleiding van die inspectie verzocht de Ombudsman het EUAA verschillende vragen te beantwoorden en ontving hij de opmerkingen van de klagers over het antwoord van het EUAA op deze vragen.
Asielgesprekken en de follow-up daarvan
Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
Wat betreft het voeren van asielgesprekken
13. In hun klacht bij de Ombudsman beweerden de klagers dat EUAA-medewerkers er tijdens asielgesprekken regelmatig niet in zouden slagen een omgeving te creëren die bevorderlijk is voor de openbaarmaking van de traumatische ervaringen van asielzoekers. Caseworkers zouden ook geen rekening houden met indicatoren van kwetsbaarheid wanneer die naar voren kwamen tijdens interviews, en geen passende follow-upmaatregelen nemen (meestal door de ontdekte kwetsbaarheid door te verwijzen naar de GAS, zodat asielzoekers aanvullende rechten en waarborgen kunnen krijgen, in overeenstemming met het EU-recht). [8] Deze tekortkomingen kunnen het internationaalrechtelijke verbod op refoulement en het grondrecht op asiel in gevaar brengen.[9]
14. In hun opmerkingen over de antwoorden van het EUAA (die later worden toegelicht in de paragrafen 16-21) erkenden de klagers dat het EUAA zich niet in de plaats kan stellen van de nationale autoriteiten bij het nemen van beslissingen over asielaanvragen. Zij benadrukten echter dat het Agentschap er bij de uitvoering van zijn taken nog steeds voor moet zorgen dat zijn medewerkers de EU-wetgeving naleven. Dat betekent dat wanneer medewerkers van het EUAA tijdens een interview kwetsbaarheden vaststellen, deze moeten worden geregistreerd en het GAS moet worden geïnformeerd, zodat het de vereiste beschermende maatregelen kan nemen. Volgens de klagers kan het feit dat de Griekse autoriteiten de kwetsbaarheden niet vóór de interviews hebben vastgesteld, de medewerkers van het EUAA er niet van weerhouden om tijdens de interviews kwetsbaarheidsindicatoren in overweging te nemen. Integendeel, het maakt de rol van de caseworkers van het EUAA nog belangrijker om bij te dragen tot de volledige en doeltreffende bescherming van kwetsbare asielzoekers.
15. De klagers voegden daaraan toe dat de maatregelen die het EUAA tijdens het onderzoek heeft genomen om deze kwesties aan te pakken, ontoereikend bleven. Wat met name de vaststelling van kwetsbaarheidsindicatoren betreft, waren de klagers van mening dat de onlangs ingevoerde procedures van het EUAA niet volstonden om ervoor te zorgen dat snel werd gereageerd op dringende (bijvoorbeeld medische) kwetsbaarheden. Wat de opleiding betreft, benadrukten zij dat het feit dat het Agentschap opleidingen aanbiedt, niet betekent dat het wordt bijgewoond. Zij pleitten voor een gestructureerde aanpak van de opleidingsbehoeften, op basis van een verplicht en regelmatig bijgewerkt opleidingsprogramma.
16. Het EUAA benadrukte dat het zich inzet voor de eerbiediging van de grondrechten bij al zijn activiteiten [10] en onderstreepte de structurele inspanningen die het de afgelopen jaren heeft geleverd om de bescherming van deze rechten verder te waarborgen, namelijk de ontwikkeling van het escalatiemechanisme [11] en het klachtenmechanisme [12] om schendingen van de grondrechten aan te pakken, de benoeming van een grondrechtenfunctionaris die verantwoordelijk is voor het klachtenmechanisme, de reconstitutie van het adviesforum en de vaststelling van de grondrechtenstrategie van het EUAA.
17. Het EUAA erkende dat tekortkomingen tijdens asielgesprekken van tijd tot tijd zullen ontstaan als gevolg van het niet-geautomatiseerde en complexe karakter van deze procedures. Het Agentschap benadrukte echter dat het een kader had opgezet om dergelijke tekortkomingen vast te stellen en aan te pakken. Het EUAA en Griekenland hebben met name een algemene voorafgaande overeenkomst over taken, werkregelingen, standaardwerkprocedures (SOP’s) en opleidingsmaatregelen (met inbegrip van coaching en schaduwvorming). Terwijl caseworkers dagelijks met de GAS werken, zorgt het EUAA voor hun toezicht door de aanwezigheid van teamleiders en veldondersteunende functionarissen. Teamleiders helpen caseworkers bij de voorbereiding van interviews en kunnen ook het door hen geproduceerde materiaal beoordelen voordat het aan de GAS wordt toegezonden. Zij kunnen ook verslag uitbrengen aan het EUAA over alle soorten bijstand die caseworkers nodig hebben (zoals opleiding). Field Support Officers zijn verantwoordelijk voor de coördinatie van en het toezicht op de EUAA-steun op veldniveau door ervoor te zorgen dat de caseworkers werken in overeenstemming met het operationele plan, de hun toegewezen taken, werkregelingen, SOP’s en de EUAA-gedragscode.
18. Wat betreft de specifieke beweringen van de klagers met betrekking tot de opsporing en behandeling van kwetsbare zaken, heeft het EUAA uitgelegd dat de verantwoordelijkheden van zijn medewerkers beperkt zijn.
19. De EUAA-caseworkers in de door de klagers genoemde zaken werden immers ingezet om de GAS te ondersteunen, en niet andere nationale actoren die belast zijn met het uitvoeren van kwetsbaarheidsbeoordelingen. De focus van deze caseworkers tijdens interviews ligt dus op het “uitvoeren van de nodige procedurele waarborgen” die nodig zijn voor de asielzoekers om hun asielverzoeken naar behoren te staven. Ze zijn niet bedoeld om een kwetsbaarheidsbeoordeling uit te voeren — die had moeten worden uitgevoerd voordat het interview plaatsvindt. Als er tijdens het gesprek kwetsbaarheden aan het licht komen, kunnen EUAA-medewerkers een aantal specifieke acties uitvoeren (bijvoorbeeld pauzes) en de GAS vragen het gesprek te verplaatsen of uit te breiden, maar zij kunnen zich niet in de plaats stellen van de autoriteiten van de lidstaten. Hoewel caseworkers geen doorverwijzingen voor kwetsbaarheid kunnen initiëren, delen zij de kwetsbaarheidsindicatoren niettemin mee aan de GAS voor eigen bestudering en follow-up. Vroeger gebeurde dit mondeling, via e-mail of in sommige gevallen via een schriftelijke notitie.
20. Het EUAA benadrukte verder dat caseworkers opleiding, coaching op de werkplek, workshops en schaduwwerk volgen om de kwaliteit van hun werk te waarborgen.
21. Tot slot heeft het EUAA uitgelegd dat het in de loop van het onderzoek verschillende maatregelen heeft ingevoerd om de behandeling van kwetsbaarheden tijdens en na interviews te verbeteren. Vanaf 2025 is het EUAA begonnen met de uitvoering van zijn eigen opleidings- en coachingsplan voor zijn caseworkers in Griekenland, waarbij de deelnemers aan de opleiding rechtstreeks worden geselecteerd. Als gevolg daarvan hebben alle caseworkers van het Samos MPRIC eind 2025 een kwetsbaarheidstraining voltooid. Sinds eind 2024 is het voor caseworkers ook verplicht om een schriftelijke “nota voor het dossier” in te vullen voor alle interviews. Deze nota – waarin alle vastgestelde kwetsbaarheden worden gesignaleerd – wordt na het gesprek aan het GAS voorgelegd met het oog op follow-upmaatregelen.
Wat betreft de follow-up van asielgesprekken door het EUAA
22. De klagers voerden aan dat het EUAA niet beschikte over een passend mechanisme om fouten van caseworkers vast te stellen en te corrigeren. Ten tijde van hun klacht had het EUAA nog steeds geen klachtenmechanisme opgezet. Zij konden geen informatie verkrijgen over alternatieve middelen om klachten in te dienen of over de wijze waarop het EUAA deze zou behandelen. Zij achtten dit ontbreken van rechtsmiddelen onverenigbaar met het recht van elke verzoeker op een eerlijke en doeltreffende beoordeling van zijn asielverzoek.
23. Het EUAA benadrukte dat er mechanismen voor kwaliteitsborging bestaan om ervoor te zorgen dat fouten worden opgespoord en gecorrigeerd. Meer bepaald dragen verschillende maatregelen ertoe bij dat de kwaliteit van het gesprek wordt gewaarborgd voordat het dossier aan de GAS wordt toegezonden. De teamleiders beoordelen alle door de medewerkers van het EUAA opgestelde adviezen en een steekproef van interviews. Er kunnen follow-upmaatregelen worden genomen als tekortkomingen worden vastgesteld, bijvoorbeeld door indien nodig een aanvullend gesprek te voeren. Om werklastredenen is een evaluatie van elk interview echter niet mogelijk, dus worden zaken geprioriteerd op basis van hun complexiteit en de deskundigheid van de caseworkers (“risicogebaseerde aanpak”). Gezien de strikte termijnen die in de nationale wetgeving zijn vastgesteld voor de behandeling van asielgesprekken, is er geen mogelijkheid voor aanvullende toetsingslagen.
24. Na de toezending van het dossier aan het GAS is een ander instrument dat wordt gebruikt om fouten op te sporen, de kwaliteitsfeedbackverslagen, een beoordeling van een steekproef van afgesloten zaken, die gezamenlijk door het EUAA en het GAS worden uitgevoerd. Kwaliteit Feedback Rapporten worden gebruikt om begeleiding te bieden aan alle caseworkers. Daarnaast ontvangen caseworkers van wie de zaak is geanalyseerd ook geïndividualiseerde feedback en krijgen zij de gelegenheid om deze met de twee beoordelaars te bespreken. Het EUAA legde uit dat “aangezien QFR’s gezamenlijk worden uitgevoerd tussen het EUAA en het GAS, het GAS onmiddellijk op de hoogte is van het resultaat van de exercitie en daarom alle corrigerende maatregelen kan nemen die het in een specifiek geval nodig acht”[13]. Deze exercitie “is niet gericht op het “rectificeren” van individuele gevallen” en daarom “kan er geen wijziging worden aangebracht in de uitkomst [van een individueel geval] (d.w.z. in eerste aanleg)”. [14] Dit komt zowel door de anonimisering van de dossiers, wat inhoudt dat het EUAA niet weet welke caseworker aan welk geval heeft gewerkt, als omdat QFR’s worden uitgevoerd in afgesloten zaken - waarvoor het GAS niet langer de bevoegde autoriteit is.
25. Het EUAA herinnerde eraan dat de acties van de medewerkers van het EUAA geen afzonderlijke instantie of procedurele stap vormen, maar alleen worden uitgevoerd om die van de nationale autoriteiten te vergemakkelijken. Deze autoriteiten blijven exclusief verantwoordelijk voor asielbeslissingen.
26. Tot slot heeft het EUAA verklaard dat zijn klachtenmechanisme in 2024 is ingesteld.
27. In hun opmerkingen over de antwoorden van het EUAA benadrukten de klagers dat de door het EUAA gehanteerde “steekproefbenadering” tal van zaken ongecontroleerd liet, met mogelijk zeer ernstige gevolgen voor individuele aanvragers. Zij onderstreepten voorts tegenstrijdigheden met betrekking tot KVK’s, waarbij het EUAA enerzijds uitlegde dat de caseworker geanonimiseerd is en anderzijds dat caseworkers geïndividualiseerde feedback krijgen.
Beoordeling door de Ombudsman die tot een aanbeveling heeft geleid
28. Het EUAA is verplicht om bij de uitvoering van zijn taken de bescherming van de grondrechten te waarborgen overeenkomstig de vereisten van het EU-recht en het nationale asielrecht.[15] Deze verplichting blijft ook gelden wanneer het optreden van het EUAA uitsluitend bestaat uit taken die worden uitgevoerd in een ondersteunende rol en zonder beslissingsbevoegdheid.[16] Bovendien moet het EUAA, met inachtneming van de beginselen van behoorlijk bestuur, bij al zijn activiteiten de nodige zorgvuldigheid betrachten.
29. Bijgevolg moet het EUAA passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de leden van zijn ingezette teams hun verplichtingen nakomen wanneer zij tijdens asielgesprekken met kwetsbare asielzoekers omgaan. [17] Overeenkomstig de EUAA-verordening [18] en de ten tijde van de klacht geldende EUAA-gedragscode [19] betekent dit dat caseworkers die worden ingezet in asielondersteuningsteams van het EUAA op zijn minst doeltreffend rekening moeten kunnen houden met en actie moeten kunnen ondernemen met betrekking tot indicatoren van kwetsbaarheden tijdens interviews, en die interviews zodanig moeten kunnen voeren dat asielzoekers die getraumatiseerd zijn door ervaringen uit het verleden een behoorlijke getuigenis kunnen afleggen ter ondersteuning van hun asielverzoeken. Anders kan hun steun aan de nationale autoriteiten niet toereikend zijn en kunnen nationale beslissingen over asielaanvragen gebrekkig zijn – wat uiteindelijk ernstige gevolgen kan hebben voor mensenlevens [20].
30. Hoewel de nationale autoriteiten binnen een redelijke termijn na de indiening van het verzoek om internationale bescherming (dat wil zeggen gewoonlijk vóór het onderhoud) bijzondere behoeften moeten vaststellen die het gevolg kunnen zijn van kwetsbaarheden,[21] heeft het EUAA toegegeven dat dit niet altijd het geval is [22].
31. Het feit dat de nationale autoriteiten hun verplichtingen met betrekking tot de vaststelling van kwetsbaarheden in een vroeger stadium van de procedure niet zijn nagekomen, ontslaat de medewerkers van het EUAA niet van hun eigen verplichting om die zaken tijdens gesprekken adequaat te behandelen. Integendeel, zoals het Hof in een recente zaak met betrekking tot Frontex in herinnering heeft gebracht, moet het beginsel van loyale samenwerking EU-agentschappen aanmoedigen om nationale autoriteiten te ondersteunen zodat deze autoriteiten hun taken uitvoeren op een wijze die het EU-asielrecht en de grondrechten volledig eerbiedigt.[23] Het ondersteunen van de relevante nationale autoriteiten (in dit geval de Griekse autoriteiten) bij het omgaan met kwetsbaarheid in elke fase van de procedure waarbij het EUAA betrokken is – en dus het onderzoeken en rapporteren van zaken die mogelijk over het hoofd zijn gezien – maakt integraal deel uit van dergelijke steun.
32. Om aan de bovenstaande verplichtingen te voldoen, moet het EUAA ervoor zorgen dat 1) EUAA-caseworkers naar behoren zijn opgeleid om met kwetsbare asielzoekers om te gaan, 2) er een procedure is om kwetsbaarheidsindicatoren die tijdens een interview aan het licht zijn gekomen, aan de nationale autoriteiten te melden, en 3) er een procedure is om fouten van EUAA-caseworkers tijdens interviews te melden en zo nodig te laten corrigeren.
Opleiding van EUAA-caseworkers
33. Uit de inspectie van de Ombudsman bleek dat de medewerkers van het EUAA vóór 2025 niet voldoende waren toegerust om met kwetsbare asielzoekers om te gaan voordat zij de door de klagers gemelde interviews uitvoerden. Als gevolg daarvan kon het Agentschap deze asielzoekers niet garanderen dat hun zaak eerlijk en onpartijdig zou worden behandeld.
34. Ondanks de urgentie van de zaak en na duidelijke en herhaalde waarschuwingen van de klagers en regelmatige input van de teamleiders over opleidingsbehoeften, nam het EUAA meer dan een jaar na zijn eigen kwaliteitsfeedbackverslag 2023 en schaduwoefeningen om generalistische opleidingen over kwetsbaarheid uit te voeren, evenals specifieke opleidingen over mensenhandel en het interviewen van kwetsbare verzoekers. Dit is in strijd met de EUAA-verordening, waarin is bepaald dat het Agentschap verantwoordelijk is om te controleren en ervoor te zorgen dat deelnemers aan asielondersteuningsteams de opleiding hebben genoten die relevant is voor hun taken en functies “vóór of bij de inzet”.[24] Dit vormde wanbeheer .
35. De Ombudsman merkt op dat het EUAA in 2025 is begonnen met de uitvoering van zijn eigen opleidings- en coachingsplan voor de bij de Griekse operatie betrokken caseworkers, waardoor het de controle behoudt over de opleiding van caseworkers die in asielondersteuningsteams werken. Dit is een belangrijke stap. Het is de Ombudsman echter niet duidelijk of de invoering van dit plan zal volstaan om het hierboven beschreven geval van wanbeheer te verhelpen, aangezien de doeltreffendheid ervan zal afhangen van de inhoud en de uitvoering van het plan. Aangezien het EUAA op alle locaties waar het actief is aan dezelfde verplichtingen uit hoofde van zijn verordening is gebonden, moet bovendien lering worden getrokken uit de ervaring op het eiland Samos om soortgelijke kwesties op andere locaties te voorkomen.
36. De Ombudsman beveelt het EUAA daarom aan ervoor te zorgen dat alle caseworkers die deelnemen aan asielondersteuningsteams - gezien de grote kans dat zij kwetsbare verzoekers zullen ondervragen - verplichte, gespecialiseerde en regelmatige opleiding krijgen over kwetsbaarheid en slachtoffers van mensenhandel. Het EUAA moet toezicht houden op deze opleiding en de doeltreffendheid ervan moet regelmatig worden beoordeeld. Dergelijke vereisten moeten worden opgenomen in alle toekomstige operationele plannen, op alle locaties waar het EUAA operationele ondersteuning biedt die rechtstreeks contact met asielzoekers inhoudt.
Markering van kwetsbaarheidsindicatoren die tijdens gesprekken met de Griekse autoriteiten zijn ontdekt
37. Wat betreft het opsporen en signaleren van kwetsbaarheidsindicatoren tijdens interviews, moeten caseworkers die in asielondersteuningsteams worden ingezet, op grond van de gedragscode van het EUAA bevorderen dat asielzoekers passende bijstand krijgen en bijzondere aandacht besteden aan verzoekers die bijzondere behoeften kunnen hebben [25].
38. In het licht van deze verplichting merkt de Ombudsman met bezorgdheid op dat, op basis van het antwoord van het EUAA, tot ver in 2024, toen caseworkers nieuwe kwetsbaarheidsindicatoren identificeerden, dit alleen in sommige scenario’s formeel (via een “nota voor het dossier”) aan de GAS werd meegedeeld, terwijl deze informatie in andere gevallen “via e-mail” of zelfs “mondeling” werd doorgegeven. Deze praktijk lijkt niet verenigbaar met de verplichtingen uit hoofde van de EUAA-gedragscode, noch met de EUAA-verordening, waarin is bepaald dat in de operationele plannen, als onderdeel van de voorwaarden voor en de organisatie van de inzet van asielondersteuningsteams, “maatregelen voor het doorverwijzen van (...) slachtoffers van mensenhandel (...) en andere personen in een kwetsbare situatie naar de bevoegde nationale autoriteiten voor passende bijstand” moeten worden gespecificeerd.[26] Deze voorwaarde wordt in herinnering gebracht in de grondrechtenstrategie van het EUAA.[27] De operationele plannen die ten tijde van de klachten van toepassing waren, bevatten echter geen dergelijke maatregelen, en het huidige plan lijkt tot op heden vaag over deze kwestie [28].
39. Gezien de gevolgen die als “kwetsbaar” worden aangemerkt voor de toegang tot rechten en het toepasselijke rechtskader, vormde de rapportagepraktijk op het eiland Samos ten tijde van de klacht wanbeheer.
40. De Ombudsman waardeert het dat het EUAA tijdens haar onderzoek stappen heeft ondernomen om de kwestie van het signaleren van kwetsbaarheidsindicatoren tijdens interviews aan te pakken. Met name moeten de caseworkers van het EUAA nu voor alle interviews (in tegenstelling tot geselecteerde interviews in het verleden) een “nota voor het dossier” opstellen die met de GAS wordt gedeeld. In deze “opmerking bij het dossier” moet elke kwetsbaarheidsindicator die tijdens het gesprek wordt ontdekt, worden gemarkeerd.
41. Dat gezegd hebbende, wil de Ombudsman de aandacht van het EUAA vestigen op het feit dat deze stap alleen doeltreffend kan zijn als de medewerkers van de zaak duidelijk worden geïnstrueerd om, zelfs op voorlopige wijze, elke indicator van kwetsbaarheid die nog niet in het dossier is opgenomen en die tijdens het interview naar voren komt, te onderzoeken. Daarnaast moet het Agentschap, om ervoor te zorgen dat het EUAA zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten volledig nakomt, de mogelijkheid overwegen om de GAS te vragen feedback te geven over de wijze waarop het met de in de nota vastgestelde indicatoren is omgegaan, en om op die feedback te kunnen reageren. Dit is met name het geval als het gaat om kwetsbaarheden die medische gezondheidszorg vereisen, waarvoor mogelijk snel moet worden opgetreden en follow-up moet worden gegeven buiten het asielproces om.
42. De Ombudsman beveelt daarom aan dat in de operationele plannen van het EUAA duidelijk wordt omschreven welke maatregelen moeten worden genomen om slachtoffers van mensenhandel en andere personen in een kwetsbare situatie voor passende bijstand door te verwijzen naar de bevoegde nationale autoriteiten. Daarnaast moet het EUAA, wat de “nota voor het dossier” betreft, de nationale autoriteiten om bevestiging vragen van de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van vastgestelde kwetsbaarheidsindicatoren, met name met betrekking tot medische kwetsbaarheden. Als het EUAA niet tevreden is met de follow-up van de nationale autoriteiten, moet het de zaak melden aan de raad van bestuur.
Procedure voor het omgaan met fouten die EUAA-medewerkers tijdens interviews hebben gemaakt
43. Wat betreft de follow-up door het EUAA van mogelijke fouten van caseworkers, ontslaat het feit dat er een nationale beroepsprocedure voor asielbesluiten bestaat het EUAA niet van een behoorlijke follow-up van dergelijke fouten tijdens interviews, wat van invloed kan zijn op dergelijke besluiten.
44. Op basis van haar inspectie van de documenten is de Ombudsman niet op de hoogte van de follow-up die het EUAA heeft gegeven aan de behandeling van een individuele zaak, met betrekking tot de meldingen van klagers over mogelijke fouten die door caseworkers zijn gemaakt tijdens een aantal asielgesprekken. Dit is een punt van zorg.
45. Uit het onderzoek blijkt immers dat het EUAA niet zorgt voor een systematische evaluatie van alle transcripties van interviews voordat deze aan de Griekse autoriteiten worden toegezonden, maar veeleer prioriteit geeft aan zaken op basis van hun complexiteit en de deskundigheid van de caseworkers. Dit is te wijten aan de werklast, in combinatie met de strikte termijnen die in de nationale wetgeving zijn vastgesteld. De Ombudsman erkent de uitdagingen waarmee het EUAA in dit verband wordt geconfronteerd.
46. In deze situatie lijkt het nog belangrijker dat er een goede procedure is voor het ontvangen en behandelen van meldingen van fouten die tijdens een interview zijn gemaakt. Vanaf vandaag blijft het echter onduidelijk hoe aanvragers of derde partijen dergelijke verslagen bij het EUAA kunnen indienen en hoe deze vervolgens door het EUAA zouden worden behandeld. Hoewel het toe te juichen is dat het klachtenmechanisme van het EUAA nu is ingesteld, lijkt het niet bedoeld om tegemoet te komen aan klachten over de inhoud van het interview. Het klachtenmechanisme heeft uitsluitend betrekking op “concrete schendingen van de grondrechten” en kan bovendien niet worden gebruikt om een asielbesluit van de nationale autoriteiten aan te vechten. Het is onduidelijk of een klacht over een onderhoud (dat de voorbereidende fase vóór het asielbesluit is) bij gebreke van een besluit als „concreet” genoeg zou worden beschouwd, terwijl een klacht die wordt ingediend nadat het besluit is genomen, waarschijnlijk zou worden opgevat als een betwisting van het besluit zelf en dus als niet-ontvankelijk zou worden beschouwd.
47. Naast de vraag naar de reikwijdte ervan zijn de toepasselijke termijnen (30 werkdagen om de ontvankelijkheid van een klacht te beoordelen, zes maanden om deze te behandelen en, op het eerste gezicht, geen opschortende werking) en de aard van mogelijke follow-upmaatregelen (disciplinaire sancties, verwijzing naar de bevoegde autoriteiten voor civiele of strafrechtelijke procedures en schadevergoeding)[29] niet geschikt om meldingen van fouten die tijdens gesprekken met asielzoekers zijn gemaakt, te beoordelen en op te volgen (bijvoorbeeld door dergelijke gesprekken opnieuw te plannen of de besluitvorming over het dossier op te schorten).
48. Volgens de Ombudsman zijn andere kanalen nodig, die een snellere en minder administratieve verwerking van verslagen mogelijk zouden maken, zoals die welke aanvankelijk door de klagers bij het EUAA werden ingediend. Dit moet zowel in het belang van het EUAA als van de asielzoeker zijn. Een mogelijkheid zou bijvoorbeeld kunnen zijn om de zaak in kwestie op te nemen in de steekproef van zaken voor toetsing vóór verzending.
49. Tot slot is de Ombudsman bezorgd dat, zelfs wanneer fouten worden vastgesteld door het EUAA en de GAS zelf als onderdeel van een kwaliteitsfeedbackverslag, geen corrigerende maatregelen worden genomen in individuele gevallen. Hoewel het EUAA uitlegt dat dit komt omdat de herziening is bedoeld om te worden uitgevoerd op “gesloten zaken”, betekent het feit dat een zaak is afgesloten op GAS-niveau niet dat het doorgeven van die fout overbodig wordt. De aanvrager kan nog steeds betrokken zijn (of zal betrokken zijn) bij andere procedures waar deze informatie relevant kan zijn.
50. Uit het bovenstaande volgt dat er, tenzij het gesprek van een verzoeker is geselecteerd als onderdeel van een steekproef voor toetsing voorafgaand aan de toezending aan de Griekse autoriteiten, geen procedure bestaat om meldingen van een tijdens een gesprek gemaakte fout doeltreffend te behandelen, onder meer door de relevante documentatie te herzien. Zelfs wanneer het interview van een persoon in de steekproef van QFR’s wordt opgenomen en fouten worden ontdekt, worden in individuele gevallen geen corrigerende maatregelen genomen.
51. De Ombudsman is daarom bezorgd over het feit dat het huidige toetsingssysteem lacunes in het toezicht bevat die kunnen leiden tot niet-geïdentificeerde of niet-geadresseerde fouten tijdens interviews, die de correctie van dergelijke fouten kunnen voorkomen, of, indien het dossier al aan de GAS is toegezonden, hun tijdige communicatie met de volgende actor, zodat zij passende corrigerende maatregelen kunnen nemen (zoals het opnieuw voeren van het interview of het opschorten van een geplande terugkeer). Dit ondanks de bevinding van de Ombudsman van wanbeheer in een soortgelijke zaak acht jaar geleden [30].
52. Over het algemeen is de Ombudsman van oordeel dat het verzuim van het EUAA om asielzoekers een passende procedure te bieden om tijdens gesprekken gemaakte fouten te melden en dergelijke verslagen door het EUAA te laten beoordelen, wanbeheer vormt.
53. Om deze situatie aan te pakken, beveelt de Ombudsman het EUAA aan een interne procedure vast te stellen, met inbegrip van een centraal contactpunt, om derden of verzoekers in staat te stellen fouten in het verloop van een asielgesprek te melden. Voorts moet het EUAA, wanneer het beschuldigingen ontvangt dat een dergelijke fout is gemaakt, de zaak tijdig beoordelen. Als de zaak nog steeds bij het asielondersteuningsteam van het EUAA ligt, moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen om de fout te corrigeren. In gevallen waarin het EUAA kennis krijgt van een fout nadat het door zijn asielondersteuningsteam voorgestelde materiaal is doorgestuurd naar de GAS (bijvoorbeeld als onderdeel van een QFR), moet het EUAA ervoor zorgen dat deze informatie snel wordt doorgestuurd naar de relevante nationale autoriteiten en naar de verzoeker, zodat er naar behoren rekening mee kan worden gehouden in komende procedures, zoals beroepsprocedures of volgende verzoeken.
54. De Ombudsman zal haar tegenhangers in het Europees netwerk van ombudsmannen in kennis stellen van haar verschillende aanbevelingen in deze afdeling, zodat laatstgenoemden, indien zij daartoe besluiten, kunnen nagaan hoe de eerbiediging van de grondrechten wordt gewaarborgd in de samenwerking tussen EUAA-casewerkers en nationale asielambtenaren.
Follow-up van vermeende schendingen van de grondrechten door een ontvangende lidstaat
Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
55. De klagers voerden aan dat EUAA-medewerkers regelmatig geen onderzoek hebben gedaan naar mogelijke schendingen van de grondrechten door de Griekse autoriteiten – met name pushbacks en grensgeweld – die door asielzoekers tijdens asielgesprekken werden gemeld. Volgens de klagers dreigt het EUAA, door er niet voor te zorgen dat zijn medewerkers dergelijke schendingen onderzoeken en melden, zich medeplichtig te maken aan deze situatie door weglating, aangezien het stilzwijgen van het EUAA dergelijke schendingen ongesanctioneerd zou laten voortduren in de omgeving waarin het Agentschap actief is.
56. De klagers waren voorts van mening dat het niet waarborgen van goed onderzoek en rapportage van deze ervaringen indruiste tegen verschillende verplichtingen van het EUAA. Dit omvatte met name de verplichting voor EUAA-werknemers om elke door de ontvangende lidstaat of EU-organen in het kader van operationele activiteiten begane schending te melden [31], de verplichting om tijdig en nauwkeurig informatie uit te wisselen met nationale autoriteiten [32] en de verplichting om inzet op te schorten of te beëindigen wanneer er sprake is van ernstige of aanhoudende schendingen van de grondrechten door de ontvangende lidstaat [33].
57. Wat dit laatste betreft, hebben de klagers verder kritiek geuit op de vertraging die het Agentschap heeft opgelopen bij de instelling van een intern mechanisme voor de behandeling van externe verslagen over schendingen van de grondrechten door de lidstaten. Zij riepen op tot de ontwikkeling van duidelijke en transparante procedures voor het registreren van schendingen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de grondrechtenfunctionaris van het EUAA en de Europese Commissie dienovereenkomstig worden geïnformeerd.
58. Het EUAA heeft uitgelegd dat het dergelijke meldingen van vermeende schendingen van de grondrechten door de ontvangende lidstaat alleen kan onderzoeken in het kader van de beperkte gevallen als bedoeld in artikel 18, lid 6, punt c), van zijn verordening, dat voorziet in de opschorting of beëindiging van EUAA-asielondersteuningsteams in gevallen van “schendingen van de grondrechten of internationale beschermingsverplichtingen door de ontvangende lidstaat die van ernstige aard zijn of waarschijnlijk zullen voortduren”. Het Agentschap neemt meldingen van niet-naleving van de grondrechten echter serieus en kanaliseert deze als relevant - bijvoorbeeld aan de grondrechtenfunctionaris, de raad van bestuur of nationale autoriteiten, wanneer het van oordeel is dat die meldingen ernstig genoeg zijn.
59. Wat interne rapportage betreft, werkt het EUAA sinds 2024 aan een “escalatiemechanisme”, dat een gestructureerde en systemische identificatie, rapportage en escalatie mogelijk maakt van schendingen die als zodanig kunnen worden aangemerkt op grond van artikel 18, lid 6, punt c).
60. Het EUAA legde verder uit dat het zich niet bezighoudt met grensbeheeractiviteiten. Aangezien pushback-incidenten niet relevant zijn voor de asielaanvraag, hoeven ze niet noodzakelijkerwijs te worden onderzocht tijdens het asielgesprek. In plaats daarvan zullen verzoekers in kennis worden gesteld van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de grondrechtenfunctionaris van het Griekse ministerie van Migratie en Asiel; en caseworkers sturen een incidentverslag naar het management van het EUAA, dat op zijn beurt de Griekse autoriteiten op de hoogte brengt. Het EUAA benadrukte dat het geen bewijs had gevonden van zijn medewerkers die verzoekers ervan weerhielden dergelijke ervaringen openbaar te maken.
Beoordeling door de Ombudsman
61. Het valt niet te ontkennen dat pushbacks kunnen leiden tot ernstige schendingen van de grondrechten.[34] Het EUAA is niet verantwoordelijk voor mogelijke schendingen van de grondrechten door Griekenland of een andere lidstaat waarbij zij niet betrokken zijn. Het Agentschap kan echter geen signalen negeren dat dergelijke schendingen zich kunnen voordoen. In het kader van een eerder onderzoek tegen Frontex heeft de Ombudsman reeds gewaarschuwd voor de ernstige juridische en reputatiegevolgen die voortzetting van de samenwerking met een lidstaat die verantwoordelijk is voor schendingen van de grondrechten kan hebben.[35] De Ombudsman heeft ook herinnerd aan (punt 31) recente rechtspraak waarin het Hof duidelijk heeft verklaard dat de verplichting tot loyale samenwerking niet betekent dat een lidstaat blind vertrouwen heeft in het optreden van een lidstaat, maar integendeel dat hij wordt ondersteund bij de naleving van zijn verplichtingen op het gebied van het EU-recht en de grondrechten. [36]
62. Indien correct uitgevoerd, bieden individuele interviews met asielzoekers de mogelijkheid om schendingen van de grondrechten te identificeren die door hen kunnen worden gemeld, gezien het rechtstreekse contact met de potentiële slachtoffers van dergelijke schendingen of hun vertegenwoordigers.
63. De Ombudsman is van mening dat asielzoekers in beginsel alle gelegenheid moeten krijgen om schendingen van hun rechten te melden, ook door de lidstaat. Dergelijke informatie moet systematisch worden geregistreerd en doorgegeven aan de relevante actoren binnen het EUAA (met inbegrip van de grondrechtenfunctionaris, gezien zijn rol uit hoofde van artikel 18, lid 6, van de EUAA-verordening), en ook aan de Europese Commissie. Dit moet deze laatste in staat stellen zijn rol als hoedster van de Verdragen en beschermer van de EU-begroting te vervullen door dergelijke informatie op te nemen in zijn toezichthoudende taken. Deze verplichting vloeit voort uit het mandaat van het EUAA en weerspiegelt een positieve plicht om ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd voor schendingen van de grondrechten [37].
64. Op basis van de inspectie van de documenten van het EUAA en gezien de recente procedurele wijzigingen die het EUAA heeft doorgevoerd, kan de Ombudsman nog geen definitieve conclusies trekken over de doeltreffendheid van het (toekomstige) escalatiemechanisme. Zij merkt echter op dat het niet nodig lijkt verslag uit te brengen aan de Commissie. Om die reden verzoekt de Ombudsman het EUAA om haar bij het beantwoorden van haar aanbeveling een update te geven over de stand van zaken van het escalatiemechanisme en de volgende stappen voor de vaststelling en uitvoering ervan. Om het EUAA te ondersteunen bij zijn huidige proces van ontwikkeling van een gestructureerde en systematische aanpak voor het opsporen, melden en escaleren van schendingen van de grondrechten, zal de Ombudsman hieronder twee gerelateerde suggesties voor verbetering doen.
65. De Ombudsman merkt voorts op dat het EUAA zich in het verleden [38] bereid had verklaard zijn regels voor het beëindigen of opschorten van uitzendingen openbaar te maken. Zij herhaalt dat een dergelijke transparantie het vertrouwen in zowel de bestaande als de toekomstige rapportagekaders zou versterken en moedigt het EUAA aan zijn toezegging na te komen.
Aanbevelingen
Op basis van het onderzoek naar deze klacht doet de Ombudsman de volgende vier aanbevelingen aan het Asielagentschap van de Europese Unie:
- Het EUAA moet ervoor zorgen dat alle caseworkers die deelnemen aan asielondersteuningsteams - gezien de grote kans dat zij kwetsbare verzoekers zullen ondervragen - een verplichte, gespecialiseerde en regelmatige opleiding krijgen over kwetsbaarheid en slachtoffers van mensenhandel. Het EUAA moet toezicht houden op deze opleiding en de doeltreffendheid ervan moet regelmatig worden beoordeeld. Dergelijke vereisten moeten worden opgenomen in alle toekomstige operationele plannen, op alle locaties waar het EUAA operationele ondersteuning biedt die rechtstreeks contact met asielzoekers inhoudt.
- In de operationele plannen van het EUAA moeten de maatregelen voor het doorverwijzen van slachtoffers van mensenhandel en andere personen in een kwetsbare situatie naar de bevoegde nationale autoriteiten voor passende bijstand duidelijk worden omschreven.
- Wat de “nota voor het dossier” betreft, moet het EUAA de nationale autoriteiten om bevestiging vragen van de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van vastgestelde kwetsbaarheidsindicatoren, met name met betrekking tot medische kwetsbaarheden. Als het EUAA niet tevreden is met de follow-up van de nationale autoriteiten, moet het de zaak melden aan de raad van bestuur.
- Het EUAA moet een interne procedure vaststellen, met inbegrip van een centraal contactpunt, om derden of verzoekers in staat te stellen fouten in het verloop van een asielgesprek te melden. Voorts moet het EUAA, wanneer het beschuldigingen ontvangt dat een dergelijke fout is gemaakt, de zaak tijdig beoordelen. Als de zaak nog steeds bij het asielondersteuningsteam van het EUAA ligt, moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen om de fout te corrigeren. In gevallen waarin het EUAA kennis krijgt van een fout nadat het door zijn asielondersteuningsteam voorgestelde materiaal is doorgestuurd naar de GAS (bijvoorbeeld als onderdeel van een QFR), moet het EUAA ervoor zorgen dat deze informatie snel wordt doorgestuurd naar de relevante nationale autoriteiten en naar de verzoeker, zodat er naar behoren rekening mee kan worden gehouden in komende procedures, zoals beroepsprocedures of volgende verzoeken.
Het Asielagentschap van de Europese Unie en de klagers zullen van deze aanbevelingen in kennis worden gesteld. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het Statuut van de Europese Ombudsman zendt het Asielagentschap van de Europese Unie uiterlijk op 8 oktober 2026 een omstandig advies toe.
Suggesties voor verbetering
Daarnaast doet de Ombudsman de volgende twee suggesties voor verbetering:
- Het EUAA moet een evaluatie starten van zijn huidige rapportagesysteem voor vermeende schendingen van de grondrechten door de ontvangende lidstaat, teneinde de doeltreffendheid en tekortkomingen ervan te beoordelen. Het resultaat moet dienen om, indien relevant, het systeem onmiddellijk te verbeteren en als basis te dienen voor de ontwikkeling en uitvoering van het escalatiemechanisme. Zodra het escalatiemechanisme is opgezet, moeten duidelijke instructies worden gestuurd naar asielondersteuningsteams met betrekking tot hun zorgvuldigheidsverplichtingen op het gebied van rapportage, en naar lijnmanagers met betrekking tot het systematisch kanaliseren van dergelijke verslagen naar het escalatiemechanisme.
- Los van de verplichtingen uit hoofde van artikel 18, lid 6, onder c), moet het EUAA ervoor zorgen dat, wanneer het kennis krijgt van informatie dat een lidstaat waarin het actief is het EU-recht schendt of het Handvest schendt, dit aan de Commissie wordt gemeld. Dit zou ook moeten gelden voor meldingen van pushbacks.
Teresa Anjinho
Europese Ombudsman
Straatsburg, 02/07/2026
[1] Beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=uriserv%3AOJ.L_.2021.253.01.0001.01.ENG&toc=OJ%3AL%3A2021%3A253%3ATOC
[2] Een Europese migratieagenda, COM(2015) 240 final, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:52015DC0240
[3] Voor een overzicht van bestaande faciliteiten, zie: https://asylumineurope.org/reports/country/greece/asylum-procedure/access-procedure-and-registration/reception-and-identification-procedure/
[4] Maatregel EL-AS 1: Asielondersteuning, operationeel plan van het EUAA voor Griekenland 2022-2024 (zoals van toepassing ten tijde van de klacht), beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/EL_OP_amendment_3_FINAL.pdf
[5] Zie het operationeel plan 2022-2024 EUAA-Griekenland, amendementen 1 en 2, van toepassing ten tijde van de uitwisselingen tussen de klager en het EUAA: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/EL_OP_amendment_rev29032022_Final.pdf & https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/EL_OP_amendment_2_FINAL.pdf
[6] Pushbacks worden door de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten gedefinieerd als “verschillende door staten genomen maatregelen die ertoe leiden dat migranten, met inbegrip van asielzoekers, op staande voet worden gedwongen terug te keren naar het land vanwaar zij een internationale grens probeerden over te steken of hebben overschreden zonder toegang tot internationale bescherming of asielprocedures, of dat elke individuele beoordeling van hun beschermingsbehoeften wordt ontzegd die kan leiden tot een schending van het beginsel van non-refoulement”. Zie: https://www.ohchr.org/en/special-procedures/sr-migrants/report-means-address-human-rights-impact-pushbacks-migrants-land-and-sea
[7] De geïnspecteerde documenten werden door het EUAA als vertrouwelijk beschouwd.
[8] De klagers voerden een schending aan van met name de artikelen 4, 15, 16 en 24 van Richtlijn 2013/32/EU wat betreft de asielprocedure (asielprocedurerichtlijn, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2013/32/oj/eng), artikelen 21, 22 en 25 van Richtlijn 2013/33/EU (richtlijn opvangvoorzieningen, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex%3A32013L0033) wat betreft opvangvoorzieningen, en artikel 4 van Richtlijn 2011/95/EU (kwalificatierichtlijn, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2011/95/oj/eng).
[9] Artikel 33 van het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het bijbehorende protocol van 1967 (beschikbaar op: https://www.unhcr.org/sites/default/files/2025-02/1951-refugee-convention-1967-protocol.pdf), alsook artikel 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/treaty/char_2012/oj/eng). Daarnaast voerden de klagers verder een schending van de artikelen 19, 21 en 41 van het Handvest aan.
[10] Overeenkomstig Verordening (EU) 2021/2303 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie, met name artikel 57, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng
[11] Een escalatiemechanisme om door de ontvangende lidstaat begane schendingen te melden, als input voor de procedure van artikel 18, lid 6, van Verordening (EU) 2021/2303.
[12] Artikel 51 van Verordening (EU) 2021/2303 voorziet in een klachtenmechanisme voor schendingen van de grondrechten door deelnemers aan operationele activiteiten van het EUAA.
[13] Eerste antwoord van het EUAA, https://www.ombudsman.europa.eu/doc/correspondence/228628, blz. 8.
[14] Tweede antwoord van het EUAA, https://www.ombudsman.europa.eu/doc/correspondence/228629, blz. 21.
[15] De hierboven aangehaalde artikelen 57 en 58 van Verordening (EU) 2021/2303 zijn beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng
[16] Naar analogie, zaak C-679/23 P, arrest van het Hof van 18 december 2025, WS e.a./Frontex (Gezamenlijke Terugkeeroperatie), punten 90-134, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:62023CJ0679.
[17] Met name de artikelen 14, 15 en 16 van Richtlijn 2013/32/EU (Aanvragers moeten interviewvoorwaarden worden aangeboden die hen in staat stellen hun aanvraaggronden volledig en volledig uiteen te zetten, die vertrouwelijkheid waarborgen en die hen in staat stellen uit te leggen wat er ontbreekt of inconsistent is), artikel 4 van Richtlijn 2013/32/EU, artikel 25 van Richtlijn 2013/33/EU (Zakenwerkers moeten een passende opleiding krijgen, onder meer over kwetsbaarheid, onder meer over de behoeften van slachtoffers van foltering) en artikel 24 van Richtlijn 2013/32/EU en de artikelen 21, 22 en 25 van Richtlijn 2013/33/EU (Kwetsbare groepen moeten specifieke waarborgen genieten om hen in staat te stellen hun rechten en verplichtingen op voet van gelijkheid met andere verzoekers uit te oefenen. Laatstgenoemde richtlijn bevat een aantal van dergelijke waarborgen, waaronder het stopzetten van de toepassing van versnelde procedures. Dergelijke steun moet ook worden verleend indien de noodzaak zich tijdens de asielprocedure voordoet.) Daarnaast moet worden opgemerkt dat slachtoffers van mensenhandel aanvullende waarborgen genieten, zoals het verbod op de tenuitvoerlegging van uitzettingsbevelen tegen hen tijdens de bedenktijd (artikel 6 van Richtlijn 2004/81/EG van de Raad).
[18] De artikelen 57 en 58 van de EUAA-verordening (2021/2303) en de overwegingen 41 en 42 zijn beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng. Voor een volledige analyse, zie de beoordeling hieronder.
[19] Met name artikel 6, onder b) en c), van de gedragscode van het voormalige Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), thans het EUAA, thans deel 6 van de gedragscode van het EUAA. Zie voor een volledige analyse de beoordeling in de paragrafen 37 en 38 van deze aanbeveling. De EASO-gedragscode is beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/EASO%20Code%20of%20Conduct%20-%20Oct16%20.pdf ; De gedragscode van het EUAA is beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/2022-06/code_of_conduct_20220617.pdf
[20] In haar besluit over klacht 1139/2018/MDC stelde de Ombudsman vast dat de fouten van de toenmalige deskundigen van het EASO mogelijk hebben bijgedragen tot de deportatie van een asielzoeker, die vervolgens dood werd gevreesd. Zaak beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/en/119726
[21] Artikel 24 van Richtlijn 2013/32/EU, hierboven geciteerd, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2013/32/oj/eng
[22] Zie de punten 18-19 van deze aanbeveling en blz. 6-8 van het tweede antwoord van het EUAA.
[23] Naar analogie, Zaak C-679/23 P, hierboven geciteerd, punten 107-108, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:62023CJ0679.
[24] Artikel 8, lid 6, van Verordening (EU) 2021/2303 (EUAA-verordening), beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng
[25] Artikel 6, onder b) en c), van de EASO-gedragscode, thans deel 5 van de EUAA-gedragscode. De EASO-gedragscode is beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/EASO%20Code%20of%20Conduct%20-%20Oct16%20.pdf; De gedragscode van het EUAA is beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/2022-06/code_of_conduct_20220617.pdf
[26] Artikel 18, lid 2, punt m), van Verordening (EU) 2021/2303 (EUAA-verordening), beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng
[27] Zie specifieke doelstelling 1.2 van de grondrechtenstrategie 2024-2028 (EUAA/MB/2024/130): Er bestaan procedures voor het organiseren van operationele en technische bijstand op een wijze die de grondrechten en met name criterium 1.2.2 volledig eerbiedigt: De operationele plannen bevatten een gedetailleerde en duidelijke beschrijving van de verplichtingen van het Agentschap met betrekking tot de grondrechten, waarin staat: “Overeenkomstig artikel 18, lid 2, punt m), van de EUAA-verordening zullen de operationele plannen maatregelen bevatten voor de leden van de asielondersteuningsteams om personen die internationale bescherming behoeven, slachtoffers van mensenhandel, kinderen en andere personen in een kwetsbare situatie voor passende bijstand door te verwijzen naar de bevoegde nationale autoriteiten. Gedetailleerde maatregelen worden ofwel expliciet geformuleerd als operationele randvoorwaarde, ofwel gericht op een specifieke prioritaire uitvoeringsmaatregel. (...).”. De grondrechtenstrategie is beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/2024-10/mbd_166_2024_fr_strategy_final.pdf
[28] Concreet wordt daarin bepaald dat de regels en voorwaarden voor de uitrol, „met inbegrip van, indien beschikbaar, gedetailleerde informatie over [verwijzings]maatregelen” (cursivering van mij) beschikbaar zullen zijn op een intern platform.
[29] Zie de artikelen 6, 9, 10 en 11 van Besluit nr. 159 van de raad van bestuur van het EUAA betreffende de instelling van het klachtenmechanisme, beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/2024-10/159_mb_decision_complaints_mechanism.pdf
[30] Zie zaak 1139/2018/MDC, hierboven geciteerd, beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/en/119726
[31] Afdeling 20 (Verplichting om verslag uit te brengen) van de gedragscode van het EUAA die van toepassing is op alle deskundigen die deelnemen aan het asielondersteuningsteam (33/2025); en vóór 2025, artikel 19 (Verslaglegging) van de EASO-gedragscode voor personen die deelnemen aan operationele ondersteuningsactiviteiten van het EASO. De EASO-code is beschikbaar op: https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/EASO%20Code%20of%20Conduct%20-%20Oct16%20.pdf ; de EUAA-code op https://www.euaa.europa.eu/sites/default/files/2022-06/code_of_conduct_20220617.pdf
[32] Artikel 4 van Verordening (EU) 2021/2303, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng
[33] Artikel 18, lid 6, punt c), van Verordening (EU) 2021/2303, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng
[34] In twee arresten uit 2025 heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens sterke aanwijzingen gevonden voor een systematische praktijk van pushbacks door de Griekse autoriteiten in de regio van de rivier de Evros (A.R.E tegen Griekenland, verzoekschrift nr. 15783/21, arrest van 7 januari 2025, beschikbaar op: https://hudoc.echr.coe.int/eng#{%22itemid%22:[%22001-240242%22]}, en ook van de Egeïsche eilanden, waar de klagers actief zijn (G.R.J. tegen Griekenland, aanvraag nr. 15067/21, arrest van 7 januari 2025, beschikbaar op: https://hudoc.echr.coe.int/eng#{%22itemid%22:[%22001-243431%22]}).
[35] Zie het besluit van de Europese Ombudsman over de wijze waarop het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) voldoet aan zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten met betrekking tot opsporing en redding in het kader van zijn maritieme bewakingsactiviteiten, met name het scheepswrak Adriana, OI/3/2023/MHZ, punten 71-78, beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/en/182665
[36] Arrest in zaak C-679/23 P, reeds aangehaald, punten 107-108, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:62023CJ0679
[37] Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van de EUAA-verordening (beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj/eng), heeft het Agentschap een bredere positieve verplichting – zoals uiteengezet in zijn mandaat – om bij te dragen tot het waarborgen van de efficiënte en uniforme toepassing van het Unierecht inzake asiel in de lidstaten op een wijze die de grondrechten volledig eerbiedigt.
[38] Slotnota over het strategisch initiatief van de Europese Ombudsman betreffende de wijze waarop het Asielagentschap van de EU zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten nakomt en de verantwoordingsplicht voor mogelijke schendingen waarborgt (SI/4/2022/MHZ), beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/doc/closing-note/en/166550