Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 142 resultaten weergeven
Besluit over de wijze waarop de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap is omgegaan met bezorgdheid over de naleving van het nationale recht en het ontslag van een deskundige in het kader van een door de EU gefinancierd project (geval: 2803/2025/FA)
Donderdag | 04 juni 2026
Klager werkte als deskundige voor een externe EU-contractant aan een door de EU gefinancierd project in Tanzania dat werd beheerd door de delegatie van de Europese Unie in Tanzania en de Oost-Afrikaanse Gemeenschap. Klager beweerde dat de contractant de Tanzaniaanse wetgeving had geschonden door zich niet in Tanzania te registreren, waardoor hij geen geldige werkvergunning kon verkrijgen. Vervolgens heeft de contractant klager in kennis gesteld van zijn besluit om zijn contract op te zeggen, rekening houdend met de door de EU-delegatie geuite bezorgdheid over het werk van klager.
De Ombudsman opende een onderzoek naar de bezorgdheid van klager over de wijze waarop de delegatie beide zaken heeft behandeld. In dit verband verwees de Ombudsman naar haar vaste standpunt dat wanneer EU-instellingen op zoek zijn naar de vervanging van deskundigen die aan EU-projecten werken, deze personen moeten worden gehoord voordat zij worden vervangen. Hoewel de Commissie betoogde dat zij niet om vervanging van de deskundige had gevraagd, stelde de Ombudsman vast dat de Commissie betrokken was geweest bij het vervangingsbesluit. De Ombudsman stelde derhalve vast dat de Commissie er niet voor heeft gezorgd dat het recht van klager om te worden gehoord vóór zijn vervanging werd geëerbiedigd, hetgeen neerkwam op wanbeheer. Ze deed een suggestie voor verbetering om te voorkomen dat het probleem zich in de toekomst voordoet.
Bovendien stelde de Ombudsman vast dat, aangezien het contract van klager was beëindigd, geen verder onderzoek naar de kwestie van de werkvergunning gerechtvaardigd was. Desalniettemin deed zij een suggestie voor verbetering aan de Commissie, waarin zij haar verzocht de zaak te verifiëren, aangezien dit gevolgen kan hebben voor andere deskundigen die aan het EU-project werken.
Hoe het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) een aanbestedingsprocedure heeft uitgevoerd voor de levering van kledinguitrusting
Woensdag | 07 januari 2026
De wijze waarop de delegatie van de Europese Unie in Libanon verzoeken van plaatselijke functionarissen om betaling van een uitkering bij vertrek heeft behandeld
Donderdag | 23 oktober 2025
Besluit over de tijd die de Europese Commissie nodig heeft om betalingen aan een dienstverlener en zijn subcontractant af te handelen (OI/2/2025/LA)
Maandag | 06 oktober 2025
Hoe de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) (de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië) een aanbesteding heeft uitgeschreven voor beveiligingsdiensten
Donderdag | 03 juli 2025
De tijd die de Europese Commissie nodig heeft om betalingen aan een dienstverlener en zijn onderaannemer af te handelen
Dinsdag | 24 juni 2025
Besluit over de wijze waarop EUCAP Sahel Mali een verzoek om herziening van de salaristrap van een personeelslid heeft behandeld (568/2025/ET)
Dinsdag | 17 juni 2025
Hoe het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) een verzoek om toegang van het publiek tot documenten met de persoonsgegevens van de klager heeft behandeld
Vrijdag | 23 mei 2025
Besluit inzake de weigering van het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) om een “excellentiekeurmerk” toe te kennen aan een voorstel voor financiering in het kader van een EU-programma voor postdoctorale beurzen (zaak 1804/2024/FA)
Vrijdag | 02 mei 2025
De zaak betrof het besluit van het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) om geen “excellentiekeurmerk” toe te kennen aan een voorstel voor EU-financiering in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen uit 2023 voor de Marie Sklodowska-Curie Postdoctoral Fellowship (MSCA-PF), die deel uitmaakt van het Horizon Europa-programma van de EU. REA had geweigerd het excellentiekeurmerk aan het voorstel toe te kennen omdat verzoekster in het Verenigd Koninkrijk was gevestigd.
De Ombudsman constateerde dat het REA een redelijke verklaring voor zijn besluit had gegeven en in overeenstemming met de toepasselijke regels had gehandeld. Als zodanig sloot ze het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. Zij deed echter een suggestie voor verbetering aan het REA om de klager en andere in het VK gevestigde aanvragers in dezelfde situatie een toelichting te verstrekken en/of een openbare verklaring af te geven waarin de specifieke situatie van in het VK gevestigde aanvragers in de oproepen tot het indienen van voorstellen van de MSCA-PF van 2023 wordt verduidelijkt, met name met betrekking tot het excellentiekeurmerk.
Hoe heeft de missie van de Europese Unie voor capaciteitsopbouw van de EDEO in Mali een verzoek om herziening van de salaristrap van een personeelslid behandeld?
Dinsdag | 08 april 2025
De weigering van de Europese Commissie (delegatie van de Europese Unie aan Algerije) om een contractant het eindverslag over het onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) te verstrekken
Vrijdag | 04 april 2025
Besluit over de terugvordering door het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA) van middelen die zijn betaald aan een subsidieontvanger in het kader van het programma Europa voor de burger (zaak 381/2024/FA)
Vrijdag | 14 februari 2025
De zaak betrof het besluit van het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA) om middelen terug te vorderen die aan een organisatie zonder winstoogmerk waren betaald voor een project dat werd gefinancierd in het kader van het programma Europa voor de burger.
Het EACEA verwierp het verzoek van klager om verlenging van het project en stelde vast dat bepaalde door klager gedeclareerde kosten niet-subsidiabel waren, omdat het ging om activiteiten die na de einddatum van het project werden uitgevoerd of om activiteiten met een ontoereikend aantal deelnemers.
In de loop van het onderzoek erkende het EACEA dat er tekortkomingen waren in de manier waarop het met klager communiceerde over de mogelijke verlenging van het project, en bood het aan klager hiervoor te compenseren. De Ombudsman juichte dit toe.
De Ombudsman stelde vast dat het standpunt van het EACEA over de verlenging van het project en over de terugvordering van middelen redelijk was en in overeenstemming met de toepasselijke regels. De zaak werd daarom afgesloten met de conclusie dat er geen sprake was van wanbeheer door het EACEA.
Besluit over de terugvordering door de Europese Commissie van middelen die aan een ngo zijn betaald in het kader van een door de EU gefinancierd project in Burkina Faso (zaak 1264/2024/FA)
Maandag | 09 december 2024
Hoe het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten nakomt in het kader van zijn opsporings- en reddingsactiviteiten
Donderdag | 05 december 2024
Besluit over de wijze waarop het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) zijn verplichtingen op het gebied van de grondrechten nakomt met betrekking tot opsporing en redding in het kader van zijn maritieme bewakingsactiviteiten, met name het scheepswrak van Adriana (OI/3/2023/MHZ)
Donderdag | 05 december 2024
Op 14 juni 2023 kapseisde en zonk een vissersvaartuig (de Adriana) met naar schatting 750 migranten in internationale wateren voor de kust van Pylos, Griekenland. Bij de daaropvolgende opsporings- en reddingsoperatie (SAR) werden 104 mensen gered en 82 lichamen teruggevonden. De overige passagiers worden verondersteld dood te zijn. Hoewel er tal van eerdere scheepswrakken waren geweest van boten die migranten naar de Europese Unie vervoerden, waaronder een scheepswrak in Crotone, Italië, op 26 februari 2023, toen naar schatting 100 mensen omkwamen, wordt de tragedie van Adriana als de dodelijkste beschouwd en leidde tot internationale verontwaardiging.
Het incident leidde tot bezorgdheid bij het publiek over de rol en verantwoordelijkheden van de EU bij de bescherming van levens in het kader van haar migratie- en grensbeleid. Er zijn beschuldigingen geuit dat de acties van de Griekse kustwacht (HCG) direct of indirect hebben bijgedragen aan de capsizing. Er zijn verschillende nationale onderzoeken naar de rol van de HCG, waaronder een lopend onderzoek door de Griekse ombudsman, dat is geopend nadat de HCG had besloten geen eigen intern disciplinair onderzoek in te stellen.
Aangezien het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) via zijn gezamenlijke operaties en bewakingsactiviteiten vaak tot op zekere hoogte betrokken is bij de respons op maritieme noodsituaties, is het begrijpelijk dat de publieke onrust zich uitstrekt tot zijn rol. Naar aanleiding van de tragedie in Pylos besloot de Ombudsman een onderzoek op eigen initiatief in te stellen.
Uit het onderzoek is gebleken dat Frontex de toepasselijke regels en protocollen heeft gevolgd, maar tekortkomingen heeft aangetoond in de wijze waarop Frontex reageert in maritieme noodsituaties waarbij het betrokken raakt, hetzij in het kader van gezamenlijke maritieme operaties, hetzij in het kader van zijn afzonderlijke multifunctionele bewakingsactiviteiten vanuit de lucht.
Deze omvatten ontoereikende richtsnoeren voor de wijze waarop Frontex-eenheden moeten reageren wanneer zij boten in potentiële noodsituaties opsporen in het kader van hun specifieke en unieke activiteiten, onder meer met betrekking tot de afgifte van noodsignalen. Uit het onderzoek is ook gebleken dat er behoefte is aan meer duidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden en, wat belangrijk is, over de aard van de samenwerking van Frontex met de nationale autoriteiten.
Uit het onderzoek is ook gebleken dat de toezichthouders voor de grondrechten van Frontex niet voldoende worden betrokken bij de besluitvorming over maritieme noodsituaties die tijdens de bewakingsactiviteiten van Frontex aan het licht zijn gekomen.
Om deze tekortkomingen aan te pakken, heeft de Ombudsman een reeks suggesties gedaan. De Ombudsman benadrukte echter dat deze suggesties over specifieke aspecten van het werk van Frontex niet volstaan om de grote leemte op te vullen die is ontstaan door het ontbreken van proactieve SAR in de EU, met name in combinatie met herhaalde beschuldigingen over het gedrag van autoriteiten in bepaalde lidstaten.
Daartoe stelde de Ombudsman voor dat wanneer de nationale autoriteiten hun SAR-verplichtingen niet naar behoren nakomen, of anderszins betrokken zijn bij schendingen van de grondrechten, en/of wanneer de nationale autoriteiten de opsporings- en reddingsrol en -capaciteit van Frontex beperken, dit de uitvoerend directeur ertoe moet brengen te heroverwegen of Frontex zijn activiteiten in die lidstaat moet voortzetten.
Het besluit van de Europese Commissie om geen "excellentiekeurmerk" toe te kennen aan een project dat voor EU-financiering wordt ingediend
Vrijdag | 15 november 2024
Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie geld wil terugvorderen van de coördinator van een consortium dat een door de EU gefinancierd project heeft uitgevoerd (zaak 2481/2023/FA)
Dinsdag | 06 augustus 2024
De zaak betrof het besluit van de Europese Commissie om middelen terug te vorderen van de coördinator van een door de EU gefinancierd project, uitgevoerd met zeven andere projectpartners.
Na een externe audit besloot de Commissie alle niet-subsidiabele kosten die in het auditverslag voor alle betrokken projectpartners waren vastgesteld, terug te vorderen van de klager, als coördinator van het project.
In het kader van het onderzoek heeft de Commissie besloten de aan klager verstrekte „invorderingsopdracht” te annuleren en in plaats daarvan de desbetreffende middelen van elke betrokken projectpartner terug te vorderen. De Ombudsman verwelkomde het besluit van de Commissie en sloot het onderzoek af met de conclusie dat de kwestie is opgelost.
Het besluit van de Europese Commissie om middelen terug te vorderen die aan een ngo zijn betaald in het kader van een door de EU gefinancierd project in Burkina Faso
Woensdag | 31 juli 2024
Besluit over de wijze waarop de EU-delegatie in Algerije het verzoek van een contractant om betaling van extra kosten in het kader van de COVID-19-pandemie heeft behandeld (zaak 1080/2022/LA)
Dinsdag | 11 juni 2024
De zaak betrof de weigering van de EU-delegatie in Algerije om extra kosten te betalen die een contractant tijdens de COVID-19-pandemie had gemaakt. Als gevolg van een minnelijke schikkingsprocedure ter zake bevestigde de EU-delegatie dat bepaalde kosten aan klager konden worden vergoed, maar stelde zij dat andere gemaakte kosten dat niet konden.
De Ombudsman constateerde dat klager en de Europese Commissie het in wezen oneens waren over de interpretatie van de toepasselijke contractuele bepalingen. In dergelijke gevallen is het niet aan de Ombudsman om te bepalen hoe de overeenkomst moet worden geïnterpreteerd, maar aan een rechtbank. De Ombudsman was van mening dat het standpunt van de Commissie niet onredelijk was. De Ombudsman sloot de zaak derhalve af met de conclusie dat er geen sprake was van wanbeheer.