Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 33 resultaten weergeven

Besluit over de wijze waarop het Bureau voor intellectuele eigendom van de EU (EUIPO) een partij in een “oppositieprocedure” in kennis heeft gesteld (zaak 2241/2021/LDS)

Maandag | 27 februari 2023

De klager heeft bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de EU (EUIPO) een „bezwaarprocedure” tegen een aanvraag voor een Uniemerk ingesteld. Oppositieprocedures stellen houders van bestaande Uniemerken in staat om aanvragen voor nieuwe Uniemerken aan te vechten om hun rechten te beschermen. Aan het begin van de oppositieprocedure en in eerdere procedures die door de klager waren ingediend, heeft EUIPO de klager per post gecommuniceerd. In de loop van de oppositieprocedure heeft het EUIPO zijn communicatiebeleid gewijzigd en besloten over te stappen op elektronische communicatie. Hierdoor miste klager een verzoek om bewijs.

De Ombudsman stelde vast dat het verzuim van het EUIPO om klager naar behoren in kennis te stellen van zijn besluit om elektronisch te communiceren, wanbeheer vormt, omdat het niet in overeenstemming was met de praktijken van het EUIPO in het verleden. Aangezien de oppositieprocedure was afgesloten, sloot de Ombudsman de zaak zonder een aanbeveling te doen.

Zij stelde echter voor dat EUIPO gebruikers informeert over wijzigingen in zijn communicatiebeleid via hetzelfde kanaal dat het in het verleden heeft gebruikt om met hen te communiceren.

Besluit over de wijze waarop het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (EASME) omging met een Horizon 2020-financieringsvoorstel voor het proefproject van de versterkte Europese Innovatieraad (zaak 2097/2021/FA)

Vrijdag | 15 juli 2022

De zaak betrof de wijze waarop het Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (EASME) omging met een voorstel voor financiering in het kader van het proefproject van de versterkte Europese Innovatieraad (EIC).

De klager maakte bezwaar tegen de wijze waarop het Easme zijn voorstel heeft beoordeeld en tegen het gebrek aan informatie over de evaluatie en de mogelijkheden voor herziening. Klager was ook bezorgd over de vertraging die Easme had opgelopen bij het beantwoorden van zijn verzoek om zijn besluit te herzien.  

In de loop van het onderzoek hebben de Europese Innovatieraad en het Uitvoerend Agentschap voor het mkb (Eismea), dat Easme opvolgde en verving, uitgelegd waarom de herzieningsprocedure vertraging opliep. De Ombudsman was van mening dat de uitleg redelijk was. De Ombudsman constateerde ook dat het Easme klager voldoende informatie had verstrekt over de evaluatie en de mogelijkheden voor herziening. Niettemin constateerde de Ombudsman dat de door Easme aan klager verstrekte feedback niet toereikend was en geen zinvolle beoordeling van de evaluatie van het voorstel mogelijk maakte. De Ombudsman merkte op dat Eismea in het kader van het nieuwe EIC-acceleratorprogramma meer gedetailleerde feedback lijkt te geven aan aanvragers over de evaluatie van hun voorstellen.

De Ombudsman was derhalve van mening dat verder onderzoek in deze zaak niet gerechtvaardigd was en sloot het onderzoek af.

Besluit in zaak 163/2020/NH over het verzuim van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om te antwoorden op correspondentie over vermeende onregelmatigheden in een tuchtonderzoek in een civiele missie van de EU

Vrijdag | 04 juni 2021

De zaak betrof het verzuim van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om te antwoorden op een brief over een tuchtonderzoek dat in 2017 in een civiele missie van de EU had plaatsgevonden.

De Ombudsman constateerde dat de EDEO herhaaldelijk had nagelaten te antwoorden op de brieven van klager. Zelfs als de EDEO van mening was dat hij vanwege lopende gerechtelijke procedures niet ten gronde kon antwoorden, had hij moeten antwoorden en dit aan de klager moeten uitleggen. Het verzuim om dit te doen was wanbeheer.

Aangezien de EDEO in het kader van het onderzoek heeft uitgelegd waarom hij van mening is dat hij klager geen inhoudelijk antwoord kan geven, heeft de Ombudsman daartoe geen aanbeveling gedaan. Zij vertrouwt er echter op dat de EDEO met deze bevinding rekening zal houden.

Besluit in zaak 1498/2019/NH over het feit dat het Europees Parlement zijn antwoord op een verzoek om toegang tot documenten niet per e-mail heeft verzonden

Donderdag | 28 mei 2020

De zaak betrof de weigering van het Europees Parlement om per e-mail een besluit tot weigering van toegang van het publiek tot documenten te sturen.

De Ombudsman oordeelde dat het antwoord van het Parlement aan klager in de gegeven context redelijk was, aangezien klager het besluit reeds per aangetekende post had ontvangen.

De Ombudsman sloot het onderzoek af met de conclusie dat er in deze zaak geen sprake was van wanbeheer door het Parlement.