Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 46 resultaten weergeven
Besluit in zaak 960/2016/TM over het vermeende verzuim van de Europese Investeringsbank om een klacht tijdig te behandelen
Maandag | 04 december 2017
De zaak betrof het vermeende verzuim van het klachtenmechanisme van de Europese Investeringsbank (EIB) om een klacht tijdig te behandelen. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de vertraging gerechtvaardigd was vanwege de complexiteit van het onderwerp van de klacht. De Ombudsman constateerde derhalve geen wanbeheer door de EIB.
Besluit in zaak 1102/2016/JN over het verzuim van de Commissie om te antwoorden op correspondentie en om een document volledig openbaar te maken
Vrijdag | 13 januari 2017
De zaak betrof het verzuim van de Commissie om te antwoorden op de correspondentie van klager in het kader van een financiële controle op het niveau van de lidstaten. Na tussenkomst van de Ombudsman heeft de Commissie geantwoord. Zij heeft het door klager gevraagde document openbaar gemaakt, maar enkele persoonsgegevens (namen van natuurlijke personen) onleesbaar gemaakt. De Ombudsman constateerde dat de Commissie de redactie op grond van Verordening (EG) nr. 45/2001 correct had gerechtvaardigd.
Besluit in zaak 1771/2015/OV betreffende de niet-selectie van een inschrijving door de vertegenwoordiging van de Commissie in Bulgarije
Dinsdag | 27 september 2016
Eerbiediging van de grondrechten bij de uitvoering van het cohesiebeleid van de EU
Donderdag | 03 december 2015
Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 1229/2014/ZA over de behandeling door OLAF van beschuldigingen betreffende wanbeheer van EU-middelen in Griekenland
Maandag | 12 oktober 2015
Klager stelde OLAF in kennis van vermeend wanbeheer van EU-middelen in Griekenland. OLAF heeft de correspondentie van klager niet erkend en heeft klager ook niet in kennis gesteld van de maatregelen die het had genomen en van het resultaat. Na de tussenkomst van de Ombudsman erkende OLAF de procedurele tekortkomingen in zijn behandeling van de zaak en bood het zijn excuses aan. Zij heeft ook stappen ondernomen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Ten slotte stelde OLAF klager in kennis van de stappen die het had ondernomen met betrekking tot de grond van zijn zaak. De Ombudsman concludeerde dat OLAF de klacht had afgehandeld. De Ombudsman heeft echter nog een opmerking gemaakt met het oog op de verbetering van de OLAF-procedures met betrekking tot het toezicht op afgesloten zaken die aan de bevoegde nationale autoriteiten zijn doorgegeven.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar initiatiefonderzoek OI/8/2014/AN betreffende de Europese Commissie
Maandag | 11 mei 2015
Dit onderzoek op eigen initiatief heeft betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie ervoor zorgt dat de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde grondrechten worden geëerbiedigd wanneer het cohesiebeleid van de EU door de lidstaten wordt uitgevoerd. Het is van start gegaan toen de Unie een nieuwe financieringsperiode van zeven jaar begon, die 2014-2020 bestrijkt, binnen een nieuw rechtskader.
Het cohesiebeleid van de EU heeft tot doel de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio's in de EU te verkleinen. Gezien de zichtbaarheid van de Unie in de projecten die via het cohesiebeleid worden gefinancierd – van het verbeteren van de noodhulpdiensten in Roemenië tot het verwijderen van mijnenvelden in Kroatië – is de Ombudsman van mening dat de Commissie alles in het werk moet stellen om ervoor te zorgen dat de grondrechten worden geëerbiedigd bij de besteding van het geld. Het feit dat de Commissie niet rechtstreeks verantwoordelijk is voor het beheer van de middelen mag nooit worden gebruikt als reden om niet op te treden als de grondrechten zijn of dreigen te worden geschonden.
Bij het onderzoek op eigen initiatief waren de Commissie, de nationale ombudsmannen en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld betrokken. Op basis van hun feedback heeft de Ombudsman acht richtsnoeren voor verbetering opgesteld om de Commissie te ondersteunen bij haar toezicht op de lidstaten op dit gebied.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1205/2013/JF tegen de Europese Commissie
Donderdag | 05 maart 2015
De zaak betrof een Zweedse onderneming die deelnam aan een project dat werd gefinancierd door het KP7-programma van de Europese Commissie. Tijdens de uitvoering van het project besloot de Commissie de onderneming te controleren. De onderneming was het niet eens met de controleresultaten en diende, nadat de Commissie deze had bevestigd, bij de Europese Ombudsman een klacht in over een gebrek aan objectiviteit van de Commissie en een niet-naleving van de toepasselijke regels.
De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer door de Commissie. De controleresultaten met betrekking tot de loonkosten van de onderneming waren met name gebaseerd op de informatie waarover de Commissie op het relevante tijdstip beschikte. Zij stelde klager voor om, indien zij over verder bewijsmateriaal beschikt, te overwegen dit ter beoordeling aan de Commissie voor te leggen. Wat de berekening van de productietijd van de onderneming betreft, bleek de door de klager verstrekte informatie niet voldoende te zijn om de Commissie in staat te stellen de werkelijke individuele productietijd te berekenen overeenkomstig de vereisten van de KP7-regels. Bijgevolg heeft de Ombudsman de zaak gesloten.
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van haar onderzoek op eigen initiatief OI/16/2014/NF in verband met klacht 1802/2014/NF tegen de Europese Investeringsbank
Donderdag | 20 november 2014
Eerbiediging van de grondrechten bij de uitvoering van het cohesiebeleid van de EU
Maandag | 19 mei 2014
Vermeend verzuim om de eigendomsstatus te verifiëren van een gebouw in het noorden van Cyprus dat door een begunstigde van een EU-subsidie voor zijn activiteiten wordt gebruikt.
Woensdag | 07 mei 2014
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1314/2012/CK tegen de Europese Commissie
Vrijdag | 25 april 2014
Besluit in zaak 443/2011/ER - Ongerechtvaardigde weigering van een verzoek om uiteindelijke betaling na beëindiging van een overeenkomst
Dinsdag | 04 maart 2014
Klager is een Italiaans bedrijf. In 2008 sloot het een subsidieovereenkomst met het EACI in het kader van het EU-programma Marco Polo II, dat activiteiten ondersteunt die ten doel hebben vrachttransport over de weg te vervangen door andere, meer milieuvriendelijke vervoermiddelen.
De door klager voorgestelde actie had betrekking op de uitvoer van producten uit de Italiaanse keramische industrie naar Spanje en hieraan was een subsidie tot 4 miljoen EUR toegekend. Wegens de wereldwijde economische crisis en de instorting van de Spaanse huizenmarkt is de vraag naar de uitvoer van keramiek uit Italië naar Spanje na ondertekening van de subsidieovereenkomst echter drastisch afgenomen. Het EACI ging daarom in op het verzoek van klager om de uitvoering van de actie op te schorten. Aangezien klager niet in staat bleek het project te hervatten, beëindigde het EACI de subsidieovereenkomst in juni 2010, en stelde het Agentschap klager ervan op de hoogte dat deze binnen een termijn van zestig dagen zowel een eindrapport als een verzoek om uiteindelijke betaling moest indienen. Klager diende in januari 2011 een verzoek om uiteindelijke betaling van 2 miljoen EUR in. Dit was naar de mening van het EACI te laat.
In de klacht aan de Europese Ombudsman stelde klager dat het EACI onbillijk te werk is gegaan. Klager voerde aan dat de vertraging bij het indienen van het verzoek om uiteindelijke betaling werd gerechtvaardigd door zijn pogingen, te goeder trouw verricht, om de actie te hervatten en dat, bij ontbreken van een eindrapport, het EACI zich ten minste had moeten baseren op de cijfers uit een tussentijds rapport dat in oktober 2009 bij het Agentschap was ingediend. Het EACI stelde zich op het standpunt dat het volledig had voldaan aan de bepalingen van de subsidieovereenkomst.
De Ombudsman herinnerde eraan dat het begrip 'behoorlijk bestuur' ruimer is dan het begrip 'wettigheid'. De Ombudsman benadrukte dat hoewel het EACI niet wettelijk verplicht was te late verzoeken om uiteindelijke betaling te accepteren, de subsidieovereenkomst dit ook niet uitsloot. Gezien (i) de verstrekkende gevolgen van de economische crisis op het project van klager, en (ii) het feit dat het EACI het in oktober 2009 ingediende tussentijdse rapport al had goedgekeurd, oordeelde de Ombudsman dat de afwijzing door het Agentschap van het verzoek om uiteindelijke betaling niet helemaal eerlijk was. De Ombudsman deed daarom een voorstel voor een minnelijke schikking, en nodigde het EACI uit het verzoek van klager om de uiteindelijke betaling van 2 miljoen EUR te beoordelen op basis van het tussentijdse rapport dat de klager in oktober 2009 had ingediend. Het EACI accepteerde dit voorstel en de Ombudsman sloot de zaak.
Subsidiabiliteit van onderzoekskosten in het kader van i) het zesde en zevende kaderprogramma voor onderzoek en ii) het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling
Dinsdag | 19 november 2013
Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 2411/2011/OV tegen de Europese Commissie
Dinsdag | 12 november 2013
Verzuim om verzoek om onderzoek naar subsidiefraude naar behoren af te handelen
Dinsdag | 30 juli 2013