Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 38 resultaten weergeven

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 2302/2013/DK tegen de Europese Commissie

Dinsdag | 21 april 2015

De zaak betrof de vermeende ontoereikende uitleg van de Europese Commissie over haar besluit om geen inbreukprocedure tegen Oostenrijk in te leiden.

De Ombudsman onderzocht de kwestie door de Commissie te verzoeken nadere informatie over haar besluit te verstrekken. In antwoord daarop heeft de Commissie haar standpunt verduidelijkt. De Ombudsman was van oordeel dat de aldus verstrekte informatie coherent, toereikend en redelijk was. Daarom sloot zij de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1184/2012/(ER)PMC tegen de Europese Commissie

Woensdag | 07 mei 2014

De klager in de onderhavige zaak is een Italiaanse luchtvaartmaatschappij die in december 2003 bij de Commissie een klacht inzake staatssteun heeft ingediend met betrekking tot vermeende onrechtmatige staatssteun die een van haar concurrenten heeft ontvangen voor de vluchten van en naar een regionale luchthaven in Italië. In september 2007 heeft de Commissie de procedure van artikel 108, lid 2, VWEU ingeleid tegen Italië. Ontevreden over de vertraging die de Commissie heeft opgelopen bij het nemen van een besluit over haar klacht inzake staatssteun, wendde klager zich in juni 2012 tot de Ombudsman.

In haar advies voerde de Commissie aan dat de duur van het onderzoek in dit geval gerechtvaardigd was. Zij voerde aan dat bij de beoordeling van de onderhavige klacht rekening moet worden gehouden met verschillende factoren, zoals de complexiteit van de zaak, de herhaaldelijk veranderende reikwijdte van het onderzoek, de hangende vaststelling van nieuwe richtsnoeren luchtvaartsteun, alsook de noodzaak om verschillende studies te laten uitvoeren en verschillende in het Engels ingediende documenten in het Italiaans te vertalen.

Bij haar beoordeling van de zaak was de Ombudsman niet overtuigd door de argumenten van de Commissie en merkte zij op dat het ongeveer tien jaar geleden was dat klager zijn klacht over staatssteun had ingediend. Zij concludeerde derhalve dat de Commissie niet tijdig een besluit had genomen over de klacht van klager over staatssteun, en deed bijgevolg een ontwerpaanbeveling. Zij verzocht de Commissie zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval niet later dan 30 juni 2014, een besluit te nemen over de klacht van klager over staatssteun.

De Commissie was het vervolgens eens met " de belangrijkste punten" van de ontwerpaanbevelingen van de Ombudsman, maar verzocht de Ombudsman de termijn voor het afronden van zijn beoordeling te verlengen tot 31 oktober 2014, aangezien hij dan zijn beoordeling zou kunnen afronden op basis van de nieuwe richtsnoeren luchtvaartsteun, die op 20 februari 2014 zijn vastgesteld. De Ombudsman was echter niet overtuigd door de reden die de Commissie had aangevoerd, aangezien zij van mening was dat i) de klacht van klager over staatssteun al ongeveer tien jaar in behandeling was, en ii) zij ook een grondige kennis had van de richtsnoeren, aangezien zij deze zelf had opgesteld en vastgesteld. De Ombudsman betreurde derhalve dat de Commissie deze gelegenheid niet heeft aangegrepen om dit geval van wanbeheer te corrigeren. Desondanks erkende de Ombudsman dat het vooruitzicht van een definitief resultaat eind oktober 2014 enige vooruitgang betekende. In deze omstandigheden en gezien het feit dat klager in zijn opmerkingen niet heeft verzocht om naleving van de door de Ombudsman aanbevolen termijn van 30 juni 2014, achtte de Ombudsman verder onderzoek niet nodig. Aangezien de Commissie zich bij klager had verontschuldigd voor de opgelopen vertraging, sloot zij de zaak af.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 640/2011/AN tegen de Europese Commissie

Donderdag | 11 oktober 2012

Klager, een Spaanse advocaat, klaagde bij de Europese Ombudsman over het feit dat de Europese Commissie een openbare raadpleging alleen in het Engels heeft gepubliceerd.

De Ombudsman opende niet alleen een onderzoek naar het gebrek aan beschikbaarheid van de door klager genoemde specifieke raadpleging in andere talen dan het Engels, maar ook naar de algemene kwestie van het taalbeleid van de Commissie in openbare raadplegingsprocedures. Uit het onderzoek van de Ombudsman bleek dat er zeer weinig openbare raadplegingen werden gehouden in alle officiële talen van de EU. Bovendien was er geen voorspelbaar taalpatroon, aangezien verschillende op het grote publiek gerichte raadplegingen in één of een zeer beperkt aantal talen werden gehouden. Dit waren gevallen van wanbeheer.

De Ombudsman heeft een ontwerpaanbeveling aan de Commissie gedaan, volgens welke zij al haar raadplegingen in alle officiële talen van de EU moet publiceren of de burgers op verzoek een vertaling moet verstrekken. Hij beveelt de Commissie ook aan duidelijke, objectieve en redelijke richtsnoeren op te stellen voor het gebruik van de talen van het Verdrag in haar openbare raadplegingen, die aan de burgers bekend moeten worden gemaakt.

De Commissie verwierp de eerste ontwerpaanbeveling van de Ombudsman. Wat de tweede betreft, nam zij nota van de opmerkingen van de Ombudsman over inconsistenties in het gebruik van de officiële talen en verbond zij zich ertoe te werken aan een coherenter taalbeleid met betrekking tot openbare raadplegingen. De Ombudsman was van oordeel dat de Commissie zijn ontwerpaanbevelingen niet naar behoren heeft uitgevoerd. Aangezien het Europees Parlement zojuist een resolutie had aangenomen over "Openbare raadplegingen en de beschikbaarheid ervan in alle EU-talen", waarin het toepassingsgebied van de ontwerpaanbevelingen van de Ombudsman aan bod kwam, achtte de Ombudsman het niet passend om een speciaal verslag aan het Parlement voor te leggen. Hij sloot het onderzoek af met een kritische opmerking. De Ombudsman stelde het Parlement in kennis van zijn besluit, zodat hiermee rekening kon worden gehouden bij de beoordeling door het Parlement van het antwoord van de Commissie op zijn resolutie.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 930/2010/(ANA)CK tegen de Europese Commissie

Maandag | 14 mei 2012

Samenvatting van het besluit inzake klacht 930/2010/(ANA)CK tegen de Europese Commissie

Klager klaagde bij de Europese Ombudsman dat de Europese Commissie zijn inbreukklacht, waarin hij beweerde dat Cyprus het EU-recht had geschonden door hem te vragen twee belastingen te betalen bij de invoer van een tweedehands auto, niet naar behoren had behandeld. Hij betoogde dat een van de belastingen een "accijnsbelasting"vormde.

In maart 2011 deed de Ombudsman een voorstel voor een minnelijke schikking en verzocht hij de Commissie de inbreukklacht van klager tegen Cyprus opnieuw te onderzoeken. In haar antwoord op het voorstel deelde de Commissie de Ombudsman mee dat zij Cyprus op 7 april 2011 een aanmaningsbrief had gestuurd met betrekking tot het feit dat een van de belastingen niet volledig in overeenstemming was met artikel 110 VWEU. Zij voegde daaraan toe dat zij bezig is een ander aspect van de Cypriotische wetgeving inzake autobelasting te onderzoeken in het kader van een oudere zaak (zaak 2005/4093). De Commissie verklaarde vervolgens dat zij klager op de hoogte zou houden van eventuele verdere maatregelen die zij met betrekking tot deze zaken zou nemen.

De Ombudsman concludeerde dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd is, aangezien het erop lijkt dat de inhoudelijke kwesties die in de inbreukklacht van klager aan de orde zijn gesteld, de nodige aandacht van de Commissie krijgen. Om de Commissie te helpen haar procedures verder te verbeteren, heeft de Ombudsman nog twee opmerkingen gemaakt.

Besluit van de Europese Ombudsman ter afsluiting van het onderzoek inzake klacht 2403/2008/OV tegen de Europese Commissie

Maandag | 24 oktober 2011

Op 27 september 2007 diende klager, een Nederlands burger die in Duitsland woonde en een werkloosheidsuitkering uit Nederland ontving, een klacht in bij de Commissie over vermeend discriminerend handelen tegen niet-Duitse burgers door de publieke omroep van Zuidwest-Duitsland betreffende vrijstelling van kijk- en luistergeld. Na tussenkomst van de Ombudsman stuurde de Commissie in december 2007 en juli 2008 tweemaal een voorlopig antwoord naar klager. Omdat klager echter geen inhoudelijk antwoord had ontvangen, diende hij in juli 2008 opnieuw een klacht in bij de Ombudsman. Hij voerde aan dat de Commissie had verzuimd de klacht van 27 september 2007 procedureel of inhoudelijk in behandeling te nemen.

Over de inhoud verklaarde de Commissie in haar standpunt dat de Nederlandse werkloosheidsuitkering die klager ontving (die niet is gebaseerd op een onderzoek van middelen van bestaan) niet vergeleken kon worden met de Duitse uitkering, die recht geeft op vrijstelling van kijk- en luistergeld in Duitsland (en die is gebaseerd op een onderzoek van middelen van bestaan). Naar de mening van de Commissie was er daarom geen sprake van overtreding van de EU-regels over vrij verkeer van personen. De Ombudsman concludeerde dat de Commissie de inhoudelijke kwesties in deze zaak correct had geanalyseerd en verklaard en dat er daarom geen sprake was van wanbeheer.

Over de procedure voerde de Commissie aan dat zij de zaak binnen een redelijke tijd had behandeld en dat zij klager had geïnformeerd over haar conclusie dat er geen sprake was van inbreuk. De Ombudsman merkte eerst op dat de klacht van klager bij de Commissie drie keer van de ene dienst naar de andere was doorgezonden voordat deze in behandeling werd genomen. Hij concludeerde dat de Commissie zich niet had gehouden aan de bepalingen van de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Europese Ombudsman betreffende betrekkingen met de klager inzake inbreuken op het gemeenschapsrecht, met name met betrekking tot (i) de registratie van klachten, (ii) het sturen van een ontvangstbevestiging, en (iii) de sluiting van de zaak. Derhalve bracht hij een ontwerpaanbeveling uit waarin hij de Commissie vroeg (i) te erkennen dat zij heeft verzuimd de mededeling te respecteren, (ii) zich te excuseren voor dit verzuim, en (iii) de nodige maatregelen te nemen de mededeling in toekomstige zaken na te leven.

De Commissie erkende dat ze had verzuimd punten 3 en 4 van de mededeling te respecteren en bood hiervoor haar excuses aan. Ze erkende echter niet expliciet dat zij punt 10 van de mededeling had verzuimd te respecteren. Ook excuseerde zij zich niet voor dit verzuim. De Ombudsman concludeerde daarom dat de Commissie zijn ontwerpaanbeveling gedeeltelijk had aanvaard Over het derde deel van de ontwerpaanbeveling gaf de Ombudsman aan dat hij in de tussentijd een onderzoek op eigen initiatief was gestart naar de relatie tussen het nieuwe 'EU Pilot'-systeem en de procedurele garanties die zijn opgenomen in de mededeling. Hij concludeerde daarom dat er geen reden was om verder onderzoek te doen in deze zaak.