FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Ontwerpaanbeveling aan de Europese Commissie in klacht 116/2005/MHZ

(Gemaakt overeenkomstig artikel 3, lid 6, van het Statuut van de Europese Ombudsman (1))

Het KLACHT

Volgens klager, die een Portugees lid van het Europees Parlement is, zijn de relevante feiten als volgt.

Klager verzocht de Commissie om toegang tot de tekst van de brief van 30 maart 2004 die de toenmalige Portugese minister van Financiën ("de minister van Financiën") aan de Commissie had toegezonden. Deze brief was een antwoord op de vragen van de Commissie in het kader van een door de Commissie tegen Portugal ingeleide buitensporigtekortprocedure.

Op 24 september 2004 heeft de Commissie geweigerd toegang te verlenen tot het gevraagde document op grond van het feit dat de openbaarmaking ervan afbreuk zou doen aan de bescherming van het algemeen belang wat betreft het financiële, monetaire of economische beleid van de betrokken lidstaat (d.w.z. Portugal). Deze uitzondering op de toegang van het publiek is opgenomen in artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

Op 11 oktober 2004 heeft klager op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (2) ("Verordening 1049/2001") een confirmatief verzoek om toegang tot het document ingediend.

Op 6 december 2004 bevestigde de Commissie haar aanvankelijke weigering van toegang en deelde zij klager mee dat ook gedeeltelijke toegang moest worden geweigerd, aangezien alle delen van het document onder dezelfde uitzondering vallen, namelijk artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (3). De Commissie heeft in haar antwoord aan de klager ook verklaard dat de mededeling van feiten en overwegingen negatieve gevolgen zou hebben voor de perceptie van de economische situatie van Portugal door de financiële markten.

Op 4 januari 2005 diende klager een klacht in bij de Ombudsman.

Klager voert aan dat de weigering van de Commissie ongegrond was. Hij is van mening dat de openbaarmaking van de informatie in de brief over het begrotingsbeleid van Portugal niemand meer kan schokken dan het nieuws dat elke dag in dit verband wordt gepubliceerd. Bovendien is hij van mening dat, indien de uitlegging van artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van verordening nr. 1049/2001 door de Commissie zou worden aanvaard, het optreden van de Commissie in de uitoefening van de haar door het EG-Verdrag verleende bevoegdheden met betrekking tot de bescherming van de economische en monetaire unie aan parlementaire controle zou worden onttrokken.

Klager voerde aan dat de Commissie de uitzondering van artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 te ruim heeft uitgelegd.

Klager voerde aan dat hem toegang moest worden verleend tot het gehele document of ten minste tot delen ervan.

Het onderzoek

Het advies van de Commissie

Het advies van de Commissie bevat samenvattend de volgende opmerkingen.

In de eerste plaats heeft de Commissie verwezen naar de achtergrond van de zaak.

Klager, die lid is van het Europees Parlement, heeft een schriftelijke vraag ingediend waarin hij de Commissie verzoekt hem een kopie te verstrekken van een brief die de Portugese minister van Financiën op 30 maart 2004 aan de voormalige commissaris Solbes heeft gestuurd. De heer Alumnia, die de heer Solbes verving, beantwoordde de vraag van klager op 30 maart 2004. Hij verklaarde dat het verzoek van klager om toegang zou worden behandeld volgens de procedure van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Op 24 september 2004 antwoordde de directeur-generaal Economische en Financiële Zaken dat de noodzaak om het economische en financiële beleid van Portugal te beschermen de openbaarmaking van de brief van de minister van Financiën uitsloot. Op 11 oktober 2004 diende klager een confirmatief verzoek in. Na het tweede onderzoek van het verzoek van klager heeft de secretaris-generaal op 6 december 2004 bevestigd dat de brief niet openbaar kon worden gemaakt.

In de tweede plaats heeft de Commissie uiteengezet waarom zij van mening was dat de toegang moest worden geweigerd.

De Commissie legde uit dat de buitensporigtekortprocedure van artikel 104 van het EG-Verdrag politiek gevoelig ligt en delicate besprekingen tussen de Commissie, de lidstaten en de Raad (Ecofin) met zich meebrengt. Deze procedure zal waarschijnlijk ook in politieke kringen en op de financiële markten worden besproken. Daarom moet een zekere mate van vertrouwelijkheid worden toegepast om ervoor te zorgen dat de lidstaten in staat zijn aan de vereisten van het stabiliteits- en groeipact te voldoen.

Klager verzocht om toegang tot een brief waarin de minister van Financiën het voor economische en financiële zaken bevoegde Commissielid in kennis stelde van de begrotingsmaatregelen die moesten worden genomen om extra overheidsinkomsten te genereren, hetgeen de door de Portugese regering beoogde doelstelling was. De Commissie was van mening dat de openbaarmaking van deze brief negatieve gevolgen zou hebben voor het economische en financiële beleid van de Portugese regering, omdat een dergelijke openbaarmaking de verwezenlijking van die doelstellingen door de regering in gevaar zou kunnen brengen. Daarom heeft de Commissie de toegang geweigerd op grond van de uitzondering van artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Aangezien de Commissie van mening was dat deze uitzondering haar belette de brief van de minister van Financiën openbaar te maken, heeft zij de Portugese autoriteiten niet geraadpleegd over het verzoek van klager. De Commissie was derhalve van mening dat de Commissie in ieder geval, overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (4), deze autoriteiten zou moeten raadplegen alvorens de vrijgave van het door de klager gevraagde document te overwegen. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft de Commissie verwezen naar de arresten van het Gerecht van eerste aanleg in zaak T-187/03, Scippacercola/Commissie (5), en ook in zaak T-168/02, IFAW/Commissie (6).

De Commissie heeft ook ontkend dat zij de relevante uitzondering te ruim heeft uitgelegd. De openbaarmaking van de informatie in de brief zou de succesvolle uitvoering van de voorgestelde concrete acties in gevaar brengen. Er bestond een reëel risico dat het vermogen van de Portugese regering om haar doelstellingen te verwezenlijken in gevaar zou komen. De Commissie heeft ook verklaard dat zij de mogelijkheid heeft overwogen om gedeeltelijke toegang te verlenen. De brief in kwestie was echter een kort document dat specifiek betrekking had op de beoogde begrotingsmaatregelen. Bovendien waren er geen belangrijke delen van die brief waarop de relevante uitzondering niet van toepassing zou zijn. In dit verband voegde de Commissie eraan toe dat de meeste documenten met betrekking tot Portugal en de procedure bij buitensporige tekorten openbaar zijn gemaakt via de website van de Commissie.

Voorts wees de Commissie erop dat het Europees Parlement op grond van de tussen het Parlement en de Commissie gesloten kaderovereenkomst toegang kan krijgen tot vertrouwelijke informatie waarover de Commissie beschikt om haar bevoegdheden uit te oefenen. De individuele leden van het Europees Parlement hebben echter geen dergelijke bevoorrechte toegang tot vertrouwelijke informatie. Openbaarmaking van een document op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001, zelfs op verzoek van een lid van het Europees Parlement, maakt het document openbaar.

Ten slotte heeft de Commissie verklaard dat de uitzondering met betrekking tot de bescherming van het financiële, monetaire of economische beleid niet aan een toetsing van het algemeen belang is onderworpen. Niettemin was de Commissie op de hoogte van het algemeen belang bij kwesties in verband met de uitvoering van het stabiliteits- en groeipact. Daarom publiceert de Commissie zoveel mogelijk informatie over dit onderwerp door middel van persberichten en haar eigen beoordelingen van de begrotingssituatie in de lidstaten. In casu heeft de Commissie haar beoordeling van de begrotingssituatie in Portugal gepubliceerd, die op 28 april 2004 is vastgesteld en die de Raad ertoe heeft gebracht een besluit te nemen tot intrekking van de beschikking betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Portugal.

De Commissie is tot de conclusie gekomen dat zij het juiste evenwicht heeft gevonden tussen het algemeen belang om te worden geïnformeerd over de begrotingssituatie in de lidstaten en de gevoeligheid van de buitensporigtekortprocedure. De Commissie herhaalde in dit verband dat laatstgenoemde procedure een zekere mate van vertrouwelijkheid vereist.

Opmerkingen van klager

De opmerkingen van klager over het standpunt van de Commissie kunnen als volgt worden samengevat.

Klager verklaarde dat de Commissie in haar advies erkende dat zij niet overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 had gehandeld omdat zij de Portugese autoriteiten niet had geraadpleegd. Het advies van de Commissie gaf echter geen aanwijzingen dat zij dit verzuim waarschijnlijk zou corrigeren door de Portugese autoriteiten te raadplegen. Klager voerde aan dat de Commissie dit zo snel mogelijk moest doen.

Voorts verklaarde klager dat de Commissie in haar advies aan de Ombudsman dezelfde argumenten bleef aanvoeren als zij reeds heeft aangevoerd in de eerdere correspondentie met klager (door hem geciteerd in zijn klacht bij de Ombudsman). Klager benadrukte dat de Commissie bijvoorbeeld in haar standpunt opnieuw heeft verklaard dat aangelegenheden die centraal staan in haar politieke activiteiten uit hoofde van het Verdrag niet toegankelijk mogen zijn voor het Europees Parlement.

Klager voerde ook aan dat de Commissie, door gebruik te maken van haar discretionaire bevoegdheid op basis van algemene en onverantwoorde argumenten en zonder enige externe controle, het in artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde recht op toegang tot documenten niet eerbiedigt.

Nadere inlichtingen

Na zorgvuldige bestudering van het standpunt van de Commissie en de opmerkingen van klager bleek dat nader onderzoek noodzakelijk was.

Verzoek van de Ombudsman aan de Portugese autoriteiten

Overeenkomstig artikel 3, lid 3, punt 7, van het Statuut van de Europese Ombudsman (8) heeft de Ombudsman de Portugese autoriteiten om inlichtingen verzocht. Laatstgenoemden werd verzocht de Ombudsman mee te delen of zij van mening zijn dat openbaarmaking van de brief in kwestie een negatieve invloed zou hebben op het economisch en financieel beleid van de Portugese regering.

Antwoord van de Portugese autoriteiten

In haar antwoord deelde de Portugese vertegenwoordiging bij de Europese Unie de Ombudsman mee dat de Portugese autoriteiten van mening zijn dat in de huidige begrotingssituatie van Portugal de brief van 30 maart 2004, die de minister van Financiën in het kader van de buitensporigtekortprocedure aan de Commissie had gezonden, geen elementen bevat die van invloed kunnen zijn op het economische en financiële beleid van Portugal. De brief in kwestie kon derhalve aan klager worden meegedeeld.

Aanvullend verzoek van de Ombudsman aan de Commissie

Op 26 september 2005 zond de Ombudsman een kopie van het antwoord van de Portugese autoriteiten aan de Commissie. Hij heeft de Commissie ook verzocht hem mee te delen of de Commissie in het licht van dat antwoord nu bereid was een positief antwoord te geven op het verzoek van klager om toegang tot de betrokken brief.

Antwoord van de Commissie

De Commissie heeft geen antwoord ontvangen vóór het verstrijken van de termijn (15 oktober 2005) of gedurende de volgende zes weken.

BESLUIT

1 Weigering van toegang tot documenten

1.1 Klager, een lid van het Europees Parlement, verzocht de Commissie om toegang tot de brief van 30 maart 2004, die de toenmalige Portugese minister van Financiën ("de minister van Financiën") in het kader van de buitensporigtekortprocedure aan de Commissie had gestuurd. De Commissie heeft het confirmatieve verzoek om toegang van klager afgewezen op grond van het feit dat openbaarmaking van de brief de bescherming van het algemeen belang met betrekking tot het financiële, monetaire of economische beleid van de betrokken lidstaat (d.w.z. Portugal) zou ondermijnen. Deze uitzondering op de toegang van het publiek is opgenomen in artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

Klager beweert dat de Commissie de uitzondering van artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 te ruim heeft uitgelegd.

Klager stelt dat hem toegang moet worden verleend tot het gehele document of ten minste tot delen ervan.

1.2 In haar advies stelt de Commissie dat de buitensporigtekortprocedure van artikel 104 van het EG-Verdrag politiek gevoelig ligt en delicate discussies tussen de Commissie, de lidstaten en de Raad (Ecofin) met zich meebrengt. Deze procedure zal waarschijnlijk ook in politieke kringen en op de financiële markten worden besproken. Daarom moet een zekere mate van vertrouwelijkheid worden toegepast om ervoor te zorgen dat de lidstaten in staat zijn aan de vereisten van het stabiliteits- en groeipact te voldoen.

De Commissie was van mening dat openbaarmaking van de brief waarin de minister van Financiën het voor economische en financiële zaken bevoegde lid van de Commissie in kennis stelde van de begrotingsmaatregelen die moesten worden genomen om extra overheidsinkomsten te genereren, hetgeen de door de Portugese regering beoogde doelstelling was, negatieve gevolgen zou hebben voor het economische en financiële beleid van de Portugese regering, aangezien een dergelijke openbaarmaking de verwezenlijking van die doelstellingen door de regering in gevaar zou kunnen brengen. Daarom heeft de Commissie de toegang geweigerd op grond van de uitzondering van artikel 4, lid 1, onder a), vierde streepje, van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Aangezien de Commissie van mening was dat deze uitzondering haar belette de brief van de minister van Financiën openbaar te maken, heeft zij de Portugese autoriteiten niet geraadpleegd over het verzoek van klager. De Commissie was ook van mening dat zij hoe dan ook, overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (9), deze autoriteiten zou moeten raadplegen alvorens de vrijgave van het document te overwegen.

1.3 De Ombudsman merkt om te beginnen op dat, ondanks de verwijzing van de Commissie in haar advies naar artikel 4, lid 5, van Verordening 1049/2001 ("Een lidstaat kan de instelling verzoeken een van die lidstaat afkomstig document niet openbaar te maken zonder zijn voorafgaande toestemming"), de Commissie geen bewijs heeft geleverd dat de Portugese autoriteiten hebben verzocht het betrokken document niet openbaar te maken. Bovendien heeft de Commissie verklaard dat zij de Portugese autoriteiten niet heeft geraadpleegd, omdat zij zelf van mening was dat de openbaarmaking van de brief het economisch en financieel beleid van de Portugese regering zou schaden, zodat zij de brief niet openbaar kon maken.

1.4 De Ombudsman merkt echter op dat artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 bepaalt dat de instelling met betrekking tot documenten van derden de derde raadpleegt om te beoordelen of een uitzondering als bedoeld in artikel 4, lid 1, of artikel 4, lid 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van toepassing is, tenzij duidelijk is dat het document al dan niet openbaar moet worden gemaakt.

1.5 De Ombudsman vindt het moeilijk te begrijpen hoe de Commissie zich beter in staat zou kunnen achten dan de autoriteiten van een lidstaat om te beslissen of openbaarmaking van een document negatieve gevolgen zou hebben voor het financiële, monetaire en economische beleid van die lidstaat. De Ombudsman verzocht derhalve om bijstand van de Portugese autoriteiten, die hem meedeelden dat de brief in kwestie in de huidige begrotingssituatie van Portugal geen elementen bevatte die, indien openbaar gemaakt, van invloed zouden kunnen zijn op het economische en financiële beleid van Portugal.

1.6 In het licht van het antwoord van de Portugese autoriteiten vroeg de Ombudsman de Commissie of zij nu bereid was een positief antwoord te geven op het verzoek van klager om toegang tot de brief in kwestie. De Commissie heeft de Ombudsman niet geantwoord, zelfs niet zes weken na het verstrijken van de desbetreffende termijn. De Ombudsman wijst erop dat dit verzuim op zich een prima facie geval van wanbeheer vormt.

1.7 Gezien het uitblijven van een antwoord van de Commissie acht de Ombudsman het passend om in dit geval onmiddellijk over te gaan tot een ontwerpaanbeveling, om te voorkomen dat administratieve vertraging het recht van klager op toegang tot documenten, dat is neergelegd in artikel 42 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, belemmert.

2 Conclusie

De Ombudsman doet derhalve de volgende ontwerpaanbeveling aan de Commissie, overeenkomstig artikel 3, lid 6, van het Statuut van de Europese Ombudsman:

De ontwerpaanbeveling

De Commissie moet haar weigering om de klager toegang tot het betrokken document te verlenen en toegang te verlenen onverwijld herzien, tenzij een of meer van de uitzonderingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van toepassing zijn.

De Commissie en de klager zullen van deze ontwerpaanbeveling in kennis worden gesteld. Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van het Statuut van de Europese Ombudsman zendt de Commissie uiterlijk op 28 februari 2006 een omstandig advies toe. Het omstandig advies zou kunnen bestaan uit aanvaarding van het besluit van de Ombudsman en een beschrijving van de maatregelen die zijn genomen om de ontwerpaanbeveling uit te voeren.

Straatsburg, 5 december 2005

 

P. Nikiforos DIAMANDOUROS


(1) Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn taken (PB L 113, blz. 15).

(2) PB L 145, blz. 43.

(3) "De instellingen weigeren de toegang tot een document wanneer openbaarmaking de bescherming zou ondermijnen van:
a) het algemeen belang met betrekking tot:
— (…)
— het financieel, monetair of economisch beleid van de Gemeenschap of van een lidstaat;”

4) "Een lidstaat kan de instelling verzoeken een van die lidstaat afkomstig document niet openbaar te maken zonder zijn voorafgaande toestemming".

(5) Zaak T-187/03, Scippacercola/Commissie, arrest van 17 maart 2005, punten 54 en 55.

(6) Zaak T-168/02 IFAW tegen Commissie, arrest van 30 november 2004, punten 57 en 58.

(7) Artikel 3, lid 3, bepaalt: "De autoriteiten van de lidstaten zijn verplicht de Ombudsman, wanneer hij daarom verzoekt, via de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Europese Gemeenschappen alle informatie te verstrekken die kan bijdragen tot het ophelderen van gevallen van wanbeheer door communautaire instellingen of organen, tenzij deze informatie valt onder wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen inzake geheimhouding of onder bepalingen die de mededeling ervan verhinderen. In het laatste geval kan de betrokken lidstaat de Ombudsman evenwel toestaan over deze informatie te beschikken, op voorwaarde dat hij zich ertoe verbindt deze niet openbaar te maken."

(8) Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn taken (PB L 113, blz. 15).

(9) "Een lidstaat kan de instelling verzoeken een van die lidstaat afkomstig document niet openbaar te maken zonder zijn voorafgaande toestemming".

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!