FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 277/98/BB tegen de Europese Commissie


Straatsburg, 9 maart 1999

Geachte heer S.,
Op 26 november 1997 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over de door de communautaire instellingen toegepaste leeftijdsgrenzen en de vertraging van de Europese Commissie om u mee te delen dat uw aanvraag voor algemeen vergelijkend onderzoek EUR/LA/116 op grond van leeftijd was uitgesloten.
Op 26 maart 1998 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie heeft haar advies op 30 juli 1998 toegezonden en ik heb u verzocht desgewenst opmerkingen te maken. Op 5 augustus 1998 heb ik uw opmerkingen over het standpunt van de Commissie ontvangen.
De Europese Ombudsman ontving een aantal klachten van ontevreden burgers van de Unie die klaagden over leeftijdsgrenzen. Daarom heb ik op 14 juli 1997 besloten op eigen initiatief onderzoek 626/97/BB in te stellen naar het gebruik van leeftijdsgrenzen voor de aanwerving bij de Europese instellingen. Op 4 november 1998 heb ik mijn onderzoek op eigen initiatief afgerond.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan. Mijn excuses voor de tijd die het heeft gekost om uw klacht te behandelen, omdat er een onderzoek op eigen initiatief moest worden ingesteld naar het gebruik van leeftijdsgrenzen voor aanwerving bij de communautaire instellingen.

Het KLACHT


In zijn klacht legde klager uit dat de aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/LA/116 op 18 november 1996 werd gepubliceerd. Bij brief van 6 november 1997 heeft de jury hem in kennis gesteld van haar besluit om hem uit te sluiten van vergelijkend onderzoek EUR/LA/116, aangezien de jury zich had gerealiseerd dat klager niet voldeed aan de leeftijdsgrens in de aankondiging.
Volgens klager heeft de raad van bestuur, nadat hij was toegelaten tot vergelijkend onderzoek EUR/LA/116, bijna een jaar geduurd voordat hij zijn besluit om hem van het bovengenoemde vergelijkend onderzoek uit te sluiten, had meegedeeld. De klager voerde aan dat de raad van bestuur had besloten zijn besluit tot uitsluiting uit te stellen op grond van punt D.IV.6 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
Klager beweerde dat het bestuur de door hem overgelegde documenten over zijn geboortedatum had genegeerd. Op 17 maart 1997 werd hij toegelaten tot het vergelijkend onderzoek EUR/LA/116. Op 14 april 1997 werd hij uitgenodigd voor de schriftelijke examens. Op 16 mei 1997 ontving hij tijdens de schriftelijke examens een verklaring waarin zijn geboortedatum duidelijk werd vermeld. Op 29 augustus 1997 ontving klager een brief van de jury waarin stond dat hij geslaagd was voor de schriftelijke examens a) en b) en dat zijn c) en d) examens derhalve zouden worden onderzocht en dat hij zo spoedig mogelijk van de resultaten op de hoogte zou worden gesteld. Op 6 november 1997 deelde de jury klager mee dat hij van het vergelijkend onderzoek was uitgesloten omdat hij niet voldeed aan de leeftijdsvoorwaarde van de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
Klager was van mening dat leeftijdsgrenzen fundamenteel ongerechtvaardigd zijn en dat de gemeenschapsinstellingen ze willekeurig toepassen. In Italië zijn de leeftijdsgrenzen in de overheidssector afgeschaft bij wetgeving van 15 maart 1997. Artikel 118 van het Verdrag van Maastricht verplicht de Commissie de samenwerking met de lidstaten op het gebied van het sociaal beleid te bevorderen, met name op gebieden als de verbetering van het recht op werk en de arbeidsvoorwaarden. Het Verdrag van Amsterdam voorziet in een algemene bepaling inzake non-discriminatie, waarin ook leeftijd als discriminatiemiddel wordt genoemd.
Klager legde uit dat zijn klacht tot doel heeft alle discriminatie op grond van leeftijd binnen de communautaire instellingen af te schaffen. Voorts verklaarde klager dat de Commissie een initiatief moet nemen om een richtlijn voor te stellen die op Europees niveau elke discriminatie op grond van leeftijd verbiedt. Ten slotte verzocht klager de jury haar besluit om hem van vergelijkend onderzoek EUR/LA/116 uit te sluiten, nietig te verklaren.

Het onderzoek


Het standpunt van de Commissie
Met betrekking tot algemeen vergelijkend onderzoek EUR/LA/116 is het juist dat klager werd toegelaten tot deelname aan bovengenoemd vergelijkend onderzoek. Pas nadat de resultaten van de schriftelijke toets waren verkregen en aanvullende verificatie was verricht, werd de aanvraag van klager van het vergelijkend onderzoek uitgesloten op grond van het feit dat hij niet voldeed aan de leeftijdsgrensvoorwaarde die in de aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/LA/116 was vastgesteld.
De Commissie betreurde het dat klager zo laat op de hoogte was van de niet-ontvankelijkheid van zijn verzoek. De aankondigingen van vergelijkend onderzoek bieden de jury’s echter altijd de mogelijkheid om een sollicitant uit te sluiten wanneer zij ontdekken dat een sollicitant niet voldoet aan de voorwaarden van de aankondiging, onverminderd de fase van het vergelijkend onderzoek.
Wat de leeftijdsgrenzen in het algemeen betreft, heeft de Commissie erop gewezen dat de toepassing van verschillende leeftijdsgrenzen in feite een onderdeel vormt van het aanwervingsbeleid van elke instelling dat is afgestemd op de behoeften van de verschillende diensten. De leeftijdsgrens die in bovengenoemd vergelijkend onderzoek werd vastgesteld, was de leeftijdsgrens die gewoonlijk door de Commissie voor dergelijke vergelijkende onderzoeken werd toegepast.
Ondanks het besluit van 21 januari 1998 om de leeftijdsgrens voor aankomende vergelijkende onderzoeken te verhogen tot 45 jaar, was dit besluit nog niet van kracht bij het opstellen van de aankondiging van vergelijkend onderzoek voor het betrokken vergelijkend onderzoek.
Het feit dat de Italiaanse wetgever alle leeftijdsgrenzen voor vergelijkende onderzoeken heeft afgeschaft, heeft geen enkele invloed op de vergelijkende onderzoeken van de gemeenschapsinstellingen.
Artikel 118 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap heeft op dit punt geen gevolgen.
Wat het Verdrag van Amsterdam en het nieuwe artikel 6 A betreft, dit Verdrag is nog niet door de lidstaten geratificeerd. De Commissie kan geen voorstellen doen voor teksten die nog niet van kracht zijn. Om de nodige maatregelen voor de toepassing van dit artikel vast te stellen, moet de Raad bovendien met eenparigheid van stemmen de steun van de betrokken lidstaten krijgen.
Opmerkingen van klager In
zijn opmerkingen handhaafde klager zijn klacht.

BESLUIT


1 Onderzoek op eigen initiatief 626/97/BB naar het gebruik van leeftijdsgrenzen voor de aanwerving bij de communautaire instellingen
1.1 Het besluit van de
Ombudsman van 14 juli 1997 om een onderzoek op eigen initiatief 626/97/BB in te stellen naar het gebruik van leeftijdsgrenzen voor de aanwerving bij de Europese instellingen werd ingegeven door een aanzienlijk aantal klachten, waaronder die van klager. Op grond van artikel 138 E van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is de Ombudsman bevoegd een onderzoek in te stellen naar mogelijk wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen en organen.
1.2 Voordat de Ombudsman op eigen initiatief een onderzoek instelde, liet hij een vergelijkend onderzoek uitvoeren naar het gebruik van leeftijdsgrenzen in de verschillende lidstaten. Uit dit onderzoek is gebleken dat er momenteel geen gemeenschappelijk juridisch of constitutioneel beginsel bestaat dat discriminatie op grond van leeftijd in de overheidssector toestaat of verbiedt. De lidstaten hanteren een leeftijdsgrens die in het algemeen hoger is dan 35 jaar. In sommige lidstaten was er echter een tendens om leeftijdsgrenzen als discriminerend te verbieden.
1.3 Uit het onderzoek op eigen initiatief van de Ombudsman en uit zijn onderzoek naar individuele klachten bleek dat de door de communautaire instellingen gehanteerde leeftijdsgrenzen variëren van 35, 40 en 45 tot 55 jaar. De redenen voor het gebruik ervan zijn bijvoorbeeld te verklaren door een evenwichtig beheer van de loopbaanstructuur, geografisch evenwicht, een goede verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers, problemen die met de leeftijd toenemen bij de aanpassing aan een multiculturele en meertalige omgeving, de mogelijkheid van mobiliteit die met de leeftijd afneemt, de werkloosheid van jongeren en de mogelijkheid om het aantal kandidaten te beperken.
1.4 Wat de mensenrechtenbepalingen inzake non-discriminatie betreft, is uit het onderzoek op eigen initiatief gebleken dat niet kan worden uitgesloten dat het toepassingsgebied van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens ook betrekking kan hebben op discriminatie op grond van leeftijd in gevallen waarin er geen objectieve en redelijke rechtvaardiging voor dergelijke discriminatie bestaat.
1.5 De Ombudsman stelde vast dat leeftijd moet worden beschouwd als een mogelijke oorzaak van discriminatie. Wat de Europese Unie betreft, is dit met name verduidelijkt door het Verdrag van Amsterdam en daarom zal de noodzaak om discriminatie op grond van leeftijd te bestrijden pas uitmonden in de inwerkingtreding ervan.
1.6 Op basis van zijn onderzoek op eigen initiatief is de Ombudsman van mening dat elke burger van de Unie de mogelijkheid moet hebben om werk te zoeken bij de administratie van de Europese Unie. Indien het passend wordt geacht deze mogelijkheid te beperken, moet dit met voldoende redenen worden omkleed om in de aanwervingsprocedures elementen te vermijden die als discriminerend of arbitrair kunnen worden beschouwd.
2 De rechtsgrondslag voor het gebruik van leeftijdsgrenzen
2.1 De Ombudsman begrijpt dat de Europese Commissie en andere communautaire instellingen op grond van artikel 1, lid 1, onder g), van bijlage III bij het Statuut in aankondigingen van vergelijkende onderzoeken een leeftijdsgrens kunnen vaststellen. De Ombudsman is echter van mening dat de huidige praktijk binnen de communautaire instellingen om verschillende leeftijdsgrenzen vast te stellen met verschillende redenen en zonder voldoende rechtvaardiging, niet kan worden beschouwd als een correcte toepassing van leeftijdsgrenzen.
2.2 Uit het onderzoek van de Ombudsman blijkt dat de instellingen van de Gemeenschap zouden kunnen overwegen een gemeenschappelijke leeftijdsgrens vast te stellen met een passende motivering en voldoende motivering. Indien de gemeenschapsinstellingen niet kunnen afzien van het gebruik van leeftijdsgrenzen, verdient het de voorkeur de desbetreffende bepaling van het Statuut te verduidelijken om te waarborgen dat leeftijdsgrenzen niet op discriminerende of willekeurige wijze worden toegepast.
3 Beleidsbeginsel om af te zien van het gebruik van leeftijdsgrenzen
3.1 Het Europees Parlement heeft op 20 oktober 1997 besloten de leeftijdsgrens te verhogen tot 45 jaar voor de komende vergelijkende onderzoeken voor de startrangen, met een herziening na twee jaar op basis van een verslag dat door de personeelsdienst aan de secretaris-generaal van het Parlement moet worden voorgelegd.
3.2 Voorts heeft de Europese Commissie op 21 januari 1998 besloten om in haar aanwervingsbeleid af te zien van leeftijdsgrenzen. In haar opmerkingen over het onderzoek op eigen initiatief van de Ombudsman achtte de Commissie het noodzakelijk haar besluit in onderlinge overeenstemming met andere instellingen in praktijk te brengen en dat de Commissie in de tussentijd een leeftijdsgrens van 45 jaar zal toepassen.
3.3 Gezien bovenstaande ontwikkelingen erkent de Ombudsman dat er inderdaad behoefte is aan een gemeenschappelijk interinstitutioneel akkoord. Op basis van de onderzoeken van de Europese Ombudsman op eigen initiatief en rekening houdend met de aankondiging van de Europese Commissie over een beleidsbeginsel om af te zien van het gebruik van leeftijdsgrenzen met een mogelijk interinstitutioneel akkoord, vond de Ombudsman geen redenen om zijn onderzoek op eigen initiatief naar het gebruik van leeftijdsgrenzen voort te zetten.
4 Vertraging bij het informeren van klager over zijn uitsluiting op grond van leeftijd van algemeen vergelijkend onderzoek EUR/LA/116
4.1 In haar opmerkingen bevestigde de Commissie dat klager was toegelaten tot deelname aan bovengenoemd vergelijkend onderzoek. Pas nadat de resultaten van de schriftelijke toets waren verkregen en aanvullende verificatie was verricht, werd de aanvraag van klager van het vergelijkend onderzoek uitgesloten op grond van het feit dat hij niet voldeed aan de leeftijdsgrensvoorwaarde die in de aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/LA/116 was vastgesteld.
4.2 De Europese Ombudsman merkt in de eerste plaats op dat de aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/LA/116 een duidelijke voorwaarde stelt waarvan verzoekers op de hoogte hadden moeten zijn. Ten tweede bood de aankondiging van vergelijkend onderzoek de jury de mogelijkheid om een sollicitant uit te sluiten indien zij ontdekte dat hij/zij niet voldeed aan de voorwaarden van de aankondiging, onverminderd de fase van het vergelijkend onderzoek. Ten slotte betreurde de Commissie in haar opmerkingen de vertraging bij het informeren van klager over zijn uitsluiting.
4.3 De Europese Ombudsman constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de klacht.
Conclusie Het
onderzoek van de Europese Ombudsman naar deze klacht heeft geen geval van wanbeheer door de Europese Commissie aan het licht gebracht en daarom besluit hij de zaak te sluiten.

VERDERE OPMERKINGEN


De Ombudsman heeft de Europese Commissie verzocht hem op de hoogte te houden van de maatregelen die zijn genomen om een dergelijk gemeenschappelijk interinstitutioneel akkoord tot afschaffing van leeftijdsgrenzen te verkrijgen.
De voorzitter van de Europese Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
Jacob SÖDERMAN
Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!