FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit in zaak 1212/2016/PMC betreffende het impliciete positieve besluit van de Europese Commissie met betrekking tot het Franse ontwerpdecreet inzake verplichte oorsprongsetikettering voor melk en vlees

De European Dairy Association heeft bij de Europese Commissie ernstige bezorgdheid geuit over een Frans ontwerpdecreet tot invoering van verplichte oorsprongsetikettering voor bepaalde melk- en vleesproducten.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de impliciete goedkeuring van de Franse maatregel door de Commissie vanuit procedureel oogpunt voldeed aan de relevante wettelijke vereisten, met name artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Wat de inhoud van het besluit van de Commissie betreft, stelde de Ombudsman vast dat het niet duidelijk was op welke wijze klager van mening was dat de Commissie er niet voor had gezorgd dat Frankrijk aan de relevante materiële vereisten had voldaan. Bijgevolg stelde de Ombudsman vast dat klager in dit stadium nog geen wanbeheer van de Commissie had aangetoond met betrekking tot het inhoudelijke aspect van zijn bewering.

Achtergrond van de klacht

1. In 2015 heeft Frankrijk een wetsbesluit opgesteld op grond waarvan producenten van melk, levensmiddelen die melkproducten bevatten en levensmiddelen die vlees bevatten, informatie moeten verstrekken over het land van oorsprong van de producten. Deze etiketteringsvoorschriften zouden slechts gelden voor een voorlopige periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018. Voor het einde van deze periode zou Frankrijk de Commissie een verslag voorleggen waarin het de consumentenpatronen en de mogelijke gevolgen voor de interne markt zou kunnen evalueren.

2. Op 12 april 2016 heeft de Commissie het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (bestaande uit vertegenwoordigers van de Commissie en de lidstaten)[1] over deze kwestie geraadpleegd. Tijdens die bijeenkomst hebben een aantal lidstaten hun bezorgdheid geuit over de negatieve gevolgen van de Franse maatregel voor de toegang van niet-Franse leveranciers van ingrediënten, met name kleine en middelgrote ondernemingen, tot de voedselproductie en -distributie in Frankrijk. Andere delegaties waren niet tegen verplichte oorsprongsaanduiding als zodanig, maar gaven de voorkeur aan een geharmoniseerde aanpak op EU-niveau, terwijl enkele delegaties het Franse ontwerpdecreet steunden. De Commissie herinnerde het Permanent Comité eraan dat de EU-regels inzake voedselinformatie de lidstaten in staat stellen onder bepaalde voorwaarden nationale maatregelen inzake informatie over de oorsprong van levensmiddelen vast te stellen. Het verklaarde ook dat “in de medebeslissingsfase intensief over dit onderwerp is gedebatteerd en dat de politieke en juridische context de afgelopen jaren aanzienlijk is geëvolueerd”.[2]

3. Op 1 juli 2016 heeft de European Dairy Association bij de Commissie haar ernstige bezorgdheid geuit over het Franse initiatief inzake verplichte oorsprongsetikettering. De Franse aanpak tegen de interne markt daagt de werking van de Europese interne markt uit door nationale belemmeringen tussen de lidstaten opnieuw in te voeren. Bovendien zullen ongerechtvaardigde nationale voorschriften inzake verplichte oorsprongsetikettering een geharmoniseerde uitvoering van de voedselinformatieverordening in de weg staan." Bijgevolg heeft zij de Commissie verzocht “zich duidelijk uit te spreken tegen het Franse decreet”.

4. Op 18 juli 2016 heeft het voor gezondheid en voedselveiligheid bevoegde Commissielid klager meegedeeld dat de Commissie geen bezwaar had gemaakt tegen de Franse maatregel. De commissaris verklaarde dat de mogelijke gevolgen voor de interne markt, met inbegrip van de gevolgen ervan voor ingevoerde levensmiddelen uit andere lidstaten, zullen worden geëvalueerd in het kader van het verslag van de Franse autoriteiten dat in 2018 moet worden ingediend.

5. Ontevreden over het standpunt van de Commissie wendde klager zich in augustus 2016 met zijn klacht tot de Ombudsman. Hoewel een aantal kwesties niet door de Ombudsman konden worden behandeld vanwege hun niet-ontvankelijkheid, opende de Ombudsman een onderzoek naar de onderliggende klacht.

Het onderzoek

6. De Ombudsman opende een onderzoek naar de volgende beschuldiging:

De Commissie heeft ten onrechte geen bezwaar gemaakt tegen het Franse ontwerp-decreet tot invoering van verplichte oorsprongsetikettering voor bepaalde melk- en vleesproducten.

Beoordeling door de Ombudsman

7. De lidstaten kunnen nieuwe maatregelen vaststellen op grond waarvan producenten van melk, levensmiddelen die zuivelproducten bevatten en levensmiddelen die vlees bevatten, drie maanden nadat zij de Commissie van deze maatregelen in kennis hebben gesteld, informatie moeten verstrekken over het land van oorsprong van deze producten, zoals het Franse ontwerpdecreet, op voorwaarde dat de Commissie hierover geen negatief advies uitbrengt [3].

8. Op 12 april 2016 heeft de Commissie het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders geraadpleegd over het Franse decreet.[4] Na die vergadering heeft de Commissie besloten geen negatief advies over de Franse maatregel uit te brengen en heeft zij de klager hiervan op 18 juli 2016 in kennis gesteld. Strikt genomen voldoet dit besluit vanuit procedureel oogpunt aan de wettelijke vereisten, met name artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

9. Bijgevolg was er geen sprake van wanbeheer door de Commissie met betrekking tot het procedurele aspect van de bewering.

10. Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten bevat ook bepaalde materiële vereisten waaraan de lidstaten moeten voldoen om oorsprongsetikettering te mogen eisen. Artikel 39 verplicht de lidstaten met name om het bewijs te leveren dat de meerderheid van de consumenten aanzienlijke waarde hecht aan de verstrekking van die informatie. Uit de klacht blijkt echter niet duidelijk op welke wijze de klager van mening is dat de Commissie er niet voor heeft gezorgd dat Frankrijk aan deze materiële vereisten voldeed. Het is evenmin duidelijk of klager dergelijke bezwaren onder de aandacht van de Commissie heeft gebracht.

11. Op 6 september 2016 nam het onderzoeksteam van de Ombudsman telefonisch contact op met de vertegenwoordiger van klager met de vraag of hij over bewijsmateriaal of informatie beschikte waaruit bleek dat Frankrijk niet had voldaan aan een materiële eis van Verordening (EU) nr. 1169/2011, bijvoorbeeld artikel 39. Het onderzoeksteam van de Ombudsman vroeg de vertegenwoordiger ook op welke manier klager van mening is dat de Commissie het ontwerpdecreet inhoudelijk onjuist heeft beoordeeld. De vertegenwoordiger legde uit dat klager de kwestie alleen in algemene termen bij de Commissie had aangekaart en dat hij, in afwachting van de uitkomst van een verzoek om toegang tot documenten over de kwestie, niet over verdere informatie of bewijzen beschikte.

12. Derhalve heeft de klager nog niet voldoende aangetoond dat de Commissie zich schuldig heeft gemaakt aan wanbeheer met betrekking tot het wezenlijke aspect van deze bewering. De Ombudsman verzekerde klager dat hij, mocht hij dergelijke bezwaren bij de Commissie kenbaar maken en mocht hij het antwoord van de Commissie ontoereikend achten, opnieuw een klacht bij de Ombudsman kon indienen.

Conclusies

Op basis van het onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman de klacht af met de volgende conclusies:

De behandeling van de zaak door de Commissie was vanuit procedureel oogpunt correct en er was in dit verband geen sprake van wanbeheer.

Wat het inhoudelijke aspect van de bewering betreft, heeft klager nog niet aangetoond dat er sprake was van wanbeheer door de Commissie.

De klager zal van dit besluit in kennis worden gesteld.

 

Straatsburg, 12/09/2016

 

[1] overeenkomstig artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

[2] De volledige notulen van de vergadering zijn online toegankelijk: http://ec.europa.eu/food/safety/docs/reg-com_gfl_20160412_sum.pdf

[3] Artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

[4] Overeenkomstig artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!