Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 85 resultaten weergeven

Besluit in zaak 1107/2020/NH betreffende het vermeende uitlekken van vertrouwelijke informatie door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) over een in pesticiden gebruikte werkzame stof

Vrijdag | 12 februari 2021

De zaak betrof een in een Franse krant gepubliceerd artikel, waarin de journalist beweerde toegang te hebben gehad tot een vertrouwelijke brief die klagers aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) hadden gestuurd als onderdeel van een proces voor de verlenging van de goedkeuring van een in pesticiden gebruikte werkzame stof. Klagers voerden aan dat de EFSA die brief naar de pers had gelekt en dat zij niet over passende waarborgen beschikte tegen ongeoorloofde openbaarmaking van vertrouwelijke informatie door personeelsleden. Klagers voerden bovendien aan dat de EFSA niet objectief en onpartijdig was geweest in haar verklaringen aan de pers.

De Ombudsvrouw stelde vast dat klagers de brief in kwestie niet alleen naar de EFSA hadden gestuurd, maar ook naar andere actoren. Aangezien de EFSA niet de enige instantie was die de brief in haar bezit had, kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat de EFSA de brief naar de pers had gelekt. De EFSA had twee interne onderzoeken gedaan naar mogelijke lekken en kwam tot de conclusie dat er geen bewijs was dat de lekken afkomstig waren van een personeelslid van de EFSA. De Ombudsvrouw trof niets aan dat erop wees dat de EFSA niet over de juiste waarborgen tegen lekken beschikte. Met betrekking tot de verklaringen van de EFSA aan de pers concludeerde de Ombudsvrouw dat de EFSA haar verplichtingen van objectiviteit en onpartijdigheid niet had geschonden.

De Ombudsvrouw sloot het onderzoek af met de bevinding dat er in deze zaak geen sprake was van wanbeheer door de EFSA.

Decision in case 715/2020/EIS on the Commission’s alleged failure to deal in a timely manner with a state aid complaint concerning the durum wheat sector in Italy

Dinsdag | 18 augustus 2020

The case concerned the timeliness of the Commission’s action in dealing with a state aid complaint concerning the durum wheat sector in Italy. The complainant claimed that, two years after the submission of his complaint, the Commission had not reached a final decision on the case.

The Ombudsman inspected the Commission’s file on the case and obtained further clarifications during a meeting.

The Commission explained how it had proceeded based on its internal rules and procedures. It also explained the reasons for the delays it had incurred. The Ombudsman found that there was no evidence that the Commission had neglected the file in any way or that there had been unfounded postponements in its handling of the matter.

The Ombudsman thus closed the inquiry, finding that there was no maladministration in how the Commission has been handling the complainant’s state aid complaint.