FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 149/2006/JMA tegen het Europees Bureau voor fraudebestrijding


Straatsburg, 19 december 2006

Geachte heer R.,

Op 17 januari 2006 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). De klacht had betrekking op het vermeende verzuim van OLAF om u informatie te verstrekken over een klacht die u bij die instelling had ingediend tegen een particuliere stichting in Spanje over een vermeend frauduleus gebruik van EU-middelen.

Op 22 januari en 14 februari 2006 heeft u aanvullende informatie verstrekt. Op 10 februari 2006 heeft u mijn diensten telefonisch laten weten dat het probleem niet was opgelost.

Op 27 februari 2006 heb ik de directeur-generaal van OLAF in kennis gesteld van uw klacht en hem verzocht hierover vóór 31 mei 2006 advies uit te brengen. Op 17 mei 2006 heeft OLAF zijn advies in het Engels uitgebracht. Op 23 mei 2006 heeft de Commissie een vertaling van het advies in het Spaans toegezonden, die u op 30 mei 2006 is toegezonden, met het verzoek desgewenst opmerkingen te maken.

Op 14 juni 2006 heeft u mij per e-mail laten weten dat u voornemens was opmerkingen in te dienen. Ik heb echter geen opmerkingen van u ontvangen.

Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.


Het KLACHT

Klacht 3359/2005/JMA

Op 22 september 2005 diende klager een eerdere klacht in bij de Ombudsman, die werd geregistreerd onder dossiernummer 3359/2005/JMA. In zijn klacht legde hij uit dat hij in 2004 bij OLAF een klacht had ingediend tegen een frauduleus gebruik van EU-middelen door een particuliere stichting Spanje. Klager beweerde dat het hoofd van de Stichting middelen uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) had gebruikt om goederen te kopen van een bedrijf dat door zijn echtgenoot werd gerund.

Volgens klager had hij OLAF meerdere malen gebeld, waarbij hij om informatie over het onderzoek verzocht. In zijn klacht bij de Ombudsman beweerde klager dat hem geen informatie was verstrekt in antwoord op zijn telefoongesprekken.

De Ombudsman verklaarde de zaak op 5 december 2005 niet-ontvankelijk op grond van artikel 2, lid 4, van zijn Statuut, op grond van het feit dat de klacht niet was voorafgegaan door passende administratieve stappen bij de betrokken instelling, aangezien uit de beschikbare informatie bleek dat klager OLAF niet schriftelijk had verzocht om de informatie op te vragen.

In zijn brief waarin de klager van het bovenstaande in kennis werd gesteld, stelde de Ombudsman voor dat de klager de nodige administratieve stappen zou ondernemen bij OLAF en met name dat hij de instelling zou aanschrijven en om informatie over het onderzoek zou verzoeken. De Ombudsman merkte ook op dat, mocht OLAF niet reageren op het verzoek van de klager, of mocht het antwoord onbevredigend lijken, hij zou kunnen overwegen een nieuwe klacht in te dienen bij het EO.

Klacht 149/2006/JMA

Op 17 januari 2006 schreef klager opnieuw aan de Ombudsman.

Klager verklaarde dat hij, naar aanleiding van het voorstel van de Ombudsman, OLAF op 5 januari 2006 schriftelijk had verzocht om i) informatie over de stand van de procedures van OLAF met betrekking tot zijn klacht, ii) een kopie van het dossier en iii) de namen van de ambtenaren die verantwoordelijk waren voor het onderzoek. In zijn brief aan de Ombudsman beweerde klager dat zijn verzoek aan OLAF niet was beantwoord. Klager zond op 22 januari 2006 een extra kopie van zijn klacht.

Op 10 februari 2006 heeft het secretariaat van de Ombudsman informeel telefonisch contact opgenomen met klager om na te gaan of zijn brief inmiddels was beantwoord. Klager bevestigde dat hij geen antwoord van OLAF op zijn vraag had ontvangen. Hij verzocht ook om behandeling van zijn klacht op niet-vertrouwelijke basis.

Op 14 februari 2006 heeft klager de Ombudsman een e-mail gestuurd met aanvullende informatie over de namen van de ambtenaren van OLAF die aan het onderzoek hadden deelgenomen.

Rekening houdend met het nieuwe bewijsmateriaal besloot de Ombudsman de brief van klager als nieuwe klacht te registreren (referentie 149/2006/JMA) en een onderzoek in te stellen. De Ombudsman heeft OLAF verzocht een advies uit te brengen over de volgende beschuldigingen:

Klager beweert dat OLAF niet heeft geantwoord op zijn verzoeken om informatie over de behandeling van zijn klacht, met name wat zijn brief van 5 januari 2006 betreft.

Het onderzoek

Advies van OLAF

In zijn advies heeft OLAF de achtergrond van de zaak toegelicht. Zij merkte op dat klager op 5 januari 2006 een e-mail naar OLAF had gestuurd, waarin hij verwees naar een bericht dat hij had opgenomen op het antwoordapparaat van OLAF. Het bericht betrof een vermeend misbruik van EU-middelen door een Spaanse organisatie.

Bij brief van 10 februari 2006 heeft OLAF de e-mail van klager van 5 januari 2006 beantwoord. In zijn antwoord heeft OLAF de drie vragen van klager beantwoord en daarbij het volgende verklaard:

i) Stand van het onderzoek: OLAF deelde klager mee dat het, op basis van zijn bewering, een onderzoek had ingesteld, in het kader waarvan zijn ambtenaren een inspectie uitvoerden in de gebouwen van de begunstigde. OLAF heeft op 4 juli 2005 een verslag uitgebracht over zijn conclusies naar aanleiding van het onderzoek. Een kopie van het verslag werd vervolgens aan de Spaanse autoriteiten toegezonden. Het onderzoek werd formeel afgesloten op 21 september 2005. Aangezien naar aanleiding van zijn onderzoeken een aantal potentiële criminele elementen aan het licht was gekomen, heeft OLAF de relevante informatie op 25 november 2005 doorgegeven aan de verantwoordelijke Spaanse magistraten, die een gerechtelijk onderzoek ter zake zijn begonnen. OLAF verklaarde dat het klager niet eerder in kennis had kunnen stellen van de resultaten van zijn onderzoek, aangezien het pas na ontvangst van zijn e-mail van 5 januari 2006 zijn contactgegevens had verkregen.

ii) Verzoek om toegang tot de documenten van het dossier: OLAF legde uit dat het geen toegang kon verlenen tot de gevraagde documenten op basis van drie van de uitzonderingen van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Bijgevolg heeft OLAF de toegang tot de documenten geweigerd omdat het van mening was dat de openbaarmaking ervan de bescherming van het doel van inspecties zou ondermijnen (artikel 4, lid 2, regel 3); de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, met name wat de bescherming van persoonsgegevens betreft (artikel 4, lid 1, onder b); en commerciële belangen van een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van intellectuele eigendom (artikel 4, lid 2, regel 1). In zijn brief legde OLAF ook uit dat klager binnen 15 dagen een confirmatief verzoek bij de directeur-generaal van OLAF kon indienen.

iii) Verzoek om openbaarmaking van de namen van de onderzoekers van OLAF en andere voor het onderzoek verantwoordelijke ambtenaren: OLAF weigerde deze informatie te verstrekken overeenkomstig artikel 2 en artikel 8, onder b), van Verordening (EG) nr. 45/2001 betreffende de bescherming van persoonsgegevens. OLAF voerde aan dat in casu aan geen van de twee voorwaarden voor toestemming voor de doorgifte van persoonsgegevens was voldaan, te weten dat klager niet had aangetoond waarom de gegevens openbaar moesten worden gemaakt en dat de betrokken ambtenaren bovendien hadden geweigerd toestemming te verlenen voor de doorgifte van hun persoonsgegevens.

OLAF concludeerde derhalve dat zijn brief van 10 februari 2006 naar behoren had geantwoord op de verzoeken van klager. De brief bood klager ook de gelegenheid opmerkingen in te dienen die OLAF ertoe hadden kunnen brengen zijn beoordeling van de zaak te herzien. Klager heeft echter niet op die uitnodiging gereageerd. OLAF heeft bij zijn advies een kopie van zijn antwoord in het Spaans aan klager gevoegd.

Opmerkingen van klager

Op 14 juni 2006 heeft klager de Ombudsman een e-mail gestuurd waarin hij zijn voornemen te kennen gaf opmerkingen over het verslag van OLAF in te dienen. Klager klaagde in zijn e-mail ook over het feit dat OLAF hem in het Frans had geantwoord, terwijl hij recht had op die informatie in het Spaans.

Naar aanleiding van die e-mail heeft de Ombudsman geen opmerkingen van klager ontvangen.

BESLUIT

1 Vermeend verzuim van OLAF om de vragen van klager te beantwoorden

1.1 Klager beweert dat OLAF niet heeft geantwoord op zijn verzoeken om informatie over de behandeling van zijn klacht, met name wat betreft zijn brief van 5 januari 2006.

Klager legt uit dat hij in 2004 bij OLAF een klacht heeft ingediend tegen een vermeend frauduleus gebruik van EU-middelen door een particuliere stichting in Spanje. Hij heeft OLAF meermaals gebeld om informatie over het onderzoek te vragen. Bij gebrek aan een antwoord op zijn vragen heeft klager in een e-mail van 5 januari 2006 om de informatie verzocht.

1.2 OLAF voert aan dat het klager op 10 februari 2006 een brief heeft gestuurd in antwoord op zijn e-mail van 5 januari 2006. De brief behandelde elk van zijn drie vragen.

OLAF legt uit dat het klager niet eerder in kennis had kunnen stellen van de resultaten van zijn onderzoek, aangezien het pas na ontvangst van zijn e-mail van 5 januari 2006 zijn contactgegevens had verkregen.

1.3 In een verdere mededeling stelt klager dat OLAF hem in het Frans had geantwoord, terwijl hij het recht heeft om over die informatie in het Spaans te beschikken.

1.4 Gezien de beschikbare informatie lijkt het erop dat, hoewel klager sinds 2004 herhaaldelijk OLAF heeft gebeld, waarin hij een klacht indiende tegen een vermeend geval van fraude door een Spaanse organisatie, hij geen informatie had ontvangen over de follow-up van zijn klacht. De Ombudsman merkt echter op dat OLAF de situatie heeft gerechtvaardigd op grond van het feit dat het klager niet in kennis kon stellen van de stand van het onderzoek omdat hij OLAF zijn contactgegevens niet had verstrekt. Bij gebrek aan informatie die de uitleg van OLAF in twijfel kan trekken, is de Ombudsman van mening dat het standpunt van OLAF redelijk lijkt.

1.5 De Ombudsman merkt voorts op dat OLAF hem in antwoord op de e-mail van klager van 5 januari 2006 een brief van 10 februari 2006 heeft gestuurd waarin elk van de drie vragen die hij in zijn e-mail van 5 januari 2006 had gesteld, werd behandeld. Gezien het feit dat OLAF heeft geantwoord op de correspondentie van klager, is de Ombudsman derhalve van mening dat OLAF passende maatregelen heeft genomen om het probleem aan te pakken en dat derhalve geen verder onderzoek met betrekking tot dit aspect van de zaak gerechtvaardigd lijkt.

1.6 De Ombudsman wijst erop dat, hoewel klager in een verdere mededeling heeft aangevoerd dat de informatie die hij van OLAF heeft ontvangen in het Frans was opgesteld in plaats van in zijn Spaanse moedertaal, uit een onderzoek van de brief die OLAF klager op 10 februari 2006 heeft gestuurd, waarvan een kopie bij zijn advies was gevoegd, blijkt dat deze mededeling in feite in het Spaans was opgesteld. De Ombudsman is derhalve van mening dat verder onderzoek met betrekking tot dit aspect van de zaak niet gerechtvaardigd lijkt.

1.7 Hoewel OLAF in zijn advies een gedetailleerde toelichting heeft gegeven bij zijn standpunt om de toegang tot de door klager gevraagde documenten te weigeren, acht de Ombudsman het onnodig commentaar te leveren op deze inhoudelijke redenering, aangezien de enige bewering in de klacht betrekking had op het verzuim van OLAF om klager te antwoorden.

2 Conclusie

Op basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze zaak is de Ombudsman van oordeel dat er geen verder onderzoek nodig is met betrekking tot de bewering van klager. De Ombudsman sluit daarom de zaak.

De directeur-generaal van OLAF zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.

Met vriendelijke groet,

 

P. Nikiforos DIAMANDOUROS

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!