Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 2787/2005/OV tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 2787/2005/OV - Geopend op Woensdag | 14 september 2005 - Besluit over Vrijdag | 13 januari 2006
Klager begon in 1995 te werken als hulpconferentietolk ("ACI") voor het Europees Parlement. In het licht van zijn eerdere vier jaar beroepservaring op dit gebied heeft het Parlement hem onmiddellijk de status van categorie 1 toegekend [1]. In 2001 is klager gaan werken voor de gezamenlijke tolken- en conferentiedienst van het directoraat-generaal Tolken van de Europese Commissie ("DG SCIC"). In tegenstelling tot zijn verwachtingen werd klager ingedeeld als tolk van categorie 2. Eind 2004 besloten de Europese instellingen hun ACI-lijsten samen te voegen en kregen alle ACI's een blad met persoonsgegevens ("fiche signalétique"). Uit het dossier van klager bleek dat hij pas vanaf november 2004 als tolk van categorie 1 was ingedeeld. Toen klager deze veronderstelde fout opmerkte, schreef hij in april 2005 e-mails aan de Commissie met het verzoek om een rectificatie van zijn blad met persoonsgegevens, waarin hij vermeldde dat hij sinds januari 1995 tolk van categorie 1 was en niet sinds november 2004. Klager verzocht ook om betaling van 28% van zijn salaris, overeenkomend met het onbetaalde bedrag als gevolg van de vermeende onjuiste indeling voor de periode van 2001, toen hij bij de Commissie kwam, tot november 2004, toen hij werd ingedeeld als tolk van categorie 1. De Commissie antwoordde klager dat zijn indeling niet zou worden gewijzigd.
In augustus 2005 diende klager een klacht in bij de Ombudsman met het verzoek dat de Commissie i) zijn formulier met persoonsgegevens zou rectificeren en officieel zou erkennen dat hij sinds januari 1995 tolk van categorie 1 is, en ii) zijn betalingen zou rectificeren voor de periode tussen september 2001 en 10 november 2004 waarin hij ten onrechte als tolk van categorie 2 was ingedeeld en de 28% van zijn salaris zou betalen die hem voor die periode nog verschuldigd was.
In haar advies over de klacht merkte de Commissie op dat de in het blad met persoonsgegevens van klager gecodeerde gegevens overeenkomstig het verzoek van klager zouden worden gerectificeerd. Klager deelde de Ombudsman vervolgens mee dat hij, hoewel hij het hem wegens de onjuiste indeling verschuldigde salaris niet had ontvangen, moreel verhaal had gekregen.
[1] De Europese instellingen hebben een systeem van twee categorieën voor sessiehulpconferentietolken ("ACI's"), namelijk categorie 2 (beginnende tolk) en categorie 1 (ervaren tolk, die meer dan 100 dagen voor de Europese instellingen hebben gewerkt). Het verschil in beloning bedraagt 28%.
Straatsburg, 13 januari 2006
Geachte heer X.,
Op 23 en 24 augustus 2005 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen de Europese Commissie over uw vermeende onjuiste indeling als tolk van categorie 2.
Op 14 september 2005 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Commissie. De Commissie heeft op 21 november 2005 advies uitgebracht. Op 5 december 2005 heb ik het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken. Op 8 december 2005 ontving ik uw brief van 24 november 2005 waarin u mijn diensten meedeelde dat u de procedure voor de Ombudsman wilde beëindigen. Bij e-mail van 21 december 2005 deelde u mijn diensten opnieuw mee dat u het passend achtte dat de Ombudsman de zaak sloot. Op 12 januari 2006 had u een telefoongesprek met mijn diensten.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Volgens de klager zijn de relevante feiten als volgt:
Klager begon in 1995 te werken als conferentietolk voor het Europees Parlement. De Europese instellingen hebben een systeem van twee categorieën voor sessiehulpconferentietolken ("ACI's"), namelijk categorie 2 (beginnende tolk) en categorie 1 (ervaren tolk, die meer dan 100 dagen voor de Europese instellingen hebben gewerkt (1)). Het verschil in beloning bedraagt 28%(2).
Vanwege de eerdere vier jaar beroepservaring van klager heeft het Parlement hem onmiddellijk de status van categorie 1 toegekend toen hij er in 1995 voor begon te werken.
In 2001 (3) is klager gaan werken voor de gezamenlijke tolken- en conferentiedienst van het directoraat-generaal Tolken van de Europese Commissie ("DG SCIC"). Aangezien het de Commissie is die alle hulpconferentietolken betaalt, ongeacht voor welke instelling zij werken, ging klager ervan uit dat hij nog steeds als categorie 1-tolk zou worden betaald. De Commissie heeft hem echter ingedeeld als tolk van categorie 2 en heeft, anders dan het Parlement, geen gedetailleerde loonstroken verstuurd.
Eind 2004 besloten de Europese instellingen hun ACI-lijsten samen te voegen en kregen alle ACI's een formulier met persoonsgegevens ("fiche signalétique"). Uit dat blad bleek dat klager pas in november 2004 als tolk van categorie 1 was ingedeeld. Pas begin 2005 merkte klager op dat er iets mis was.
Op 13 april 2005 heeft klager de Commissie een e-mail gestuurd waarin hij haar in kennis stelde van de vermeende onjuiste indeling als tolk van categorie 2. Op 24 april 2005 heeft klager de Commissie een andere e-mail gestuurd met het verzoek om a) rectificatie van zijn formulier met persoonsgegevens, waarin moet worden vermeld dat hij sinds januari 1995 en niet sinds november 2004 tolk van categorie 1 is, en b) betaling van 28 % van zijn salaris dat overeenkomt met het onbetaalde bedrag wegens de vermeende onjuiste indeling voor de periode van 2001, toen hij bij de Commissie kwam, tot november 2004, toen hij als tolk van categorie 1 werd ingedeeld. De Commissie heeft op 6 juni 2005 op de e-mail van klager van 13 april 2005 geantwoord dat hij, aangezien hij op 10 november 2004 100 dagen voor de Commissie had gewerkt (dat wil zeggen het minimum dat vereist is om de status van ervaren tolk te verkrijgen), pas vanaf die datum als tolk van categorie 1 was ingedeeld. Bij brief van 15 juni 2005 antwoordde de Commissie in antwoord op de e-mail van klager van 24 april 2005 dat de indeling van klager niet zou worden gewijzigd. Het salaris van klager voor de betrokken periode werd derhalve niet gecorrigeerd.
Op 23 augustus 2005 diende klager deze klacht in bij de Ombudsman en verzocht hij de Commissie:
- zijn formulier met persoonsgegevens te corrigeren en officieel te bevestigen dat hij sinds januari 1995 tolk van categorie 1 is; en
- zijn betalingen voor de periode van september 2001 tot en met 10 november 2004, gedurende welke periode hij ten onrechte als tolk van categorie 2 is ingedeeld, te rectificeren en de hem nog verschuldigde 28 % van zijn salaris voor die periode te betalen.
Het onderzoek
Advies van de CommissieIn haar advies maakte de Commissie de volgende opmerkingen:
Wat de achtergrond van de zaak betreft, merkte de Commissie op dat klager op 13 april 2005 DG SCIC en het Parlement een e-mail heeft gestuurd met een officieel verzoek om rectificatie van zijn categorie ACI. Klager werd in 1995 voor het eerst door het Parlement aangeworven als ervaren tolk (categorie 1), aangezien hij tussen 1991 en 1995 meer dan 100 dagen voor de Raad van Europa heeft gewerkt.
Klager werd in december 2001 voor het eerst door de Commissie aangeworven als beginnend tolk (categorie 2), aangezien hij DG SCIC nooit heeft meegedeeld dat hij reeds door het Parlement als ervaren tolk werd beschouwd.
De Commissie merkte op dat de Europese instellingen gezamenlijk hebben besloten dat alle ACI's, die begin 2005 bij het Parlement in categorie 1 en bij DG SCIC in categorie 2 vielen en omgekeerd, met ingang van 1 januari 2005, de datum van de volledige fusie van de Luxemburgse en de Brusselse betaalorganen, zouden worden opgewaardeerd. Vóór die datum maakten het Parlement en DG SCIC gebruik van volledig gescheiden betalingssystemen. Als gevolg daarvan hebben de instellingen geen gegevens over freelancetolken gedeeld.
Pas toen DG SCIC rechtstreeks door freelancetolken werd geïnformeerd dat zij voor andere instellingen en/of organen hadden gewerkt die onder dezelfde classificatiecriteria vielen (online beschikbaar), werden die werkdagen toegevoegd aan de bladen met persoonsgegevens van tolken. De upgrade vond plaats toen een totaal van 100 dagen werd bereikt.
Vóór de fusie van de betaalkantoren kon DG SCIC niet weten dat klager door het Parlement in de hogere ACI-categorie was ingedeeld. Er is in feite nooit informatie over zijn categorie door een andere instelling of orgaan zelf aan DG SCIC verstrekt.
DG SCIC heeft klager op 10 november 2004 opgewaardeerd tot categorie 1 op basis van de intern beschikbare informatie en volledig in overeenstemming met de regels (100 dagen gewerkt voor de Commissie), aangezien vóór die datum geen andere informatie was ontvangen. De categorie waarin DG SCIC een freelancetolk betaalde, werd duidelijk vermeld op de salarisafrekeningen die aan elke freelancetolk werden toegezonden.
De Commissie concludeerde dat uit het bovenstaande geen financiële gevolgen konden worden afgeleid omdat er geen verzoek of mededeling aan DG SCIC had plaatsgevonden in 2001, toen klager voor DG SCIC begon te werken, noch in de periode tot de datum waarop hij zijn honderdste dag had bereikt en werd opgewaardeerd naar categorie 1. De in het blad met persoonsgegevens van klager ingevoerde gegevens zouden zo worden ingevuld dat duidelijk zou blijken dat hij vanaf 2 januari 1995 categorie 1 was, vanaf 10 november 2004 voor het Parlement en vanaf 10 november 2004 voor DG SCIC.
Opmerkingen van klagerOp 24 november 2005 schreef klager een brief aan het bureau van de Ombudsman met de correspondentie die hij had gehad met de directeur-generaal van DG SCIC. Klager wees erop dat, hoewel de directeur-generaal geen financiële compensatie bood voor de indelingsfout, hij in zijn brief van 14 oktober 2005 verklaarde dat het formulier met persoonsgegevens van klager zou worden gewijzigd om officieel te erkennen dat hij vanaf 2 januari 1995, wat het Parlement betreft, tolk van categorie 1 was.
Klager verklaarde dat, hoewel dit geen perfecte oplossing was, hij van mening was dat dit waarschijnlijk het beste verhaal was dat hij kon krijgen. Hij stelde daarom voor de procedure voor de Ombudsman te beëindigen na ontvangst van zijn herziene blad met persoonsgegevens.
Op 21 december 2005 zond klager een e-mail waarin hij het bureau van de Ombudsman meedeelde dat hij op 8 december 2005 een kopie van zijn blad met persoonsgegevens had ontvangen, die was gerectificeerd om te bevestigen dat hij per 2 januari 1995 tolk van categorie 1 voor het Parlement was geweest. Klager achtte het daarom passend dat de Ombudsman de zaak sloot.
Klager bedankte de Ombudsman en zijn personeel voor het volgen van zijn klacht en verklaarde dat hij weliswaar geen financiële compensatie had ontvangen, maar moreel verhaal had gekregen.
In een telefoongesprek met het bureau van de Ombudsman op 12 januari 2006 heeft klager verduidelijkt dat hij zijn klacht wilde intrekken.
BESLUIT
1 Vermeend onjuiste classificatie van conferentietolk1.1 Klager, die sinds 1995 een hulpconferentietolk van categorie 1 (4) was voor het Europees Parlement, begon in 2001 te werken voor de gemeenschappelijke tolken- en conferentiedienst van het directoraat-generaal Tolken van de Europese Commissie ("DG SCIC"). Aangezien het de Commissie is die alle hulpconferentietolken ("ACI's") betaalt, ongeacht voor welke instelling zij werken, ging klager ervan uit dat hij nog steeds als categorie 1-tolk zou worden betaald. Eind 2004 besloten de Europese instellingen hun ACI-lijsten samen te voegen en kregen alle ACI's een formulier met persoonsgegevens ("fiche signalétique"). Uit dat blad bleek dat klager pas vanaf november 2004 door de Commissie als tolk van categorie 1 was ingedeeld. In zijn klacht bij de Ombudsman beweerde klager dat de Europese Commissie zijn formulier met persoonsgegevens moest corrigeren en officieel moest erkennen dat hij sinds januari 1995 een hulpconferentietolk voor sessies van categorie 1 was. Klager voerde verder aan dat de Commissie zijn betalingen voor de periode tussen september 2001 en 10 november 2004, toen hij werd ingedeeld als tolk van categorie 2, moest corrigeren en de 28% van zijn salaris die hem voor die periode nog verschuldigd was, moest betalen.
1.2 In haar advies concludeerde de Commissie dat de situatie van klager geen financiële gevolgen kon hebben omdat er geen verzoek of mededeling aan de gemeenschappelijke tolken- en conferentiedienst van het directoraat-generaal Tolken van de Europese Commissie ("DG SCIC") was gedaan in 2001, toen klager voor DG SCIC begon te werken, noch op het moment dat hij zijn honderdste dag als ACI had bereikt en werd opgewaardeerd tot tolk van categorie 1. De Commissie verklaarde echter dat de in het formulier met persoonsgegevens van klager ("fiche signalétique") gecodeerde gegevens zouden worden ingevuld, zodat duidelijk zou blijken dat hij vanaf 2 januari 1995 tolk van categorie 1 was voor het Europees Parlement en vanaf 10 november 2004 tolk van categorie 1 voor DG SCIC.
1.3 Op 21 december 2005 zond klager een e-mail waarin hij het bureau van de Ombudsman meedeelde dat hij op 8 december 2005 een kopie van zijn blad met persoonsgegevens had ontvangen, die was gecorrigeerd om te bevestigen dat hij met ingang van 2 januari 1995 tolk van categorie 1 voor het Parlement was geweest. Klager achtte het daarom passend dat de Ombudsman de zaak sloot. Hij verklaarde dat hij weliswaar geen financiële compensatie had ontvangen, maar dat hij moreel verhaal had gekregen. In een telefoongesprek met het bureau van de Ombudsman op 12 januari 2006 heeft klager verduidelijkt dat hij zijn klacht wilde intrekken.
2 ConclusieUit de door klager aan de Ombudsman verstrekte informatie blijkt dat hij de klacht wenst te laten vallen. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van de Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
(1) Zie artikel 2 van de overeenkomst inzake arbeidsvoorwaarden en financiële voorwaarden voor door de instellingen van de Europese Unie aangeworven hulpconferentietolken (ACI) en freelancetolken (FLI). Deze overeenkomst is op 28 juli 1999 gesloten tussen het Parlement, de Commissie en het Hof van Justitie enerzijds en de Internationale Vereniging van Conferentietolken (AIIC) anderzijds.
(2) Zie artikel 6 van de overeenkomst.
(3) Volgens de stukken in het dossier is klager op 8 september 2001 begonnen als tolk voor de Commissie.
(4) De Europese instellingen hebben een systeem van twee categorieën voor sessiehulpconferentietolken ("ACI's"), namelijk categorie 2 (beginnende tolk) en categorie 1 (ervaren tolk, die meer dan 100 dagen voor de Europese instellingen hebben gewerkt. Het verschil in beloning bedraagt 28%.