Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 3667/2004/GG tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 3667/2004/GG - Geopend op Dinsdag | 21 december 2004 - Besluit over Maandag | 30 mei 2005
Straatsburg, 30 mei 2005
Beste Dr. W.,
Op 7 december 2004 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over het vermeende verzuim van de Europese Commissie om een verzoekschrift te behandelen dat u op 18 mei 2004 bij haar had ingediend.
Op 21 december 2004 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie, met het verzoek om uiterlijk op 31 maart 2005 een advies in te dienen. U werd hiervan op de hoogte gebracht bij brief van dezelfde dag.
Op 3 januari 2005 ontving ik een brief van 1 januari 2005 van de heer Peter Briody, waarin werd verwezen naar mijn brief van 21 december 2004 aan u. In zijn brief voerde de heer Briody aan dat klachten van Duitse burgers bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de Verenigde Naties en de EU soms werden onderschept. Op 12 januari 2005 heb ik een kopie van deze brief aan de Commissie toegezonden. Briody is hiervan in kennis gesteld bij brief van dezelfde dag. Op dezelfde dag schreef ik u ook om u te informeren.
In een e-mail van 1 april 2005 heeft u uw verbazing geuit over het feit dat u nog geen verdere informatie over uw klacht had ontvangen. In mijn antwoord van 12 april 2005 heb ik erop gewezen dat de Commissie was verzocht haar advies uiterlijk op 31 maart 2005 in te dienen, dat mijn diensten na ontvangst van uw e-mail van 1 april 2005 contact met de Commissie hadden opgenomen en dat de Commissie mijn bureau had meegedeeld dat haar advies mij in de komende dagen zou worden toegezonden. Ik heb u er ook op gewezen dat het advies bij aankomst voor uw opmerkingen zal worden toegezonden en dat, indien het advies niet in het Duits (de taal van de klacht) zou worden opgesteld, u na ontvangst van het advies een Duitse vertaling zal worden toegezonden.
Een kopie van mijn antwoord is u op 13 april 2005 per e-mail toegezonden. In uw antwoord per e-mail van 14 april 2005 bedankte u mij voor deze brief.
De Commissie heeft op 13 april 2005 de Franse versie van haar advies (van 6 april 2005) toegezonden en ik heb het op 15 april 2005 aan u toegezonden met het verzoek opmerkingen te maken. Op 20 april 2005 heeft de Commissie mij de Duitse vertaling van haar advies toegezonden, die ik u op 26 april 2005 heb doen toekomen.
Op 2 mei 2005 heeft u mij uw opmerkingen toegezonden.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
AchtergrondDe klager is een Duitse vereniging van burgers die zichzelf als slachtoffer van het Duitse rechtsstelsel beschouwen. Op 18 mei 2004 diende klager een omvangrijk verzoekschrift in bij de Europese Commissie.
In een eerdere klacht die op 5 juli 2004 bij de Ombudsman werd ingediend (2128/2004/GG), beweerde klager dat de Commissie niet had bevestigd dat zij bovengenoemd verzoekschrift had ontvangen. Het bureau van de Ombudsman nam vervolgens contact op met de bevoegde dienst van de Commissie. Op 20 juli 2004 zond de Commissie de Ombudsman een kopie van een brief die zij op 20 juli 2004 aan klager had gezonden en waarin zij klager bedankte voor zijn brief. De zaak werd dus afgesloten omdat zij door de Commissie was beslecht.
De onderhavige griefIn haar nieuwe klacht voerde klager in wezen aan dat de Commissie haar verzoekschrift van 18 mei 2004 niet had behandeld.
Het onderzoek
Advies van de CommissieIn haar advies maakte de Commissie de volgende opmerkingen:
De Commissie had het verzoekschrift dat klager haar op 18 mei 2004 had toegezonden, bij e-mail van 27 juni 2004 en bij aanvullende e-mail van 5 juli 2004 zorgvuldig onderzocht. In dit verzoekschrift was klager van mening dat het Duitse rechtsstelsel niet naar behoren werkte. Klager had met name aangevoerd dat het feit dat een groot aantal personen door advocaten moest worden vertegenwoordigd, hen de daadwerkelijke toegang tot de rechter ontnam en ertoe leidde dat veel mensen "bij verstek" werden beoordeeld.
Op grond van dit onderzoek was de Commissie tot de conclusie gekomen dat het verzoekschrift geen verband hield met het Gemeenschapsrecht. De Commissie kon dus niet actief worden, aangezien haar bevoegdheden beperkt waren tot gevallen van schending van de grondrechten in het kader van het Gemeenschapsrecht.
De Commissie had klager hiervan op 27 september 2004 in kennis gesteld. De vertraging was te wijten aan het omvangrijke karakter van het verzoekschrift en aan de tijd die het had gekost om de vertaling voor te bereiden die nodig was om de Commissie in staat te stellen het verzoekschrift te onderzoeken en te beantwoorden. De Commissie verontschuldigde zich voor deze vertraging.
Opmerkingen van klagerIn zijn opmerkingen over het standpunt van de Commissie maakte klager de volgende opmerkingen:
Helaas is het advies van de Commissie niet in het Duits vertaald. Klager had echter recht op een antwoord in het Duits.
Het verzoek van klager om de BRD (Bondsrepubliek Duitsland) van de EU uit te sluiten wegens ernstige schendingen van fundamentele beginselen was in het geheel niet naar behoren behandeld. Integendeel, de behandeling van dit verzoek had opzettelijk meer dan een jaar vertraging opgelopen.
De brief van de Commissie van 27 september 2004 was nooit aan klager gezonden. Het was waarschijnlijk later geproduceerd en vormde dus een vervalsing. Dit werd bevestigd door het feit dat het Franse origineel geen datum droeg.
Het standpunt van de Commissie was ook onjuist, aangezien het verzoekschrift van 18 mei 2004 uitsluitend was gericht op de regelmatige schending van het EU-recht, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de rechtspraak van de communautaire rechterlijke instanties in Duitsland. In het verzoekschrift werd ook de aandacht gevestigd op het feit dat de "OMF-BRD" (de Bondsrepubliek Duitsland als een "georganiseerde manier van regeren door buitenlanders") geen staat was en dus geen EU-burgers van Duitsers kon maken. Klager maakte daarom bezwaar tegen het opleggen van een Europese grondwet zolang de BRD weigerde de rechtsstaat te eerbiedigen.
Klager wilde ook weten of zijn verzoekschrift van 18 mei 2004 was vertaald in een officiële werktaal (Engels of Frans) die kon worden gebruikt als referentie voor een beroep bij het Europees Hof van Justitie.
BESLUIT
1 Vermeend verzuim om verzoekschrift naar behoren te behandelen1.1 Klager is een Duitse vereniging van burgers die zichzelf als slachtoffer van het Duitse rechtssysteem beschouwen. Op 18 mei 2004 diende klager een omvangrijk verzoekschrift in bij de Europese Commissie. In zijn in december 2004 bij de Ombudsman ingediende klacht beweerde klager in wezen dat de Commissie haar verzoekschrift van 18 mei 2004 niet had behandeld.
1.2 In haar advies legde de Commissie uit dat zij het verzoekschrift dat klager tot haar had gericht, zorgvuldig had onderzocht. Zij wees erop dat klager in dit verzoekschrift het standpunt had ingenomen dat het Duitse rechtsstelsel niet naar behoren werkte. Klager had met name aangevoerd dat het feit dat een groot aantal personen door een advocaat moest worden vertegenwoordigd, hen de daadwerkelijke toegang tot de rechter ontnam en ertoe leidde dat veel mensen "bij verstek" werden berecht. De Commissie verklaarde dat zij op grond van haar onderzoek tot de conclusie was gekomen dat het verzoekschrift geen verband hield met het Gemeenschapsrecht en dat zij derhalve niet actief kon worden. Zij voegde daaraan toe dat de klager hiervan op 27 september 2004 in kennis was gesteld. De Commissie voerde aan dat de vertraging te wijten was aan het omvangrijke karakter van het verzoekschrift en aan de tijd die het had gekost om de vertaling voor te bereiden die nodig was om de Commissie in staat te stellen het verzoekschrift te onderzoeken en te beantwoorden. Zij biedt haar excuses aan voor deze vertraging.
1.3 In zijn opmerkingen voerde klager aan dat het advies van de Commissie niet in het Duits was vertaald. Voorts voerde zij aan dat haar verzoek om de BRD (Bondsrepubliek Duitsland) van de EU uit te sluiten wegens ernstige schendingen van fundamentele beginselen in het geheel niet naar behoren was behandeld. Klager voerde ook aan dat de brief van de Commissie van 27 september 2004 haar nooit was toegezonden, dat deze brief waarschijnlijk later was overgelegd en dus een vervalsing vormde. Ter ondersteuning van dit standpunt wees klager erop dat het Franse origineel geen datum bevatte. Klager voerde ook aan dat het standpunt van de Commissie onjuist was, aangezien zijn (klagers) verzoekschrift van 18 mei 2004 uitsluitend was gericht op de consequente veronachtzaming van het EU-recht, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de jurisprudentie van de communautaire rechtbanken in Duitsland. Voorts verklaarde zij te willen weten of haar verzoekschrift van 18 mei 2004 in een officiële werktaal (Engels of Frans) was vertaald.
1.4 De Ombudsman acht het nuttig eraan te herinneren dat hij klager bij brief van 12 april 2005 in antwoord op diens e-mail van 1 april 2005 heeft meegedeeld dat het advies naar klagers opmerkingen zou worden gestuurd zodra het werd ontvangen en dat, indien het advies niet in het Duits (de taal van de klacht) was gesteld, een Duitse vertaling aan klager zou worden toegezonden zodra de Ombudsman het had ontvangen. De Commissie heeft de Franse versie van haar advies (van 6 april 2005) op 13 april 2005 toegezonden en de Ombudsman heeft dit advies op 15 april 2005 aan klager toegezonden, overeenkomstig hetgeen hij in zijn brief van 12 april 2005 had aangekondigd. Op 20 april 2005 zond de Commissie de Duitse vertaling van haar advies aan de Ombudsman, die op 26 april 2005 aan klager werd toegezonden.
1.5 Wat de zaak ten gronde betreft, merkt de Ombudsman op dat de Commissie het standpunt heeft ingenomen dat het verzoekschrift van klager van 18 mei 2004 geen verband hield met het Gemeenschapsrecht en dat het derhalve niet actief kon worden. In het licht van de hem verstrekte informatie is de Ombudsman van mening dat dit standpunt redelijk lijkt. Het is juist dat klager in zijn opmerkingen heeft aangevoerd dat zijn verzoekschrift ook betrekking had op wat hij beschouwde als een consequente schending van het EU-recht in Duitsland. De klager heeft echter geen concreet bewijs geleverd om dit standpunt vast te stellen.
1.6 In zijn opmerkingen voerde klager aan dat de Commissie haar verzoek om Duitsland van de EU uit te sluiten, niet naar behoren had behandeld. Er zij op gewezen dat de Ombudsman de bevoegdheid en de plicht heeft om gevallen van mogelijk wanbeheer te onderzoeken. De inhoud van dit verzoek betreft echter een politieke kwestie en zou daarom niet onder het mandaat van de Ombudsman vallen.
1.7 Wat de procedurele aspecten betreft, is de Ombudsman van mening dat klager niet heeft aangetoond (in zijn opmerkingen naar voren gebracht) dat de brief van de Commissie van 27 september 2004 hem in feite niet was toegezonden. De desbetreffende brief is gedateerd en ondertekend en voorzien van een nummer ("JAI/C3/AG D(2004) 8871"). De Ombudsman is van mening dat niets erop wijst dat deze brief later is overgelegd en dus een vervalsing vormde. De Franse tekst die de Commissie samen met deze brief aan de Ombudsman heeft voorgelegd, is een vertaling. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze tekst niet is ondertekend.
1.8 De Ombudsman merkt op dat de brief van 27 september 2004 meer dan vier maanden na ontvangst door de Commissie van het verzoekschrift van 18 mei 2004, waarop zij heeft geantwoord, is verzonden. De Commissie heeft echter uitgelegd dat deze vertraging te wijten was aan het omvangrijke karakter van het verzoekschrift en aan de tijd die het had gekost om de vertaling voor te bereiden die nodig was om de Commissie in staat te stellen het verzoekschrift te onderzoeken en te beantwoorden. De Ombudsman merkt voorts op dat de Commissie zich voor deze vertraging heeft verontschuldigd. In deze omstandigheden is de Ombudsman van mening dat er geen redenen zijn voor verder onderzoek naar dit aspect van de zaak.
1.9 Wat betreft de vraag van klager (die voor het eerst aan de orde werd gesteld in de opmerkingen van klager) of zijn verzoekschrift van 18 mei 2004 door de Commissie was vertaald in een officiële werktaal (Engels of Frans), is de Ombudsman van mening dat deze vraag (die niet aan de orde was gesteld in de oorspronkelijke klacht) een verzoek om informatie vormt. De Ombudsman beschikt echter niet over de informatie waarnaar klager op zoek is. Indien de klager echter een antwoord op zijn vraag wenst te ontvangen, kan hij zich tot de Commissie wenden.
2 ConclusieOp basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door de Europese Commissie. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van de Europese Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
P. Nikiforos DIAMANDOUROS