FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit betreffende de impliciete weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten betreffende uitwisselingen met een organisatie en met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) in verband met de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (zaak 1958/2025/NH)

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot uitwisselingen tussen de Commissie, een in de VS gevestigde organisatie en Europol over seksueel misbruik van kinderen. De klager heeft zijn verzoek in november 2024 bij de Commissie ingediend.

De Commissie antwoordde voor het eerst in maart 2025. Zij heeft vastgesteld dat 14 documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek vielen, waarbij gedeeltelijke toegang tot 11 documenten werd verleend en toegang tot drie documenten in hun geheel werd geweigerd. Daarbij voerde de Commissie aan dat openbaarmaking de privacy, het algemeen belang op het gebied van de openbare veiligheid en haar eigen besluitvormingsproces zou kunnen ondermijnen.

Klager betwistte het besluit van de Commissie door in april 2025 een "bevestigend verzoek" in te dienen. Bij gebrek aan een antwoord wendde klager zich in juli 2025 tot de Ombudsman.

De Ombudsman opende een onderzoek naar de impliciete weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen en verzocht de Commissie als eerste stap zo spoedig mogelijk een uitdrukkelijk antwoord op het confirmatief verzoek van klager vast te stellen. Bij gebrek aan een antwoord binnen de gestelde termijn heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman de betrokken documenten geïnspecteerd.

De Commissie antwoordde klager in maart 2026 en verleende (bredere) gedeeltelijke toegang tot alle 14 documenten. Klager heeft in zijn opmerkingen over het confirmatieve besluit van de Commissie de resterende redacties niet aangevochten. De Ombudsman was derhalve van oordeel dat de klacht over de impliciete weigering van de Commissie is afgehandeld door de gedeeltelijke toegang die nu is verleend. Niettemin betreurt de Ombudsman de vertraging die de Commissie heeft opgelopen bij de behandeling van het verzoek om toegang van klager, die zelfs na de opening van haar onderzoek voortduurde. De Ombudsman blijft de kwestie van vertragingen op basis van bij haar ingediende klachten nauwlettend volgen.

Achtergrond van de klacht

1. In mei 2022 kwam de Europese Commissie met een wetgevingsvoorstel [1] tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen. Het voorstel van de Commissie verplichtte aanbieders van communicatiediensten, zoals webmailberichtendiensten en internettelefonie, om onlinemateriaal over seksueel misbruik van kinderen en activiteiten in verband met kinderlokkerij proactief op te sporen. Het voorstel wordt momenteel besproken in interinstitutionele onderhandelingen (zogeheten “trialogen”).

2. De klager, een academisch onderzoeker, heeft in november 2024 een verzoek om toegang van het publiek [2] ingediend bij de Commissie en verzocht om toegang tot alle e-mails (met inbegrip van bijlagen) en notulen van vergaderingen tussen ambtenaren van de Commissie en een in de VS gevestigde organisatie die zich bezighoudt met de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen en tussen de Commissie en het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) over de inspanningen van de EU om online seksueel misbruik van kinderen te bestrijden. Het verzoek had betrekking op de periode van 1 september 2023 tot en met 15 november 2024. De Commissie heeft het verzoek geregistreerd onder referentie EASE 2024/6083.

3. De Commissie heeft haar eerste antwoord in maart 2025 vastgesteld. Zij stelde vast dat 14 documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek vielen, voornamelijk e-mailuitwisselingen en missieverslagen. De Commissie weigerde de toegang tot drie documenten in hun geheel en gaf gedeeltelijke toegang tot de overige elf documenten. Daarbij verwees zij naar verschillende uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten (Verordening (EG) nr. 1049/2001), met het argument dat openbaarmaking de bescherming van persoonsgegevens en het besluitvormingsproces ervan, alsook het openbaar belang op het gebied van de openbare veiligheid zou kunnen ondermijnen.

4. Op 4 april 2025 heeft de klager de Commissie verzocht haar besluit te herzien (door een “bevestigend verzoek” in te dienen) en de (gedeeltelijke) weigering van toegang te betwisten. Hij voerde aan dat:

  • de Commissie heeft geen specifiek en daadwerkelijk risico voor de openbare veiligheid aangetoond, zoals vereist door de EU-jurisprudentie,
  • de documenten ten tijde van het confirmatief verzoek 12 tot 18 maanden oud waren, waardoor het onwaarschijnlijk is dat zij operationeel gevoelige informatie bevatten;
  • er was een hoger openbaar belang bij openbaarmaking, gezien het aanzienlijke publieke debat over de voorgestelde verordening en de gevolgen ervan voor de grondrechten.

5. Naar aanleiding van een verzoek om een actualisering heeft de Commissie in juni 2025 uitgelegd dat zij vanwege een groot aantal verzoeken om toegang niet binnen de toepasselijke termijnen op het confirmatief verzoek zou kunnen antwoorden.

6. Na geen verder antwoord te hebben ontvangen, wendde klager zich op 16 juli 2025 tot de Ombudsman.

Het onderzoek

7. De Ombudsman heeft een onderzoek ingesteld naar de impliciete weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen tot de litigieuze documenten [3].

8. Als eerste stap heeft de Ombudsman de Commissie verzocht onverwijld en uiterlijk op 15 september 2025 een confirmatief besluit vast te stellen. De Ombudsman deelde de Commissie ook mee dat zij, mocht de vertraging aanhouden, de litigieuze documenten zou inzien.

9. Bij gebreke van een bevestigend besluit heeft de Ombudsman de Commissie verzocht afschriften van de 14 litigieuze documenten ter inspectie aan haar onderzoeksteam te verstrekken. Op 18 februari 2026 stuurde de Ombudsman de Commissie een laatste herinnering met het verzoek het confirmatieve besluit onverwijld vast te stellen.

10. De Commissie heeft op 4 maart 2026 haar confirmatief besluit over het verzoek van klager om toegang van het publiek vastgesteld. Het confirmatieve besluit verleende (bredere) gedeeltelijke toegang tot alle documenten, waarbij bepaalde delen onleesbaar werden gemaakt om de privacy en het algemeen belang met betrekking tot de openbare veiligheid te beschermen [4].

11. De Ombudsman vroeg klager of hij opmerkingen wilde maken over het confirmatieve besluit. Klager zei dat hij in dit stadium geen verdere opmerkingen had.

Beoordeling door de Ombudsman

12. Dit onderzoek betrof de impliciete weigering van de Commissie om (volledige) toegang te verlenen tot de 14 documenten die volgens de Commissie binnen het toepassingsgebied van het verzoek van klager vallen.

13. Tijdens het onderzoek heeft de Commissie een expliciet bevestigend besluit vastgesteld dat in de plaats kwam van de impliciete weigering. In haar confirmatief besluit heeft de Commissie gedeeltelijke toegang verleend tot alle 14 documenten, met inbegrip van de documenten waartoe de toegang aanvankelijk volledig was geweigerd.

14. Klager heeft in zijn opmerkingen over het confirmatieve besluit van de Commissie de resterende redacties niet aangevochten. De Ombudsman is derhalve van mening dat de klacht over de impliciete weigering van de Commissie is afgehandeld door de gedeeltelijke toegang die nu is verleend. Zij is ingenomen met de grotere transparantie die in dit geval is bereikt.

15. Niettemin betreurt de Ombudsman ten zeerste de vertraging bij de behandeling van het verzoek van klager. De door de Ombudsman vastgestelde termijn voor het beantwoorden van zijn confirmatief verzoek verstreek op 15 september 2025 en het duurde nog steeds meer dan vijf maanden voordat de Commissie haar definitieve standpunt over het verzoek om toegang vanaf die datum vaststelde. Dit is onaanvaardbaar. Meer in het algemeen is de Ombudsman zich ervan bewust dat de Commissie nog steeds vertraging oploopt bij de behandeling van verzoeken om toegang van het publiek. Ze blijft de zaak nauwlettend volgen op basis van klachten die bij haar zijn ingediend.

Conclusie

Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie:

Door een uitdrukkelijk bevestigend besluit te nemen over het verzoek om toegang van klager, waarbij de Commissie (ruimere) gedeeltelijke toegang tot de 14 litigieuze documenten heeft verleend, heeft de Commissie de klacht afgehandeld.

Niettemin betreurt de Ombudsman de vertraging die de Commissie heeft opgelopen bij de vaststelling van het confirmatieve besluit, dat zelfs na de opening van het onderzoek door de Ombudsman voortduurde.

Klager en de Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

Teresa Anjinho
Europese Ombudsman


Straatsburg, 05/05/2026

 

[1] Beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=COM%3A2022%3A209%3AFIN.

[2] Krachtens Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj.

[3] In artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 is het volgende bepaald: “Wanneer de instelling niet binnen de gestelde termijn antwoordt, wordt dit als een negatief antwoord beschouwd en heeft de aanvrager het recht een gerechtelijke procedure tegen de instelling in te leiden en/of een klacht in te dienen bij de Ombudsman”.

[4] De Commissie heeft zich niet langer beroepen op de uitzondering betreffende haar besluitvormingsproces.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!