Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 246/2004/MF tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie
Besluiten
Zaak 246/2004/MF - Geopend op Maandag | 08 maart 2004 - Besluit over Woensdag | 05 oktober 2005
Straatsburg, 5 oktober 2005
Geachte heer Z.,
Op 26 januari 2004 heeft u bij mij een klacht ingediend tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie (hierna "EPSO" genoemd) over uw uitsluiting van vergelijkend onderzoek COM/A/2/02, dat door de Europese Commissie is georganiseerd om een reserve van assistent-administrateurs op het gebied van "Landbouw" aan te leggen.
Op 8 maart 2004 heb ik de klacht doorgestuurd naar de directeur van EPSO. Op 2 april 2004 heeft EPSO mij meegedeeld dat u op 24 december 2003 op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut beroep had ingesteld tegen uw uitsluiting van vergelijkend onderzoek COM/A/2/02. EPSO heeft mij voorts meegedeeld dat het mij een kopie van zijn antwoord op uw beroep als advies zal toezenden. EPSO heeft op 23 augustus 2004 advies uitgebracht. Op 3 november 2004 heb ik u het advies van EPSO toegezonden met de uitnodiging om uiterlijk op 30 november 2004 opmerkingen te maken. Op die datum zijn geen opmerkingen van u ontvangen.
Op 2 februari 2005 heb ik EPSO om nadere informatie over uw klacht verzocht. EPSO heeft op 8 maart 2005 geantwoord. Het antwoord van EPSO is u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 7 april 2005 heeft toegezonden.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Volgens de klager zijn de relevante feiten als volgt:
In juli 2002 heeft de Europese Commissie twee algemene vergelijkende onderzoeken georganiseerd voor de aanwerving van administrateurs (COM/A/1/02) en assistent-administrateurs (COM/A/2/02) op het gebied van "Landbouw", "Visserij" en "Milieu".
Klager diende een aanvraag in om deel te nemen aan mededinging COM/A/2/02 op het gebied van "Landbouw".
De Franse versie van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek luidde als volgt:
a) "Aucune expérience professionnelle n'est requise.
b) Seront admis à concourir les candidats ayant obtenu le diplôme de niveau universitaire donnant accès au concours après le 27 septembre 1997.
c) Ainsi que les candidats ayant obtenu un diplôme postuniversitaire en rapport direct avec les sekteurs d'activité concernés après le 27 septembre 1999.
La date à laquelle le candidat peut se prévaloir de l'obtention du diplôme doit figurer clairement sur le diplôme même ou sur une attestation officielle."
Klager werd toegelaten tot deelname aan de voorselectietests en de schriftelijke tests. Bij brief van 30 oktober 2003 heeft EPSO hem laten weten dat hij op 3 december 2003 was toegelaten tot de mondelinge toets.
Bij brief van 16 december 2003 werd klager ervan in kennis gesteld dat zijn sollicitatie na zijn mondeling examen en op verzoek van de voorzitter van de jury opnieuw was onderzocht. Klager werd er voorts van in kennis gesteld dat zijn aanvraag moest worden afgewezen omdat deze niet voldeed aan de voorwaarden b) en c) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek, aangezien hij na 27 september 1997 geen universitair diploma had behaald en hij na 27 september 1999 geen postuniversitaire kwalificatie had behaald die rechtstreeks relevant was voor de betrokken werkterreinen.
In een brief van 3 januari 2004 aan de voorzitter van de jury verzocht klager de jury haar besluit om hem te diskwalificeren te heroverwegen op grond van het feit dat zijn sollicitatie niet voldeed aan de voorwaarden van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
In zijn antwoord van 28 januari 2004, dat namens de jury werd opgesteld, deelde EPSO klager mee dat de jury haar besluit om hem te diskwalificeren had bevestigd. EPSO merkte op dat de jury moest voldoen aan de voorwaarden van de aankondiging van vergelijkend onderzoek die zij reeds op de andere kandidaten had toegepast, door tegelijkertijd de voorwaarden a), b) en c) van punt II.2 van de aankondiging toe te passen. EPSO verklaarde voorts dat voorwaarde b) van punt II. 2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek mag niet als willekeurig worden beschouwd, maar houdt verband met de gelijktijdige start van twee vergelijkende onderzoeken met verschillende toelatingsvoorwaarden, namelijk met betrekking tot de beroepservaring van de kandidaten.
In zijn klacht bij de Europese Ombudsman stelde klager dat:
1) De jury had hem ten onrechte gediskwalificeerd omdat de Franse versie van de aankondiging van vergelijkend onderzoek geen melding maakte van de voorwaarden a) en b) van punt II. 2 moest tegelijkertijd worden vervuld om tot het vergelijkend onderzoek te worden toegelaten.
2) Door hem toe te laten tot de schriftelijke examens, die impliceerden dat zijn dossier voldeed aan alle voorwaarden van de aankondiging van vergelijkend onderzoek, en door hem na de mondelinge examens te diskwalificeren, had de jury nagelaten consequent te handelen.
3) Door de kandidaten te verzoeken de voor toelating na 27 september 1997 vereiste universitaire graad te hebben behaald, heeft EPSO geen discriminatie voorkomen en geen sollicitaties zonder onderscheid op grond van leeftijd aanvaard, zoals in de aankondiging van vergelijkend onderzoek is vermeld.
Klager voerde aan dat zijn naam op de lijst van toegelaten kandidaten voor het vergelijkend onderzoek moest worden geplaatst. Indien de jury zou weigeren zijn naam te plaatsen op de lijst van kandidaten die tot het vergelijkend onderzoek zijn toegelaten, stelde klager dat hij een schadevergoeding van 10 000 EUR moest ontvangen.
Het onderzoek
Het advies van EPSOHet advies van EPSO over de klacht luidde kort samengevat als volgt:
Wat de vermeende oneerlijke uitsluiting van klager door de jury betreft, was het duidelijk dat aan de voorwaarden a), b) en c) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek tegelijkertijd moest worden voldaan om tot het vergelijkend onderzoek te worden toegelaten. In zijn antwoord van 28 januari 2004 op de brief van klager van 3 januari 2004 namens de jury had EPSO reeds gewezen op deze voorwaarde onder b) van punt II. 2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek mag niet als willekeurig worden beschouwd, maar houdt verband met de gelijktijdige start van twee vergelijkende onderzoeken met verschillende toelatingsvoorwaarden, namelijk met betrekking tot de beroepservaring van de kandidaten.
Met betrekking tot het vermeende verzuim van de jury om consistent te handelen, werd in de aankondiging van vergelijkend onderzoek duidelijk vermeld dat indien in enig stadium van de procedure zou worden vastgesteld dat een kandidaat niet aan alle toelatingsvoorwaarden voor het vergelijkend onderzoek voldeed, die kandidaat zou worden gediskwalificeerd. Toen de jury constateerde dat de sollicitatie van klager niet voldeed aan de voorwaarden b) en c) van de aankondiging van vergelijkend onderzoek, moest zij zijn sollicitatie overeenkomstig de aankondiging van vergelijkend onderzoek diskwalificeren om discriminatie te voorkomen. Voorts werd erop gewezen dat klager in zijn klacht van 24 december 2003 op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut had erkend dat hij zijn universitair diploma had behaald op 23 november 1988, dat wil zeggen vóór de in de aankondiging van vergelijkend onderzoek vermelde uiterste datum. Hij was zich er dus volkomen van bewust dat zijn sollicitatie niet voldeed aan de toelatingsvoorwaarden voor het vergelijkend onderzoek.
Met betrekking tot het vermeende verzuim van EPSO om elke vorm van discriminatie te vermijden en sollicitaties zonder onderscheid op grond van leeftijd te aanvaarden, heeft EPSO verklaard dat de voorwaarde b) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek kandidaten die hun diploma vóór een bepaalde datum hadden behaald, uitsloot van deelname aan het vergelijkend onderzoek. Volgens EPSO konden kandidaten die hun universitaire studie hadden uitgesteld of studenten die niet onmiddellijk na afloop van hun middelbare school aan de universiteit hadden gestudeerd, zich echter kandidaat stellen voor het vergelijkend onderzoek.
Er zijn tegelijkertijd twee algemene vergelijkende onderzoeken georganiseerd voor de aanwerving van administrateurs (COM/A/1/02) en assistent-administrateurs (COM/A/2/02). Bij vergelijkend onderzoek COM/A/1/02 moesten de kandidaten over ten minste drie jaar beroepservaring beschikken, terwijl bij vergelijkend onderzoek COM/A/2/02 geen beroepservaring vereist was. Kandidaten voor vergelijkend onderzoek COM/A/2/02 moesten echter na 27 september 1997 de voor toelating vereiste universitaire graad hebben behaald of een postuniversitaire kwalificatie hebben die rechtstreeks relevant was voor de betrokken werkterreinen en die na 27 september 1999 was behaald. Door de kandidaten te verzoeken de voor toelating na 27 september 1997 vereiste universitaire graad te hebben behaald, beoogde voorwaarde b) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek juist een eerlijk en afzonderlijk vergelijkend onderzoek tussen de kandidaten voor de vergelijkende onderzoeken COM/A/1/02 en COM/A/2/02, afhankelijk van de vraag of zij al dan niet beroepservaring hadden.
Opmerkingen van klagerOp de daartoe vastgestelde datum werden geen opmerkingen van klager ontvangen.
Nadere inlichtingenVerzoek van de Ombudsman om inlichtingen van EPSO
Na zorgvuldige bestudering van het advies van EPSO bleek dat nader onderzoek noodzakelijk was. De Europese Ombudsman heeft EPSO daarom verzocht hem informatie te verstrekken over het volgende punt:
"Onder voorwaarde a) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek COM/A/2/02 hoefden de kandidaten geen beroepservaring te hebben om tot het vergelijkend onderzoek te worden toegelaten. In zijn advies leek EPSO echter te suggereren dat kandidaten met beroepservaring zich hadden moeten aanmelden voor vergelijkend onderzoek COM/A/1/02 (administrateurs) en niet voor COM/A/2/02 (assistenten). Kan EPSO deze discrepantie toelichten en toelichten waarom het van mening was dat het niet had nagelaten discriminatie op grond van leeftijd te voorkomen door de kandidaten te verzoeken het voor toelating na 27 september 1997 vereiste universitair diploma te behalen?
Antwoord van EPSOIn repliek heeft ESPO in samengevatte vorm de volgende verklaringen afgelegd:
De bewering in de klacht was identiek aan die in de klachten 1523/2002/GG en 1536/2002/OV (1) over de voorwaarde van versheid van het diploma van de kandidaten. In zijn besluiten over deze twee klachten was de Ombudsman van mening dat er geen sprake was van wanbeheer door de Europese Commissie.
EPSO wees erop dat, zoals vermeld in zijn brief van 15 september 2003 aan de Ombudsman (2), was besloten geen verdere vergelijkende onderzoeken te organiseren waarvan de aankondiging een voorwaarde van "versheid" met betrekking tot het diploma vereiste.
Verdere opmerkingen van klagerIn zijn verdere opmerkingen handhaafde klager zijn beweringen.
BESLUIT
1 Vermeend oneerlijke uitsluiting van klager door de jury1.1 In juli 2002 heeft de Europese Commissie twee algemene vergelijkende onderzoeken georganiseerd voor de aanwerving van administrateurs (COM/A/1/02) en assistent-administrateurs (COM/A/2/02) op het gebied van "Landbouw", "Visserij" en "Milieu". Klager diende een aanvraag in om deel te nemen aan vergelijkend onderzoek COM/A/2/02 op het gebied van landbouw. Klager beweerde dat de jury hem ten onrechte had gediskwalificeerd omdat in de Franse versie van de aankondiging van vergelijkend onderzoek niet was vermeld dat tegelijkertijd aan de voorwaarden a) en b) van punt II.2 moest worden voldaan om tot het vergelijkend onderzoek te worden toegelaten.
1.2 EPSO verklaarde dat het duidelijk was dat aan de voorwaarden a), b) en c) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek tegelijkertijd moest worden voldaan om tot het vergelijkend onderzoek te worden toegelaten.
1.3 De Ombudsman merkt op dat de Franse versie van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek COM/A/2/02 (assistent-administrateurs) als volgt is opgesteld: a) "aucune expérience professionnelle n'est requise" b) "Seront admis à concourir les candidats ayant obtenu le diplôme de niveau universitaire (…)." c) "ainsi que les candidats ayant obtenu un diplôme post-universitaire (…)".
De Ombudsman merkt voorts op dat klager in zijn klacht op grond van artikel 90, lid 2, van het Statuut heeft erkend dat hij zijn universitair diploma had behaald op 23 november 1988, dat wil zeggen vóór de in de aankondiging van vergelijkend onderzoek vermelde uiterste datum.
1.4 De Ombudsman is van mening dat uit de aankondiging van vergelijkend onderzoek blijkt dat aan de voorwaarden a), b) en c) van punt II is voldaan. 2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek gelijktijdig moesten worden toegepast en dat kandidaten die slechts aan een van de drie voorwaarden voldeden, niet tot het vergelijkend onderzoek zouden worden toegelaten.
1.5 Gezien het bovenstaande concludeert de Ombudsman dat er geen sprake lijkt te zijn geweest van wanbeheer door EPSO met betrekking tot deze bewering.
2 Vermeend verzuim van de jury om consistent te handelen2.1 Klager voerde aan dat de jury, door hem toe te laten tot de schriftelijke examens, hetgeen impliceerde dat zijn dossier voldeed aan alle voorwaarden van de aankondiging van vergelijkend onderzoek, en door hem na de mondelinge examens te diskwalificeren, niet consequent had gehandeld.
2.2 EPSO voerde aan dat in de aankondiging van vergelijkend onderzoek duidelijk was vermeld dat indien in enig stadium van de procedure zou worden vastgesteld dat een kandidaat niet aan alle toelatingsvoorwaarden voor het vergelijkend onderzoek voldeed, het vergelijkend onderzoek zou worden gediskwalificeerd.
2.3 De Ombudsman merkt op dat in punt 7 van deel C van de aankondiging van vergelijkend onderzoek staat: "Indien in enig stadium van de procedure wordt vastgesteld dat de informatie op het inschrijvingsformulier voor optische lezers of het officiële aanvraagformulier onjuist is of niet overeenstemt met de bewijsstukken of dat u niet aan alle voorwaarden voor toelating tot het vergelijkend onderzoek voldoet, wordt u gediskwalificeerd".
2.4 In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman van mening dat het door de jury ingenomen standpunt redelijk lijkt. De Ombudsman concludeert dat er geen sprake lijkt te zijn geweest van wanbeheer door EPSO met betrekking tot deze bewering.
3 Vermeend verzuim van EPSO om discriminatie op grond van leeftijd te voorkomen3.1 Klager voerde aan dat EPSO, door de kandidaten te verzoeken het voor toelating na 27 september 1997 vereiste universitair diploma te behalen, geen discriminatie heeft vermeden en sollicitaties zonder onderscheid naar leeftijd heeft aanvaard, zoals vermeld in de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
3.2 EPSO verklaarde dat onder voorwaarde b) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek kandidaten die hun diploma vóór een bepaalde datum hadden behaald, uitgesloten waren van deelname aan het vergelijkend onderzoek. Volgens EPSO konden kandidaten die hun universitaire studie hadden uitgesteld of studenten die niet onmiddellijk na afloop van hun middelbare school aan de universiteit hadden gestudeerd, zich echter aanmelden voor het vergelijkend onderzoek. EPSO voerde voorts aan dat voorwaarde b) van punt II.2 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek, door de kandidaten te verzoeken de voor toelating na 27 september 1997 vereiste universitaire graad te hebben behaald, juist tot doel had te zorgen voor een eerlijk en afzonderlijk vergelijkend onderzoek tussen kandidaten voor vergelijkende onderzoeken COM/A/1/02 en COM/A/2/02, afhankelijk van de vraag of zij al dan niet beroepservaring hadden.
3.3 Op 2 februari 2005 heeft de Europese Ombudsman EPSO verzocht nadere informatie over deze kwestie te verstrekken.
3.4 In zijn antwoord verklaarde EPSO dat de bewering in de klacht identiek was aan die in de klachten 1523/2002/GG en 1536/2002/OV over de voorwaarde van "de versheid van het diploma van de kandidaten". In zijn besluiten over deze twee klachten was de Ombudsman van mening dat er geen sprake was van wanbeheer door de Europese Commissie.
3.5 In zijn verdere opmerkingen handhaafde klager zijn beweringen.
3.6 Zoals EPSO heeft opgemerkt, heeft de Europese Ombudsman zich in zijn onderzoek naar de klachten 1523/2002/GG en 1536/2002/OV, die ook betrekking hadden op vergelijkend onderzoek COM/A/2/02, reeds beziggehouden met de kwestie van de "versheid" van het diploma van de kandidaten.
3.7 In zijn besluit over klacht 1523/2002/GG merkte de Ombudsman op dat "het relevante vergelijkend onderzoek (3) betrekking had op loopbaan A8 (assistent-administrateur), de basisloopbaan van rang A, waarvoor geen voorafgaande beroepservaring vereist is. Hij merkt voorts op dat de instellingen en organen van de EU hun vergelijkende onderzoeken organiseren om ambtenaren aan te werven op basis van de behoeften van hun diensten, en dat zij daarbij over een aanzienlijke discretionaire bevoegdheid beschikken, mits zij zich houden aan het Statuut en andere rechtsregels die voor hen bindend zijn. De Ombudsman is van mening dat de Commissie, door te eisen dat kandidaten voor A8-posten (assistent-administrateurs) een universitair diploma hebben dat in het recente verleden is behaald, binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheid heeft gehandeld (4). Dezelfde conclusie geldt voor het besluit van de Commissie om de periode waarin de graad moest worden behaald vast te stellen op vijf jaar vóór de sluitingsdatum." In zijn besluit over klacht 1523/2002/GG merkte de Ombudsman voorts op dat "de clausule inzake de "recente graad" die op het betrokken vergelijkend onderzoek van toepassing was, ruimer was dan de overeenkomstige clausules die in eerdere vergelijkende onderzoeken werden toegepast en dat de Commissie vergelijkend onderzoek COM/A/1/01 organiseerde voor administrateurs die gelijktijdig met het betrokken vergelijkend onderzoek actief waren. Kandidaten die hun universitair diploma op of vóór 27 september 1997 hadden behaald, maar die over drie jaar beroepservaring beschikten die overeenstemde met de betrokken taken, konden dus deelnemen aan vergelijkend onderzoek COM/A/1/01."
In zijn besluit over klacht 1536/2002/OV was de Ombudsman van mening dat "[h]et gebruik door de Commissie van een vermeende indirecte discriminerende clausule in de voorwaarden voor toelating tot vergelijkend onderzoek COM/A/2/02, namelijk de datum waarop A8-aanvragers hun academische graad of een gespecialiseerde graad hebben behaald, op objectieve redenen moet worden gebaseerd. Deze redenering moet de Ombudsman in staat stellen te beoordelen of de Commissie binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheid heeft gehandeld door dit soort voorwaarden op te leggen. De Commissie heeft de toepassing van deze bepaling gerechtvaardigd op basis van de aard en de taken van de assistent-administrateurs. Aangezien A8-ambtenaren vóór hun indiensttreding bij de Commissie niet worden geacht over relevante beroepservaring te beschikken, heeft de instelling een datum vastgesteld voor de voltooiing van hun studie of gespecialiseerde studie. De "versheid" van het diploma lijkt dus een specifieke voorwaarde op basis van de aard van de in te vullen posten. Door A8-kandidaten een voorwaarde op te leggen op basis van de "versheid" van het diploma, heeft de Ombudsman geconcludeerd dat de Commissie binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheid heeft gehandeld". De Ombudsman heeft geen geval van wanbeheer vastgesteld in zijn besluiten over de klachten 1523/2002/GG en 1536/2002/OV betreffende mededinging COM/A/2/02, waarop deze klacht betrekking heeft.
3.8 In deze omstandigheden concludeert de Ombudsman dat er geen sprake lijkt te zijn geweest van wanbeheer door EPSO met betrekking tot dit aspect van de zaak. De Ombudsman is echter ingenomen met het besluit van EPSO om het gebruik van een recent diplomavereiste in zijn toekomstige aanwervingsprocedures af te schaffen.
4 Vorderingen van klager4.1 Klager voerde aan dat zijn naam op de "lijst van toegelaten kandidaten voor het vergelijkend onderzoek" moest worden geplaatst. Indien de jury zou weigeren zijn naam te plaatsen op de lijst van kandidaten die tot het vergelijkend onderzoek zijn toegelaten, stelde klager dat hij een schadevergoeding van 10 000 EUR moest ontvangen.
4.2 In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman van mening dat het niet nodig is zijn onderzoek naar de beweringen van klager voort te zetten.
5 ConclusieOp basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door EPSO. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De directeur van EPSO zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
(1) Deze besluiten zijn beschikbaar op de website van de Europese Ombudsman op het volgende adres: http://www.ombudsman.europa.eu/decision/en/default.htm.
(2) EPSO verwijst naar de brief van 15 september 2003 aan de Ombudsman in het kader van de klachten 1523/2002/GG en 1536/2002/OV.
(3) d.w.z. mededinging COM/A/2/02.
(4) Zie het besluit van de Ombudsman van 21 juli 2000 over de klachten 428/98/JMA en 464/98/JMA.