FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een interne selectieprocedure heeft uitgevoerd (COM/AD9/22) (zaak 691/2024/RVK)

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie de beroepservaring van een kandidaat beoordeelde in een interne selectieprocedure voor administrateurs op het gebied van interne markt, innovatie en digitale kwesties. Klager was bezorgd dat zijn beroepservaring niet adequaat was beoordeeld, aangezien dit niet duidelijk bleek uit de informatie die de Commissie hem had verstrekt.

De Ombudsman constateerde dat de jury de in de sollicitatie van klager verstrekte informatie had onderzocht en aan alle subsidiabiliteitscriteria had getoetst. De Ombudsman stelde geen kennelijke fout vast in de wijze waarop de jury de beroepservaring van klager beoordeelde, en sloot het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

De klacht

1. Klager nam deel aan een interne selectieprocedure voor personeel, die werd georganiseerd door de Europese Commissie[1]. De selectieprocedure werd georganiseerd om deskundigen op verschillende gebieden aan te werven. De klager had een aanvraag ingediend voor veld 4, dat betrekking had op deskundigen op het gebied van de eengemaakte markt, innovatie en digitale kwesties.

2. De Commissie deelde klager mee dat hij niet was toegelaten tot de volgende fase van de selectieprocedure, aangezien hij niet de voldoende score had behaald in de „talent screener”-fase. In de talent screener moeten kandidaten vragen beantwoorden over hun beroepservaring en kwalificaties. De vragen zijn gebaseerd op de selectiecriteria[2] voor de selectieprocedure. Het „selectiecomité”[3] beoordeelt en scoort vervolgens de antwoorden van de kandidaten. Op basis van de antwoorden van klager in de talentscreener gaf de jury klager een score onder de drempel die nodig was om tot de volgende fase van de selectieprocedure te worden toegelaten.

3. Klager was van mening dat hij gezien zijn beroepservaring een hogere score in de talentscreener had moeten krijgen en verzocht de Commissie haar besluit te herzien. Na het onderzoek deelde de Commissie klager mee dat de jury haar besluit om klager niet toe te laten tot de volgende fase van de selectieprocedure had bevestigd.

4. Klager diende daarom een administratieve klacht in, die door de Commissie werd afgewezen.

5. Ontevreden over de uitkomst van zijn administratieve klacht wendde klager zich in april 2024 tot de Ombudsman.

Het onderzoek

6. De Ombudsman heeft een onderzoek geopend naar de wijze waarop de Commissie de beroepservaring van klager in de selectieprocedure heeft beoordeeld.

7. In de loop van het onderzoek heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman het voor deze zaak relevante dossier van de Commissie geïnspecteerd en deelgenomen aan een vergadering met de Commissie. Het inspectie- en vergaderingsverslag, met de gedetailleerde toelichting van de Commissie, is als bijlage bij dit besluit gevoegd.

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

8. Klager voerde aan dat hij gezien zijn beroepservaring een hogere score in de talentscreener had moeten behalen.

9. De Commissie legde uit dat de beroepservaring van een kandidaat relevant kan zijn voor het gebied van de selectieprocedure, indien zij aantoont dat zij ervaring heeft met ten minste één van de onderdelen van het gebied (interne markt, innovatie en digitale kwesties).

10. De Commissie legde uit dat, hoewel de beroepservaring van klager verband hield met “digitale kwesties”, klager niet heeft aangetoond dat hij voornamelijk aan digitale aangelegenheden werkte. De jury was derhalve van oordeel dat de beroepservaring van klager geen betrekking had op een van de vakgebieden en concludeerde derhalve dat zijn beroepservaring niet voldoende relevant was.

Beoordeling door de Ombudsman

11. Bij de beoordeling van kandidaten zijn de jury’s gebonden aan de selectiecriteria voor de selectieprocedure in kwestie. Tegelijkertijd beschikken de jury’s volgens de EU-jurisprudentie over een ruime beoordelingsmarge bij de beoordeling van de kwalificaties en beroepservaring van een kandidaat aan de hand van deze criteria.[4] De rol van de Ombudsman is dus beperkt tot het bepalen of de jury een kennelijke fout heeft gemaakt.[5]

12. De talentscreener heeft tot doel de in aanmerking komende kandidaten te selecteren van wie het profiel het best overeenkomt met de uit te voeren taken. Om die keuze te maken, stelt de jury eerst evaluatiecriteria en een scorerooster vast voor elke talentscreenervraag.

13. De toelichtingen van de Commissie en de documenten die in het kader van dit onderzoek zijn verstrekt, weerspiegelen het vooraf vastgestelde scoreschema van de jury voor de vragen van talentscreeners. Er zijn geen aanwijzingen voor een kennelijke fout in de wijze waarop de jury de antwoorden van klager in de talentscreener heeft beoordeeld. De Ombudsman acht de uitleg van de Commissie dat de beroepservaring van klager niet voldoende relevant was voor het gekozen gebied, redelijk.

14. De jury beoordeelt de kandidaten uitsluitend op basis van de in hun sollicitaties verstrekte informatie. Het is de verantwoordelijkheid van de kandidaten om de jury in hun sollicitaties duidelijke en volledige informatie te verstrekken.

15. Volgens de rechtspraak van de Unie kan de persoonlijke overtuiging van een kandidaat over de relevantie van zijn profiel niet afdoen aan de beoordeling van de jury en vormt zij geen bewijs van een kennelijke fout van de jury[6].

16. Het feit dat klager in een andere selectieprocedure hogere scores kreeg, heeft geen invloed op de wijze waarop zijn kwalificaties in deze procedure werden beoordeeld, aangezien elke selectieprocedure verschillende scoreschema’s en verschillende scoremethodologieën gebruikte.

17. Op basis van het bovenstaande stelt de Ombudsman vast dat er geen sprake is van wanbeheer bij de beoordeling door de jury van de antwoorden van klager in de talentscreener.

Conclusies

Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie [7]:

Er was geen sprake van wanbeheer bij de beoordeling door de Europese Commissie van de beroepservaring van klager.

Klager en de Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

Tina Nilsson
Hoofd van de eenheid Case-handling


Straatsburg, 14/02/2025

 

 

[1] COM/AD9/22 Administrateurs - Veld 4. Interne markt, innovatie en digitale vraagstukken (interne markt, onderzoek, vervoer, energie, ondernemingen, industrie, informatiemaatschappij, financiële diensten, belastingen, fraudebestrijding)

[2] De selectiecriteria worden gedefinieerd in de „aankondiging van vergelijkend onderzoek”, waarin de criteria en regels voor de selectieprocedure worden vastgesteld.

[3] Elke selectieprocedure heeft een jury, die verantwoordelijk is voor de selectie van kandidaten in elke fase, op basis van vooraf vastgestelde criteria, en voor het opstellen van de definitieve lijst van geslaagde kandidaten.

[4]Arrest van het Gerecht van 11 februari 1999, zaak T-244/97, Mertens/Commissie, punt 44: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/HR/TXT/?uri=CELEX:61997TJ0244; arrest van het Gerecht van 11 mei 2005, zaak T-25/03, De Stefano/Commissie, punt 34: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/TXT/?uri=CELEX:62003TJ0025

[5] Zie het besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 14/2010/ANA tegen de

Europees Bureau voor personeelsselectie, paragraaf 14 (besluit hier beschikbaar:

https://www.ombudsman.europa.eu/cases/decision.faces/en/10427/html.bookmark#_ftnref5); en arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 31 mei 2005, zaak T-294/03, Gibault/Commissie, punt 41: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=CELEX:62003TJ0294.

[6] Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 15 juli 1993 in de gevoegde zaken T-17/90, T-28/91 en T-17/92, Camara Alloisio e.a./Commissie, punt 90: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/GA/TXT/?uri=CELEX:61990TJ0017; arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 23 januari 2003, zaak T-53/00, Angioli/Commissie, punt 94: http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=47998&pageIndex=0&doclang=FR&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=5568.

[7] Deze klacht is behandeld in het kader van gedelegeerde behandeling van zaken, overeenkomstig het besluit van de Europese Ombudsman tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!