Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit betreffende het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie om een kandidaat niet toe te laten tot een selectieprocedure voor EU-ambtenaren (EPSO/AST/151/22) (zaak 588/2023/RVK)
Besluiten
Zaak 588/2023/RVK - Geopend op Woensdag | 31 mei 2023 - Besluit over Vrijdag | 15 december 2023 - Betrokken instelling Europees Bureau voor personeelsselectie ( Geen wanbeheer vastgesteld ) - Land België
Klacht ingediend
27/03/2023Onderzoek van de klacht
28/03/2023Onderzoek gaande
21/04/2023Uitkomst van het onderzoek
15/12/2023
De zaak betrof het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) om klager niet toe te laten tot een selectieprocedure voor assistenten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie vanwege zijn gebrek aan beroepservaring.
Uit de informatie die EPSO aan klager had verstrekt, bleek niet duidelijk of zijn beroepservaring volledig was beoordeeld. De Ombudsman constateerde dat de jury de in de sollicitatie van klager verstrekte informatie had onderzocht en aan alle subsidiabiliteitscriteria had getoetst. De Ombudsman constateerde geen kennelijke fout bij de beoordeling van de sollicitatie door de jury en sloot het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.
De klacht
1. Klager nam deel aan een selectieprocedure voor de aanwerving van EU-ambtenaren, die werd georganiseerd door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)[1]. De selectieprocedure werd georganiseerd om assistenten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie aan te werven. De klager had een aanvraag ingediend voor veld 3 - ontwikkeling/configuratie, testuitvoering en onderhoud van IT-toepassingen en kant-en-klare oplossingen; gegevensbeheer, gegevensanalyse en kunstmatige intelligentie.
2. Om voor de selectieprocedure in aanmerking te komen, moest de aankondiging van vergelijkend onderzoek hetzij [2]:
a) een diploma van postsecundair onderwijs van ten minste twee jaar dat relevant is voor de in bijlage I [3] bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek beschreven taken, gevolgd door ten minste zes jaar werkervaring op ICT-gebied, waarvan ten minste drie jaar op het gekozen vakgebied en in verband met de taken op het in bijlage I beschreven relevante vakgebied; of
b) een niveau van secundair onderwijs dat wordt afgesloten met een diploma dat toegang geeft tot postsecundair onderwijs, gevolgd door ten minste negen jaar werkervaring op ICT-gebied, waarvan ten minste drie jaar op het gekozen gebied en in verband met de taken op het relevante gebied als beschreven in bijlage I.
3. De klager heeft een bachelordiploma bedrijfskunde en een masterdiploma bedrijfsanalyse. Klager heeft meerdere jaren werkervaring op ICT-gebied.
4. EPSO deelde klager mee dat hij niet in aanmerking kwam voor deelname aan de selectieprocedure omdat hij niet over de nodige beroepservaring (ten minste negen jaar) beschikte om aan het tweede toelatingscriterium te voldoen. Klager diende een verzoek om herziening in bij EPSO, met het argument dat hij voldeed aan het eerste subsidiabiliteitscriterium.
5. Klager voerde aan dat hij voldeed aan het eerste criterium om voor onderwijs in aanmerking te komen. Hij verwees naar zijn bachelordiploma, dat ICT-gerelateerde vakken bevatte. Volgens klager hadden deze cursussen betrekking op meer dan een jaar studies die relevant waren voor de in bijlage I bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek vermelde taken. Daarnaast voerde klager aan dat zijn masterdiploma volledig betrekking had op data science en bedrijfsanalyse en relevant was voor de in bijlage I beschreven taken. Klager voerde verder aan dat hij, zoals vermeld in zijn aanvraagformulier, meer dan zes jaar werkervaring op ICT-gebied had, met meer dan drie jaar op de in bijlage I beschreven gebieden.
6. Met zijn verzoek om herziening verstrekte klager aanvullende documenten, namelijk transcripties van zijn bachelor- en masterdiploma’s waarin hij de ICT-gerelateerde cursussen benadrukte die hij relevant achtte voor de in bijlage I beschreven taken.
7. Na de evaluatie deelde EPSO klager mee dat de jury haar besluit om klager niet toe te laten tot de selectieprocedure had bevestigd.
8. Ontevreden over de uitkomst van zijn verzoek om een nieuw onderzoek wendde klager zich in maart 2023 tot de Ombudsman.
Het onderzoek
9. De Ombudsman heeft een onderzoek ingesteld naar de klacht over de wijze waarop de jury de academische kwalificaties en beroepservaring van klager heeft beoordeeld.
10. In de loop van het onderzoek heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman het voor deze zaak relevante dossier van EPSO geïnspecteerd en schriftelijke toelichtingen van de jury ontvangen. Het inspectieverslag, met de gedetailleerde toelichting van EPSO, is als bijlage bij dit besluit gevoegd.
Beoordeling door de Ombudsman
11. Bij de beoordeling van kandidaten zijn de jury’s gebonden aan de toelatingscriteria voor de selectieprocedure in kwestie. Tegelijkertijd beschikken de jury’s volgens de EU-jurisprudentie over een ruime beoordelingsmarge bij de beoordeling van de kwalificaties en beroepservaring van een kandidaat aan de hand van deze criteria.[4] De rol van de Ombudsman is dus beperkt tot het bepalen of de jury een kennelijke fout heeft gemaakt.[5]
12. In het oorspronkelijke besluit van EPSO werd alleen verwezen naar subsidiabiliteitscriterium b), waardoor de indruk werd gewekt dat de jury de subsidiabiliteit van klager alleen aan dat criterium had getoetst. In de loop van het onderzoek werd duidelijk dat dit een schrijffout was en dat de jury de subsidiabiliteit van klager had beoordeeld aan de hand van zowel subsidiabiliteitscriterium a) als subsidiabiliteitscriterium b).
13. Wat subsidiabiliteitscriterium a) betreft, bleek uit de inspectie van het dossier van EPSO dat de jury van oordeel was dat het bachelordiploma (bedrijfskunde) van klager, op basis van de beschrijving van de inhoud ervan, geen relevante kwalificatie was.
14. De jury achtte het masterdiploma van klager relevant, maar stelde vast dat hij niet over de vereiste beroepservaring beschikte. De jury stelde vast dat klager sinds het behalen van zijn masterdiploma minder dan drie jaar relevante beroepservaring had.
15. Wat het toelatingscriterium b) betreft, ging de jury ervan uit dat klager in het bezit was van een diploma secundair onderwijs. Hoewel de jury het grootste deel van de beroepservaring van klager relevant achtte, voldeed zij niet aan de drempel van negen jaar.
16. De conclusies van de jury wijzen niet op een kennelijke beoordelingsfout. De persoonlijke overtuiging van klager over de relevantie van zijn profiel kan de beoordeling van de jury niet in twijfel trekken en vormt geen bewijs van een kennelijke fout van de jury [6].
17. Op basis van het bovenstaande was er geen sprake van wanbeheer bij de beoordeling door de jury van de sollicitatie van klager aan de hand van de subsidiabiliteitscriteria.
18. Er zij op gewezen dat de klager bepaalde informatie alleen in zijn verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt. Het is de verantwoordelijkheid van de kandidaten om de jury de informatie te verstrekken die zij nodig heeft om na te gaan of zij aan de voorwaarden van de aankondiging van vergelijkend onderzoek voldoen. De jury beoordeelt de kandidaten uitsluitend op basis van de informatie die zij in hun sollicitatie hebben verstrekt.
Conclusie
Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie [7]:
Er was geen sprake van wanbeheer bij de beoordeling van de geschiktheid van klager door het Europees Bureau voor personeelsselectie.
Klager en EPSO zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Tina Nilsson
Hoofd van de eenheid Case-handling
Straatsburg, 15/12/2023
[1] EPSO/AST/151/22 Assistenten - Ontwikkeling/configuratie, testen, gebruik en onderhoud van IT-toepassingen en
kant-en-klare oplossingen; Gegevensbeheer, gegevensanalyse en artificiële intelligentie https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:C2022/076A/02&from=EN
[2] De subsidiabiliteitscriteria zijn gedefinieerd in de „aankondiging van vergelijkend onderzoek”, waarin de criteria en regels voor de selectieprocedure zijn vastgesteld.
[3] Bijlage I is te vinden aan het einde van de aankondiging van vergelijkend onderzoek en bevat de taken die relevant zijn voor elk gebied van de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
[4] Arrest van het Gerecht van 11 februari 1999, zaak T-244/97, Mertens/Commissie, punt 44: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/HR/TXT/?uri=CELEX:61997TJ0244; arrest van het Gerecht van 11 mei 2005, zaak T-25/03, De Stefano/Commissie, punt 34: http://curia.europa.eu/juris/celex.jsf?celex=62003TJ0025&lang1=en&type=TXT&ancre=.
[5] Zie het besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 14/2010/ANA tegen de
Europees Bureau voor personeelsselectie, paragraaf 14 (besluit hier beschikbaar:
https://www.ombudsman.europa.eu/cases/decision.faces/en/10427/html.bookmark#_ftnref5); en arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 31 mei 2005, zaak T-294/03, Gibault/Commissie, punt 41: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=CELEX:62003TJ0294.
[6] Arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 15 juli 1993 in de gevoegde zaken T-17/90, T-28/91 en T-17/92, Camara Alloisio e.a./Commissie, punt 90: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/GA/TXT/?uri=CELEX:61990TJ0017; arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 23 januari 2003, zaak T-53/00, Angioli/Commissie, punt 94:
[7] Deze klacht is behandeld in het kader van gedelegeerde behandeling van zaken, overeenkomstig het besluit van de Europese Ombudsman tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen.