Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 659/2002/IP tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 659/2002/IP - Geopend op Woensdag | 22 mei 2002 - Besluit over Maandag | 24 februari 2003
Geachte heer C.,
Op 5 april 2002 heeft u namens de Universala Esperanto-Asocio (World Esperanto Association) een klacht ingediend bij de Europese Ombudsman. De klacht had betrekking op mogelijke gevallen van taaldiscriminatie.
Op 22 mei 2002 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie heeft op 7 oktober 2002 advies uitgebracht, dat ik u heb doen toekomen met de uitnodiging om vóór eind november 2002 opmerkingen te maken. Op 26 november 2002 heeft u verzocht om een verlenging van de termijn voor het indienen van uw opmerkingen. Uw verzoek werd bij brief van 2 december 2002 ingewilligd en de termijn werd verlengd tot eind december 2002. Uw opmerkingen, die op 26 december 2002 per e-mail zijn verzonden, zijn op 6 januari 2003 geregistreerd.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Klager klaagde namens de Universala Esperanto-Asocio (hierna "UEA" genoemd) over de vermeende taaldiscriminatie door verschillende Europese organisaties die geheel of gedeeltelijk door de Europese Commissie worden gefinancierd en die in hun reclame voor vacatures "Engelse moedertaal" of "Engelse moedertaalsprekers" vereisen. Als gevolg daarvan lijken duizenden mensen te worden gediscrimineerd; hoewel ze een goede kennis van het Engels hebben, kunnen ze niet worden aangeworven.
In zijn klacht bij de Ombudsman stelde klager dat de Commissie:
1) het discriminatoire karakter te erkennen van aanwervingsaankondigingen voor posten die officieel openstaan voor alle burgers, maar die onofficieel voorbehouden zijn aan moedertaalsprekers van het Engels;
2) ervoor te zorgen dat zij niet langer ondernemingen of organisaties financiert die Europese burgers die niet de Engelse moedertaal hebben, discrimineren;
3) de middelen en oplossingen bestuderen om taaldiscriminatie te voorkomen die wordt uitgeoefend door organisaties die zij geheel of gedeeltelijk financiert.
Het onderzoek
Advies van de CommissieIn haar advies over de klacht heeft de Commissie samengevat de volgende punten naar voren gebracht:
Wat het eerste argument van klager betreft, zijn alle aanwervingsaankondigingen voor ambten die officieel of onofficieel zijn voorbehouden aan "moedertaalsprekers" volgens de communautaire voorschriften inzake het vrije verkeer van werknemers niet aanvaardbaar en discriminerend. De vraag of een post officieus is gereserveerd voor een "moedertaalspreker" moet in elk afzonderlijk geval door de bevoegde rechtbank worden beoordeeld.
Een vereiste van "volmaakte kennis" kan echter in beginsel niet als strijdig met het gemeenschapsrecht worden beschouwd (1). In een dergelijk geval moet de werkgever de noodzaak van een zeer hoge kennis van een specifieke taal voor de betrokken functie rechtvaardigen.
De diensten van de Commissie hebben deze informatie herhaaldelijk rechtstreeks aan UEA verstrekt via hun vertegenwoordigers (bij brieven van 14 mei 2001, 20 juli 2001, 5 oktober 2001, 24 januari 2002 en tijdens een bijeenkomst op 11 maart 2002). Bovendien had de Commissie tijdens een vergadering van 24 mei 2002 de leden van het Raadgevend Comité voor het vrije verkeer van werknemers geïnformeerd over de noodzaak om elke vorm van discriminatie bij het opstellen van vacatures te vermijden. Zij had er bij hen op aangedrongen alle mogelijke betrokken partijen, zowel in de particuliere als in de publieke sector, op de hoogte te brengen.
Wat het tweede argument van klager betreft, heeft de Commissie verklaard dat de regels en beginselen voor de toekenning van subsidies, die zijn opgenomen in het vademecum van de Commissie inzake subsidiebeheer, zijn vastgelegd in het nieuwe Financieel Reglement (2), dat op 1 januari 2003 in werking treedt. Artikel 109 luidt als volgt: "Voor de toekenning van subsidies gelden de beginselen van transparantie en gelijke behandeling. (...)" . Wat betreft de financiering van een uitvoerend agentschap, waarin artikel 55 van het nieuwe Financieel Reglement voorziet, benadrukte de Commissie dat het personeel van deze agentschappen personeelsleden zullen zijn die onder het Statuut vallen. Tot de regels die daarop van toepassing zijn, behoort het algemene beginsel van non-discriminatie.
Wat de derde bewering van klager betreft, is de bestrijding van elke vorm van discriminatie een prioriteit in zijn beleid. Wat betreft de mogelijke discriminatie die wordt veroorzaakt door de verplichting om "moedertaalsprekers" in een bepaalde taal te zijn in vacatures die worden gepubliceerd door werkgevers uit de particuliere sector of door niet-gouvernementele organisaties, kan de Commissie niet tussenbeide komen in deze gevallen en moeten zij individueel worden beoordeeld door de nationale rechtbanken.
Voorts deelde de Commissie de Ombudsman mee dat zij, op basis van de informatie die UEA in juli 2002 had verstrekt over een lijst van met de Belgische staat verbonden vacatures die discriminerend leken te zijn, deze informatie als een formele klacht had geregistreerd en dat in dit verband contact zou worden opgenomen met de Belgische autoriteiten.
De Commissie wees er nogmaals op dat zij, telkens wanneer haar diensten op de hoogte waren gebracht van mogelijke discriminerende vacatures van organisaties die geheel of gedeeltelijk door de instelling werden gefinancierd, had ingegrepen en hen had verzocht de nodige maatregelen te nemen om deze te corrigeren. De directoraten-generaal hadden brieven gestuurd naar de organisaties die nauw verbonden zijn met de instelling, waarin zij hen sterk hadden aanbevolen ervoor te zorgen dat: i) de taalkwalificaties voor elke functie stroken met het feitelijke kennisniveau dat vereist is om de functie in kwestie uit te voeren; ii) wanneer een volledige beheersing van een taal een essentiële vereiste is voor een bepaalde functie, worden beschrijvingen zoals "een volledige beheersing van" of "een grondige kennis" gebruikt in plaats van "moedertaalspreker" of "moedertaal"; iii) zij passen bij de aanwerving een beleid van gelijke kansen toe zonder ongepaste vooroordelen ten gunste van een taalkundige of nationale groepering. Voorts herinnerde de Commissie eraan dat haar directoraat-generaal Werkgelegenheid en sociale zaken in al zijn aanbestedingen en oproepen tot het indienen van projecten een clausule zal opnemen die de aandacht van potentiële contractanten vestigt op de onwettigheid van "native-speaker"-clausules. Opnieuw vestigde de instelling de aandacht op het feit dat Eurostat overweegt om in zijn standaardaanbestedingsspecificaties een clausule op te nemen die luidt dat "inschrijvers eraan worden herinnerd dat de communautaire regels inzake het vrije verkeer van werknemers discriminatie op grond van nationaliteit verbieden en dat het discriminerend is om een moedertaalkennis van een specifieke taal te eisen als voorwaarde voor toegang tot een baan".
Opmerkingen van klagerIn zijn opmerkingen achtte klager het standpunt van de Commissie onbevredigend en handhaafde hij zijn oorspronkelijke argumenten.
BESLUIT
1 Vermeende taaldiscriminatie1.1 De klacht is gebaseerd op de vermeende taaldiscriminatie door verschillende Europese organisaties, geheel of gedeeltelijk gefinancierd door de Europese Commissie, die in hun reclame voor vacatures "Engelse moedertaal" of "Engelse moedertaalsprekers" vereisen. Klager verzocht de Commissie: i) het discriminatoire karakter te erkennen van aanwervingsaankondigingen voor ambten die officieel openstaan voor alle burgers, maar die onofficieel voorbehouden zijn aan moedertaalsprekers van het Engels; ii) ervoor te zorgen dat zij niet langer ondernemingen of organisaties financiert die Europese burgers die niet de Engelse moedertaal hebben, discrimineren; iii) de middelen en oplossingen te bestuderen om taaldiscriminatie te voorkomen die wordt uitgeoefend door organisaties die zij geheel of gedeeltelijk financiert.
1.2 In haar advies wees de Commissie erop dat alle aankondigingen van aanwerving voor ambten die officieel of onofficieel zijn voorbehouden aan "moedertaalsprekers" niet aanvaardbaar zijn in het kader van de communautaire regels inzake het vrije verkeer van werknemers en discriminerend zijn. Niettemin kan een vereiste van "volmaakte kennis" in beginsel niet als strijdig met het gemeenschapsrecht worden beschouwd en moet de werkgever rechtvaardigen dat een zeer hoge kennis van een bepaalde taal noodzakelijk is voor de betrokken functie.
Wat de regels en beginselen voor de toekenning van subsidies betreft, heeft de Commissie verklaard dat deze zijn opgenomen in het vademecum van de Commissie betreffende het beheer van subsidies en zijn vastgelegd in het nieuwe Financieel Reglement (3), dat op 1 januari 2003 in werking zal treden. Artikel 109 luidt als volgt: "Voor de toekenning van subsidies gelden de beginselen van transparantie en gelijke behandeling. (...)" . Wat betreft de financiering van een uitvoerend agentschap, waarin artikel 55 van het nieuwe Financieel Reglement voorziet, benadrukte de Commissie dat het personeel van deze agentschappen personeelsleden zullen zijn die onder het Statuut vallen. Tot de regels die daarop van toepassing zijn, behoort het algemene beginsel van non-discriminatie.
Wat het derde argument van klager betreft, heeft de Commissie een gedetailleerde toelichting gegeven op de maatregelen die zij op dit gebied heeft genomen. Een kopie van de relevante documenten waaruit de door de Commissie genomen maatregelen blijken, was bij het advies van de instelling gevoegd.
1.3 De Ombudsman is van mening dat de Commissie de argumenten van klager heeft behandeld en dat het antwoord van de instelling adequaat lijkt. De Ombudsman is ingenomen met het feit dat de Commissie maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat in de toekomst discriminerende aankondigingen van banen op grond van de taal worden gepubliceerd. Voorts zou hij de instelling willen aanmoedigen om haar strijd tegen discriminatie op grond van taal en belemmeringen voor het vrije verkeer van werknemers voort te zetten en te intensiveren.
2 ConclusieOp basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door de Europese Commissie. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van de Europese Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
Jacob SÖDERMAN
(1) De Commissie heeft zich over dit onderwerp reeds uitgesproken in haar antwoorden op verschillende schriftelijke vragen, d.w.z. in haar antwoord van 21 februari 2002 op schriftelijke vraag E-4100/00: "De communautaire regels inzake het vrije verkeer van werknemers verbieden niet alleen openlijke discriminatie op grond van nationaliteit, maar ook verkapte discriminatie die, door toepassing van ogenschijnlijk neutrale criteria, in feite hetzelfde resultaat oplevert. Er is evenwel geen sprake van discriminatie ten aanzien van de voorwaarden inzake talenkennis die op grond van de aard van het te vervullen ambt vereist zijn (...)" . Het antwoord van de Commissie is bekendgemaakt in PB C 174 E van 19 juni 2001, blz. 233.
(2) Verordening (EG/Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, PB L 248 van 16 september 2002.
(3) Verordening (EG/Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, PB L 248 van 16 september 2002.