Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 647/2002/OV tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 647/2002/OV - Geopend op Woensdag | 15 mei 2002 - Besluit over Dinsdag | 04 maart 2003
Geachte heer M.,
Op 25 maart 2002 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over uw deelname aan door de Europese Commissie georganiseerd algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/6/01.
Op 15 mei 2002 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Commissie. De Commissie heeft op 8 juli 2002 advies uitgebracht. Ik heb het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 22 juli 2002 hebt toegezonden.
Op 10 december 2002 heb ik de Commissie schriftelijk verzocht om inzage in het dossier van de Commissie. U heeft een kopie van deze brief ontvangen. De inspectie werd op 24 januari 2003 uitgevoerd door de heer Olivier VERHEECKE en mevrouw Fotini AVARKIOTI van mijn kantoor.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Volgens de klager waren de relevante feiten als volgt:
Klager nam deel aan algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/6/01 - ,, maar slaagde niet voor de voorselectietest b), waar hij slechts 16.842/40 behaalde. Klager heeft twee beroepen ingesteld bij de jury, op 10 januari 2002 om het heronderzoek van toets b) te vragen, en op 11 februari 2002 om de correctiemethode te betwisten. De jury heeft besloten drie vragen van de voorselectietoets nietig te verklaren. Klager betwistte dit, maar de jury antwoordde dat de vragen voor iedereen nietig waren verklaard en dat het gelijkheidsbeginsel dus was geëerbiedigd. Naar aanleiding van het beroep zond de jury klager een kopie van de lijst met meerkeuzevragen met de juiste antwoorden en de antwoorden van klager. Klager is van mening dat 5 van zijn antwoorden op test b) ook correct waren en dat hij daarom 22 105/40 in plaats van 16.842/40 zou hebben gekregen.
Aangezien de jury de beroepen van klager verwierp, diende hij op 25 maart 2002 een klacht in bij de Ombudsman. Hij deed drie aantijgingen:
1. Door de vragen 9 en 37 van toets b nietig te verklaren, heeft de jury het beginsel van gelijkheid van de kandidaten geschonden.
2. De jury heeft haar antwoord op het argument van klager dat zijn antwoorden op de vragen 5, 8, 11, 13 en 25 van toets b) ook konden worden afgeleid uit de aan de kandidaten voorgelegde tekst, niet gemotiveerd.
3. Klager beweert dat de jury de voorwaarden van punt VI.D van de aankondiging van vergelijkend onderzoek niet in acht heeft genomen, aangezien hij informatie heeft verkregen dat een aantal kandidaten die niet de minimumscores voor de voorselectietests hadden behaald, niettemin waren opgenomen in de lijst van 600 kandidaten waarin de aankondiging van vergelijkend onderzoek voorziet.
Het onderzoek
Bij brief van 14 december 2001 heeft de eenheid Admin.A.2 klager in kennis gesteld van de resultaten van de voorselectietests. Aangezien klager 16 842 van de 40 punten behaalde voor toets b) inzake verbaal en numeriek redeneren, en het vereiste minimumaantal punten 20 bedroeg, heeft de jury zijn schriftelijke toets niet gecorrigeerd, overeenkomstig punt VI.D van de aankondiging van het vergelijkend onderzoek, volgens hetwelk elk cijfer onder het minimumaantal uitsluitsel geeft.
Klager werd er ook van in kennis gesteld dat de jury had besloten een vraag over toets a) en de vragen 9 en 37 over toets b) nietig te verklaren wegens fouten die na de toets waren ontdekt. Om de gelijkheid van de kandidaten te waarborgen, is het besluit tot nietigverklaring van deze vragen toegepast op alle taalversies.
Naar aanleiding van zijn verzoek van 18 december 2001 ontving klager een kopie van zijn optisch antwoordblad en van het blad met de juiste antwoorden van de voorselectietests.
Bij brief van 10 januari 2002 heeft klager vraagtekens geplaatst bij de kwaliteit van toets b) en bij de nietigverklaring van de vragen, omdat hij van mening was dat deze in feite een ongelijkheid hadden gecreëerd die zijn gewettigd vertrouwen aantastte. In zijn antwoord legde de jury klager het doel van de verbale en numerieke redeneringstoets en de reden voor de nietigverklaring van de vragen uit.
Wat nu de bewering van klager betreffende de nietigverklaring van de vragen betreft, verwees de Commissie naar de jurisprudentie van het Gerecht van eerste aanleg (1) en het Hof van Justitie (2). Volgens deze rechtspraak moeten de kandidaten alle vragen beantwoorden en niet alleen de vragen die zij willen kiezen. Het aantal en de inhoud van de vragen waarop een antwoord moet worden gegeven, zijn dus voor alle kandidaten identiek. De kansen van de kandidaten blijven onveranderd als in een later stadium een bepaald aantal vragen wordt geëlimineerd.
De Commissie wees er ook op dat er geen verschillende beoordeling van de vragen als zodanig was geweest, aangezien aan elke vraag hetzelfde aantal punten werd toegekend.
Wat betreft de bewering dat de jury geen rekening heeft gehouden met het feit dat de antwoorden van klager op de vragen 5, 8, 11, 13 en 25 van toets b) ook uit de inhoud van de toets konden worden afgeleid, merkte de Commissie op dat de jury deze heeft onderzocht, maar dat dit haar beslissing over de punten niet kon wijzigen.
Wat de bewering van klager betreft dat de jury punt VI.D van de aankondiging van vergelijkend onderzoek niet in acht heeft genomen, heeft de Commissie opgemerkt dat alle voorwaarden van de aankondiging van vergelijkend onderzoek in acht zijn genomen en dat, na correctie van de voorselectietoetsen, de schriftelijke examens alleen zijn gecorrigeerd voor de kandidaten die voor elk examen het minimumcijfer en voor het gehele examen het beste cijfer hadden behaald. Het aantal kandidaten dat de vereiste minimumscores voor het voorselectieexamen van vak 02 van het vergelijkend onderzoek heeft behaald, was groter dan de 600 kandidaten die in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek waren vermeld.
Opmerkingen van klagerMet betrekking tot de nietigverklaring van de vragen 9 en 37 van toets b) merkte klager op dat het beginsel van gelijke behandeling is geschonden omdat de nietigverklaring de kandidaten die het verkeerde antwoord hadden gegeven, heeft bevoordeeld, terwijl zij de kandidaten die het juiste antwoord hadden gegeven, heeft bestraft.
Wat de tweede bewering betreft, geeft klager het voorbeeld van het antwoord dat hij gaf op vraag 13 en dat volgens hem ook uit de tekst kon worden afgeleid en dus niet onjuist was: Hij koos voor antwoord b), namelijk "en faisant attention à sa technique de respiration, il est possible de réduire sa tension artérielle". Hij koos voor antwoord b) op basis van de volgende informatie in de tekst "il est possible d'obtenir des résultats remarquables par la simple application de techniques respiratoires": Vermindering van de spanning artérielle". Klager wil weten waarom zijn antwoord niet juist was.
Wat de derde bewering betreft, wil klager dat de Ombudsman controleert of de jury punt VI.D van de aankondiging van vergelijkend onderzoek in acht heeft genomen door de Commissie te vragen welke kandidaten (en hun resultaten) alle voorselectietests hebben doorstaan.
Aanvullend onderzoek
Na bestudering van het standpunt van de Commissie en de opmerkingen van klager bleek dat nader onderzoek noodzakelijk was om een besluit te kunnen nemen over de derde bewering van klager dat de jury niet zou hebben voldaan aan de voorwaarden van punt VI.D van de aankondiging van vergelijkend onderzoek indien, volgens de door hem verkregen informatie, een aantal kandidaten die niet de minimumscores voor de voorselectietoetsen van veld 02 zouden hebben behaald, toch zou zijn opgenomen in de lijst van 600 geslaagde kandidaten.
Inzage van het dossierDe Ombudsman heeft de Commissie daarom schriftelijk verzocht om inzage in het dossier van de Commissie, en meer in het bijzonder in de lijst van geslaagde kandidaten voor de voorselectietoetsen in veld 02. De inspectie werd op 24 januari 2003 door het personeel van de Ombudsman uitgevoerd in de gebouwen van de Commissie in Brussel (DG ADMIN).
BESLUIT
1 Nietigverklaring van de vragen van het voorselectiecriterium1.1 Klager beweert dat de jury, door de vragen 9 en 37 van toets b nietig te verklaren, het beginsel van gelijkheid van de kandidaten niet in acht heeft genomen. Hij merkt op dat door deze twee vragen nietig te verklaren, een ongelijkheid ontstaat tussen de kandidaten die correct hebben geantwoord en degenen die de genoemde vragen verkeerd hebben beantwoord.
1.2 De Commissie verwees naar de jurisprudentie van het Gerecht van eerste aanleg en het Hof van Justitie, volgens welke de kandidaten geacht worden alle vragen te beantwoorden en de kansen van de kandidaten onveranderd blijven indien in een later stadium een bepaald aantal vragen wordt weggelaten.
1.3 In zijn eerdere besluiten in de zaken 761/99/BB en 729/2000/OV, waarin rekening is gehouden met de vaste rechtspraak van de communautaire rechterlijke instanties, heeft de Ombudsman geoordeeld dat, wanneer een vraag over een toets dubbelzinnig blijkt te zijn, het besluit om deze vraag van de toets te schrappen redelijk is, mits deze eliminatie zodanig wordt uitgevoerd dat de belangen van de kandidaten niet worden geschaad. Op basis van het hem voorgelegde bewijsmateriaal is de Ombudsman van mening dat niets erop wijst dat in casu niet aan deze voorwaarde is voldaan, aangezien de Commissie de vragen 9 en 37 van toets b) voor alle kandidaten lijkt te hebben geschrapt.
1.4 Op grond van het bovenstaande lijkt er geen sprake te zijn van wanbeheer door de Commissie met betrekking tot deze bewering.
2 Vermeende niet-motivering van het antwoord op de klacht van klager2.1 Klager beweert dat de jury zijn antwoord op zijn bewering dat zijn antwoorden op de vragen 5, 8, 11, 13 en 25 van toets b) ook konden worden afgeleid uit de aan de kandidaten voorgelegde tekst, niet heeft gemotiveerd.
2.2 De Commissie merkte op dat de jury de antwoorden van klager heeft onderzocht, maar dat dit haar beslissing over de punten niet kon wijzigen.
2.3 De Ombudsman merkt op dat het geschil tussen klager en de Commissie betrekking heeft op het feit dat de aan de kandidaten voorgelegde tekst zodanig kon worden begrepen dat verschillende correcte antwoorden mogelijk waren. Het geschil betreft dus een kwestie van uitlegging van de relevante tekst. Deze vraag - die betrekking heeft op de inhoud zelf van de toets - valt onder de discretionaire bevoegdheid van de jury.
2.5 Rekening houdend met het feit dat volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie de mededeling van de tijdens de verschillende examens behaalde punten een toereikende motivering van de besluiten van de jury vormt (3), is de Ombudsman van mening dat de jury binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheid heeft gehandeld. Met betrekking tot dit aspect van de zaak werd derhalve geen geval van wanbeheer vastgesteld.
3 De gestelde schending van de aankondiging van vergelijkend onderzoek3.1 Klager beweert dat de jury de voorwaarden van punt VI.D van de aankondiging van vergelijkend onderzoek niet in acht heeft genomen, aangezien hij informatie heeft verkregen dat een aantal kandidaten die de minimumscores voor de voorselectietoetsen van vak 02 niet hadden behaald, niettemin waren opgenomen in de lijst van 600 kandidaten waarin de aankondiging van vergelijkend onderzoek voorziet.
3.2 De Commissie merkte op dat het aantal kandidaten dat de vereiste minimumscores voor de voorselectietest van vak 02 van het vergelijkend onderzoek had behaald, groter was dan de 600 kandidaten die in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek waren vermeld.
3.3 Met betrekking tot deze bewering heeft de Ombudsman op 24 januari 2003 het dossier van de Commissie geïnspecteerd. Tijdens de inspectie hebben de ambtenaren van de Commissie het bureau van de Ombudsman eerst meegedeeld dat een rectificatie van de aankondiging van vergelijkend onderzoek was bekendgemaakt in het Publicatieblad van 17 oktober 2001 (C 291 A), waarin de nummers van de lijsten van geslaagde kandidaten werden gewijzigd. Punt VI.D.1 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek is gewijzigd van 510 naar 600 kandidaten die de beste scores hadden behaald op de voorselectietoetsen a), b), c) en d).
3.4 Uit de controle bleek dat meer dan 600 kandidaten de minimumscores voor de voorselectietoetsen a), b), c) en d) hadden behaald. Er was een eerste lijst van de 600 beste kandidaten die allemaal de minimumscores hadden behaald. Bovendien was er een andere lijst van kandidaten die ook de minimumscores hadden behaald, maar niet tot de 600 beste kandidaten behoorden.
3.5 Op basis van het bovenstaande kan de Ombudsman de juistheid van de door de Commissie verstrekte informatie bevestigen. Met betrekking tot dit aspect van de zaak werd derhalve geen geval van wanbeheer vastgesteld.
4 ConclusieOp basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door de Commissie. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van de Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
Jacob SÖDERMAN
(1) Arrest van 17 januari 2001, T-189/99, Gerochristos.
(2) Beschikking P. Giulietti C-263/01 van 13 december 2001 (punten 35 en 36).
(3) Zaak C-245/95 P, Parlement tegen Innamorati, Jurispr. 1996, blz. I-3423, punt 31.