FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 898/2001/(IJH)PB tegen de Europese Commissie


Straatsburg, 27 juni 2002

Geachte heer C.,

Op 13 juni 2001 heeft u namens de Associazione Italiana Editori (AIE) bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen het DG Onderwijs en cultuur van de Commissie. Uw klacht had betrekking op de resultaten van een oproep tot het indienen van aanvragen die de Commissie in april 2000 in het kader van het programma Cultuur 2000 had gedaan.

Op 2 juli 2001 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie heeft op 8 oktober 2001 advies uitgebracht. Ik heb het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 22 november 2001 hebt toegezonden.

In uw opmerkingen vroeg u wanneer de zaak zou worden afgesloten en of er juridische stappen waren die u zou kunnen nemen om de situatie te verhelpen. Ik heb op deze verzoeken om inlichtingen geantwoord in mijn brief van 16 januari 2002, waarin ik u ook heb verzocht mij een meer gedetailleerde specificatie van uw vorderingen te verstrekken. Dit heeft u bij brief van 25 februari 2002 meegedeeld.

Op 6 maart 2002 heb ik besloten de Commissie om nadere inlichtingen te verzoeken. De Commissie heeft haar tweede advies op 2 mei 2002 toegezonden en ik heb het voor opmerkingen aan u toegezonden. Op 13 juni 2002 heb ik uw tweede reeks opmerkingen ontvangen.

Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.

Het KLACHT

Klager diende zijn beweringen in juni 2001 in namens zijn vereniging. De klacht had betrekking op het resultaat van een oproep tot het indienen van sollicitaties.

Achtergrond

In april 2000 lanceerde de Commissie een oproep tot het indienen van aanvragen in het kader van het programma Cultuur 2000 (1). De oproep bevatte een deel waarin werd verwezen naar drie verschillende actielijnen voor de financiering van projecten. In een alinea van dit deel werd het volgende verklaard:

"Voor het jaar 2000 zal prioriteit worden gegeven aan samenwerkingsprojecten die:

- culturele producties voorstellen, zoals publicaties, festivals, tentoonstellingen, restauratieprojecten, enz.

- zich richten op een zo breed mogelijk publiek, met inbegrip van jongeren.

(...)

In de "Prioriteiten voor het jaar 2000" in het kader van actiepunt 1 werden de prioriteiten uiteengezet in vier veldcategorieën, waaronder "boeken en lezen". De desbetreffende paragraaf van deze veldcategorie bevatte de volgende beschrijving van de prioriteiten voor samenwerkingsprojecten:

projecten met een educatieve focus die gericht zijn op het publiceren van boeken en/of multimediaproducten in verschillende talen, waarbij belangrijke Europese literaire trends worden bevorderd of de nadruk wordt gelegd op vergelijkende culturele geschiedenis van de volkeren van Europa, om wederzijdse kennis en toegang tot cultuur en lezen te bevorderen, met name voor jongeren of sociaal achtergestelde groepen;

- projecten die gericht zijn op de bijscholing van beroepsbeoefenaren en/of de mobiliteit van personen die werkzaam zijn op het gebied van boeken en lezen, in het kader van transnationale samenwerkingsprojecten".

Wat de selectie van projecten betreft, werd in een deel met als titel "Projectselectieprocedure" het volgende vermeld:

"De projecten worden door de Commissie geselecteerd overeenkomstig de criteria en prioriteiten van het programma "Cultuur 2000", zoals uiteengezet in deze oproep tot het indienen van voorstellen." (P. 22 van de oproep.)

De onderhavige grief

Klager had een voorstel ingediend in het kader van de prioriteit "boeken en lezen" van het programma "Cultuur 2000".

Op 27 oktober 2000 deelde de Commissie klager per brief mee dat zijn voorstel niet hoog genoeg was beoordeeld om financiële steun van de EU te verkrijgen. In de brief werd verwezen naar de evaluatie van een groep onafhankelijke deskundigen.

Op 28 oktober 2000 vroeg klager om meer details over de evaluatie van zijn voorstel. Op 18 december 2000 zond de Commissie klager een e-mail waarin stond dat elk voorstel met betrekking tot "boeken en lezen" door 15 onafhankelijke cultuurdeskundigen was beoordeeld en dat slechts twee van de vijftien voorstellen van klager maximale punten hadden gekregen.

In februari 2001 werd de lijst van geselecteerde projecten op de website van de Commissie gepubliceerd. Klager was verbaasd dat van de negentien geselecteerde projecten er slechts zes uit co-editie bestonden en slechts vijf betrekking hadden op opleidingsinitiatieven, allemaal voor literaire vertalers. Hij kreeg ook de indruk dat drie van de projecten slechts één project waren dat in drie delen was verdeeld om de financieringslimiet voor afzonderlijke projecten te omzeilen. Bovendien kon hij geen projecten vinden die verband hielden met opleidingsprogramma's voor uitgevers. Ten slotte constateerde klager dat sommige projecten geen verband leken te houden met de prioriteit "boeken en lezen".

Klager schreef vervolgens opnieuw een brief aan de Commissie om een klacht in te dienen over de vermeende onregelmatigheden. Op 8 maart 2001 heeft de Commissie klager in kennis gesteld van de rang en de score van de voorstellen van klager.

In zijn klacht bij de Ombudsman beweerde klager dat de Commissie projecten had gefinancierd die volgens de criteria van de oproep tot het indienen van voorstellen niet voor financiering in aanmerking komen.

Klager voerde aan dat zijn project moest worden gefinancierd, aangezien het het hoogst gerangschikte project was met betrekking tot opleidingsinitiatieven die specifiek gericht waren op boekprofessionals.

Het onderzoek

Advies van de Commissie

De klacht werd voor advies doorgestuurd naar de Commissie. De Commissie heeft de beweringen en argumenten van de klager als volgt behandeld:

1) "Zeven projecten lijken geen verband te houden met de oproep tot het indienen van aanvragen en komen niet in aanmerking"

De zeven projecten in kwestie zijn: 1) twee poëziefestivals; 2) "De stand van zaken van de literatuur in Europa 2000"; 3) 'Print op aanvraag: een methode om diversiteit te bevorderen"; 4) opleiding van Scandinavische kleinschalige uitgevers en oprichting van een netwerk voor de uitwisseling van auteursrechten; 5) "Regards sur l'édition européenne de jeunesse indépendante et de création"; 6) "New Theatre Network" (Europees theaternetwerk voor de uitwisseling van toneelscripts, waardoor de verspreiding van hedendaagse werken wordt gestimuleerd en de vertaling op dit gebied wordt ontwikkeld); en 7) "l'Europe des littératures: Europese auteurs ontmoeten elkaar in het openbaar".

Volgens de Commissie weerspiegelen de meeste van de bovengenoemde projecten in feite de algemene prioriteit (festivals, culturele evenementen, gericht op een zo breed mogelijk publiek, met inbegrip van jongeren).

Drie anderen sluiten aan bij de prioriteit voor 'boeken en lezen': één project voor de opleiding van uitgevers (Print on demand). Een tweede project heeft tot doel hedendaagse toneelschrijvers te ondersteunen en aan te moedigen (New Theatre Network). Een derde opleidingsproject is gericht op specialisten op het gebied van literair beleid en ondersteuning van boeken (The state of affairs of literature in Europe 2000: nationale instituten ter ondersteuning van boeken en literatuur).

2) "Drie projecten vormen één enkel project dat is opgesplitst om de maximale financieringslimiet te omzeilen"

In 1999 werden elf opleidingssessies voor literair vertalers in elf landen van de Europese Unie ondersteund in het kader van het Ariane-programma; in 2000 werd in de oproep tot het indienen van aanvragen in het kader van het programma Cultuur 2000 bepaald dat bij elk ingediend project drie actoren uit drie deelnemende landen betrokken moesten zijn; in 2000 werd de opleiding van literair vertalers bijgevolg op het niveau van drie landen georganiseerd, waardoor schaalvoordelen mogelijk werden. Er werden drie projecten gepresenteerd en geselecteerd:

1) Brits Centrum voor literaire vertaling (Ref. UK 209; 130 begunstigden; 2) Nederland Literair Produktie en Vertalingenfonds (Ref. NL 34): 120 begunstigden; 3) Collège International des traducteurs (FR 590); 97 begunstigden.

Het is dus niet zo dat één project wordt gesplitst, maar integendeel dat de acties worden gebundeld.

3) "Geen van de goedgekeurde projecten heeft betrekking op de opleiding van uitgevers, hoewel dit een prioriteit was van de oproep tot het indienen van voorstellen"

Met betrekking tot samenwerkingsprojecten op het gebied van 'boeken en lezen' wordt niet expliciet verwezen naar uitgevers, noch is er een uitgesproken voornemen om steun voor een specifiek beroep te reserveren. Alle professionals zijn gericht.

Opmerkingen van klager

Het standpunt van de Commissie werd voor opmerkingen doorgestuurd naar klager.

In zijn opmerkingen handhaafde klager zijn beweringen en beweringen.

Wat het eerste deel van het advies van de Commissie betreft, was de belangrijkste opmerking van klager dat de Commissie leek toe te geven dat ten minste vier van de zeven projecten niet overeenstemden met de prioriteit "boeken en lezen" toen zij verklaarde dat "de meeste van de bovengenoemde projecten in feite de algemene prioriteit weerspiegelen (festivals, culturele evenementen gericht op een zo breed mogelijk publiek, met inbegrip van jongeren). Drie anderen sluiten aan bij de prioriteit voor 'boeken en lezen' ... ". Klager voerde aan dat projecten die alleen betrekking hebben op de algemene prioriteiten, maar niet op een van de specifieke prioriteiten, niet kunnen worden gefinancierd.

Wat het tweede deel van het advies van de Commissie betreft, nam klager nota van de bevestiging van de Commissie dat de drie projecten die hij als één project beschouwde, een reeks gecoördineerde projecten op hetzelfde gebied vormden.

Met betrekking tot het derde deel van het advies van de Commissie wees klager op het punt van de Commissie dat veel andere categorieën dan uitgevers in aanmerking kwamen voor financiering in het kader van "boeken en lezen". Het probleem was echter dat er geen opleidingsprojecten voor een van deze categorieën werden goedgekeurd, behalve - zoals de klager al had opgemerkt - vijf opleidingsprojecten voor literaire vertalers.

Nadere inlichtingen

Na zorgvuldige bestudering van het standpunt van de Commissie en de opmerkingen van klager bleek dat nader onderzoek noodzakelijk was.

Verzoek om nadere informatie van de klager

Eerst werd het noodzakelijk geacht klager te verzoeken om een meer gedetailleerde schriftelijke specificatie van zijn vorderingen, d.w.z. de resultaten die hij hoopte te verkrijgen uit het onderzoek van de Ombudsman. In zijn antwoord verklaarde klager dat hij de EU-financiering wenste, die in voorkomend geval werd verkregen door middel van een minnelijke schikking, aanbeveling of speciaal verslag. Indien de Ombudsman tot de conclusie kwam dat de Commissie het beweerde wanbeheer niet kon verhelpen, wilde hij een kritische opmerking.

Verzoek om nadere informatie van de Commissie

De Ombudsman achtte het ook noodzakelijk de Commissie om verdere verduidelijking te verzoeken. De Ombudsman verwees naar de opmerking van klager dat de Commissie leek toe te geven dat ten minste vier van de zeven projecten geen verband hielden met "boeken en lezen". De Commissie werd verzocht deze kwestie te verduidelijken.

Antwoord van de Commissie

In haar antwoord aan de Ombudsman verwees de Commissie naar de oproep tot het indienen van sollicitaties, die de zinsnede "prioriteit zal worden gegeven aan [XYZ-onderwerpen]" bevatte. Volgens de Commissie betekent deze zinsnede niet dat de projecten die overeenkomen met de genoemde onderwerpen automatisch in aanmerking komen voor een subsidie, ongeacht de evaluatie door de deskundigen en de in de oproep tot het indienen van voorstellen vastgestelde criteria. Het feit dat prioriteit wordt gegeven aan bepaalde soorten projecten betekent bijvoorbeeld dat wanneer de groep van deskundigen twee projecten dezelfde indeling geeft, de Commissie ervoor moet zorgen dat het project dat het best aan de beschreven prioriteiten voldoet, wordt geselecteerd: indien aan meer dan één project dezelfde rangschikking wordt gegeven, wordt de voorkeur gegeven aan het project dat het best aan de prioriteit voldoet.

Het feit dat de litigieuze projecten niet in overeenstemming zijn met de specifieke prioriteit is dus niet ongebruikelijk: zij behoren tot de categorie boeken en lezen, zijn door deskundigen goed beoordeeld, voldoen aan de criteria van de oproep tot het indienen van voorstellen en voldoen aan de algemene prioriteiten. Alles wees er daarom op dat ze werden gekozen om een Cultuur 2000-subsidie te ontvangen voor samenwerkingsprojecten op het gebied van boeken en lezen. Bovendien wijst niets in de oproep tot het indienen van voorstellen, in tegenstelling tot de interpretatie van klager van de situatie, erop dat er een verplichting bestaat om projecten te selecteren op het gebied van de opleiding van beroepsbeoefenaren in de uitgeverijsector, indien een dergelijk project niet voldoende is beoordeeld.

De algemene en specifieke prioriteiten zijn indicatief. Zij zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat de voorgestelde projecten een bijzondere oriëntatie hebben, die bij voorrang in overweging zal worden genomen wanneer twee projecten dezelfde indeling hebben. Deze oriëntatie kan echter niet compenseren dat een project van slechte kwaliteit is of niet voldoet aan de criteria van het programma. De evaluatie door de deskundigen blijft de bepalende factor.

De Commissie merkte op dat het gebied van "boeken en lezen" elk jaar wordt opgenomen in de openbare oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma "Cultuur 2000". Er is dus niets dat klager ervan weerhoudt zijn project opnieuw in te dienen naar aanleiding van een nieuwe oproep tot het indienen van sollicitaties.

Opmerkingen van klager

Het antwoord van de Commissie werd doorgestuurd naar klager, die de volgende opmerkingen indiende:

De Commissie lijkt haar argument te hebben gewijzigd. Wat het gebrek aan samenhang tussen sommige gefinancierde projecten en de oproep tot het indienen van aanvragen betreft, heeft de Commissie aanvankelijk getracht aan te tonen dat de goedgekeurde projecten in overeenstemming waren met de oproep tot het indienen van aanvragen. Nu stelt zij dat een dergelijke samenhang niet nodig is.

Het nieuwe advies van de Commissie spitst zich toe op de betekenis van het woord "prioriteit" in de oproep tot het indienen van aanvragen en stelt dat het alleen van toepassing is "wanneer aan meer dan één project dezelfde beoordeling wordt gegeven", zodat elk project dat verband houdt met de algemene doelstelling van het programma kan worden gefinancierd zonder rekening te houden met de specifieke doelstellingen van de oproep tot het indienen van aanvragen. Dit lijkt in strijd te zijn met de tekst van de in het Publicatieblad gepubliceerde oproep, waarin staat dat "de projecten door de Commissie zullen worden geselecteerd overeenkomstig de criteria en prioriteiten van het programma Cultuur 2000 zoals uiteengezet in deze oproep tot het indienen van voorstellen".

Volgens de voorgestelde interpretatie kan elk soort project dat verband houdt met het brede scala van doelstellingen van het programma in elke oproep worden voorgesteld, en zijn prioriteiten alleen van toepassing in de zeer zeldzame gevallen van twee of meer projecten met dezelfde evaluaties door externe deskundigen. Als deze interpretatie juist zou zijn, zou de betekenis van elke oproep zeer slecht zijn: elk soort project kan worden voorgesteld, en dit zal resulteren in een zeer groot aantal voorstellen. In het in 1998 door de Europese Commissie opgestelde vademecum inzake subsidiebeheer, waarnaar de website Cultuur 2000 rechtstreeks verwijst, staat: "Een oproep tot het indienen van voorstellen [...] zal zorgvuldig worden geformuleerd om een overstroming van aanvragen die later waarschijnlijk zullen worden afgewezen, te voorkomen". Om dit doel te bereiken, wordt in het vademecum onder meer gesteld dat "in de oproepen tot het indienen van voorstellen [...] het onderwerp van de oproep tot het indienen van voorstellen duidelijk zal worden uiteengezet". Deze criteria waren in tegenspraak met de interpretatie van de Commissie.

In ieder geval moeten de in het actiepunt goed te keuren projecten verband houden met "boeken en lezen". Het is noodzakelijk om de reikwijdte van de goedgekeurde projecten te dwingen om literatuur- en poëziefestivals en vooral het theaternetwerk op te nemen. Het is waar dat literatuur, poëzie of theater vaak onderwerpen van boeken zijn. Maar volgens dit criterium zouden landbouw, staalindustrie en voetbal in aanmerking komen, omdat er ook veel boeken over deze onderwerpen zijn.

BESLUIT

1 Projecten zonder relatie tot 'boeken en lezen'

1.1 Klager beweert dat de Commissie verschillende projecten heeft gefinancierd die geen verband lijken te houden met de prioriteit in kwestie, namelijk "boeken en lezen";

1.2 De Commissie heeft in haar tweede advies verduidelijkt dat zij van mening is dat de omstreden projecten onder "boeken en lezingen" vallen.

1.3 De Ombudsman heeft het bewijsmateriaal en de argumenten van de Commissie en klager grondig onderzocht. Op basis hiervan, en rekening houdend met de ruime discretionaire bevoegdheid van de Commissie om voorstellen te selecteren, is de Ombudsman van mening dat de Commissie binnen haar wettelijke bevoegdheid lijkt te hebben gehandeld bij de beoordeling en selectie van de projecten. Er lijkt dus geen sprake te zijn van wanbeheer van de Commissie met betrekking tot dit aspect van de klacht.

2 Drie projecten die één enkel project vormen

2.1 Klager beweert dat drie projecten één enkel project vormen dat is opgesplitst om de maximale financieringslimiet te omzeilen.

2.2 De Commissie heeft uitgelegd dat het niet gaat om de verdeling van één project, maar om de bundeling van acties.

2.3 In het licht van het bewijsmateriaal en de argumenten die in de loop van dit onderzoek zijn aangevoerd, en rekening houdend met de ruime discretionaire bevoegdheden van de Commissie, is de Ombudsman van mening dat het standpunt van de Commissie redelijk lijkt. Er lijkt dus geen sprake te zijn geweest van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de klacht.

3 Financieringsaanvraag voor 'opleidingsinitiatieven'

3.1 Klager stelt dat zijn project moet worden gefinancierd, aangezien het de projecten met de hoogste rangorde betreft met betrekking tot opleidingsinitiatieven die specifiek gericht zijn op boekprofessionals.

3.2 De Commissie heeft geantwoord dat er in de oproep tot het indienen van sollicitaties weliswaar sprake is van "opleiding van beroepsbeoefenaren" op het gebied van boeken en lezen, maar dat er geen expliciete verwijzing is naar uitgevers en dat er evenmin sprake is van een uitgesproken voornemen om steun voor een bepaald beroep te reserveren.

3.3 Na bestudering van de oproep tot het indienen van sollicitaties is de Ombudsman van mening dat de lezing van de oproep door de Commissie redelijk lijkt. Er lijkt dus geen sprake te zijn van wanbeheer van de Commissie met betrekking tot dit aspect van de klacht.

4 Conclusie

Op basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door de Europese Commissie. De Ombudsman sluit daarom de zaak.

De voorzitter van de Europese Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.

Met vriendelijke groet,

 

Jacob SÖDERMAN


(1) PB L 101, blz. 17.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!