Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 31/2001/IP tegen het Europees Parlement
Besluiten
Zaak 31/2001/IP - Geopend op Dinsdag | 13 februari 2001 - Besluit over Woensdag | 05 september 2001
Geachte heer X,
Op 8 januari 2001 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over uw deelname aan door het Europees Parlement georganiseerd algemeen vergelijkend onderzoek EUR/B/142/98.
Op 13 februari 2001 heb ik de klacht doorgestuurd naar de Voorzitter van het Parlement. Het Parlement heeft op 14 juni 2001 advies uitgebracht. Ik heb het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 25 juli 2001 hebt toegezonden.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Klager nam deel aan schriftelijke tests in het kader van vergelijkend onderzoek EUR/B/142/98, georganiseerd door het Europees Parlement. Op 2 oktober 2000 werd X ervan in kennis gesteld dat bij test a) X niet het vereiste cijfer was behaald om tot de mondelinge test te worden toegelaten. Klager behaalde 20,54 punten, terwijl het minimumaantal gevraagde punten 24 bedroeg.
Op 10 oktober 2000 heeft klager het Parlement schriftelijk verzocht om toegang tot alle documenten met betrekking tot het examen dat hij niet had afgelegd, of om informatie over de door de jury vastgestelde criteria voor de correctie van het examen. Bovendien verzocht klager de jury om de toets van X opnieuw te onderzoeken met het oog op een eventuele overname van het vergelijkend onderzoek.
Bij brief van 20 december 2000 zond het Parlement zijn antwoord aan klager, die het onbevredigend achtte. X diende daarom een klacht in bij de Ombudsman, waarin de volgende aantijgingen werden geuit:
- Het Parlement had klager toegang moeten verlenen tot de gemarkeerde examenstukken van X met betrekking tot toets a)
Het Parlement benadrukte dat het om technische redenen een aantal vragen moest neutraliseren. De instelling heeft echter nagelaten informatie te verstrekken over de redenen voor en de modaliteiten van deze actie.
Klager eiste de vergoeding van het Parlement ter dekking van de kosten van de deelname aan het algemeen vergelijkend onderzoek.
Het onderzoek
Advies van het ParlementIn zijn advies heeft het Parlement het volgende opgemerkt:
Met betrekking tot het verzoek van klager om een kopie van zijn gewaarmerkte examenstukken, wees het Parlement erop dat het nieuwe regels invoert om kandidaten onder bepaalde voorwaarden in staat te stellen een kopie van deze documenten te ontvangen. Deze nieuwe regels gelden voor vergelijkende onderzoeken die vanaf 1 januari 2001 worden gepubliceerd.
Zij zijn derhalve niet van toepassing in het geval van klager, aangezien het vergelijkend onderzoek waaraan klager had deelgenomen, in 1998 werd gepubliceerd. Het Parlement heeft X echter een kopie van de examenstukken betreffende toets a) toegezonden. Aangezien de test in kwestie een meerkeuzetest was, was er geen gemarkeerd papier, maar alleen een door de klager ingevuld optisch lezerformulier dat wordt gelezen door een optisch lezer die met de juiste antwoorden is geprogrammeerd.
Met betrekking tot de beoordeling van toets a) en het door klager in deze toets behaalde cijfer heeft het Parlement uitgelegd waarom een dergelijk resultaat mogelijk was. De jury heeft in feite besloten twee vragen te neutraliseren, aangezien bleek dat de voorgestelde antwoorden in bepaalde talen tot dubbelzinnigheid leidden. De 40 punten die voor deze toets zijn voorzien, zijn daarom opgesplitst in de overige vragen. Op die manier kan de jury ervoor zorgen dat alle kandidaten gelijk worden behandeld.
Vervolgens heeft het Parlement het punt aan de orde gesteld met betrekking tot het besluit van de jury om toets b) van dit vergelijkend onderzoek nietig te verklaren en de maximale score toe te kennen aan alle kandidaten. Kandidaten zijn per brief in kennis gesteld van het besluit om toets b) nietig te verklaren, na advies van de Juridische Dienst van het Europees Parlement. Het besluit werd genomen omdat de tijd die de kandidaten kregen om examen b) af te leggen, niet gelijk was op alle verschillende plaatsen waar het examen werd uitgevoerd, hetgeen in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Deze oplossing was de enige die de naleving van het in de aankondiging van vergelijkend onderzoek vermelde aantal tests garandeerde.
Het Parlement wees erop dat, aangezien toets a) zonder onregelmatigheden is uitgevoerd, een nietigverklaring van deze toets of van het gehele vergelijkend onderzoek, zoals door klager wordt verondersteld, niet gerechtvaardigd zou zijn.
Het Parlement heeft voorts opmerkingen gemaakt over het verzoek van klager om vergoeding van de kosten van zijn deelname aan de tests. Volgens klager was de voor de tests gekozen plaats niet gemakkelijk toegankelijk en sinds de tests in de zeer vroege ochtend van start zijn gegaan, zijn kandidaten verplicht een nacht ter plaatse door te brengen.
De keuze van de plaats voor het afleggen van de examens van een algemeen vergelijkend onderzoek is bedoeld om zowel de verplaatsingen van kandidaten uit hun woonplaats als het bedrag van de reiskostenvergoeding van het Parlement te verminderen. Volledige informatie over de voorwaarden voor de vergoeding van reiskosten werd beschreven in de brief aan klager waarin deze werd uitgenodigd voor de schriftelijke tests. Klager was hiervan derhalve op de hoogte en er kon geen schadevergoeding worden geëist. Wat de aanvangstijd van de tests betreft, wijst het Parlement erop dat de jury bij haar besluit moest overwegen dat de tests tegelijkertijd in twaalf Europese steden zouden worden uitgevoerd.
Opmerkingen van klagerOp 25 juli 2001 zond klager opmerkingen over het advies van het Parlement.
Klager uitte zijn ongenoegen over de benadering van het Parlement en voerde aan dat door slechts een kopie van de test toe te zenden zonder enige informatie over het in elke vraag verkregen merk, het Parlement het oorspronkelijke verzoek opnieuw zou moeten afwijzen.
Klager voerde aan dat de jury door het besluit om twee vragen te neutraliseren kandidaten heeft benadeeld die tijd hebben besteed aan de behandeling ervan en die een correct antwoord hebben gegeven.
Voorts benadrukte klager dat de door het Parlement verstrekte informatie over de plaats waar de tests zijn uitgevoerd, onjuist was. De plaats waar klager werd uitgenodigd om de test te doen, was niet de stad Bologna, zoals aangegeven door de instelling, maar een klein dorp aan de rand van de stad en zeer moeilijk bereikbaar met het openbaar vervoer.
BESLUIT
1 Toegang tot de gemarkeerde examenstukken van de klager1.1 Klager, die deelnam aan algemeen vergelijkend onderzoek EUR/B/142/98, werd door de selectieprocedure uitgesloten omdat hij een van de schriftelijke examens niet had afgelegd. X heeft het Parlement daarom verzocht om toegang tot de gemarkeerde examenstukken van X van de toets, maar de instelling heeft dit geweigerd op grond van de vertrouwelijkheid van de werkzaamheden van de jury. In de klacht bij de Ombudsman stelde klager dat het Parlement toegang had moeten verlenen tot de gemarkeerde examenstukken.
1.2 In haar advies benadrukte de instelling dat zij nieuwe regels invoert om kandidaten onder bepaalde voorwaarden in staat te stellen een kopie van hun eigen gewaarmerkte examenstukken te ontvangen. Deze nieuwe regels gelden alleen voor vergelijkende onderzoeken die vanaf 1 januari 2001 worden gepubliceerd.
De nieuwe regels zijn derhalve niet van toepassing in het geval van klager, aangezien het vergelijkend onderzoek waaraan klager had deelgenomen, in 1998 is gepubliceerd. Het Parlement heeft klager echter een kopie van de examenstukken betreffende toets a) toegezonden. Aangezien de test in kwestie een meerkeuzetest is, is er geen gemarkeerd papier, maar alleen een door de klager ingevuld optisch lezerformulier dat wordt gelezen door een optisch lezer die is geprogrammeerd met de juiste antwoorden.
1.3 Klager uitte zijn ongenoegen over de benadering van het Parlement en voerde aan dat, door slechts een kopie van de toets toe te zenden zonder enige informatie over het in elke vraag verkregen merk, dit moet worden beschouwd als een verdere weigering van het Parlement om het oorspronkelijke verzoek in te willigen.
1.4 De Ombudsman heeft de afgelopen jaren verschillende onderzoeken verricht naar de toegang tot hun eigen examendocumenten op verzoek van kandidaten die aan een vergelijkend onderzoek hebben deelgenomen. In juli 2000 heeft de Ombudsman naar aanleiding van vier onderzoeken naar deze kwestie tegen het Parlement een ontwerpaanbeveling aan de instelling gedaan. De Ombudsman verklaarde dat de weigering om kandidaten toegang te verlenen tot hun eigen gemarkeerde examenstukken een geval van wanbeheer vormde. In zijn uitvoerig gemotiveerde mening verklaarde het Parlement dat de instelling het beginsel aanvaardde om kandidaten toe te staan een kopie te krijgen van hun eigen gemarkeerde examentoets, in overeenstemming met de eerbiediging van de vertrouwelijkheidsverplichting die consequent is vastgelegd in de jurisprudentie van de rechtbanken van de Gemeenschappen.
Als gevolg van de regelingen die nodig zijn om het nieuwe beleid in de praktijk te brengen, zou het echter in werking treden voor vergelijkende onderzoeken die vanaf 1 januari 2001 worden gepubliceerd.
1.5 Voorts merkt de Ombudsman op dat de jury's, zoals in de communautaire rechtspraak is vastgesteld, bij de beoordeling van de resultaten van de examens over een beoordelingsmarge beschikken die alleen kan worden getoetst om na te gaan of de uitoefening ervan berust op een kennelijke fout of misbruik van bevoegdheid, dan wel of de jury de grenzen van haar beoordelingsbevoegdheid kennelijk heeft overschreden (1). Bovendien vormt de mededeling aan de kandidaten van het in de verschillende examens behaalde cijfer, dat de beoordeling ervan door de jury weerspiegelt, een toereikende motivering van de beslissing (2). Gezien de informatie waarover hij beschikt, is de Ombudsman van mening dat er geen bewijzen zijn die het oordeel van de jury in twijfel kunnen trekken of dat de jury niet binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheid heeft gehandeld.
1.6 Op grond van het bovenstaande lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de zaak.
2 Beslissing tot nietigverklaring van twee vragen van een voorselectietoets2.1 Klager wees erop dat hij volgens het Parlement om technische redenen een aantal vragen moest neutraliseren. De instelling heeft echter nagelaten informatie te verstrekken over de redenen voor en de modaliteiten van deze actie.
2.2 Het Parlement legt uit dat de jury heeft besloten twee vragen in toets a) te schrappen, aangezien bleek dat de antwoorden in kwestie in bepaalde talen tot dubbelzinnigheid leidden. De 40 punten die voor deze toets zijn voorzien, zijn daarom opgesplitst over de overige vragen, wat heeft geleid tot een decimaalteken. Op die manier kan de jury ervoor zorgen dat alle kandidaten gelijk worden behandeld.
2.3 Volgens de beginselen van behoorlijk bestuur mogen kandidaten van een algemeen vergelijkend onderzoek geen dubbelzinnige vragen worden gesteld. De instellingen moeten daarom zorgvuldig nagaan of de vragen die aan de kandidaten zullen worden gesteld, niet dubbelzinnig zijn. In dit geval heeft de jury na de test ontdekt dat de voor twee vragen voorgestelde antwoorden niet in alle talen duidelijk waren. De jury heeft daarom besloten de twee betrokken vragen te neutraliseren als een passende stap om ervoor te zorgen dat het resultaat van de toets niet door deze vragen wordt beïnvloed.
2.4 Klager merkte op dat de jury door het besluit om twee vragen te neutraliseren kandidaten heeft benadeeld die tijd hebben besteed aan de behandeling ervan en die een correct antwoord hebben gegeven.
2.5 De Ombudsman is van mening dat het beginsel van gelijke behandeling vereist dat, wanneer de instelling overgaat tot het wegnemen van een vraag die dubbelzinnig is gebleken, dit voor alle kandidaten geldt. Het is waar dat de eliminatie van een dergelijke vraag van invloed is op de kandidaten die een deel van hun tijd hebben besteed aan het beantwoorden van deze vragen. Er zij echter op gewezen dat de neutralisatie van twee vragen door de jury te wijten was aan de onmogelijkheid om in bepaalde talen een correct antwoord te geven.
De Ombudsman is van mening dat de benadering van de instelling in de onderhavige zaak redelijk lijkt en dat het Parlement zijn beroep heeft gemotiveerd.
2.5 Op basis van het bovenstaande lijkt er in dit aspect van de zaak geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door het Parlement.
3. Vordering tot schadevergoeding3.1 Klager wees erop dat de voor de tests gekozen plaats niet gemakkelijk toegankelijk was en dat de tests zeer vroeg in de ochtend van start gingen, waardoor mensen verplicht werden een nacht ter plaatse door te brengen. Klager vorderde terugbetaling van het Parlement ter dekking van de kosten van de deelname aan het algemeen vergelijkend onderzoek.
3.2 In zijn advies heeft het Parlement erop gewezen dat de keuze van de plaats waar de examens van een algemeen vergelijkend onderzoek moeten worden uitgevoerd, wordt gemaakt om zowel de verplaatsing van kandidaten uit hun woonplaats als het bedrag van de reiskostenvergoeding van het Parlement te verminderen. Volledige informatie over de voorwaarden voor de vergoeding van reiskosten werd beschreven in de brief aan klager waarin deze werd uitgenodigd voor de schriftelijke examens. Klager was hiervan derhalve op de hoogte en er kon geen schadevergoeding worden geëist.
3.3 Klager wees erop dat de informatie die het Parlement op dit punt aan de Ombudsman had verstrekt, onjuist was. De plaats waar klager werd uitgenodigd om de test te doen, was niet de stad Bologna, zoals aangegeven door de instelling, maar een klein dorp aan de rand van de stad en praktisch ontoegankelijk met het openbaar vervoer.
3.4 De Ombudsman merkt op dat de kandidaten in de uitnodigingsbrief informatie kregen over de plaats en de voorwaarden voor vergoeding van reiskosten. Het besluit om aan het examen deel te nemen, houdt in dat alle regels voor het vergelijkend onderzoek, met inbegrip van de regels inzake de vergoeding van reiskosten, worden aanvaard.
3.5 Op basis van het bovenstaande lijkt er in dit aspect van de zaak geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door het Parlement.
4. ConclusieOp basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door het Europees Parlement. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van het Europees Parlement zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
Jacob SÖDERMAN
(1) Zie zaak T-46/93, Fotini Michäel-Chiou tegen Commissie, Jurispr. 1994, blz. I-A-0297; punt 48; zaak 40/86, Georges Kolivas tegen Commissie, Jurispr. 1987, blz. 2643; lid 11.
(2) Zie zaak C-254/95 P, Europees Parlement tegen A. Innamorati, Jurispr. 1995, blz. I-2707; zaak T - 157/96, Affatato tegen Europese Commissie, Jurispr. 1997, blz. - I -Á - 41; II - 97.