Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Huidige taal:
- NL Nederlands
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1318/98/VK tegen het Europees Parlement
Besluiten
Zaak 1318/98/VK - Geopend op Woensdag | 13 januari 1999 - Besluit over Dinsdag | 23 november 1999
Straatsburg, 23 november 1999
Geachte X,
Op 16 december 1998 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over de afwijzing van uw aanvraag voor vergelijkend onderzoek EUR/A/127 en het vermeende verzuim van het Europees Parlement om schriftelijk te antwoorden.
Op 13 januari 1999 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van het Europees Parlement. Het Parlement heeft op 25 maart 1999 advies uitgebracht. Ik heb u het advies toegezonden met een verzoek om opmerkingen te maken, indien u dat wenst. Ik heb geen opmerkingen van u ontvangen, maar op 24 maart 1999 heeft u mij een kopie gestuurd van een brief aan de Dienst Personeelszaken en Aanwerving van het Parlement. In deze brief heeft u het hoofd van de dienst gevraagd zijn beslissing om u niet toe te laten tot het vergelijkend onderzoek te herzien.
Ik schrijf u nu om u het resultaat te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Volgens de klager waren de relevante feiten als volgt:
Klager heeft een aanvraag ingediend voor vergelijkend onderzoek EUR/A/127 (1)van het Europees Parlement voor ambtenaren van de rangen A7 en A6 op het gebied van informatietechnologie en telecommunicatie. Klager werd vervolgens door de voorzitter van de jury ervan in kennis gesteld dat de aanvraag om twee redenen was afgewezen. Ten eerste had klager geen universitair diploma in informatietechnologie zoals vermeld in titel III.B.2.1 van de aankondiging van vergelijkend onderzoek. Ten tweede beschikte klager niet over de vereiste beroepservaring van ten minste twee jaar op het gebied van IT-netwerken, zoals vermeld in titel III B 2a en b van de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
Klager betwistte dit besluit. Klager voerde aan dat hij geofysica had bestudeerd die van bijzonder belang was voor de informatietechnologie. Klager verklaarde ook dat hij tien jaar beroepservaring heeft op het gebied van IT-netwerken en derhalve ook aan de tweede eis voldeed. Klager bepaalde ook dat ten tijde van hun universitaire studie het onderwerp "Informatik" (informatietechnologie) nog aan het begin stond, en dat het onderwerp een groot deel van hun geofysische studies uitmaakte.
Klager had telefonisch contact met een ambtenaar van het Parlement die klager op 2 december 1998 meedeelde dat het bezwaar was afgewezen. Klager verklaarde dat hij geen schriftelijk antwoord van het Parlement op het bezwaar had ontvangen.
Klager diende vervolgens een klacht in bij de Ombudsman.
Het onderzoek
In
zijn adviesheeft het Parlement het volgende verklaard:
Klager werd niet toegelaten tot de schriftelijke examens omdat hij geen universitair diploma in informatietechnologie bezat en niet over de vereiste beroepservaring beschikte, zoals aangegeven in de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
Het bezwaar van klager tegen dit besluit is door de jury onderzocht. De medewerker van de jury die klager telefonisch heeft gesproken, heeft bevestigd dat hij niet tot het vergelijkend onderzoek is toegelaten.
Bij brief van 26 januari 1999 werd de bevestiging van dit besluit aan klager gezonden. De beslissing werd gerechtvaardigd door de tekst van de aankondiging van vergelijkend onderzoek, waarin de exacte aard van de voor de toelating tot het vergelijkend onderzoek vereiste kwalificaties werd vermeld.
Klager heeft geen opmerkingen ingediend.
BESLUIT
1 Afwijzing van de aanvraag van klager
1.1 Klager voerde aan dat zijn aanvraag voor vergelijkend onderzoek EUR/A/127 niet had mogen worden afgewezen op grond van het feit dat klager niet over een universitair diploma op het gebied van informatietechnologie beschikte en dat klager niet over voldoende beroepservaring op het relevante gebied van IT-netwerken beschikte.
1.2 Het Parlement verklaarde dat het verzoek van klager niet kon worden aanvaard omdat klager niet voldeed aan de bovengenoemde voorwaarden zoals vermeld in de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
1.3 De aankondiging van vergelijkend onderzoek EUR/A/127 bevat alle noodzakelijke voorwaarden waaraan de kandidaten voor dit vergelijkend onderzoek moeten voldoen. Hieruit volgt dat een verzoeker wordt afgewezen wanneer aan een van deze voorwaarden niet is voldaan. Een van de voorwaarden in de aankondiging is een universitair diploma in informatietechnologie als bedoeld in titel III.B.2.1. Klager verklaarde dat zij geofysica bestudeerden en dat een groot deel van deze studie het onderwerp "Informatik" (informatietechnologie) betrof. Zelfs als de verklaringen van klager juist waren, heeft klager geen graad in informatietechnologie. Bijgevolg is niet voldaan aan een van de in de aankondiging van vergelijkend onderzoek gestelde voorwaarden en lijkt de jury bij de afwijzing van de sollicitatie van klager te hebben gehandeld in overeenstemming met de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
2 Vermeende niet-beantwoording van correspondentie
In de klacht bij de Ombudsman van 16 december 1998 verklaarde klager ook dat hij geen schriftelijk antwoord van het Parlement op het bezwaar had ontvangen. Laatstgenoemde verklaarde bij brief van 26 januari 1999 op het bezwaar van klager te hebben geantwoord. Aangezien het Parlement klager schriftelijk heeft geantwoord, lijkt deze kwestie te zijn opgelost.
3 Conclusie Op
basis van het onderzoek van de Europese Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn van wanbeheer door het Europees Parlement. De Ombudsman heeft de zaak derhalve afgesloten.
De voorzitter van het Europees Parlement zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet
Jacob Söderman
(1) PB 1998, C 125 A/10.