Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit in zaak 2132/2018/PB over de wijze waarop het Europees Bureau voor personeelsselectie een selectieprocedure voor EU-ambtenaren in de bouwsector heeft georganiseerd
Besluiten
Zaak 2132/2018/PB - Geopend op Maandag | 25 februari 2019 - Besluit over Maandag | 25 februari 2019 - Betrokken instelling Europees Bureau voor personeelsselectie ( Geen wanbeheer vastgesteld ) - Land Spanje
De klacht bij het Europees Bureau voor personeelsselectie
1. Klager nam deel aan een door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) georganiseerde selectieprocedure voor de aanwerving van EU-ambtenaren als assistenten in de bouwsector [1]. Hij bereikte de fase van het „beoordelingscentrum” van de selectieprocedure, waar hij deelnam aan verschillende tests, waaronder een groepsoefening.
2. Klager heeft niet de punten behaald die nodig zijn om op de definitieve lijst te worden geplaatst waaruit de EU-administratie personeel kan aanwerven. Hij heeft dit resultaat niet aanvaard en heeft EPSO daarom verzocht zijn besluit om hem niet op de shortlist te plaatsen, te herzien.
3. Klager vroeg zich met name af of hij had moeten deelnemen aan de groepsoefening over de organisatie van een evenement. Hij is van mening dat de organisatie van een evenement niet relevant is voor de selectie van personeel dat werkzaamheden zal verrichten die volgens hem zuiver technisch van aard zijn. Klager betwistte ook de organisatie en testmethoden van EPSO in meer algemene termen. Hij daagde in wezen de methoden voor het houden van wervingscompetities uit, in plaats van te wijzen op specifieke gevallen van mogelijk wanbeheer.
Antwoord van het Europees Bureau voor personeelsselectie aan de klager
4. Met betrekking tot de deelname van klager aan de groepsoefening in de laatste fase van de procedure deelde EPSO klager mee dat “[a]s wat de groepsoefening betreft, deze tot doel heeft de in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek vermelde competenties te beoordelen, d.w.z. analyseren en oplossen van problemen, leren & ontwikkeling, prioriteren & organiseren, samenwerken met anderen, leiderschap en veerkracht. Voor het afhandelen van de opdracht en het beantwoorden van de vragen is geen voorkennis van het onderwerp vereist."
5. Met betrekking tot de verschillende andere kwesties die klager aan de orde stelde, lichtte EPSO zijn werkmethoden toe. In voorkomend geval verwees zij naar de ruime beoordelingsvrijheid waarover de EU-administratie beschikt om de beoordelingsmethoden vast te stellen en de feitelijke beoordelingen in selectieprocedures voor EU-ambtenaren uit te voeren [2].
6. Klager was niet tevreden met het antwoord van EPSO en wendde zich daarom in december 2018 tot de Ombudsman.
Bevindingen van de Europese Ombudsman
7. In de “aankondiging van vergelijkend onderzoek”, waarin de criteria en regels voor een selectieprocedure zijn vastgesteld, werd een aantal algemene competenties beschreven die in het kader van de groepsoefening zouden worden getoetst. Deze competenties houden duidelijk geen enkel verband met technische kennis (zie punt 4 hierboven). Ook waren de taken van het werk niet louter technisch. De in de aankondiging van vergelijkend onderzoek beschreven taken omvatten projectbeheer, deelname aan selectieprocedures en onderhandelingen, contacten met contractanten en nationale overheden, alsmede het initiëren, monitoren, coördineren en deelnemen aan interinstitutionele projecten en discussies. Het voor de groepsoefening gekozen onderwerp, dat gericht is op de selectie van personeel met de vereiste competenties om de genoemde taken uit te voeren, viel dus onder de discretionaire bevoegdheid van EPSO in dit verband. Hetzelfde geldt voor de andere organisatorische kwesties die door klager aan de orde zijn gesteld en waarop EPSO een uitgebreid antwoord heeft gegeven met een beschrijving van zijn werkmethoden.
Tina Nilsson
Onderzoekshoofd - Eenheid 4
Straatsburg, 25/02/2019
[1] EPSO/AST/141/17, aankondiging van vergelijkend onderzoek beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=uriserv:OJ.CA.2017.242.01.0001.01.ENG&toc=OJ:C:2017:242A:TOC
[2] Arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 10 februari 2004, Konstantopoulou/Hof van Justitie, T-19/03, punten 48 en 60 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/FR/TXT/HTML/?uri=CELEX:62003TJ0019&qid=1550837935186&from=EN, en arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 26 januari 2005, Roccato/Europese Commissie, T-267/05, punten 48-49 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/FR/TXT/HTML/?uri=CELEX:62003TJ0267&qid=1550838111391&from=EN