FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit in zaak 557/2018/AMF over de wijze waarop de Europese Commissie een aanwervingsprocedure voor een EU-delegatie heeft afgehandeld

De zaak betrof het besluit van de Europese Commissie om de klager niet aan te werven voor een functie in een EU-delegatie en het uitblijven van een antwoord op het latere verzoek van de klager om de redenen voor zijn niet-aanwerving op te geven.

In het kader van het onderzoek van de Ombudsman heeft de Commissie klager uitgelegd waarom hij niet was aangeworven. De Ombudsman is van mening dat de Commissie binnen haar beoordelingsmarge heeft gehandeld bij haar besluit om klager niet aan te werven, hoewel zij hem duidelijker had kunnen informeren over haar aanwervingsbeleid. De Ombudsman sloot de zaak derhalve af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer.

Achtergrond van de klacht

1. Klager werd door een EU-delegatie voor een functie als arbeidscontractant [1] geïnterviewd [2]. De delegatie deelde klager mee dat hij het gesprek met succes had gevoerd en klager bevestigde zijn belangstelling voor de functie. Twee maanden later, op 15 februari 2017, deelde de delegatie klager mee dat het directoraat-generaal Internationale Samenwerking en Ontwikkeling (DG DEVCO) van de Europese Commissie zijn aanwerving niet had goedgekeurd. Op dezelfde datum verzocht klager de Commissie hem in kennis te stellen van de redenen waarom zijn aanwerving niet was goedgekeurd.

2. Nadat klager geen antwoord had ontvangen, wendde hij zich in maart 2018 tot de Ombudsman.

Het onderzoek

3. De Ombudsman opende een onderzoek naar de wijze waarop de Commissie het aanwervingsdossier van klager had behandeld en het uitblijven van een antwoord op zijn latere verzoek om informatie.

4. In de loop van het onderzoek ontving de Ombudsman het antwoord van de Commissie en de opmerkingen van klager in antwoord op het antwoord van de Commissie.

Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

5.  De Commissie verklaarde dat zij ervoor moest zorgen dat de beste kandidaat voor de functie werd aangeworven. Na zorgvuldige overweging concludeerde de Commissie dat klager niet de meest geschikte kandidaat voor de functie was. De aanwervingsprocedures voor EU-delegaties in ontwikkelingslanden zijn lang en de delegaties staan onder grote druk wanneer posities maandenlang leeg blijven. Er was dus behoefte aan een geëngageerde kandidaat. Klager had drie eerdere posten bij EU-delegaties bekleed. Hij had voor het einde van zijn contract ontslag genomen uit de eerste twee functies en had een aanbod tot verlenging van zijn derde contract afgewezen. In dit verband achtte de Commissie het niet passend klager een vierde contract in minder dan zeven jaar aan te bieden. Arbeidsovereenkomsten in EU-delegaties kunnen leiden tot arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd [3], die tot doel hebben talent voor gespecialiseerde functies aan te trekken en te behouden. Wat arbeidscontractanten in EU-delegaties betreft, is het doel van dergelijke arbeidsovereenkomsten ook om talent voor gespecialiseerde functies aan te trekken en voor langere tijd te behouden.

6. Klager voerde aan dat hij zijn eerste contract met een EU-delegatie had beëindigd omdat hij moest terugkeren naar zijn vroegere baan, van waaruit hij onbetaald verlof had. Hij had zijn tweede contract opgezegd wegens een reeks problemen met het beheer van de delegatie in kwestie. Hij wees het aanbod af om zijn derde contract te verlengen vanwege gezondheidsproblemen die specifiek waren voor het land van tewerkstelling. Hij had ongeveer twee jaar in één functie gezeten; in een andere, voor ongeveer drie jaar.

7. De Commissie verklaarde dat klager tijdens het gesprek door de delegatie was geïnformeerd dat er geen aanwervingsgarantie was voor kandidaten die de delegatie in het gesprek als succesvol beschouwde. Alleen de offertebrief die de Commissie aan het einde van de aanwervingsprocedure toezendt, zou de aanwerving garanderen.

8. Klager is het niet eens met het standpunt van de Commissie dat hij niet de meest geschikte kandidaat voor de functie was. Hij heeft de vereiste ervaring en zijn eerdere werkzaamheden bij de EU-delegaties zijn positief beoordeeld. Indien de Commissie hem niet als geëngageerd beschouwde, had zij hem niet mogen uitnodigen voor een onderhoud.  Klager vreest dat de Commissie hem op de zwarte lijst heeft geplaatst en dat zij geen enkele EU-delegatie zal toestaan hem opnieuw aan te werven.

Beoordeling door de Ombudsman

9. In de loop van het onderzoek van de Ombudsman heeft de Commissie geantwoord op het verzoek om informatie van klager (in mei 2018). De Commissie bood klager ook haar excuses aan voor de tijd die zij nodig had gehad om hem te antwoorden. De Ombudsman is derhalve van mening dat dit aspect van de klacht is opgelost.

10. Wat betreft het besluit van de Commissie om klager niet aan te werven, beschikt het EU-ambtenarenapparaat over een ruime beoordelingsmarge om te bepalen hoe het zijn arbeidscontractanten in het belang van de dienst moet selecteren [4]. Een besluit om een bepaalde kandidaat niet aan te werven, kan door de Ombudsman alleen in twijfel worden getrokken indien het EU-ambtenarenapparaat een kennelijke fout heeft gemaakt door de grenzen van zijn discretionaire bevoegdheden te overschrijden. Het is niet aan de Ombudsman om haar oordeel in de plaats te stellen van dat van de Commissie bij het nemen van een bepaald aanwervingsbesluit.

11. In dit geval heeft de Commissie uitgelegd dat zij klager niet als de meest geschikte kandidaat beschouwde, aangezien hij volgens haar niet voldoende „verbintenis” had getoond om in zijn eerdere functies te blijven. Klager is van mening dat hij gegronde redenen had voor de vroegtijdige beëindiging van twee eerdere contracten en voor het feit dat hij geen aanbod tot verlenging van een derde contract had aanvaard. De Ombudsman aanvaardt dat dit wel eens het geval kan zijn. Aangezien arbeidsovereenkomsten in EU-delegaties echter tot doel hebben talent voor gespecialiseerde functies voor langere perioden aan te trekken en te behouden, is de rechtvaardiging van de Commissie in dit geval toereikend. Het feit dat de klager relevante ervaring en eerdere positieve beoordelingen had, verandert niets aan deze bevinding.

12. Ook wijst niets erop dat het standpunt van de Commissie als “zwarte lijst” kan worden beschouwd. In dit specifieke geval heeft zij een reden vastgesteld om de kandidaat niet aan te werven. De Ombudsman heeft geen grond om het algemene aanwervingsbeleid dat het besluit in deze zaak weerspiegelt, in twijfel te trekken. Op grond daarvan vormen de handelingen van de Commissie geen wanbeheer.

13. Aangezien de functies van arbeidscontractant bij de EU-ambtenaren echter niet noodzakelijkerwijs worden gezien als banen op lange termijn die een verbintenis op lange termijn vereisen, moet de Commissie haar beleid duidelijker communiceren aan het personeel en de kandidaten.

Conclusies:

Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusies:

Er was geen sprake van wanbeheer door de Commissie in haar besluit om klager niet aan te werven.

De Commissie heeft het aspect van de klacht dat betrekking had op het verzoek om inlichtingen, afgehandeld.

Klager en de Europese Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.

 

Emily O'Reilly

Europese Ombudsman

Straatsburg, 12/12/2018

 

[1] Arbeidscontractanten worden door de EU-ambtenaren aangeworven om manuele of administratieve ondersteunende taken uit te voeren of om extra capaciteit te bieden op gespecialiseerde gebieden waar onvoldoende vast personeel met de vereiste vaardigheden beschikbaar is. Arbeidscontractanten worden vaak voor een vaste maximumperiode tewerkgesteld, afhankelijk van het soort baan. Zie: https://epso.europa.eu/help/faq/2038_en?category=385

[2] De EU is vertegenwoordigd via 139 delegaties en bureaus over de hele wereld. De Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) is verantwoordelijk voor het beheer van EU-delegaties en -bureaus over de hele wereld. Volgens het besluit van de Raad tot vaststelling van de organisatie en werking van de EDEO bestaat “het personeel in de delegaties uit EDEO-personeel en, in voorkomend geval voor de uitvoering van de begroting van de Unie en andere beleidsmaatregelen van de Unie dan die welke onder de bevoegdheid van de EDEO vallen, uit personeel van de Commissie”. Het directoraat-generaal Samenwerking en Ontwikkeling van de Commissie is derhalve verantwoordelijk voor een deel van het personeel van de EU-delegaties.

https://eeas.europa.eu/sites/eeas/files/eeas_decision_en.pdf

[3] Artikel 7, lid 1, betreffende de algemene bepalingen ter uitvoering van artikel 79, lid 2, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, betreffende de regeling welke van toepassing is op arbeidscontractanten die op grond van de artikelen 3 bis en 3 ter bij de Commissie in dienst zijn.

Beschikbaar op: https://ec.europa.eu/transparency/regdoc/rep/3/2017/EN/C-2017-6760-F1-EN-MAIN-PART-1.PDF

[4] Zie Verordening nr. 31 (EEG), 11 (EGA), tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, beschikbaar op:

http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?qid=1433861011292&uri=CELEX:01962R0031-20140701

In artikel 82, lid 6, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden is het volgende bepaald: “Het in artikel 6, eerste alinea, [tot aanstelling bevoegde gezag] bedoelde gezag stelt, voor zover nodig, algemene bepalingen vast betreffende de procedures voor de aanwerving van arbeidscontractanten overeenkomstig artikel 110 van het Statuut.” Zie ook het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 29 september 2009, Aparicio e.a./Commissie van de Europese Gemeenschappen, F-20/08, ECLI:EU:F:2009:132.

 

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!