FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit in zaak 901/2018/JAP over het verzuim van de Europese Commissie´ om maatregelen te nemen met betrekking tot de weigering door een Slowaakse rechtbank van het verzoek van klager´ om waarmerking van authentieke akten als Europese executoriale titel

De klacht bij de Europese Commissie

1. De klager vertegenwoordigt een groep [1] Hongaarse burgers die hypothecaire leningsovereenkomsten met Hongaarse banken hebben gesloten. Deze leningen werden gesloten in de vorm van authentieke akten in Hongarije en naar Hongaars recht. Nadat klager problemen had ondervonden met de betrokken banken (het niet overmaken van de volledige leningbedragen), wendde hij zich tot de Slowaakse rechtbanken om Europese executoriale titels [2] (hierna „EEO” genoemd) te verkrijgen met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in Hongarije.

2. Daartoe verscheen klager voor een Slowaakse notaris die de verklaringen opnam en in een authentieke akte overeenkomstig het Slowaakse recht overlegde. Vervolgens heeft zij een Slowaakse rechtbank verzocht deze handelingen als een EET te certificeren.

3. De Slowaakse rechterlijke instanties hebben een dergelijke verklaring geweigerd op grond dat niet was voldaan aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 805/2004 [3] voor de afgifte van een EET voor niet-betwiste schuldvorderingen (hierna „de verordening” genoemd), met name aan het vereiste van artikel 3, lid 1, onder d), dat de authentieke akte de uitdrukkelijke instemming van de schuldenaar met de schuldvordering moet bevatten [4] (hierna „de beslissing” genoemd).

4. In augustus 2017 diende klager een klacht in bij de Commissie met het argument dat de Slowaakse rechtbank de certificaten had moeten afgeven.

Antwoord van de Commissie aan klager

5. In september 2017 antwoordde de Commissie dat de schuldenaar niet had ingestemd met de vordering in de authentieke akten die in Slowakije waren opgesteld, en dat de weigering van certificering derhalve niet in strijd was met de verordening.

6. In haar antwoord voerde klager aan dat de Commissie de Slowaakse rechtbank moest opdragen de gevraagde certificaten af te geven en haar de kosten van de vertaling van haar besluit moest vergoeden.

7. In oktober 2017 verklaarde de Commissie dat “(...) (Verordening (EG) nr. 805/2004) hier duidelijk over is, dat de authentieke akte kan worden gewaarmerkt als een [n] EEO indien zij de uitdrukkelijke instemming van de schuldenaar met de schuldvordering bevat. Een dergelijke verklaring kan alleen worden afgegeven door de autoriteiten die daartoe zijn aangewezen door de lidstaat waar deze authentieke akte, die de genoemde uitdrukkelijke instemming bevat, is opgesteld. In het geval van [klager] zou een dergelijke overeenkomst tot uitdrukking komen in de authentieke akten die in Hongarije zijn opgesteld, zodat alleen de daartoe aangewezen Hongaarse autoriteiten bevoegd zijn om te beslissen over hun certificering als EET’s. Authentieke akten die in Slowakije zijn opgesteld, bevatten geen dergelijke overeenkomst inzake debiteuren-´’s en kunnen dus helemaal niet als EEO’s worden gecertificeerd”. Tot slot deelde de Commissie klager mee dat zij op grond van de Verdragen “niet bevoegd [is] om rechtstreeks invloed uit te oefenen op gerechtelijke procedures in de lidstaten, met name door gerechtelijke autoriteiten te verplichten beslissingen te nemen of te vernietigen”.

8. In november 2017 drong klager erop aan dat de Commissie actie zou ondernemen en herhaalde zij haar eerdere argumenten. Op haar beurt bevestigde de Commissie haar standpunt.

9. Ontevreden met dit antwoord wendde klager zich in mei 2018 tot de Ombudsman met het argument dat de Commissie i) het besluit van de Slowaakse rechtbank in strijd met Verordening (EG) nr. 805/2004 moest verklaren, en ii) de genoemde rechtbank moest verplichten de vertaalkosten van haar besluit te betalen.

Bevindingen van de Europese Ombudsman

10. De Ombudsman merkt op dat de schuldenaar, om een niet-betwiste schuldvordering als EET te certificeren, er overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder d), van de verordening uitdrukkelijk mee moet instemmen in een authentieke akte. Bovendien moet een niet-betwiste schuldvordering door de autoriteiten van de lidstaat van oorsprong als authentieke akte worden geregistreerd.  

11. Aangezien de in Slowakije opgestelde authentieke akten geen uitdrukkelijke instemming van de schuldenaar bevatten, konden zij niet als EET’s worden gecertificeerd. In dit verband is de uitleg van de Commissie zowel redelijk als juist.

12. De Ombudsman merkt voorts op dat de Commissie optreedt als hoedster van de Verdragen. In deze rol kan de Commissie het arrest van een nationale rechter echter niet vernietigen of een bevel uitvaardigen om op een bepaalde manier te handelen. Het standpunt van de Commissie met betrekking tot de beweringen van klager was dus correct en in overeenstemming met de haar bij de Verdragen verleende bevoegdheden.  

13. Op basis van bovenstaande overwegingen is de Ombudsman van oordeel dat er in deze zaak geen sprake is van wanbeheer [5].

 

Lambros Papadias

Onderzoekshoofd - Eenheid 3

Straatsburg, 8 oktober 2018

 

[1] Klager vertegenwoordigt 118 individuele zaken die door de Ombudsman gezamenlijk onder dit klachtnummer worden behandeld.

[2] De Europese executoriale titel is een eenvoudige procedure die kan worden gebruikt voor niet-betwiste grensoverschrijdende schuldvorderingen. Dankzij deze procedure kan een in een lidstaat gegeven beslissing over een niet-betwiste schuldvordering in een andere lidstaat gemakkelijk worden erkend en ten uitvoer gelegd.

[3] Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 15).

[4] Artikel 3, lid 1, bepaalt: “1. Deze verordening is van toepassing op rechterlijke beslissingen,

schikkingen en authentieke akten inzake niet-betwiste schuldvorderingen. Een vordering wordt als niet-betwist beschouwd indien: (...) d) de schuldenaar er in een authentieke akte uitdrukkelijk mee heeft ingestemd”.

[5] Deze klacht is behandeld in het kader van gedelegeerde behandeling van zaken, overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Europese Ombudsman tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen.

 

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!