- NL Nederlands
Machine translations can contain errors potentially reducing clarity and accuracy; the Ombudsman accepts no liability for any discrepancies. For the most reliable information and legal certainty, please refer to the source version in English linked above.
For more information please consult our language and translation policy.
Verzoek om een inspectie in het kader van strategisch onderzoek OI/1/2019/EA naar de transparantie van de organen die betrokken zijn bij de voorbereiding van de vergaderingen van de Eurogroep
Correspondence - Date Thursday | 05 December 2019
Case OI/1/2019/MIG - Opened on Monday | 13 May 2019 - Decision on Tuesday | 03 December 2019 - Institutions concerned Council of the European Union ( No further inquiries justified ) | European Commission ( No further inquiries justified ) - Country France
|
De heer Jeppe Tranholm-Mikkelsen Secretaris-generaal Raad van de Europese Unie |
Straatsburg, 13/05/2019
Strategisch onderzoek OI/1/2019/EA: Transparantie van de organen die betrokken zijn bij de voorbereiding van de vergaderingen van de Eurogroep
Geachte heer Tranholm-Mikkelsen,
In 2016 heb ik de kwestie van het gebrek aan transparantie van de organen die betrokken zijn bij de voorbereiding van vergaderingen van de Eurogroep met de voorzitter van de Eurogroep aan de orde gesteld.[1] Ondertussen heeft de Commissie opgemerkt dat de voltooiing van de economische en monetaire unie meer transparantie vereist over wie wat en wanneer beslist op elk bestuursniveau[2].
Daarom heb ik besloten een strategisch onderzoek in te stellen naar de transparantie van de organen die betrokken zijn bij de voorbereiding van de vergaderingen van de Eurogroep, namelijk de Eurogroepwerkgroep (EWG), het Economisch en Financieel Comité (EFC) en het Comité voor de economische politiek (EPC).
Gezien de vertrouwelijkheid van de werkzaamheden van deze organen[3] is het van bijzonder belang te onderzoeken hoe verzoeken om toegang van het publiek tot relevante documenten[4] door de Raad en de Commissie zijn behandeld. Het is voor mij niet mogelijk om een onafhankelijk standpunt in te nemen over de wijze waarop de Raad en de Commissie Verordening (EG) nr. 1049/2001 met betrekking tot dergelijke documenten toepassen, zonder te hebben gezien hoe verzoeken in de praktijk zijn behandeld. Ik zou het dan ook op prijs stellen als de Raad een inspectie[5] door mijn bureau zou vergemakkelijken van zijn dossiers met betrekking tot verzoeken om toegang van het publiek tot documenten van de Eurogroep, het EFC, het EPC en de EWG, met inbegrip van de gevraagde documenten, die zijn ingediend nadat de Eurogroep in februari 2016 proactieve transparantiemaatregelen had vastgesteld.
Ik denk dat het ook nuttig zou zijn als mijn vertegenwoordigers, samen met onze inspectie van deze dossiers, een ontmoeting zouden hebben met de betrokken ambtenaren van de Raad om kwesties te bespreken die zich voordoen. Het zou bijvoorbeeld nuttig zijn om te weten wat voor soort documenten van de Eurogroep, het EFC, het EPC en de EWG worden gepubliceerd of opgenomen in het register van de Raad.
Overeenkomstig artikel 4, lid 8, van de uitvoeringsbepalingen van de Europese Ombudsman zal mijn bureau geen informatie openbaar maken die de Raad tijdens de inspectie/vergadering als vertrouwelijk beschouwt, zonder voorafgaande toestemming van de Raad.
Ik zou het op prijs stellen als de Raad contact zou opnemen met mevrouw Elpida Apostolidou om overeenstemming te bereiken over een geschikte datum voor de zitting. Afhankelijk van de beschikbaarheid van de Raad zou ik de vergadering in de komende weken willen houden. Ter informatie vindt u in de bijlage ook mijn brief aan voorzitter Juncker.
Tot slot, gezien de relevantie van deze kwestie voor de voorzitter van de Eurogroep, heb ik hem vandaag ook schriftelijk uitgenodigd om zijn bijdrage te leveren (brief ook bijgevoegd).
Met vriendelijke groet,
Emily O'Reilly
Europese Ombudsman
[1] De correspondentie is beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/case/en/48285
[2] Discussienota van de Commissie over de verdieping van de economische en monetaire unie, COM(2017) 291 van 31 mei 2017.
[3] De voorzitter van de Eurogroep verwees destijds naar artikel 12 van Besluit 2012/245 van de Raad betreffende een herziening van de statuten van het EFC, waarin het volgende is bepaald: “Dewerkzaamheden van het Comité (EFC) zijn vertrouwelijk. Dezelfde regel is van toepassing op de werkzaamheden van zijn plaatsvervangers, subcomités of werkgroepen”. Besluit 2000/604 van de Raad betreffende de samenstelling en de statuten van het EOV bevat een soortgelijke bepaling (artikel 12).
[4] Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/HTML/?uri=CELEX:32001R1049&from=EN.
[5] Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van het Statuut van de Europese Ombudsman.