- NL Nederlands
Machine translations can contain errors potentially reducing clarity and accuracy; the Ombudsman accepts no liability for any discrepancies. For the most reliable information and legal certainty, please refer to the source version in English linked above.
For more information please consult our language and translation policy.
Besluit in zaak 640/2019/TE over de transparantie van het besluitvormingsproces van de Raad van de EU dat moet leiden tot de vaststelling van jaarlijkse verordeningen tot vaststelling van vangstquota
Decision
Case 640/2019/TE - Opened on Friday | 10 May 2019 - Recommendation on Friday | 25 October 2019 - Decision on Wednesday | 29 April 2020 - Institution concerned Council of the European Union ( Maladministration found ) - Country Belgium
De klacht had betrekking op de transparantie van het besluitvormingsproces in de Raad van de EU, dat heeft geleid tot de vaststelling van de jaarlijkse verordeningen tot vaststelling van de totaal toegestane vangsten (TAC’s) van bepaalde visbestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan voor 2017, 2018 en 2019. De klacht is ingediend door de milieurechtelijke organisatie ClientEarth.
Klager was bezorgd over het feit dat de Raad (1) de standpunten van de lidstaten in de "voorbereidende organen" van de Raad van nationale ambtenaren en ambassadeurs en in vergaderingen van de Raad van Ministers niet heeft vastgelegd, (2) proactief en op verzoek geen tijdige toegang tot wetgevingsdocumenten heeft geboden, en (3) over een onvolledig register van moeilijk te gebruiken documenten beschikt.
De Ombudsman was van mening dat de documenten in kwestie “wetgevingsdocumenten” zijn, zoals gedefinieerd in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten. Bovendien bevatten de documenten „milieu-informatie” in de zin van de Aarhus-verordening. Dergelijke documenten moeten ruimer en sneller toegankelijk zijn. De Ombudsman constateerde ook dat de Raad niet had aangetoond dat de openbaarmaking van de documenten het besluitvormingsproces ernstig zou beïnvloeden, verlengen of bemoeilijken.
De Ombudsman beval de Raad derhalve aan om documenten in verband met de vaststelling van de TAC-verordening proactief beschikbaar te stellen op het moment dat zij aan de lidstaten worden toegezonden of zo spoedig mogelijk daarna.
De Raad heeft ervoor gekozen de aanbeveling van de Ombudsman niet op te volgen. Dit is teleurstellend. Voorts stelt het voor dat de Raad het cruciale verband tussen democratie en de transparantie van de besluitvorming met betrekking tot aangelegenheden die aanzienlijke gevolgen hebben voor het grote publiek, niet volledig heeft begrepen. Dit is des te belangrijker wanneer de besluitvorming betrekking heeft op de bescherming van het milieu.
Het standpunt van de Raad lijkt te zijn dat een belangrijke democratische norm - transparantie van de wetgeving - moet worden opgeofferd voor wat volgens hem het grootste goed is om een consensus over een politieke kwestie te bereiken.
De Ombudsman bevestigt haar bevinding van wanbeheer en haar aanbeveling.
Achtergrond van de klacht
1. De klacht betreft de transparantie van het besluitvormingsproces dat heeft geleid tot de vaststelling van de jaarlijkse verordeningen tot vaststelling van “totaal toegestane vangsten” (TAC’s) voor bepaalde visbestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan. De TAC’s zijn er onder meer op gericht de visbestanden op een duurzaam niveau te houden, wat een fundamentele doelstelling is van de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU [1] (GVB-verordening)[2].
2. TAC-verordeningen worden door de Raad vastgesteld volgens een procedure van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)[3]. Overeenkomstig deze procedure stelt de Europese Commissie elk jaar op basis van wetenschappelijk advies van adviesorganen een voorstel voor de jaarlijkse TAC-verordening op. Zij keurt haar voorstel voor de TAC voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan gewoonlijk eind oktober of begin november goed. Vervolgens komen de nationale ambtenaren wekelijks bijeen in een van de "voorbereidende instanties" van de Raad [4], de Groep intern visserijbeleid, om het voorstel van de Commissie te bespreken. Op basis van deze voorbereidende besprekingen voert het Comité van permanente vertegenwoordigers (ambassadeurs in het Coreper) ongeveer een week voor de Raad Landbouw en Visserij onderhandelingen over het voorstel, waarin de definitieve TAC-verordening door de aanwezige ministers wordt aangenomen. Dit gebeurt meestal medio december .
3. De klager, de milieurechtsorganisatie ClientEarth, analyseert elk jaar hoe de TAC-voorstellen en de definitieve TAC-verordening voldoen aan de vereisten van de GVB-verordening. De Raad kan TAC's die in strijd zijn met het toepasselijke wetenschappelijke advies alleen vaststellen als hij wetenschappelijk bewijs kan leveren of kan aantonen dat de naleving van het wetenschappelijke advies ernstige sociale en economische risico's zou opleveren voor de betrokken vissersvloten en -gemeenschappen.
4. Voor zijn jaarlijkse analyse heeft de klager een reeks informatie nodig. Daartoe heeft zij tussen 2017 en 2019 verschillende verzoeken ingediend om toegang van het publiek tot documenten [5] die in het bezit zijn van de Raad met betrekking tot het besluitvormingsproces dat heeft geleid tot de vaststelling van de TAC-verordening.
5. Ontevreden over het resultaat van zijn verzoeken wendde klager zich op 8 april 2019 tot de Ombudsman.
Aanbeveling van de Ombudsman
6. In haar aanbeveling [6] was de Ombudsman van oordeel dat de documenten met betrekking tot de vaststelling van de jaarlijkse TAC-verordening onder de ruimere definitie van “wetgevingsdocumenten” in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten vallen en derhalve moeten profiteren van de ruimere toegang die tot dergelijke documenten moet worden verleend.[7] De Ombudsman was ook van mening dat de documenten milieu-informatie bevatten in de zin van de Aarhus-verordening.[8] De Ombudsman concludeerde derhalve dat de uitzondering in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten, die bepaalt dat de toegang tot een document wordt geweigerd indien openbaarmaking het besluitvormingsproces van de instelling ernstig zou ondermijnen [9], restrictief moet worden uitgelegd [10].
7. De Ombudsman merkte ook op dat er elk jaar, ten minste vanaf eind november, documenten bestaan met betrekking tot de vaststelling van de jaarlijkse TAC-verordening. Deze documenten geven een uitgebreid overzicht van de verschillende standpunten die de delegaties van de lidstaten tijdens de onderhandelingen naar voren hebben gebracht. Het meest opvallende hiervan is een document dat de “bijbel” wordt genoemd. De Ombudsman stelde vast dat het publiek, zoals klager, precies dit soort informatie nodig zou hebben om het lopende besluitvormingsproces te beïnvloeden. Zij stelde echter ook vast dat de Raad documenten in verband met de vaststelling van de TAC-verordeningen voor 2018 en 2019 niet openbaar heeft gemaakt terwijl de besluitvorming nog gaande was.[11] In plaats daarvan werden documenten systematisch als “LIMITE” gemarkeerd, wat betekent dat de Raad dergelijke documenten niet rechtstreeks toegankelijk maakt voor het publiek op zijn website.
8. De Ombudsman herhaalde haar standpunt [12] dat beperkingen op de toegang tot wetgevingsdocumenten zowel uitzonderlijk als beperkt van duur moeten zijn tot wat absoluut noodzakelijk is. De „LIMITE”-status mag alleen gelden voor documenten die op het moment van beoordeling zijn vrijgesteld van openbaarmaking op grond van een van de uitzonderingen waarin de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten voorzien.
9. In wezen voerde de Raad aan dat het vrijgeven van documenten, zoals de “bijbel”, voordat de definitieve TAC-verordening wordt vastgesteld, het lopende besluitvormingsproces zou ondermijnen, zoals beschermd door een van de uitzonderingen in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten [13].
10. De Ombudsman was niet overtuigd door dit argument. Zij was van mening dat de Raad niet had aangetoond dat de openbaarmaking van de betrokken documenten het goede verloop van de besluitvorming ernstig zou beïnvloeden, verlengen of bemoeilijken [14].
11. In het licht van het bovenstaande concludeerde de Ombudsman dat de systematische markering door de Raad van documenten in verband met het goedkeuringsproces van de jaarlijkse TAC-verordeningen voor 2018 en 2019 als “LIMITE” wanbeheer vormde. Zij heeft daarom (overeenkomstig artikel 3, lid 6, van het Statuut van de Europese Ombudsman) het volgende aanbevolen:
- De Raad moet proactief documenten in verband met de vaststelling van de TAC-verordening openbaar maken op het moment dat zij aan de lidstaten worden toegezonden of zo spoedig mogelijk daarna.
12. In zijn antwoord op de aanbeveling van de Ombudsman herhaalde de Raad zijn standpunt dat het vrijgeven van documenten, zoals de “bijbel”, voordat de definitieve TAC-verordening wordt vastgesteld, het lopende besluitvormingsproces zou ondermijnen. Ter ondersteuning van zijn standpunt voert de Raad drie hoofdargumenten aan.
13. Ten eerste bevestigde de Raad zijn standpunt dat de transparantievereisten weliswaar strenger zijn wanneer de Raad optreedt in het kader van wetgevingsactiviteiten, maar dat de gevraagde documenten zijn opgesteld in het kader van een procedure die leidt tot de vaststelling van een niet-wetgevingshandeling. Het hogere transparantieniveau, dat geldt wanneer de instellingen optreden in het kader van een wetgevingsproces, draagt dus niet hetzelfde gewicht in de schaal wat betreft de besluitvormingsprocedure waarop het betrokken onderzoek betrekking heeft [15].
14. Ten tweede heeft de Raad erkend dat de in dit onderzoek aan de orde zijnde documenten milieu-informatie kunnen bevatten en dat overeenkomstig de Aarhus-verordening [16] de weigeringsgronden van artikel 4, lid 3, eerste alinea, van de Unieregels inzake de toegang van het publiek tot documenten in dergelijke gevallen restrictief moeten worden uitgelegd. De Raad merkte echter op dat de Aarhus-verordening “niet uitsluit dat een beroep kan worden gedaan op de uitzondering in verband met de bescherming van het besluitvormingsproces, noch de automatische voorrang van een hoger openbaar belang vaststelt”.[17]
15. Ten derde, en rekening houdend met bovenstaande overwegingen, handhaafde de Raad zijn standpunt dat proactieve openbaarmaking van de litigieuze documenten de besluitvorming die tot de vaststelling van de jaarlijkse TAC-verordening heeft geleid, ernstig zou ondermijnen:
- “Als in de loop van de onderhandelingen in dit verband documenten worden vrijgegeven waarin de stand van de onderhandelingen wordt beschreven en de standpunten van de lidstaten worden geconsolideerd, bestaat het risico dat de respectieve standpunten worden bevroren en dat de flexibiliteit van de lidstaten om van hun oorspronkelijke standpunten over te stappen en hun bereidheid om compromissen te sluiten, die van cruciaal belang zijn om op het niveau van de Raad tot een akkoord te komen, wordt beperkt. De bekendmaking van de eerste standpunten van de lidstaten vóór de beraadslagingen zou leiden tot meer diepgewortelde standpunten en hun manoeuvreerruimte om compromissen te sluiten beperken, waardoor een akkoord tijdens de beraadslagingen van de Raad in gevaar zou komen. Dit geldt niet alleen in de fase van de besluitvormingsprocedure die leidt tot het politieke akkoord, maar is ook relevant in de fase die leidt tot de aanneming van de wetteksten door middel van daadwerkelijke stemming in de Raad. Openbaarmaking zou derhalve de mogelijkheid beperken om in sereniteit te discussiëren en overeenstemming te bereiken, hetgeen op zijn beurt in strijd zou zijn met de efficiëntie van het besluitvormingsproces."[18]
16. De Raad voerde voorts aan dat dit risico van ernstige ondermijning van het besluitvormingsproces niet louter hypothetisch is, maar redelijkerwijs voorzienbaar. Ter ondersteuning van zijn argument heeft de Raad verklaard dat proactieve openbaarmaking van de litigieuze documenten:
- het succesvolle resultaat van de beraadslagingen van de Raad uitstellen, aangezien de lidstaten bij de voorbereiding van hun oorspronkelijke standpunten een evenwicht moeten vinden tussen de verschillende belangen die voor meer dan honderd visbestanden op het spel staan;
- externe druk uitoefenen, aangezien de context waarin de onderhandelingen plaatsvinden sterk gepolitiseerd is en aan externe aandacht onderhevig is; en
- een uitgebreide beoordeling per geval van de individuele informatie in de documenten vereisen om na te gaan of de uitzonderingen waarin de EU-regels inzake toegang tot documenten voorzien, een dergelijke openbaarmaking al dan niet in de weg staan. Bovendien vereisen dergelijke beoordelingen raadpleging van relevante deelnemers voordat gevoelige informatie over hen wordt bekendgemaakt.
17. In het licht van het bovenstaande bevestigde de Raad zijn standpunt dat hij de litigieuze documenten in het kader van dit onderzoek niet op systematische wijze proactief kan openbaar maken. Deze conclusie is ook in overeenstemming met het reglement van orde van de Raad, op grond waarvan de Raad documenten (in het kader van een wetgevings- of niet-wetgevingsprocedure) alleen openbaar mag maken indien zij duidelijk niet onder een van de uitzonderingen van de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten vallen.
Beoordeling van de Ombudsman na de aanbeveling
18. Wat het eerste argument van de Raad betreft, dat een hogere mate van transparantie alleen geldt wanneer de instellingen optreden in het kader van een wetgevingsproces, wenst de Ombudsman om te beginnen een van de belangrijkste punten van haar aanbeveling te herhalen: Een algemeen vereiste van openheid en transparantie is van toepassing op de uitvoering van de werkzaamheden van de EU-instellingen, ongeacht of deze van wetgevende aard zijn of niet.
19. Dit vereiste is verankerd in artikel 15 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.[19] Het komt ook tot uiting in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten, die vereisen dat “[d]e instellingen [...] documenten zoveel mogelijk rechtstreeks toegankelijk [maken] voor het publiek in elektronische vorm of via een register overeenkomstig de regels van de betrokken instelling”.[20] Met andere woorden, alle documenten die vallen onder de definitie van een “document” in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten, ongeacht hun aard, moeten rechtstreeks toegankelijk worden gemaakt “voor zover mogelijk”. De toegang tot documenten kan alleen worden beperkt wanneer een (of meer) van de uitzonderingen van de regels [21] van toepassing is.
20. Tegelijkertijd is het duidelijk dat bepaalde besluitvormingsprocessen, met name die welke leiden tot handelingen die rechtstreeks bindend zijn voor de lidstaten en, direct of indirect, bindend voor de burgers, een nog hoger niveau van transparantie vereisen. Dit is zeker het geval wanneer de instellingen optreden in hun hoedanigheid van wetgever. Zoals het Hof in het arrest Turco heeft opgemerkt, “[draagt] boetedoening in dat opzicht bij tot de versterking van de democratie door de burgers in staat te stellen alle informatie die aan een wetgevingshandeling ten grondslag ligt, te controleren. De mogelijkheid voor burgers om kennis te nemen van de overwegingen die ten grondslag liggen aan wetgevingsmaatregelen is een voorwaarde voor de doeltreffende uitoefening van hun democratische rechten”.[22] De Ombudsman begrijpt dat de fundamentele gedachte achter de redenering van het Hof is dat er besluitvormingsprocessen zijn die van bijzonder belang zijn voor het publiek en daarom een bijzonder hoge mate van transparantie vereisen.
21. Deze redenering komt tot uiting in de ruime definitie van “wetgevingsdocumenten” in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten, die niet beperkt is tot documenten die zijn opgesteld in het kader van een formele “wetgevingsprocedure”, maar die alle “documenten omvat die zijn opgesteld of ontvangen in het kader van procedures voor de vaststelling van handelingen die juridisch bindend zijn in of voor de lidstaten”. Al deze documenten, “met name”, moeten rechtstreeks toegankelijk worden gemaakt, behoudens de uitzonderingen waarin deze regels voorzien.[23] Zoals de Ombudsman in haar aanbeveling opmerkte, heeft het Hof van Justitie van de EU in een arrest van 2018 deze ruimere definitie van “wetgevingsdocumenten” benadrukt:
- “Uit artikel 12, lid 2, van verordening nr. 1049/2001 [...] volgt dat niet alleen handelingen van de Uniewetgever, maar ook, meer in het algemeen, documenten die zijn opgesteld of ontvangen in het kader van procedures voor de vaststelling van handelingen die in of voor de lidstaten juridisch bindend zijn, als „wetgevingsdocumenten” moeten worden aangemerkt en bijgevolg, onverminderd de artikelen 4 en 9 van deze verordening, rechtstreeks toegankelijk moeten worden gemaakt [...]”.[24]
22. Het onderscheid tussen “wetgevingshandelingen” en “niet-wetgevingshandelingen” in de Verdragen is van formele aard. Zoals de Raad in zijn antwoord aan de Ombudsman terecht heeft opgemerkt, kunnen alleen volgens een wetgevingsprocedure als bedoeld in artikel 289 VWEU vastgestelde rechtshandelingen formeel „wetgevingshandelingen” worden genoemd. De Ombudsman aanvaardt ook dat de rechtsgrondslag voor de TAC-verordening, artikel 43, lid 3, VWEU, formeel geen betrekking heeft op de vaststelling van “wetgevingshandelingen” in de zin van de Verdragen.
23. De Ombudsman acht dit formele onderscheid echter niet van cruciaal belang bij het bepalen van de transparantienorm die van toepassing moet zijn op de vaststelling van een handeling, in overeenstemming met de bovenstaande overwegingen. De cruciale vraag is of het besluitvormingsproces betrekking heeft op de vaststelling van handelingen die juridisch bindend zijn in of voor de lidstaten. Deze logica komt tot uiting in het reglement van orde van de Raad. Artikel 8 van deze regeling luidt als volgt:
- "[w]anneer bij de Raad een niet-wetgevingsvoorstel wordt ingediend met betrekking tot de vaststelling van regels die in of voor de lidstaten juridisch bindend zijn, door middel van verordeningen, richtlijnen of besluiten, op basis van de desbetreffende bepalingen van de Verdragen, met uitzondering van interne maatregelen, administratieve of begrotingshandelingen, handelingen betreffende interinstitutionele of internationale betrekkingen of niet-bindende handelingen (zoals conclusies, aanbevelingen of resoluties), staat de eerste beraadslaging van de Raad over belangrijke nieuwe voorstellen open voor het publiek."[25]
In het reglement van orde van de Raad wordt dus erkend dat er niet-wetgevingsvoorstellen zijn met betrekking tot de vaststelling van regels die juridisch bindend zijn in of voor de lidstaten, die belangrijk zijn en daarom, net als “wetgevingsvoorstellen”, in het openbaar in de Raad moeten worden besproken.
24. Zoals de Raad in zijn antwoord aan de Ombudsman heeft verklaard, “moeten de lidstaten bij de voorbereiding van hun oorspronkelijke standpunt [over de TAC’s] jongleren tussen verschillende belangen (industrie versus milieu, kleine versus grootschalige visserij enz.) voor meer dan honderd bestanden”.[26] Voorts heeft de Raad erop gewezen dat “het betrokken besluitvormingsproces plaatsvindt in een context die sterk gepolitiseerd is en onderhevig is aan intense externe aandacht”.[27] Uit deze verklaringen blijkt dat er een aanzienlijk algemeen belang is bij het besluitvormingsproces dat in dit onderzoek op het spel staat, aangezien het gaat om het verzoenen en afwegen van aanzienlijke ecologische, economische en sociale belangen.
25. De Ombudsman is van mening dat het feit dat de Raad in het kader van dit onderzoek aandringt op het formele onderscheid tussen wetgevings- en niet-wetgevingshandelingen niet strookt met de geest van de Verdragen en de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten, die een hoge mate van transparantie in de besluitvorming van de EU en het nemen van besluiten zo dicht mogelijk bij de burger vereisen.
26. In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman niet overtuigd door het eerste argument van de Raad, volgens hetwelk alleen handelingen die formeel worden vastgesteld via een wetgevingsprocedure als bedoeld in artikel 289 VWEU, in aanmerking moeten komen voor de hogere mate van transparantie die in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten aan wetgevingsdocumenten wordt toegekend. Integendeel, de Ombudsman bevestigt haar standpunt dat de in dit onderzoek aan de orde zijnde documenten moeten worden beschouwd als „wetgevingsdocumenten” in de zin van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
27. Wat het tweede argument van de Raad betreft, is de Ombudsman ingenomen met de erkenning door de Raad dat de documenten in dit onderzoek milieu-informatie kunnen bevatten in de zin van de Aarhus-verordening. Zij is het eens met het standpunt van de Raad dat de toegang tot milieu-informatie nog steeds kan worden geweigerd indien openbaarmaking een lopend besluitvormingsproces ernstig zou ondermijnen. De Ombudsman herhaalt echter dat de uitzondering in de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten, die bepaalt dat de toegang tot een document wordt geweigerd indien openbaarmaking het besluitvormingsproces van de instelling ernstig zou ondermijnen [28], restrictief moet worden uitgelegd wat milieu-informatie betreft [29]. Bovendien wordt, in tegenstelling tot wat de Raad lijkt te impliceren in zijn antwoord aan de Ombudsman [30], dit vereiste van een restrictieve uitlegging van de uitzondering voor milieu-informatie niet aangetast door het wetgevende of niet-wetgevende karakter van de betrokken documenten.
28. Ten slotte voerde de Raad aan dat het risico van ernstige ondermijning van het besluitvormingsproces in geval van proactieve openbaarmaking niet louter hypothetisch, maar redelijkerwijs voorzienbaar zou zijn. De Raad voerde in wezen aan dat openbaarmaking van documenten, met name documenten met veranderende standpunten van de lidstaten, de mogelijkheid zou beperken om deze kwesties op serene wijze te bespreken en overeenstemming te bereiken. Dit blijkt volgens de Raad uit de belangrijke verschillende belangen die in dit besluitvormingsproces op het spel staan, uit de aanzienlijke externe druk die op besluitvormers kan worden uitgeoefend vanwege de belangrijke economische en milieubelangen die op het spel staan, uit de aandacht die het besluitvormingsproces trekt (de Raad noemt het voorbeeld van lobbyisten die de gebouwen van de Raad proberen binnen te komen met persbadges) en uit de noodzaak om alle documenten vóór de openbaarmaking grondig te analyseren.
29. De argumenten van de Raad overtuigen de Ombudsman niet. Zij herhaalt haar overtuiging dat de mogelijkheid voor het publiek, met inbegrip van de leden van het publiek die een aanzienlijk belang hebben bij het resultaat van de onderhandelingen, of het nu economische belangen of milieubelangen zijn, om standpunten kenbaar te maken, integraal deel uitmaakt van de uitoefening door EU-burgers van hun democratische rechten.[31] De Ombudsman gaat ervan uit dat de openbaarmaking in het verleden van documenten met betrekking tot lopende wetgevingsdossiers die de standpunten van individuele delegaties bevatten, het besluitvormingsproces niet heeft verstoord. Ze heeft in dit geval geen bewijs ontvangen dat zou suggereren dat de uitkomst anders zou zijn.
30. De Ombudsman bevestigt derhalve haar standpunt dat de Raad niet heeft aangetoond dat openbaarmaking van de betrokken documenten het goede verloop van de besluitvorming ernstig zou beïnvloeden, verlengen of bemoeilijken [32].
31. Op basis van het bovenstaande bevestigt de Ombudsman haar conclusie dat de systematische markering door de Raad van documenten in verband met het goedkeuringsproces van de jaarlijkse TAC-verordeningen voor 2018 en 2019 als “LIMITE” wanbeheer vormde.
Conclusie
Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie:
De Ombudsman is niet tevreden met het antwoord van de Raad op haar aanbeveling. De Ombudsman herhaalt haar aanbeveling dat de Raad proactief documenten met betrekking tot de vaststelling van de TAC-verordening openbaar moet maken op het moment dat zij aan de lidstaten worden toegezonden of zo spoedig mogelijk daarna.
Klager en de Raad zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Straatsburg, 29.4.2020
[1] Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:32013R1380&from=EN
[2] Meer informatie over TAC's: https://ec.europa.eu/fisheries/cfp/fishing_rules/tacs_en.
[3] Artikel 43, lid 3, VWEU.
[4] De Raad wordt ondersteund door het Comité van permanente vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten bij de Europese Unie (Coreper) en meer dan 150 zeer gespecialiseerde werkgroepen en comités, de zogenaamde "voorbereidende instanties van de Raad". Deze organen bestrijken specifieke beleidsterreinen of onderwerpen en bereiden onder meer de standpunten van de Raad voor. https://www.consilium.europa.eu/en/council-eu/preparatory-bodies/.
[5] In overeenstemming met de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten. Verordening 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=CELEX%3A32001R1049.
[6] De aanbeveling is hier beschikbaar: https://www.ombudsman.europa.eu/en/recommendation/en/120761
[7] Artikel 12, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[8] [8] Verordening (EG) nr. 1367/2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32006R1367
[9] Artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[10] Artikel 6, lid 1, tweede zin, van Verordening (EG) nr. 1367/2006; zie ook arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 september 2018, ClientEarth/Commissie, C-57/16, punt 100: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-57/16&language=nl.
[11] Met als belangrijkste uitzondering de documenten die overeenkomstig het reglement van orde van de Raad rechtstreeks toegankelijk moeten worden gemaakt, zie artikel 11, leden 3 en 5, bijlage II, zoals het Commissievoorstel.
[12] Zie ook Speciaal verslag van de Europese Ombudsman in strategisch onderzoek OI/2/2017/TE over de transparantie van het wetgevingsproces van de Raad, punt 36, beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/special-report/en/94921
[13] Artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[14] Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 september 2018, ClientEarth/Commissie, C-57/16, punt 108: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-57/16&language=nl.
[15] Punt 17 van het advies van de Raad: https://www.ombudsman.europa.eu/en/correspondence/en/124286.
[16] Artikel 6, lid 1.
[17] Punt 5 van het advies van de Raad.
[18] Punt 28 van het advies van de Raad.
[19] In artikel 15, lid 1, VEU is het volgende bepaald: "Teneinde goed bestuur te bevorderen en de deelname van het maatschappelijk middenveld te waarborgen, voeren de instellingen, organen en instanties van de Unie hun werkzaamheden in een zo groot mogelijke openheid uit". Hiertoe "zorgt elke instelling, elk orgaan of elke instantie voor de transparantie van haar werkzaamheden en stelt zij in haar eigen reglement van orde specifieke bepalingen inzake de toegang tot haar documenten vast" (artikel 15, lid 3, VEU).
[20] Artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[21] Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[22] Arrest van het Hof (Grote kamer) van 1 juli 2008, Koninkrijk Zweden en Maurizio Turco/Raad van de Europese Unie, gevoegde zaken C-39/05 P en C-52/05 P, punt 46: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-39/05&language=nl.
[23] Artikel 12, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[24] Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 september 2018, ClientEarth/Commissie, C-57/16, punt 85: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-57/16&language=nl.
[25] Nadruk toegevoegd. Tegelijkertijd merkt de Ombudsman op dat het reglement van orde van de Raad niet de ruime definitie van “wetgevingsdocumenten” in artikel 12, lid 2, van de EU-regels inzake de toegang van het publiek tot documenten volgt, maar een wetgevingsdocument definieert als “een document dat is opgesteld of ontvangen in de loop van procedures voor de vaststelling van een wetgevingshandeling”. Een dergelijke restrictieve aanpak is betreurenswaardig.
[26] Punt 29 van het advies van de Raad.
[27] Punt 30 van het advies van de Raad.
[28] Artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[29] artikel 6, lid 1, tweede zin, van Verordening (EG) nr. 1367/2006; zie ook arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 september 2018, ClientEarth/Commissie, C-57/16, punt 100: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-57/16&language=nl.
[30] Punt 19 van het advies van de Raad luidt: “Wat artikel 6, lid 1, tweede zin, van verordening (EG) nr. 1367/2006 betreft, heeft het Hof in zijn arrest Client Earth inderdaad geoordeeld dat, gelezen in het licht van overweging 15 daarvan, met name de weigeringsgrond van artikel 4, lid 3, eerste alinea, van verordening nr. 1049/2001 restrictief moet worden uitgelegd met betrekking tot milieu-informatie,
rekening houdend met het algemeen belang dat gediend is met de openbaarmaking van de gevraagde informatie,
en aldus te streven naar meer transparantie met betrekking tot die informatie. Het moet worden gedragen in
er echter rekening mee te houden dat dit arrest is gewezen in het kader van een wetgevingsproces van de EU in
respect voor milieuaangelegenheden en betrof documenten die bepaalden of
de Commissie zou een wetgevingsprocedure uit hoofde van de Verdragen inleiden".
[31] Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 september 2018, ClientEarth/Commissie, C-57/16, punt 101: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-57/16&language=nl.
[32] Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 september 2018, ClientEarth/Commissie, C-57/16, punt 108: http://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=C-57/16&language=nl.