Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 184 resultaten weergeven

Besluit over de behandeling door de Europese Commissie van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met een door de EU gefinancierd project voor de diagnose van kanker (zaak 3099/2025/MIG)

Donderdag | 25 juni 2026

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met de uitgaven van een universiteit in het kader van een door de EU gefinancierd project. Klager had zijn verzoek in juli 2025 bij de Europese Commissie ingediend.

De Commissie antwoordde voor het eerst in september 2025. Zij heeft vastgesteld dat tien documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek om toegang vielen, waartoe zij weigerde het publiek in hun geheel toegang te verlenen. Daarbij voerde de Commissie aan dat openbaarmaking de commerciële belangen van de betrokken universiteit zou kunnen ondermijnen.

Klager betwistte het besluit van de Commissie door in september 2025 een "bevestigend verzoek" in te dienen. Toen de Commissie geen expliciet antwoord gaf, wendde de klager zich in oktober 2025 tot de Ombudsman.

De Ombudsman heeft een onderzoek geopend naar de impliciete weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen en heeft de Commissie als eerste stap verzocht zo spoedig mogelijk een uitdrukkelijk antwoord op het confirmatief verzoek van klager vast te stellen. Bij gebrek aan een antwoord binnen de gestelde termijn heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman de betrokken documenten geïnspecteerd, samen met documentatie over de raadpleging van de betrokken universiteit.

De Commissie heeft klager in mei 2026 geantwoord en hem ruime gedeeltelijke toegang tot de litigieuze documenten verleend. Klager heeft in zijn opmerkingen over het confirmatieve besluit van de Commissie de resterende redacties niet aangevochten. De Ombudsman was derhalve van mening dat de klacht over de impliciete weigering van toegang door de Commissie was afgehandeld door de nu verleende toegang. Niettemin betreurde de Ombudsman de vertraging die de Commissie heeft opgelopen bij de behandeling van het verzoek om toegang van klager, dat zelfs na de opening van haar onderzoek voortduurde. De Ombudsman blijft de kwestie van vertragingen op basis van bij haar ingediende klachten nauwlettend volgen.

Besluit inzake de weigering van het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) om een “excellentiekeurmerk” toe te kennen aan een voorstel voor financiering in het kader van een EU-programma voor postdoctorale beurzen (zaak 1804/2024/FA)

Dinsdag | 06 mei 2025

De zaak betrof het besluit van het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) om geen “excellentiekeurmerk” toe te kennen aan een voorstel voor EU-financiering in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen uit 2023 voor de Marie Sklodowska-Curie Postdoctoral Fellowship (MSCA-PF), die deel uitmaakt van het Horizon Europa-programma van de EU. REA had geweigerd het excellentiekeurmerk aan het voorstel toe te kennen omdat verzoekster in het Verenigd Koninkrijk was gevestigd.

De Ombudsman constateerde dat het REA een redelijke verklaring voor zijn besluit had gegeven en in overeenstemming met de toepasselijke regels had gehandeld. Als zodanig sloot ze het onderzoek af met de bevinding dat er geen sprake was van wanbeheer. Zij deed echter een suggestie voor verbetering aan het REA om de klager en andere in het VK gevestigde aanvragers in dezelfde situatie een toelichting te verstrekken en/of een openbare verklaring af te geven waarin de specifieke situatie van in het VK gevestigde aanvragers in de oproepen tot het indienen van voorstellen van de MSCA-PF van 2023 wordt verduidelijkt, met name met betrekking tot het excellentiekeurmerk.

Besluit over de follow-up door het Europees Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en digitaal beleid (Hadea) van de bevindingen van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) naar aanleiding van een onderzoek naar een entiteit die heeft deelgenomen aan door de EU gefinancierde projecten in het kader van het Horizon 2020-programma (zaak 130/2024/FA)

Dinsdag | 28 januari 2025

De zaak betrof de wijze waarop het Europees Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en digitaal beleid (Hadea) gevolg heeft gegeven aan de bevindingen van een onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) naar een entiteit die heeft deelgenomen aan twee door de EU gefinancierde projecten in het kader van het Horizon 2020-programma.

Op basis van bevindingen van onregelmatigheden door OLAF heeft HaDEA de klager in kennis gesteld van zijn voornemen om zijn deelname aan de projecten te beëindigen, kosten terug te vorderen die niet-subsidiabel worden geacht en deze te registreren in het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting (EDES) van de Europese Commissie, een databank van “onbetrouwbare” personen en entiteiten die EU-middelen hebben aangevraagd of juridische verbintenissen met EU-organen zijn aangegaan. Klager voerde onder meer aan dat HaDEA haar niet in de gelegenheid heeft gesteld haar standpunt kenbaar te maken alvorens haar in EDES te registreren.

De Ombudsman stelde vast dat het besluit om klager in EDES te registreren niet noodzakelijkerwijs van invloed was op zijn juridische situatie en dat klager in de praktijk in de gelegenheid werd gesteld zijn standpunten uiteen te zetten. De Ombudsman sloot het onderzoek af met de conclusie dat er geen sprake was van wanbeheer.

De Ombudsman deed niettemin een suggestie voor verbetering dat HaDEA, wanneer zij een entiteit in kennis stelt van bevindingen tegen haar, de betrokken entiteit ook informeert indien dergelijke bevindingen kunnen leiden tot registratie in EDES.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om herziening betreffende de evaluatie van een voorstel voor onderzoeksfinanciering in het kader van het programma Horizon Europa heeft behandeld (zaak 2409/2023/VB)

Dinsdag | 02 juli 2024

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om herziening van een besluit tot afwijzing van een voorstel voor onderzoeksfinanciering in het kader van het programma Horizon Europa heeft behandeld. De klager was met name bezorgd over het feit dat de Commissie een karakterlimiet heeft vastgesteld voor de beschrijving van verzoeken om herziening en geen documenten heeft aanvaard die buiten het speciale onlineformulier zijn verstrekt.

De Ombudsman oordeelde dat het redelijk was van de Commissie om karaktergrenzen vast te stellen. In het kader van het onderzoek stemde de Commissie er ook mee in de karakterlimiet te verhogen en in overeenstemming te brengen met andere soortgelijke procedures.

De Ombudsman sloot het onderzoek af met de conclusie dat er geen sprake was van wanbeheer.  

Besluit over de behandeling door de Europese Commissie van een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met een door de EU gefinancierd project betreffende een studie naar het risico op hersenkanker door blootstelling aan radiofrequentievelden in de kindertijd en adolescentie (“Mobi-Kids”-project) (zaak 2103/2022/OAM)

Maandag | 01 juli 2024

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot drie documenten, namelijk een periodiek verslag en twee resultaten, in verband met een door de EU gefinancierd project betreffende een studie naar het risico van hersenkanker door blootstelling aan radiofrequentievelden in de kindertijd en adolescentie. De Commissie heeft ruime gedeeltelijke toegang tot het periodieke verslag verleend, maar geen toegang tot de twee te leveren prestaties, waarbij zij een beroep deed op de bescherming van persoonsgegevens en van commerciële belangen. Ontevreden over de verleende toegang en de aanzienlijke vertraging bij het ontvangen van een definitief antwoord, wendde klager zich tot de Ombudsman.

Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de drie documenten in kwestie geïnspecteerd. Wat het periodieke verslag betreft, was de Ombudsman van mening dat de Commissie ruimere toegang had kunnen verlenen, aangezien een deel van de informatie al openbaar was. Wat de twee te leveren prestaties betreft, constateerde de Ombudsman dat de Commissie onvoldoende had uitgelegd hoe openbaarmaking van de documenten de commerciële belangen van de bij het project betrokken partijen zou ondermijnen.

De Ombudsman deelde haar voorlopige bevindingen met de Commissie.

In antwoord op de Ombudsman heeft de Commissie ruime toegang tot de documenten verleend. Zij handhaafde alleen de redactie van bepaalde persoonsgegevens en de merknamen en modellen van de mobiele telefoons die voor de studie werden gebruikt, met het argument dat openbaarmaking van deze laatste de commerciële belangen van de fabrikanten zou schaden.

De Ombudsman was ingenomen met het positieve antwoord van de Commissie en de ruime toegang die werd verleend. Zij achtte de redactie van persoonsgegevens redelijk, maar merkte op dat de Commissie de beperkte redactie beter had kunnen uitleggen om commerciële belangen te beschermen. De aanzienlijke vertraging die de Commissie heeft opgelopen bij de behandeling van het verzoek om toegang van het publiek, was betreurenswaardig en vormde wanbeheer.