Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 26 resultaten weergeven

Geen antwoord

Vrijdag | 10 juni 2016

Besluit in zaak 1585/2014/JAS over het verzuim van het Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Kosovo om stagekandidaten op de hoogte te houden van de stappen in een aanwervingsprocedure

Maandag | 06 juni 2016

De zaak betrof het vermeende verzuim van het Bureau van de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie (SVEU-kantoor) in Kosovo om stageaanvragers op de hoogte te houden van de stappen in een aanwervingsprocedure. De Ombudsman informeerde naar de kwestie en stelde haar standpunt dat "het zowel hoffelijk als servicegericht is om de ontvangst van sollicitaties te bevestigen en kandidaten te informeren over de belangrijke stappen (zoals hun uitsluiting van een aanwervingsprocedure) die van invloed zijn op hun voortgang in een aanwervingsprocedure." Het SVEU-bureau legde uit dat het over zeer beperkte middelen beschikte en daarom alleen op de shortlist geplaatste personen kon informeren over het resultaat van de procedure. Zij heeft echter aangegeven dat zij onderzocht hoe zij haar communicatie met personen die stagiair willen worden, kon verbeteren, bijvoorbeeld door al deze personen in kennis te stellen van relevante stappen in de procedure door relevante informatie op haar website te plaatsen. De Ombudsman verzocht het bureau van de SVEU verslag uit te brengen over de uitvoering van deze oplossing.

Geen antwoord

Donderdag | 09 oktober 2014

Decision of the European Ombudsman closing the inquiry into complaints 366/2013/EIS and 509/2013/EIS against the European Commission and the Education, Audiovisual and Culture Executive Agency

Vrijdag | 05 september 2014

The complaints were made by three persons representing a private university based in Switzerland. They concerned the Commission's decision rejecting the university's application sent in response to the Erasmus University Charters 2013 Call for Proposals. In their complaints, the complainants claimed that the Commission and/or the Education, Audiovisual and Culture Executive Agency (EACEA) failed to (i) indicate the means of redress available as regards the decision, and (ii) notify the university in good time of the decision. The Ombudsman inquired into these matters and found no maladministration as regards the notification of the decision. However, the Ombudsman found that the university had not been properly informed about the means of redress. After having been invited to do so by the Ombudsman, the Commission, on its own behalf and on behalf of the EACEA, apologised to the complainants for this omission. The Ombudsman thus concluded that there were no grounds for further inquiries into that aspect of the complaints.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1125/2011/ANA tegen het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA)

Woensdag | 03 september 2014

De zaak had betrekking op de wijze waarop Enisa de taken herschikte en wijzigingen in de werkomgeving van de klager, een Enisa-werknemer, uitvoerde. De Ombudsman onderzocht de kwestie en deed een voorstel voor een minnelijke schikking, dat Enisa niet aanvaardde. De Ombudsman deed vervolgens ontwerpaanbevelingen, waarin zij Enisa vroeg: 1) te erkennen dat zij heeft nagelaten (a) de klager te raadplegen alvorens de overplaatsingsbesluiten vast te stellen, (b) haar handelingen te motiveren, (c) haar overplaatsingsbesluiten naar behoren mee te delen, (d) te antwoorden op de relevante verzoeken van de klager, en (e) naar behoren rekening te houden met het welzijn van de klager; 2) om de klager een verontschuldiging aan te bieden; 3) een betaling ex gratia van 1 000 EUR aan de klager te verrichten; en 4) de Ombudsman een formele toezegging te doen dat hij dergelijke gevallen van wanbeheer in de toekomst niet zal begaan. Enisa aanvaardde de ontwerpaanbevelingen van de Ombudsman en nam maatregelen om deze uit te voeren. Daarom heeft de Ombudsman de zaak gesloten.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 2635/2010/(MB)TN tegen de Europese Commissie

Vrijdag | 07 september 2012

De klacht betreft het vermeende verzuim van de Europese Commissie om klager in kennis te stellen van haar bevinding dat hij de gedragscode van de EU-verkiezingswaarnemingsmissies heeft geschonden.

Na als EU-verkiezingswaarnemer te hebben gediend, werd klager door derden ervan in kennis gesteld dat de Commissie had vastgesteld dat hij de gedragscode voor dergelijke waarnemers had geschonden. Klager was bezorgd over het feit dat dit besluit hem niet was meegedeeld en dat het van invloed zou zijn op zijn kansen om te worden geselecteerd voor toekomstige EU-verkiezingswaarnemingsmissies.

De Ombudsman stelde een aantal problemen vast in de door de Commissie toegepaste procedure. Hij was er niet volledig van overtuigd dat de rechten van klager, zoals gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de Europese code van goed administratief gedrag, waren geëerbiedigd. De Ombudsman deed daarom een voorstel voor een minnelijke schikking en stelde maatregelen voor die de Commissie zou kunnen nemen om de zaken recht te zetten, met betrekking tot i) de persoonlijke situatie van klager en ii) de gevolgde algemene procedure.

Wat de persoonlijke situatie van klager betreft, heeft de Commissie de zaak afgehandeld door te garanderen dat klager volledig in aanmerking blijft komen voor toekomstige EU-verkiezingswaarnemingsmissies.

Wat betreft haar algemene procedures voor het vaststellen van een inbreuk op de gedragscode voor EU-waarnemers, gaf de Commissie in haar antwoord aan dat zij reeds uitvoering gaf aan het voorstel van de Ombudsman om een evaluatie uit te voeren. De Ombudsman was ingenomen met de evaluatie en deed in dit verband een aantal suggesties.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van zijn onderzoek naar klacht 328/2011/TN tegen het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)

Woensdag | 18 april 2012

De klacht betreft een selectieprocedure voor de aanwerving van een financieel medewerker (contractant) door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), waaraan klager heeft deelgenomen.

In zijn klacht bij de Europese Ombudsman beweerde klager dat het ECDC de selectieprocedure niet op eerlijke en behoorlijke wijze had uitgevoerd.

De Ombudsman heeft een aantal tekortkomingen in de procedure van het ECDC vastgesteld. Ten eerste heeft het selectiecomité ten onrechte besloten geen rekening te houden met een relevant schriftelijk examen. Ten tweede is de voorwaarde dat de kandidaten een minimumscore van 70 % moesten behalen, nooit aan de kandidaten meegedeeld. De Ombudsman constateerde ook dat het ECDC kandidaten niet naar behoren in kennis had gesteld van het resultaat van de aanwervingsprocedure. Op basis van zijn bevindingen deed de Ombudsman een voorstel voor een minnelijke schikking en stelde hij stappen voor die het ECDC zou kunnen nemen om de zaken recht te zetten, zowel met betrekking tot de huidige aanwervingsprocedure als toekomstige dergelijke procedures.

De Ombudsman nam nota van en juichte de algemene positieve benadering van het ECDC ten aanzien van zijn voorstel voor een minnelijke schikking toe. Hij sloot de zaak daarom af met de vaststelling dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was. Hij deed ook suggesties voor verdere verbetering.