Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 114 resultaten weergeven

Besluit in zaak 668/2016/EIS betreffende het verzuim van de Europese Commissie om een klager naar behoren te antwoorden over zijn bezorgdheid in verband met een staatssteunkwestie in Duitsland

Woensdag | 06 december 2017

De zaak betrof het verzuim van de Europese Commissie om behoorlijke antwoorden te geven aan een klager die een klacht had ingediend over een staatssteunkwestie in Duitsland. Klager was van mening dat Duitsland de EU-staatssteunregels schendt vanwege zijn nieuwe financieringsregeling voor de publieke omroep. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat er geen sprake was van wanbeheer, aangezien de Commissie uiteindelijk een passend antwoord had gegeven.  

Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 1179/2014/LP over de betrokkenheid van “belanghebbenden” bij door de Commissie uitgevoerde onderzoeken naar staatssteun

Vrijdag | 23 september 2016

De zaak betrof de praktijk van de Commissie om in het kader van een formeel onderzoek inzake staatssteun te weigeren begunstigden van staatssteun en andere belanghebbenden toegang te verlenen tot haar staatssteundossier.

Klager voerde aan dat de praktijk van de Commissie na de inwerkingtreding van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in strijd was met artikel 41 (recht op behoorlijk bestuur) en artikel 47 (recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht) van het Handvest.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de praktijk van de Commissie in overeenstemming was met de desbetreffende procedureverordeningen inzake staatssteun en de jurisprudentie van de rechterlijke instanties van de EU met betrekking tot de procedurele rechten van belanghebbenden. Het feit dat begunstigden en andere belanghebbenden geen toegang hebben tot het staatssteundossier van de Commissie weerspiegelt hun beperkte rol in een staatssteunonderzoek en het feit dat een staatssteunonderzoek wordt ingeleid tegen een lidstaat in plaats van tegen een begunstigde. Daarom constateerde de Ombudsman dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 577/2014/MDC over de weigering van de Europese Commissie om op grond van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad toegang te verlenen tot een verzoek om een nieuw onderzoek betreffende het vervallen van de antidumpingrechten op de invoer van ammoniumnitraat uit Rusland

Donderdag | 17 maart 2016

De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om de klager, een belanghebbende, toegang te verlenen tot het oorspronkelijke verzoek van de bedrijfstak van de Unie om de antidumpingrechten op ammoniumproducten uit Rusland te verlengen. De Ombudsman onderzocht de kwestie en stelde vast dat de weigering van de Commissie niet gegrond was in het licht van de toepasselijke bepalingen van de antidumpingverordening en mogelijk afbreuk had gedaan aan de rechten van verdediging van de klager in die procedure. Zij heeft de Commissie dan ook aanbevolen het desbetreffende verzoek openbaar te maken.

Hoewel de Commissie het niet eens was met de bevinding van de Ombudsman dat er sprake was van wanbeheer, aanvaardde zij haar aanbeveling om het desbetreffende verzoek openbaar te maken. De Ombudsman sloot de zaak derhalve af.

Een klacht over staatssteun

Maandag | 15 februari 2016

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1731/2013/PHP betreffende de behandeling door de Europese Commissie van drie vermeende gevallen van staatssteun aan voetbalclubs in Spanje en een daarmee verband houdend verzoek om toegang tot documenten

Donderdag | 11 februari 2016

Deze zaak betrof de behandeling door de Europese Commissie van door klager verstrekte informatie over drie gevallen van onrechtmatige staatssteun aan Spaanse voetbalclubs. De klager voerde aan dat de Commissie niet binnen een redelijke termijn had besloten of zij een formeel onderzoek moest instellen naar de vermeende onrechtmatige staatssteun. Aangezien de Commissie volgens klager geen actie ondernam, diende klager een verzoek in om toegang tot bepaalde documenten met betrekking tot twee van deze zaken. De Commissie heeft de toegang geweigerd om redenen van bescherming van het doel van de onderzoeken.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer over beide kwesties door de Commissie. Daarom heeft zij de zaak gesloten.

Besluit van de Europese Ombudsman in zaak 2086/2014/EIS betreffende een vermeend belangenconflict bij de behandeling door de Europese Commissie van een procedure wegens inbreuk op het mededingingsrecht

Maandag | 30 november 2015

De zaak betrof een vermeend belangenconflict door een voormalig lid van de Commissie in een besluit van de Commissie om een bij de Commissie ingediende klacht inzake mededinging niet te onderzoeken. In de antitrustklacht bij de Commissie werd een inbreuk op de mededingingsregels van de EU door de Unie van Europese voetbalbonden ("UEFA") aangevoerd. Klager was van mening dat de UEFA Club Licensing and Financial Fair Play Regulations (hierna "de FFP" genoemd) onwettig zijn voor zover zij voorschrijven dat de desbetreffende inkomsten van een voetbalclub over een periode van drie jaar ten minste gelijk moeten zijn aan de desbetreffende uitgaven. De Commissie heeft besloten de klacht niet te onderzoeken op grond van het feit dat de kwestie voor haar geen prioriteit vormde. Volgens klager werd dit besluit beïnvloed door de verantwoordelijke commissaris, die een belangenconflict had, aangezien hij een "geassocieerde" en een sterke voorstander was van een bepaalde club waarvoor de FFP voordelig is.Klager wees er ook op dat de commissaris meer dan een jaar voorafgaand aan zijn klacht bij de Commissie een gezamenlijke verklaring met de voorzitter van de UEFA had afgelegd waarin hij zijn steun uitsprak voor de FFP.

De Commissie voerde aan dat de voormalige commissaris geen juridische, financiële, organisatorische of andere banden met de betrokken voetbalclub had. Zij voegde daaraan toe dat de gezamenlijke verklaring van de commissaris en de voorzitter van de UEFA geen verband hield met de klacht van klager, aangezien zij geen standpunten over de FFP uit antitrustoogpunt naar voren bracht.

De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde geen wanbeheer door de Commissie. Daarmee sloot ze de zaak af.

Besluit van de Europese Ombudsman in het onderzoek naar klacht 1021/2014/PD tegen de Europese Commissie

Woensdag | 11 november 2015

In 2012 en 2014 deed de toenmalige commissaris voor mededinging openbare verklaringen over een lopend onderzoek naar een mogelijk kartel. Een van de onderzochte ondernemingen klaagde bij de Ombudsman dat de verklaringen in strijd waren met het beginsel van onpartijdigheid, aangezien de verklaringen de indruk wekten dat de commissaris al had besloten wat het eindresultaat van het lopende onderzoek zou zijn.

De Ombudsman was van oordeel dat sommige publieke verklaringen van de commissaris redelijkerwijs konden worden opgevat als een suggestie dat de Commissie of de commissaris reeds een besluit had genomen over het resultaat van het lopende onderzoek en dat dit wanbeheer vormde. De Ombudsman deed een aanbeveling die de Commissie grotendeels heeft erkend. De Ombudsman sloot de zaak dus af met een bevinding van wanbeheer naar aanleiding van de publieke verklaringen van de voormalige commissaris van 2012 en 2014.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 400/2014/DK tegen de Europese Commissie

Maandag | 08 juni 2015

De zaak betrof het vermeende verzuim van de Europese Commissie om klager te informeren over de prioritaire status van zijn klacht inzake staatssteun.

De Ombudsman onderzocht de kwestie. In de loop van haar onderzoek deelde de Commissie klager mee dat zijn klacht niet als een prioritair geval werd behandeld. De Commissie heeft haar besluit echter niet gemotiveerd. De Ombudsman sloot de klacht daarom af met een kritische opmerking over het feit dat de Commissie klager niet had geïnformeerd over de reden waarom zij zijn klacht over staatssteun een lage prioriteit had gegeven.

Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1381/2014/PL tegen de Europese Commissie

Donderdag | 07 mei 2015

De zaak betrof een vermeend verzuim van de Europese Commissie om binnen een redelijke termijn een besluit te nemen over de staatssteun die Nederland zou hebben verleend aan de scheepsbouwsector. De Ombudsman opende een onderzoek naar de zaak, waarna de Commissie haar voorlopige beoordeling afrondde en concludeerde dat de maatregelen in kwestie geen staatssteun vormen. De Ombudsman constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer en sloot de zaak.

Decision of the European Ombudsman closing the inquiry into complaint 1500/2014/FOR against the European Commission

Donderdag | 13 november 2014

The Ombudsman's inquiry concerned an alleged delay by the Commission in providing Infineon, a German IT company, which the Commission suspected to be a member of the Smart Card Chips cartel, with access to key evidence that the Commission intended to use against that company.

The Ombudsman inquired into the issue and found that the Commission had, without any good reason, delayed in providing access to that evidence, despite the fact that it was fully aware of the importance and relevance of that evidence. By incurring that delay, the Commission risked compromising its investigation.

The Ombudsman therefore criticised the Commission for the delay in giving Infineon access to that evidence.