FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Verslag van de Europese Ombudsman ter afsluiting van de vraag (Q5/2023/AML) van de Slowaakse publieke verdediger van de rechten over de uitlegging van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad inzake de wederzijdse erkenning van vonnissen in strafzaken

Achtergrond

1. Nationale en regionale ombudsmannen in het Europees netwerk van ombudsmannen kunnen de Europese Ombudsman verzoeken om schriftelijke antwoorden op vragen over het EU-recht en de interpretatie ervan, met inbegrip van vragen die rijzen bij de behandeling van specifieke zaken.

2. Op 2 oktober 2023 heeft de Slowaakse publieke verdediger van de rechten een dergelijk verzoek ingediend bij de Europese Ombudsman. De vraag had in wezen betrekking op de werkingssfeer van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad inzake de wederzijdse erkenning van strafvonnissen [1].

3. Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad voorziet in de wederzijdse erkenning van straffen na strafvervolging in alle lidstaten. Het maakt de overbrenging mogelijk van gevonniste personen van de lidstaat waar zij zijn veroordeeld naar de lidstaat waar zij vandaan komen (of waar zij verblijven). Het doel is de resocialisatie en reïntegratie van de gevonniste persoon in de samenleving te vergemakkelijken.

4. De Slowaakse openbare verdediger van de rechten behandelde een klacht van een Slowaakse burger die na een strafprocedure in Tsjechië in een psychiatrische instelling werd vastgehouden, maar wiens overdracht door de Slowaakse rechtbanken werd geweigerd. De Slowaakse rechtbanken gaven aan dat Kaderbesluit 2008/909/JBZ alleen van toepassing is op personen die schuldig zijn bevonden en in een strafprocedure zijn veroordeeld. Dit was niet het geval voor deze persoon in kwestie, die vanwege geestelijke gezondheidsproblemen niet strafrechtelijk verantwoordelijk werd verklaard voor zijn misdaden, en werd opgesloten in een psychiatrische instelling en niet in een gevangenis. Niettemin werd hij nog steeds vastgehouden op grond van een beslissing van een strafrechter en als gevolg van een strafbaar feit. 

5. In de definities van het kaderbesluit wordt niet uitdrukkelijk naar deze categorie van gevonniste personen verwezen. In een van de overwegingen wordt echter naar dergelijke gevallen verwezen met betrekking tot één uitzondering op grond waarvan de lidstaten overdrachten kunnen weigeren. Op basis hiervan vroeg de Slowaakse openbare verdediger van de rechten of het bestaan van deze uitzondering impliceert dat het kaderbesluit in andere gevallen en als algemene regel moet worden geacht van toepassing te zijn op deze categorie personen.

De aan de Commissie gestelde vragen

6. Op basis van de vraag stelde de Ombudsman de Commissie de volgende vragen:

  1. Kan de Commissie verduidelijken of artikel 9, lid 1, onder k), van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad [2] aldus moet worden uitgelegd dat het betrekking heeft op gevallen waarin de gevonniste persoon niet schuldig is bevonden aan een strafbaar feit, maar waarin de bevoegde autoriteit in de uitvaardigende lidstaat niettemin vrijheidsbenemende maatregelen heeft toegepast als gevolg van een op een strafprocedure gebaseerd strafbaar feit?
  2. Wanneer de Commissie de eerste vraag bevestigend beantwoordt, in welke omstandigheden en op welke gronden kan een bevoegde autoriteit in een uitvoerende lidstaat de overbrenging van een gevonniste persoon weigeren wanneer tegen die persoon in een psychiatrische instelling een vrijheidsbenemende maatregel is genomen?
  3. De Commissie was in haar verslag van 2014 over de uitvoering van de Kaderbesluiten 2008/909/JBZ, 2008/947/JBZ en 2009/829/JBZ [3] van mening dat de lijst van gronden voor weigering van overdracht in artikel 9, lid 1, als facultatief moet worden opgevat en dat de bevoegde autoriteit per geval kan beslissen of zij al dan niet een weigeringsgrond toepast. Kan de Commissie de Ombudsman en de Slowaakse openbare verdediger van de rechten op de hoogte houden van deze kwestie, als er verslagen zijn? Moet artikel 9, lid 1, van kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad meer bepaald worden uitgelegd als verplichte of facultatieve weigeringsgronden? Kan een lidstaat beslissen of de weigeringsgronden verplicht of facultatief zijn?

Antwoord van de Commissie´

7. Op 6 december 2023 heeft de Commissie geantwoord onder verwijzing naar haar handboek van 2019 over de overbrenging van gevonniste personen en vrijheidsstraffen in de Europese Unie [4], dat de lidstaten praktische richtsnoeren biedt voor de uitvoering van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad.

8. Met betrekking tot de werkingssfeer van het kaderbesluit (eerste vraag) heeft de Commissie verduidelijkt dat het kaderbesluit betrekking heeft op elke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel die voortvloeit uit een strafbaar feit en gebaseerd is op een strafprocedure. Dit betekent dat het kaderbesluit betrekking heeft op situaties waarin de gevonniste persoon niet strafrechtelijk verantwoordelijk wordt geacht voor zijn strafbare feiten.

9. Wat betreft de voorwaarden waaronder een lidstaat kan weigeren een beslissing te erkennen en dus de overbrenging van een gevonniste persoon kan weigeren (tweede en derde vraag), kan het antwoord van de Commissie als volgt worden samengevat:

  • De lidstaten kunnen alleen weigeren een beslissing te erkennen en ten uitvoer te leggen op basis van een van de in artikel 9 van het kaderbesluit genoemde gronden.
  • Net als de lijst in Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad, die ook betrekking heeft op samenwerking in strafzaken en waarover het Hof van Justitie van de EU uitspraak heeft gedaan [5], is de lijst uitputtend. Dit betekent dat de lidstaten zich niet op andere gronden kunnen beroepen om de erkenning van een beslissing en de daaropvolgende overbrenging van een gevonniste persoon te weigeren.
  • In het geval van een persoon die van zijn vrijheid is beroofd in een psychiatrische instelling, is er één specifieke weigeringsgrond die van toepassing kan zijn. Dit is het geval wanneer de straf een maatregel van psychiatrische of gezondheidszorg omvat die niet door de ontvangende lidstaat kan worden uitgevoerd in overeenstemming met zijn wettelijke of gezondheidszorgstelsel. Zelfs in een dergelijk geval moet de lidstaat echter de mogelijkheid overwegen om de straf aan te passen voordat hij weigert de straf te erkennen.[6]
  • Zelfs in gevallen waarin een lidstaat in theorie zou kunnen weigeren een beslissing te erkennen, kunnen de nationale autoriteiten nog steeds besluiten de beslissing te erkennen en de overbrenging van de gevonniste persoon te aanvaarden [7].

10. Op basis van deze verschillende elementen concludeerde de Commissie dat Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van toepassing was op de zaak die de Slowaakse publieke verdediger van de rechten behandelde.   

Conclusie van de Europese Ombudsman´

11. Op 4 maart 2024 bevestigde de Slowaakse publieke verdediger van de rechten dat het antwoord van de Commissie zijn vragen beantwoordde en bedankte hij de Europese Ombudsman voor haar hulp.

12. De Ombudsman is van mening dat de in het verzoek aan de orde gestelde kwesties voldoende zijn opgehelderd. De Ombudsman sluit het verzoek derhalve af.

De Slowaakse openbare verdediger van de rechten en de Commissie zullen van dit verslag in kennis worden gesteld.

 

Rosita Hickey
Directeur Onderzoeken


Straatsburg, 12/03/2024

 

[1] Kaderbesluit van de Raad

2008/909/JBZ: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32008F0909

[2] Zie met name overweging 20 van het kaderbesluit van de Raad.

2008/909/JBZ

[3] COM(2014) 57 final, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52014DC0057

[4] Het handboek is in alle officiële talen van de Unie te vinden op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52019XC1129%2801%29  

[5] Zie met name zaak C-123/08 Wolzenburg (punt 57), gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU Aranyosi en Căldăraru (punt 80).

[6] Zoals vermeld in artikel 8, lid 3, en overweging 19. Overweging 19 verwijst specifiek naar de aanpassing van niet tot vrijheidsbeneming strekkende straffen.

[7] De formulering van artikel 9 bepaalt inderdaad dat "de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat kan weigeren het vonnis te erkennen"indien een van de genoemde uitzonderingen van toepassing is.

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!