Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Huidige taal:
- NL Nederlands
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 340/97/JMA tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 340/97/JMA - Geopend op Maandag | 28 april 1997 - Besluit over Woensdag | 14 oktober 1998
Straatsburg, 14 oktober 1998
Geachte mevrouw L.,
Op 13 maart 1997 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over het vermeende verzuim van de Europese Commissie om op uw verzoek om inlichtingen te reageren. Dit verzoek dateerde van 23 oktober 1996.
Ik heb de klacht op 28 april 1997 doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie heeft op 1 juli 1997 haar opmerkingen ingediend, die ik u op 24 juli 1997 heb doen toekomen met het verzoek opmerkingen te maken. Ik heb geen antwoord van u ontvangen.
Ik schrijf u nu om u het resultaat te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het EG-Verdrag machtigt de Europese Ombudsman om alleen bij het optreden van de communautaire instellingen en organen onderzoek te doen naar mogelijke gevallen van wanbeheer. In het statuut van de Ombudsman is uitdrukkelijk bepaald dat tegen geen enkel optreden van een andere autoriteit of persoon een klacht bij de Ombudsman kan worden ingediend. Het onderzoek van de Ombudsman naar uw klacht had derhalve tot doel na te gaan of er sprake was van wanbeheer bij de activiteiten van de Europese Commissie.
ACHTERGROND
De klacht
In haar brief aan de Ombudsman gaf klager aan dat zij problemen had ondervonden bij de betaling van haar werkloosheidsuitkeringen in Zwitserland en schreef zij op 23 oktober 1996 aan onder meer de "Europese Commissie (directoraat-generaal)", maar dat er zelfs geen antwoord op haar vraag was ontvangen.
Klager ontving een beurs van het communautaire OTO-programma "Menselijke en kapitaalmobiliteit". Ze verhuisde naar Duebendorf, Zwitserland in december 1994 om een wetenschappelijk onderzoek te voltooien voor een periode van 12 maanden.
Begunstigden van dit soort bijstand waren verplicht hun eigen socialezekerheidsstelsel te waarborgen. Klager betaalde derhalve haar werkloosheidsverzekering gedurende die gehele periode. Na het afronden van haar onderzoek in juli 1996 verhuisde ze naar Zürich, waar ze geen werk kon vinden. Klager verzocht vervolgens om betaling van werkloosheidsuitkeringen bij het Zwitserse bureau voor sociale zekerheid in die stad. Zij kreeg echter geen positief antwoord van de Zwitserse autoriteiten op haar verzoek.
Aangezien de Commissie geen antwoord had gegeven op haar vraag van oktober 1996, verzocht klager de Ombudsman de nodige onderzoeken in te stellen om ervoor te zorgen dat de Commissie de situatie zou verduidelijken.
Het onderzoek
Het advies van de Commissie
De opmerkingen van de Europese Commissie ten aanzien van de klacht luiden als volgt:
Wat het uitblijven van een antwoord op de brief van klager betreft, heeft de Commissie aangegeven dat er, ondanks een zorgvuldig onderzoek in de verschillende registratiesystemen voor inkomende post, geen spoor was van de brief van klager van 23 oktober 1996 in de dossiers van de Commissie. De brief was, aldus de Commissie, niet gericht aan een specifieke persoon of instelling, maar gaf alleen aan dat deze onder meer moest worden gekopieerd naar "Commission Européenne (Directorat General)".
Ten gronde heeft de Commissie uitgelegd dat de onderzoeker op grond van de algemene voorwaarde inzake beurzen voor onderzoekopleiding die in deze zaak van toepassing is, socialezekerheidsbijdragen en belastingen uit de beurs moest betalen. Klager was door de gastinstelling naar behoren van deze voorwaarde in kennis gesteld. Bovendien is de onderzoeker bij dit soort subsidies als enige verantwoordelijk voor de naleving van de nationale belastingbepalingen.
De Commissie heeft ook uitgelegd dat er in casu geen EG-wetgeving van toepassing was, aangezien de relevante regels, namelijk EG-verordening 1408/71, alleen van toepassing zijn op de Europese Economische Ruimte, en dus niet op Zwitserland.
Om klager te helpen, verklaarde de Commissie dat zij zeer snel contact zou opnemen met de relevante nationale autoriteiten om aanvullende informatie te vragen met het oog op een mogelijke oplossing van deze zaak. De Commissie benadrukte dat de klager naar behoren op de hoogte zou worden gehouden van de resultaten van het onderzoek.
Voordat de Ombudsman het antwoord van de Commissie op zijn onderzoek had ontvangen, zond klager bij brief van 10 juni 1997 aanvullende informatie. In de brief legde klager uit dat zij in kennis was gesteld van een bilaterale overeenkomst tussen Frankrijk en Zwitserland over de erkenning van werkloosheidsrechten. Op grond van de bepalingen ervan had zij haar werkloosheidsbijdragen vanaf oktober 1996 kunnen laten erkennen. Desalniettemin beweerde zij dat haar eerste socialezekerheidsuitkeringen dateren van augustus 1996.
Zonder enige informatie over deze bilaterale overeenkomst had klager de kans verloren om gebruik te maken van een minimumsalaris voor re-integratie op de arbeidsmarkt. Samenvattend stelde zij dat het feit dat de Commissie de gevolgen van haar mandaat niet volledig had toegelicht, haar een aanzienlijk bedrag had gekost.
Aangezien zij niet in de oorspronkelijke klacht waren opgenomen, heeft de Ombudsman deze vragen niet verder behandeld.
Opmerkingen van klagers De
Ombudsman zond de opmerkingen van de Commissie door aan klagers met een uitnodiging om opmerkingen te maken. Er is geen antwoord op dit verzoek ontvangen.
BESLUIT VAN HET EUROPEES OMBUDSMAN
Op basis van de door klager verstrekte informatie en de door de Europese Commissie ingediende opmerkingen heeft de Ombudsman de volgende conclusies getrokken:
1.1. Zoals de Europese Ombudsman in soortgelijke zaken heeft verklaard, is de Commissie als openbaar bestuur verplicht de vragen van burgers naar behoren te beantwoorden.
1.2. In dit geval heeft de Commissie haar verzuim om op het verzoek van klager te antwoorden echter gerechtvaardigd op grond van het feit dat in geen van de verschillende registratiesystemen van de instelling sporen van haar brief zijn aangetroffen. Aangezien de brief slechts was gekopieerd naar de Europese Commissie en er geen adres was vermeld, is het denkbaar dat de brief niet door de postdiensten kon worden bezorgd.
1.3. De Europese Ombudsman merkt echter op dat de Commissie in haar antwoord op zijn onderzoek een grondig antwoord heeft gegeven op de door klager gestelde problemen en ook de middelen heeft aangereikt om een mogelijke oplossing te vinden.
1.4. Aangezien een antwoord op het verzoek van klager lijkt te zijn gegeven, is er voor de Europese Ombudsman geen reden om deze zaak voort te zetten.
Conclusies
Op basis van het onderzoek van de Europese Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door de Europese Commissie.
De Ombudsman heeft daarom besloten de zaak te sluiten.
Met vriendelijke groet
Jacob SÖDERMAN
cc:
De heer Santer, voorzitter van de Europese Commissie
De heer Eeckhout, secretariaat-generaal van de Europese Commissie