Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Frans (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Toespraak van de Europese Ombudsman - Persconferentie
Toespraak - Spreker Jacob SÖDERMAN - Plaats Parijs - Land Frankrijk - Datum Donderdag | 09 september 1999
Dames en heren!
De functie van de Europese Ombudsman is bij het Verdrag van Maastricht in het leven geroepen om Europese burgers te helpen die problemen of meningsverschillen hebben met de administratie van de Gemeenschap. Het heeft tot taak wanbeheer binnen de instellingen en organen van de Unie te bestrijden. De ombudsman van de Europese Unie kan alleen optreden op het niveau van de communautaire administratie. Zij is niet bevoegd om de autoriteiten van een lidstaat te onderzoeken.
Toen ik in september 1995 als eerste Europese Ombudsman begon te werken, besefte ik dat meer dan de helft van alle klachten tegen de autoriteiten van een lidstaat is gericht. Sommige van deze klachten hebben betrekking op de interpretatie van het Gemeenschapsrecht, terwijl andere kwesties op het gebied van de mensenrechten of het nationale recht aan de orde stellen.
Daarom zijn wij in 1996 begonnen met de samenwerking met de nationale ombudsmannen van de lidstaten. In landen die geen ombudsman op nationaal niveau hebben, zoals Duitsland of Luxemburg, is deze samenwerking tot stand gebracht met de Commissie verzoekschriften van het Parlement. In Italië werken we samen met de regionale ombudsmannen, aangezien Italië ondanks veel inspanningen nog steeds geen toezicht houdt op de rechten van burgers op nationaal niveau.
Deze samenwerking heeft geleid tot de oprichting van een netwerk van verbindingsofficieren en een regelmatige uitwisseling van informatie over aangelegenheden van het Gemeenschapsrecht. Deze uitwisselingen vinden plaats via een verbindingsbulletin en via de koppelingen tussen de websites van de verschillende bemiddelaars. Het doel is de instellingen op nationaal niveau beter in staat te stellen kwesties in verband met het Gemeenschapsrecht aan te pakken en te ondersteunen. Deze samenwerking werd toegejuicht. De Europese burgers begrijpen echter niet altijd dat zij bij de nationale autoriteiten een klacht over communautaire kwesties kunnen indienen, terwijl veel belemmeringen voor het vrije verkeer op dit niveau blijven bestaan.
Het Verdrag van Amsterdam zal geleidelijk een belangrijk nieuw element op nationaal niveau introduceren. Gevoelige mensenrechtenkwesties zoals het recht op asiel en de status van vreemdelingen zullen immers uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in mei van dit jaar onder het Gemeenschapsrecht vallen. Het Verdrag voorziet ook in meer samenwerking in burgerlijke en strafzaken en in de noodzakelijke harmonisatie van het nationale proces- en strafrecht. Dit is om corruptie, georganiseerde misdaad, drugshandel en pedofilie beter te bestrijden. Daarnaast zal Europol maatregelen nemen om de politiële samenwerking op communautair niveau te bevorderen en om politieoperaties op nationaal niveau te ondersteunen. De derde pijler, die van de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, zal worden geïntegreerd in de eerste pijler, die van de normale communautaire activiteiten.
De Europese Unie en haar burgers zullen van deze ontwikkelingen profiteren, maar tegelijkertijd is het van essentieel belang ervoor te zorgen dat de rechten van de burgers en de mensenrechten worden gewaarborgd. Daarom moeten ombudsmannen en verzoekschriftencommissies - die de belangrijkste toezichthoudende instanties voor burgers en mensenrechten zijn - zich op deze ontwikkeling voorbereiden. De voltooiing van deze ontwikkelingen zal betekenen dat ombudsmannen en soortgelijke organen op nationaal niveau in toenemende mate zullen worden verzocht toezicht uit te oefenen op de communautaire wetgeving of op de wetgeving die door samenwerking binnen de Unie wordt geïnitieerd. Daarom zijn wij hier in Parijs bijeengekomen om de gevolgen van het Verdrag van Amsterdam voor ons werk te bespreken. Alle lidstaten zijn hier vertegenwoordigd en de geest van samenwerking en motivatie is tussen ons zeer sterk geweest.
Wij hebben de relatie tussen de Europese Unie en de mensenrechten besproken op basis van een gedetailleerd verslag van mevrouw Catherine Lalumière over deze kwestie. We hebben geleerd dat er zeer professioneel werk is verricht om de Europese Unie in de toekomst uit te rusten met haar eigen moderne mensenrechtennormen. We weten ook dat de Raad onder het Duitse voorzitterschap heeft besloten een Handvest van de grondrechten voor de Europese burgers voor te stellen en dat de voorbereidingen al aan de gang zijn. Beide projecten zijn indrukwekkend en hebben zeer idealistische doelen, maar zullen in de nabije toekomst niet worden voltooid. Het is ook mogelijk dat sommige lidstaten om verschillende redenen twijfels en belemmeringen uiten.
De situatie lijkt mij daarom zorgwekkend. De Europese Unie zal om goede redenen de verantwoordelijkheid op zich nemen voor het voorbereiden, initiëren en in sommige gevallen beslissen in sectoren van de samenleving die over het algemeen repressief optreden vereisen en waar gevoelige mensenrechtenkwesties rijzen. Tegelijkertijd is de Europese Unie, in tegenstelling tot haar lidstaten, niet toegetreden tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, noch tot de mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties of de Internationale Arbeidsorganisatie. Het heeft zich er in zijn recente Verdragen ook toe verbonden de beginselen na te leven die voortvloeien uit de mensenrechtenverdragen en constitutionele tradities van de lidstaten, overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie van Luxemburg. Tot op heden kunnen Europese burgers echter nergens vinden wat dit in detail betekent, door de overeenkomstige bepalingen te bestuderen, zoals ze gewend zijn in de lidstaten. Evenmin is de Europese Unie onderworpen geweest aan het mechanisme voor toezicht op de mensenrechten waaraan haar lidstaten krachtens het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens zijn onderworpen.
Ik heb voorgesteld dat de Europese Unie lange debatten en procedures over deze kwestie vermijdt door in het Verdrag een artikel op te nemen waarin zij zich ertoe verbindt alle mensenrechtenverdragen waartoe de meerderheid van haar lidstaten is toegetreden, volledig te eerbiedigen. Dit zou ervoor zorgen dat mensenrechtenkwesties naar behoren worden aangepakt en geëerbiedigd bij het opstellen en voorbereiden van richtlijnen, verordeningen en samenwerking in het kader van de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht waarin het Verdrag van Amsterdam voorziet. Dit zou van het grootste belang zijn voor de Europese burgers.
Een ander onderwerp dat we bespraken was goed administratief gedrag, gebaseerd op een uitstekend rapport van professor Chiti van de Universiteit van Florence. In de meeste lidstaten, zoals hier in Frankrijk, zijn wetten aangenomen of voorgesteld met betrekking tot de betrekkingen tussen het openbaar bestuur en de burgers. Zij hebben tot doel de burgers in staat te stellen te weten wat zij van de openbare dienst mogen verwachten. Deze wetten staan meestal onder toezicht van ombudsmannen of verzoekschriftencommissies, op basis van klachten van burgers, om ervoor te zorgen dat ze in de praktijk worden gebracht.
Na vier jaar ervaring in het behandelen van klachten van burgers tegen gemeenschapsbestuur, heeft mijn kantoor een code van goed administratief gedrag opgesteld. Ik heb de Europese Commissie, de Raad en het Parlement aanbevolen deze of een andere soortgelijke code vóór eind november 1999 aan te nemen. Een positieve reactie van deze instellingen op deze kwestie zou een grote stap voorwaarts zijn voor de Europese burgers op de lange termijn en voor de administratie zelf. Om ervoor te zorgen dat het bestuur van de Gemeenschap door de burgers wordt gerespecteerd, moet het immers bewijzen dat het namens de burgers handelt en niet voor zichzelf.
Het belangrijkste zou zijn dat de Commissie deze code van goed administratief gedrag gunstig zou ontvangen onder het voorzitterschap van de heer Romano Prodi. Een positieve houding zou het feit bevestigen en ondersteunen dat de beloften die hij heeft gedaan voor een beter en meer op de overheid gericht bestuur in de praktijk zullen worden gebracht. Dit zou een goed begin zijn voor de nieuwe Commissie in de ogen van de Europese burgers. De door de Ombudsman opgestelde ontwerp-code is hier beschikbaar.
Dank u voor uw aandacht.