Chcete podať sťažnosť na
inštitúciu alebo orgán EÚ?

Samenvatting van het besluit in zaak 618/2017/CEC over het verzuim van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) een onderzoek in te stellen naar de behandeling door de Cypriotische toezichthoudende autoriteit van vermeende fraude door een online-handelsonderneming

De klager is een van de vele klanten overal ter wereld die niet in staat was zijn deposito’s terug te vorderen van een online-handelsonderneming die in Cyprus over een vergunning beschikte.

Hij diende bij de Cyprus Securities and Exchange Commission (CySEC) een klacht in over de activiteiten van de onderneming. Vervolgens diende hij bij ESMA een klacht in over het vermeende gebrek aan adequaat toezicht op de onderneming door CySEC. Hij verzocht ESMA krachtens de ESMA-verordening een onderzoek naar “inbreuk op het Unierecht” tegen CySEC in te stellen.

ESMA meldde de klager dat zij bezig was met een onderzoek naar het toezicht op de onderneming door CySEC, maar nog niet had besloten of zij ook een onderzoek naar “inbreuk op het Unierecht” zou instellen. De klager was ontevreden met de manier waarop ESMA zijn klacht behandelde, en wendde zich tot de Europese Ombudsman.

In de loop van het onderzoek door de Ombudsman besloot de voorzitter van ESMA geen onderzoek naar inbreuk op het Unierecht in te stellen.

De Ombudsman stelde vast dat ESMA een aantal maatregelen heeft genomen naar aanleiding van de klachten die zij heeft ontvangen met betrekking tot het vermeende verzuim van CySEC bij de uitoefening van haar toezichthoudende taken. De Ombudsman was van oordeel dat het besluit van ESMA om geen onderzoek naar inbreuk op het Unierecht bij het toezicht door CySEC op de onderneming in te stellen, redelijk was.

Er is aldus geen wanbeheer door ESMA vastgesteld en het onderzoek werd afgesloten.