Wilt u een klacht indienen tegen
een instelling of orgaan van de EU?

Samenvatting van het besluit in zaak 64/2017/NF over het feit dat een openbare raadpleging van de Europese Commissie niet in alle officiële EU-talen werd gehouden

Een Duitse consumentenvereniging beklaagde zich over het besluit van de Europese Commissie om een openbare raadpleging voor het grote publiek alleen in de Engelse taal te houden. Volgens klager betekende dit besluit dat EU-burgers zonder toereikende kennis van het Engels niet aan de openbare raadpleging konden deelnemen.

Aangezien de sluitingsdatum van de raadpleging in kwestie naderde, deed de Ombudsman onmiddellijk na de instelling van zijn onderzoek de Commissie het verzoek de raadpleging te verlengen en de klager een Duitse vertaling van de raadplegingsdocumenten te doen toekomen. Ook verzocht de Ombudsman de Commissie andere burgers in staat te stellen haar om vertalingen in de EU-taal van hun voorkeur te verzoeken.

Het antwoord van de Commissie luidde dat zij hecht aan het beginsel van meertaligheid, maar wegens haar beperkte middelen voor vertalingen het voorstel voor een oplossing van de Ombudsman niet kon aanvaarden. Zou zij dat wel doen, dan zou dat volgens haar een precedent scheppen waaraan zij zich maar moeilijk zou kunnen houden.

De Ombudsman betreurt dat de Commissie zijn voorstel voor een snelle oplossing in dit specifieke geval niet heeft aanvaard en merkt het besluit van de Commissie om de openbare raadpleging alleen in het Engels te houden aan als wanbeheer.

De Ombudsman merkt evenwel op dat wanneer de nieuwe regels voor openbare raadplegingen die de Commissie onlangs heeft vastgesteld in dit geval zouden zijn toegepast, de documenten van de raadpleging in kwestie in ieder geval in het Duits, Engels en Frans en mogelijk zelfs in alle officiële EU-talen beschikbaar zouden zijn geweest. Bovendien loopt er momenteel een onderzoek van de Ombudsman naar de algemene taalregeling die de Commissie voor openbare raadplegingen hanteert. Derhalve stelt de Ombudsman zich op het standpunt dat voortzetting van het onderzoek of het doen van een aanbeveling in dit geval geen nuttig doel dient.