# Toespraak van de Europese Ombudsman, de heer Jacob Söderman, voor het Europees Parlement ter gelegenheid van de presentatie van zijn jaarverslag over 1997
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 1998-07-16T00:00+02:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/speech/nl/364)
---
Mijnheer de Voorzitter!   
Onderscheidende leden van het Europees Parlement!   
Het is inmiddels een vaste praktijk geworden dat het Europees Parlement de beste tradities in de lidstaten volgt door de Ombudsman uit te nodigen zijn jaarverslag persoonlijk te presenteren. Het jaarverslag over 1997 had aan alle leden van het Europees Parlement moeten worden toegezonden. Het verslag is ook beschikbaar op de website van de Ombudsman. De website is onlangs opnieuw ontworpen om ten volle gebruik te maken van nieuwe technologieën voor communicatie met burgers. Vanaf het begin van deze maand zijn we begonnen met de regelmatige publicatie op de website van alle beslissingen na een onderzoek. De website bevat ook het nieuwe standaardformulier voor het indienen van een klacht. Dit kan worden gebruikt door het snel toenemende aantal burgers dat ervoor kiest om hun klacht per e-mail te verzenden.   
Mijnheer de Voorzitter!   
Het voorwoord bij het Jaarverslag 1997 bevat reeds een volledige inleiding tot de inhoudelijke thema's van het verslag. Ik zal mij hier beperken tot drie vragen over de toekomst.   
*De eerste vraag is:* wat moet er nog gebeuren voordat het bureau van de Europese Ombudsman volledig operationeel is om klachten van burgers doeltreffend te behandelen?   
*De tweede vraag luidt:* wat is de beste manier om een verbetering van de kwaliteit van de Europese administratie vanuit het oogpunt van de Europese burgers te bevorderen?   
*De derde vraag luidt:* wat kan worden gedaan om de vele klagers met klachten over de toepassing van het Gemeenschapsrecht in de lidstaten te helpen? met name wanneer zij hun recht van vrij verkeer, dat een van de rechten van het Europees burgerschap is, proberen uit te oefenen.   
*Wat de eerste vraag betreft,*   
is het belangrijk eraan te herinneren dat 1996 het eerste volledige jaar van de werkzaamheden van de Europese Ombudsman was. Tussen 1996 en 1997 is het aantal klachten met 40% gestegen. In de eerste helft van 1998 is er een verdere stijging geweest van ongeveer 15%. Zoals ik ook op nationaal niveau heb ervaren, is er een gestage toename van het aantal ontvankelijke klachten, maar de toename is nog groter bij de niet-ontvankelijke klachten. De burger met een gegronde klacht die niet ontvankelijk is, gaat echter meestal niet met lege handen weg. Met name wat de rechten van het Gemeenschapsrecht betreft, probeert de Europese Ombudsman de klager altijd te adviseren over een bevoegde en doeltreffende instantie die de klacht zou kunnen behandelen. We kunnen dit nu voor 70% van de niet-ontvankelijken doen.   
In 1997 behandelde het bureau van de Ombudsman in totaal 1412 zaken. Hiervan werden in 1997 1181 nieuwe klachten ontvangen. In de loop van het jaar werden vier onderzoeken op eigen initiatief gestart en werden 101 onderzoeken afgesloten met een met redenen omkleed besluit. In 40% van deze gevallen regelde de instelling de zaak, werd een minnelijke schikking gevonden of werd de zaak afgesloten met een kritische opmerking. In 59% van de gevallen werd geen wanbeheer vastgesteld. De vaststelling dat er geen sprake is van wanbeheer is niet altijd negatief voor de burger. Het proces van klacht en onderzoek geeft de instelling de mogelijkheid om aan het publiek uit te leggen wat zij heeft gedaan en waarom. In sommige gevallen slaagt zij er zelfs in klager ervan te overtuigen dat hij naar behoren heeft gehandeld.   
Ons doel is om binnen een maand te beslissen over de ontvankelijkheid van een klacht en om een zaak waarin een onderzoek is gestart, binnen een jaar te sluiten. We hebben de eerste doelstelling grotendeels gehaald: slechts enkele zaken zijn langer dan een maand aanhangig. Wat de tweede doelstelling betreft, zijn we erin geslaagd het aantal opgeloste zaken gestaag te verhogen, maar er is ook een groeiende achterstand bij het aantal zaken.   
Ik heb de middelen aangevraagd die nodig zijn om het kantoor vrij langzaam te vestigen. Het opzetten van een kantoor, het selecteren en opleiden van personen en het vaststellen van de juiste werkprocedures kost tijd en ik heb erop aangedrongen dat de behandeling van klachten van burgers prioriteit moet krijgen. Het is echter duidelijk dat we nu dringend meer middelen nodig hebben om de bestaande klachten efficiënt en correct te behandelen en ons voor te bereiden op het nieuwe werk dat het Verdrag van Amsterdam zal creëren wanneer het de derde pijler (waaronder Europol) volledig onder het mandaat van de Ombudsman brengt.   
*Verbetering van de kwaliteit van de administratie.*   
In haar opmerkingen over het Jaarverslag 1996 heeft de Commissie verzoekschriften gevraagd om een preciezere definitie van het begrip "wanbeheer". Ik heb deze taak op mij genomen en een definitie opgenomen in het Jaarverslag 1997, dat de heer NEWMAN in zijn verslag heeft toegejuicht. Het THORS-verslag over het onderzoek van de Ombudsman op eigen initiatief naar de toegang van het publiek tot documenten toont ook de mogelijkheden aan van vruchtbare interactie tussen het werk van de Ombudsman en dat van het Europees Parlement, met name de Commissie verzoekschriften, ten behoeve van de Europese burgers.   
In dit verband wil ik onderstrepen dat de beste manier om de kwaliteit van de administratieve activiteiten van de communautaire instellingen en organen aanzienlijk te verbeteren, is een code van goed administratief gedrag vast te stellen, op dezelfde wijze als de regels inzake de toegang van het publiek tot documenten door de communautaire instellingen en organen zijn vastgesteld. Ik heb in mijn jaarverslag twee belangrijke initiatieven op dit gebied genoemd. De eerste is opgenomen in het PERRY-verslag over de werkzaamheden van de Commissie verzoekschriften in 1996-2007. De tweede is die van de secretaris-generaal van de Commissie, de heer Carlo TROJAN, die mij in oktober 1997 heeft meegedeeld dat een begin was gemaakt met de opstelling van een code van goed administratief gedrag voor de ambtenaren van de Commissie.   
Van mijn kant heb ik deze initiatieven van harte toegejuicht en mijn bureau heeft informatie verzameld over soortgelijke nationale codes van de lidstaten en van nationale ombudsmannen en soortgelijke organen. Ik hoop echt dat de eerste code dit jaar op communautair niveau wordt aangenomen. De goedkeuring en publicatie van een dergelijke code is een belangrijk teken van een verbintenis om een meer dienstverlenende bestuurlijke cultuur ten opzichte van de burger tot stand te brengen. Het betekent ook dat zowel ambtenaren als burgers weten wat de normen op dit gebied zijn en wat men van de overheid mag verwachten.   
*De laatste vraag die* ik hier wil stellen is het aanhoudend grote aantal klachten van Europese burgers over de toepassing van het Gemeenschapsrecht door overheidsdiensten in de lidstaten. We hebben een groeiend aantal van deze klachten overgedragen of geadviseerd om te worden behandeld als verzoekschriften aan het Europees Parlement, wanneer ze een principiële kwestie bevatten die politieke ervaring of druk vereist om te worden opgelost, of door de nationale ombudsmannen of soortgelijke organen. De Commissie en met name de juridische adviseurs van Euro-Jus die de burgers bijstaan bij de vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten, spelen ook een rol op dit gebied.   
Naar mijn mening is het belangrijk om te beseffen dat veel van deze klachten gemakkelijk en snel op nationaal niveau kunnen worden opgelost. Ons doel is om in samenwerking met de nationale ombudsmannen en soortgelijke organen (meestal verzoekschriftencommissies van nationale parlementen) een doeltreffend netwerk van rechtsmiddelen voor deze grieven tot stand te brengen. In het jaarverslag heb ik een overzicht gegeven van de activiteiten op dit gebied tot nu toe.   
Mijnheer de Voorzitter!   
Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om alle communautaire instellingen en organen te bedanken voor een nieuw jaar van constructieve samenwerking. Ik wil mij in het bijzonder richten tot de Commissie en haar verantwoordelijke lid, Anita GRADIN, en haar bedanken voor haar vastberaden en voortdurende inzet voor een open en verantwoordelijke administratie.   
Ik wil ook de Voorzitter van het Europees Parlement, de heer GIL-ROBLES, bedanken voor zijn ondersteunende en begripvolle houding ten opzichte van het werk van de Ombudsman. Mijn dank gaat ook uit naar de voorzitter van de Commissie verzoekschriften, de heer FONTANA, en naar alle leden van de commissie voor hun duidelijk geuite interesse en coöperatieve houding in hun contacten met het bureau van de Ombudsman. Speciale dank gaat uit naar de heer NEWMAN en mevrouw THORS voor hun uitgebreide en gedetailleerde verslagen die nu voor u liggen.   
Mijnheer de Voorzitter, geachte leden van het Europees Parlement, ik dank u voor uw aandacht.