# Voorstel van de Europese Ombudsman voor een oplossing in zaak 279/2018/JN over het besluit van de Europese Commissie om middelen terug te vorderen van een onderneming die heeft deelgenomen aan een door de EU gefinancierd project in Namibië
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2019-03-13T00:00+01:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/solution/nl/117578)
---
Gemaakt overeenkomstig artikel 3, lid 5, van het Statuut van de Europese Ombudsman[^\[1\]^](#_ftn1){#_ftnref1}

Achtergrond van de klacht
-------------------------

**1.**Klager, een Duits bedrijf, nam tussen 2010 en 2014 deel aan een door de EU gefinancierd project in Namibië. Het project werd beheerd door de EU-delegatie in Namibië en het secretariaat van de nationale planningscommissie van Namibië (de nationale aanbestedende dienst), met de eindverantwoordelijkheid van de Europese Commissie. Het project had tot doel de capaciteit van de nationale autoriteiten te ontwikkelen om EU-middelen te beheren en door de EU gefinancierde programma's uit te voeren.

**2.** Na een controle trachtte de Commissie 103 911,85 EUR van klager terug te vorderen. Het bedrag kwam voornamelijk overeen met personeelskosten die als niet-subsidiabel werden beschouwd. De controleurs waren met name van oordeel dat sommige personeelsleden^[\[2\]](#_ftn2){#_ftnref2}^ niet voldeden aan de vereisten van het contract met betrekking tot minimumkwalificaties en -ervaring, en dat sommige personeelsleden op zon- en feestdagen hadden gewerkt, hetgeen in strijd was met de Namibische wetgeving.

**3.**Klager betwistte het besluit om middelen terug te vorderen bij de Commissie. Aangezien klager geen bevredigend antwoord ontving, wendde hij zich in februari 2018 tot de Ombudsman.

Het onderzoek
-------------

**4.**De Ombudsman heeft een onderzoek ingesteld naar de beweringen van klager dat het besluit om middelen terug te vorderen oneerlijk was.

**5.**In de loop van het onderzoek zond de Commissie de Ombudsman een kopie van het antwoord dat de delegatie aan klager had toegezonden. Vervolgens ontving de Ombudsman de opmerkingen van klager naar aanleiding van dat antwoord.

### Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten

**6.** Klager voerde aan dat het bij het project betrokken personeel en de voorwaarden van hun werk, zoals werken op zon- en feestdagen, door de verantwoordelijke autoriteiten waren goedgekeurd (zie paragraaf 8 hieronder). Het besluit om middelen terug te vorderen was dus oneerlijk[^\[3\].^](#_ftn3){#_ftnref3}

**7.**De delegatie was van mening dat klager het contract en de toepasselijke regels had geschonden door personen aan te werven die niet over de vereiste kwalificaties beschikten en door het nationale arbeidsrecht niet na te leven. Niettemin erkende de delegatie dat de nationale aanbestedende dienst de aanwerving van het betrokken personeel en de arbeidsvoorwaarden mogelijk heeft goedgekeurd. Als gevolg daarvan was de delegatie van mening dat de Commissie, indien de nationale aanbestedende dienst ermee instemde de verantwoordelijkheid op zich te nemen, het bedrag dat zij trachtte terug te vorderen van toekomstige betalingen aan de Namibische autoriteiten in het kader van andere door de EU gefinancierde projecten, kon compenseren.

**8.**In antwoord hierop verklaarde klager dat hij de in het kader van het project vereiste werkzaamheden had uitgevoerd en dat de nationale aanbestedende dienst tevreden was met de werkzaamheden. Klager voerde aan dat het personeel en de arbeidsvoorwaarden niet alleen door de nationale aanbestedende dienst waren goedgekeurd, maar ook namens de EU-delegatie en de Commissie. Klager zei dat hij de EU-delegatie en de Commissie voortdurend op de hoogte had gehouden en dat zij nooit bezwaar hadden gemaakt. De klager voerde verder aan dat de auditbevindingen en de terugvordering weliswaar verband hielden met het feit dat niet aan de criteria van het mandaat was voldaan, maar dat dit geen verplichte vereisten waren. Klager verwachtte dat de regering van Namibië niet zou instemmen met de door de Commissie voorgestelde oplossing.

### Beoordeling door de Ombudsman

**9.**De Ombudsman erkent dat de delegatie en de Commissie hebben geprobeerd klager te helpen een oplossing te vinden. Het lijkt er echter op dat de situatie nog niet is opgelost en het is niet duidelijk of de door de delegatie voorgestelde koers kans van slagen heeft. Bovendien is de Ombudsman er niet van overtuigd dat de Commissie alle door klager aan de orde gestelde relevante kwesties volledig en adequaat heeft aangepakt.

**10.** De Ombudsman merkt op dat zowel de auditors als de delegatie van mening zijn dat de criteria in het mandaat[^\[4\]^](#_ftn4){#_ftnref4} verplichte contractuele vereisten vormen*en* dat de klager deze vereisten heeft geschonden.

**11.** Klager voert aan dat de criteria in het mandaat slechts aanbevelingen zijn voor de relevante functieprofielen, ten minste met betrekking tot minimumkwalificaties en -ervaring[^\[5\].^](#_ftn5){#_ftnref5} De klager wees er verder op dat het op de lokale arbeidsmarkt in Namibië moeilijk was om personen aan te werven met beroepskwalificaties die aan de criteria voldeden.

**12.** De Ombudsman merkt op dat in het mandaat wordt verwezen naar de criteria in kwestie als *"indicatieve profielen"* waaraan *"moet"* worden voldaan. Het mandaat bevat ook andere criteria waaraan moet worden voldaan, in plaats van alleen "moeten"[^\[6\].^](#_ftn6){#_ftnref6}

**13.** **De Ombudsman is derhalve van mening dat het standpunt van klager dat de relevante criteria geen dwingende vereisten waren, redelijk is.** Het is even redelijk om te concluderen dat de klager hiermee rekening heeft gehouden bij de selectie van het betrokken personeel en verwachtte dat het volledige bedrag zou worden betaald voor de uitvoering van het project in overeenstemming met het mandaat.

**14.** **Voorts aanvaardt de delegatie dat de nationale aanbestedende dienst de aanwerving van het personeel van klager heeft goedgekeurd en tevreden was met zijn werk**. Klager stelt ook dat de delegatie tijdens de vierjarige looptijd van het project nooit bezwaar heeft gemaakt. Uit de aan de Ombudsman verstrekte informatie blijkt verder dat de nationale aanbestedende dienst toestemming heeft gegeven voor de praktijk van personeelsleden die op zon- en feestdagen werken.

**15.**Ten slotte lijken de controleurs en de delegatie geen rekening te hebben gehouden met enkele van de toelichtingen van klager met betrekking tot zijn personeelsleden.

**16.**De voorlopige conclusie van de Ombudsman is derhalve dat i) de klager te goeder trouw heeft gehandeld bij de uitvoering van het project, ii) de betrokken autoriteiten de aanwerving van het betrokken personeel en de voorwaarden van hun werk hebben goedgekeurd, iii) de delegatie tijdens de uitvoering van het project op de hoogte is gehouden van het project en geen bezwaar heeft gemaakt; en iv) het project werd uitgevoerd tot tevredenheid van de nationale aanbestedende dienst, die de uiteindelijke begunstigde van het werk was. Als zodanig lijkt de doelstelling van het project, namelijk de nationale autoriteiten beter te maken in het beheer van EU-middelen, te zijn verwezenlijkt. Bovendien is het bedrag dat de Commissie wil terugvorderen aanzienlijk. Rekening houdend met het bovenstaande lijkt dit bedrag onevenredig en is de terugvordering aantoonbaar onbillijk.

**17.**Als oplossing heeft de delegatie reeds voorgesteld dat, indien de Namibische regering ermee instemt de financiële verantwoordelijkheid voor de terugvordering op zich te nemen, de delegatie zou kunnen trachten het bedrag dat zij tracht terug te vorderen, te verrekenen met toekomstige betalingen aan de Namibische regering in het kader van andere door de EU gefinancierde programma's. Zij betaalt dan het bedrag dat aan de klager is verrekend.

**18.**De Ombudsman acht deze oplossing om de volgende redenen niet geschikt: i) het hangt af van de instemming van de Namibische regering, die op geen enkele wijze is gegarandeerd; ii) intussen wordt de klager beroofd van de betrokken middelen, ook al heeft hij zich gebaseerd op de goedkeuring die hij van de nationale aanbestedende dienst heeft verkregen; iii) zij stelt voor dat de Commissie en de delegatie op geen enkele wijze verantwoordelijk zijn voor de problemen die in deze zaak aan het licht zijn gekomen, ondanks hetgeen de Ombudsman hierboven heeft uiteengezet; iv) zij houdt geen rekening met het feit dat het project in kwestie juist tot doel had de capaciteit van de nationale autoriteiten te ontwikkelen om EU-middelen te beheren en door de EU gefinancierde programma's uit te voeren.

**19.**Bijgevolg doet de Ombudsman hieronder een voorstel voor een oplossing.

Het voorstel voor een oplossing
-------------------------------

Op basis van bovenstaande bevindingen doet de Ombudsman het volgende voorstel voor een oplossing:

**De Commissie moet ingaan op de punten die in de beoordeling van de Ombudsman aan de orde zijn gesteld en op basis daarvan haar standpunt over het terugvorderingsbevel in deze zaak herzien.**

De Europese Commissie wordt verzocht de Ombudsman uiterlijk op 31 mei 2019 in kennis te stellen van alle maatregelen die zij met betrekking tot bovengenoemd voorstel voor een oplossing heeft genomen.

Emily O'Reilly

Europese Ombudsman

Straatsburg, 13/03/2019

[\[1\]](#_ftnref1){#_ftn1} Besluit van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (94/262/EGKS, EG, Euratom), PB L 113, blz. 15.

[\[2\]](#_ftnref2){#_ftn2} De specifieke term die in de overeenkomst wordt gebruikt om de betrokken personeelsleden te beschrijven, is „ander personeel".

[\[3\]](#_ftnref3){#_ftn3} De advocaat van klager voerde aan dat de terugvordering in strijd was met zijn "gewettigde verwachtingen" om te worden terugbetaald voor het project dat hij te goeder trouw en volgens overeengekomen lijnen had uitgevoerd.

[\[4\]](#_ftnref4){#_ftn4} De criteria zijn ook vastgelegd in het "dienstencontract" dat met klager is ondertekend om het project uit te voeren.

[\[5\]](#_ftnref5){#_ftn5} Punt 6.1.2 van het mandaat.

[\[6\]](#_ftnref6){#_ftn6} Dit weerspiegelt het onderscheid tussen een actie of criterium dat verplicht ("moet") of wenselijk ("moet") is.