Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 166 resultaten weergeven

Besluit betreffende de organisatie door de Europese Commissie van tests in het kader van een selectieprocedure voor personeel in slechts vier EU-steden, zonder vergoeding van reis- en verblijfkosten (zaak 304/2025/VS)

Dinsdag | 14 april 2026

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie tests organiseerde in het kader van een selectieprocedure voor de aanwerving van een vertaal-/veldfunctionaris in Nicosia, Cyprus. De tests werden slechts in vier steden in de EU gehouden en de Commissie vergoedde de reis- en verblijfkosten van de kandidaten niet. De Commissie baseerde haar benadering op het feit dat een perfecte beheersing van het Grieks vereist was en dat de meeste kandidaten uit Cyprus en Griekenland kwamen. Klager, een Griekse burger die in Zweden woont en op de shortlist stond, achtte het oneerlijk van de Commissie om van hem te verwachten dat hij een aanzienlijk bedrag zou betalen om te reizen om de test af te leggen.   

De Ombudsman constateerde dat de Commissie geen rekening had gehouden met de realiteit dat veel EU-burgers hun recht van vrij verkeer uitoefenen en in andere lidstaten wonen en werken dan hun land van herkomst. Onder verwijzing naar het in het Statuut verankerde beginsel dat de aanwerving door de EU moet zorgen voor personeel dat voldoet aan de hoogste normen op het gebied van bekwaamheid, efficiëntie en integriteit, vond de Ombudsman het problematisch dat de Commissie geen enkele inspanning had geleverd om de deelname aan de toets van een kandidaat die zij op de shortlist had geplaatst, te vergemakkelijken.

Aangezien de selectieprocedure in kwestie was afgerond, sloot de Ombudsman de zaak af met de conclusie dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was. De Ombudsman deed de Commissie een voorstel voor verbetering voor de toekomst. Zij verzocht de Commissie terdege rekening te houden met de situatie van kandidaten op de shortlist om te zorgen voor gelijke mogelijkheden om deel te nemen aan persoonlijke tests en interviews, hetzij door deze kandidaten een vergoeding van de kosten aan te bieden, hetzij door de mogelijkheid te bieden om de tests of interviews af te leggen bij geselecteerde vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten.

 

Besluit over het besluit van Frontex om de reis- en verblijfkosten van twee kandidaten in een aanwervingsprocedure niet te vergoeden (zaken 2356/2024/ET en 187/2025/ET)

Woensdag | 10 december 2025

De zaken hadden betrekking op het besluit van Frontex om klagers, die kandidaten waren in een Frontex-aanwervingsprocedure voor leden van zijn “permanente korps”, geen reis- en verblijfkosten te vergoeden nadat zij naar Warschau (Polen) waren gereisd met het oog op zwemtests en medische onderzoeken. De aanwervingsregels van Frontex bepalen dat de kosten in verband met het laatste medische onderzoek alleen worden vergoed als een kandidaat vervolgens zijn functie bij Frontex opneemt, terwijl de klagers dat niet hebben gedaan.

De Ombudsman stelde vast dat Frontex volgens de geldende regels de zwemtests had moeten combineren met het medisch onderzoek vanwege de druk op zijn aanwervingsprocedures, maar dat het een afzonderlijke evaluatie had moeten maken van de kosten in verband met de zwemtests.

De Ombudsman kwam met een oplossingsvoorstel dat Frontex zijn besluit om de klagers niet alle reis- en verblijfkosten terug te betalen, zou moeten heroverwegen en zou moeten overwegen om hun onvermijdelijke kosten in verband met de zwemtests die zij hebben ondergaan, terug te betalen. Frontex stemde ermee in bij te dragen in de vorm van een verblijfsvergoeding voor het aantal extra dagen dat de klagers in Warschau verbleven om de zwemtests af te leggen.

De Ombudsman sloot het onderzoek af met de bevinding dat Frontex het voorstel voor een oplossing had aanvaard.

 

Besluit over de wijze waarop de Europese Arbeidsautoriteit een kandidaat heeft beoordeeld in een selectieprocedure voor de aanwerving van een personeelsmedewerker (ELA/CA/2024/03) (zaak 1257/2024/RVK)

Maandag | 08 december 2025

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) de beroepservaring van klager in een selectieprocedure voor de aanwerving van een personeelsmedewerker beoordeelde.

De Ombudsman constateerde dat het selectiecomité de in de aanvraag van klager verstrekte informatie had onderzocht en beoordeeld aan de hand van de subsidiabiliteitscriteria. De Ombudsman vond geen aanwijzingen voor een kennelijke fout in de wijze waarop het selectiecomité de beroepservaring van klager beoordeelde. Er was in dit verband dus geen sprake van wanbeheer door de ELA. Het was echter onduidelijk hoe de ELA de administratieve klacht van klager had behandeld. De ELA legde uit dat zij de klacht aanvankelijk verkeerd had geïnterpreteerd, maar dat zij klager inmiddels een antwoord had gestuurd. De Ombudsman sloot het onderzoek daarom af met de conclusie dat verder onderzoek naar dit aspect niet gerechtvaardigd is.

Besluit over het besluit van de Europese Commissie om niet langer samen te werken met een uitzendkracht in haar kinderopvangdiensten (zaak 1244/2024/KW)

Woensdag | 19 november 2025

De zaak betrof het besluit van de Europese Commissie om niet langer samen te werken met een uitzendkracht in haar kinderopvangdiensten. Klager werd ingehuurd via een externe contractant op basis van wekelijkse contracten. Volgens de instructies van de Commissie deelde de contractant klager mee dat de Commissie niet langer om haar diensten zou verzoeken. Klager wendde zich tot de Ombudsman met het argument dat de Commissie haar geen gegronde redenen voor haar besluit had gegeven.

De Ombudsman heeft zich consequent op het standpunt gesteld dat wanneer de instellingen van de Unie om de beëindiging van het contract van een persoon met een externe contractant verzoeken, zij billijke en objectieve redenen moeten opgeven om de beëindiging te rechtvaardigen, de betrokken persoon daarvan in kennis moeten stellen en ervoor moeten zorgen dat zij de mogelijkheid krijgen om vóór de beëindiging opmerkingen in te dienen. Het precaire karakter van de situatie van een uitzendkracht impliceert dat de Commissie verplicht is eerlijk en transparant te zijn, zelfs wanneer er geen contractuele relatie bestaat. In dit geval heeft de Commissie er niet voor gezorgd dat klager werd gehoord en in de gelegenheid werd gesteld opmerkingen te maken over de door de Commissie opgegeven redenen voordat zij besloot de diensten van klager niet langer aan te vragen. Hoewel dit betreurenswaardig is, merkt de Ombudsman op dat klager in de week voorafgaand aan het besluit van de Commissie op de hoogte moet zijn gebracht van een aantal kwesties. Wegens het gebrek aan registratie is de Ombudsman echter niet in staat om na te gaan of het personeel van de Commissie de kwesties met klager heeft besproken. Niettemin is de Ombudsman ingenomen met het feit dat de Commissie heeft erkend dat zij haar redenering in deze zaak verder had kunnen toelichten aan klager.

Op basis hiervan is de Ombudsman van oordeel dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd is en sluit hij de zaak af.