Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 69 resultaten weergeven

Besluit over het optreden van de Europese Commissie met betrekking tot de wijze waarop haar Paymaster Office (PMO) met een personeelslid heeft gecommuniceerd over kwesties op het gebied van toegankelijkheid en handicaps (1234/2024/ET)

Woensdag | 30 juli 2025

De zaak betrof het feit dat een personeelslid van het Paymaster Office (PMO) van de Europese Commissie per ongeluk een e-mail naar klager stuurde, wat hij beledigend vond.

De Ombudsman stelde vast dat de inhoud van de e-mail in kwestie inderdaad ongepast was, maar was van mening dat de Commissie passende maatregelen had genomen om de kwestie aan te pakken, met name door zich bij de klager te verontschuldigen en maatregelen te nemen om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen, met name door personeelsleden te herinneren aan hun verplichting om beleefd te communiceren.

De Ombudsman sloot de zaak af met de conclusie dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was.  

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om steun ter dekking van de bijzondere onderwijsbehoeften van het kind van een personeelslid heeft behandeld (zaak 88/2024/ET)

Maandag | 02 december 2024

De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om een personeelslid steun te verlenen om in de bijzondere onderwijsbehoeften van zijn kind te voorzien, een mogelijkheid waarin het Statuut van de ambtenaren van de EU voorziet. De Commissie heeft haar besluit gebaseerd op interne regels die de EU-instellingen met betrekking tot de steun zijn overeengekomen. De regels bepalen dat kinderen van wie de handicap wordt geacht onder een bepaalde drempel (20%) te liggen, niet in aanmerking komen. In gevallen waarin sprake is van scholing van een kind, eist de Commissie ook dat een aanvrager een certificaat van de Europese scholen overlegt waarin wordt verklaard dat de school niet kan voorzien in de behoeften van het kind, wat de klager niet had gedaan. 

De Ombudsman constateerde dat er geen sprake was van een kennelijke fout in de wijze waarop de Commissie de zaak behandelde en sloot de zaak af en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer door de Commissie.

De Ombudsman was echter van mening dat de bepalingen in de regels met betrekking tot de drempel van 20 % voor personen met een handicap in strijd kunnen zijn met de verplichtingen van de Commissie uit hoofde van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap). De Ombudsman stelde daarom voor dat de Commissie de procedure zou inleiden om de regels te herzien, rekening houdend met de bevindingen van dit onderzoek. Dit impliceert een besluitvormingsproces waarbij de andere EU-instellingen betrokken zijn.

Besluit betreffende de weigering van de Europese Commissie om een “toelage voor twee kinderen ten laste” toe te kennen aan een personeelslid met een kind met een handicap (zaak 535/2021/VS)

Donderdag | 23 februari 2023

De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om een personeelslid met een kind met een handicap een “kindertoelage ten laste” toe te kennen, waarin het Statuut van de ambtenaren van de EU voorziet voor hulp bij de zorg voor kinderen met een handicap. De Commissie heeft haar besluit gebaseerd op interne regels die door de EU-administratie zijn overeengekomen met betrekking tot de toelage, op grond waarvan kinderen van wie de handicap wordt geacht onder een bepaalde drempel te liggen, niet in aanmerking komen.

De Ombudsman was van mening dat het gebruik van drempels voor de mate van handicap om bepaalde kinderen met een handicap automatisch uit te sluiten, in strijd is met de desbetreffende bepaling in het Statuut. De toelage dient ter dekking van „zware uitgaven” en het Statuut verwijst niet naar de mate van handicap. Hoewel het vaststellen van drempels voor de mate van handicap om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor financiële steun de zaken vanuit administratief oogpunt eenvoudiger en voorspelbaarder kan maken, lijkt het bovendien in strijd te zijn met de verplichtingen van de EU-administratie uit hoofde van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap).

In de loop van het onderzoek deed de Ombudsman een oplossingsvoorstel aan de Commissie om het proces in gang te zetten om de toepasselijke regels te herzien, waarbij de andere EU-instellingen betrokken zullen zijn. Zij drong er ook bij de Commissie op aan om het verzoek van klager om de dubbele kindertoelage opnieuw te beoordelen, rekening houdend met de bovenstaande bevinding, dat wil zeggen het niet alleen af te wijzen vanwege de mate van handicap die zijn kind wordt geacht te hebben. Aangezien de herziening van de toepasselijke regels enige tijd in beslag kan nemen en om gelijke behandeling te waarborgen, drong de Ombudsman er ook bij de Commissie op aan rekening te houden met dit onderzoek bij de behandeling van alle hangende en toekomstige verzoeken om de toelage voor kinderen ten laste. Dit houdt in dat elke aanvraag voor de dubbele kindertoelage per geval moet worden beoordeeld en dat aanvragen niet worden uitgesloten louter omdat de handicap van het kind wordt geacht onder een bepaalde drempel te liggen.

Naar aanleiding van het voorstel voor een oplossing heeft de Commissie een proces in gang gezet om de regels voor de drempelbenadering te herzien, wat tot een herziening ervan zou kunnen leiden. De Ombudsman is ingenomen met het feit dat de Commissie gevolg heeft gegeven aan dit aspect van haar voorstel voor een oplossing.

De Commissie verklaarde echter ook dat zij het resultaat van dit proces zou afwachten alvorens het verzoek van klager of andere verzoeken opnieuw te beoordelen. Aangezien dit enige tijd kan duren, en gezien de bevindingen van dit onderzoek, blijft de Ombudsman ontevreden over dit aspect van de zaak. Zij verzoekt de Commissie nogmaals te overwegen de regels voortaan flexibeler toe te passen op verzoeken. De Ombudsman blijft ervan overtuigd dat de regels in kwestie veel eerder hadden moeten worden herzien om uitvoering te geven aan de verbintenissen die de EU is aangegaan. De Ombudsman verzoekt de Commissie derhalve binnen drie maanden een follow-up te geven en is voornemens de zaak opnieuw te bekijken indien het resultaat van de herziening niet passend is of te lang duurt. De Ombudsman zal ook de aandacht van de andere instellingen vestigen op haar bevindingen.

 

Besluit over het onderzoek op eigen initiatief naar de wijze waarop de Europese Commissie toezicht houdt op de structuur- en investeringsfondsen van de EU om ervoor te zorgen dat deze worden gebruikt om het recht van personen met een handicap op zelfstandig wonen en inclusie in de gemeenschap te bevorderen (OI/2/2021/MHZ)

Dinsdag | 10 mei 2022

Het onderzoek betrof de manier waarop de Europese Commissie erop toeziet dat de lidstaten de structuur- en investeringsfondsen van de EU (ESI-fondsen) gebruiken om het recht van personen met een handicap en ouderen op zelfstandig wonen en inclusie in de gemeenschap te bevorderen (de-institutionalisering), en of de Commissie sancties toepast als zij dat niet doen.

In de loop van het onderzoek ontving de Ombudsman bijdragen van nationale ombudsmannen en maatschappelijke organisaties.  

De Ombudsman constateerde dat de Commissie duidelijkere richtsnoeren kon geven over de noodzaak om de-institutionalisering in het kader van het gebruik van ESI-fondsen te bevorderen. Zij is ook van mening dat de Commissie stappen kan ondernemen om het toezicht op door het ESI gefinancierde activiteiten te verbeteren en dat zij een proactievere aanpak van de handhaving moet volgen, met name wanneer bezorgdheid wordt geuit over het feit dat door het ESI gefinancierde activiteiten in strijd zijn met de verplichting om de-institutionalisering te bevorderen. De Ombudsman wees ook op de noodzaak om bijzonder waakzaam te zijn met betrekking tot de middelen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden ingezet.

De Ombudsman sloot het onderzoek af en deed tien suggesties om de richtsnoeren van de Commissie en het monitoringproces te verbeteren. Zij benadrukt dat de Commissie snel moet handelen, gezien de aanvullende financieringsprogramma’s die zijn opgezet naar aanleiding van de COVID-19-pandemie en de recente wijzigingen van de geldende regels.

De Ombudsman zal overwegen in de toekomst op deze kwestie terug te komen om de vooruitgang te beoordelen.