Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 198 resultaten weergeven

Recommendation on how the European Defence Agency handled the applications of its former Chief Executive to take on senior positions at Airbus (OI/3/2021/KR)

Dinsdag | 13 juli 2021

The Ombudsman conducted an inquiry on her own initiative into the decision of the European Defence Authority (EDA) to allow its former Chief Executive to take up two senior positions with Airbus, an aerospace company.

The Ombudsman’s inquiry also looked into how the EDA dealt with the fact that the former Chief Executive took up his new positions before the EDA had authorised him to do so, which is a breach of the EDA’s Staff Regulations.

The Ombudsman found that the conditions imposed on the former Chief Executive by the EDA in its authorising decision were insufficient when measured against the risks, and could not be monitored and enforced. There were also shortcomings in how the EDA assessed the risk of conflicts of interest.

The EDA should have instead applied stronger conditions and forbidden the former Chief Executive from taking up the position which gave rise to the greatest risk of conflict with the EDA’s legitimate interest. Not doing so amounted to maladministration by the EDA.

Based on these findings, the Ombudsman issued two recommendations:

(i) In future, the EDA should forbid its senior staff from taking up positions after their term of office where a clear conflict of interest arises with the legitimate interests of the EDA;

(ii) The EDA should set out the criteria for forbidding such moves, in order to give clarity to senior staff. Applicants for senior EDA posts should be informed of the criteria when they apply.

Recommendation in case 1777/2020/KR on how the European Commission handled concerns about the composition of the High Level Forum on the EU Capital Markets Union and alleged conflicts of interest of some of its members

Dinsdag | 04 mei 2021

The case concerned the High Level Forum on the proposed EU Capital Markets Union, a Commission expert group. The Forum gathered senior industry executives and top international experts and scholars to develop new ideas on related policies for the Commission.

The Forum had two types of members:

Type A - who were appointed in their personal capacity to act independently and in the public interest;

Type B - members who represented a common interest of different stakeholder organisations.

The complainant was concerned that a number of Type A members had links to financial institutions and could, as such, not be considered independent. After the Forum’s recommendations were made public, these members’ declarations of interests were no longer publicly available. In general, the complainant was concerned that the Forum’s composition was insufficiently broad and diverse.

The Ombudsman inquiry found two instances of maladministration:

1. Instead of following its own rules on conflicts of interest for Type A members, the Commission applied general measures to mitigate risks of conflicts of interest. These measures were insufficient.

2. Consequently, the split between the two types of Forum members deviated significantly from the balance that the Commission claimed it struck, and made public.

Based on her inquiry, the Ombudsman recommends that the Commission diligently apply its rules regarding conflicts of interest for individuals applying to be appointed as Type A members of expert groups. Other mitigating measures to address risks of conflicts of interest of Type A members may be taken in addition, but should not substitute the Commission’s rules to this end.

Besluit van de Europese Ombudsman in het gezamenlijk onderzoek 853/2020/KR betreffende het besluit van de Commissie om BlackRock Investment Management een contract te gunnen voor het uitvoeren van een onderzoek over de integratie van ecologische, sociale en governancedoelstellingen (ESG) in de bankregelgeving van de EU

Maandag | 23 november 2020

De zaak betreft het besluit van de Commissie om BlackRock Investment Management een contract te gunnen voor het uitvoeren van een onderzoek over de integratie van ecologische, sociale en governancedoelstellingen (ESG) in de bankregelgeving van de EU. De Ombudsman heeft een onderzoek ingesteld nadat er klachten waren ontvangen van Europarlementsleden en een coalitie van maatschappelijke organisaties. In dit onderzoek werd nagegaan hoe de inschrijving van het bedrijf in het kader van de openbare aanbesteding voor het uitvoeren van het onderzoek door de Commissie werd beoordeeld.

De Ombudsman heeft vastgesteld dat de inschrijving van het bedrijf aanleiding gaf tot zorgen. Ten eerste bestaat, als een inschrijver een direct of indirect financieel belang heeft bij de ontwikkelingen in een markt omdat deze in deze markt investeert of investeringen in deze markt beheert, duidelijk het risico dat die belangen de uitkomst van de werkzaamheden in zijn voordeel kunnen beïnvloeden. Dit is van toepassing op het bedrijf in kwestie. Ten tweede, gelet op de door de Commissie bij de beoordeling toegepaste weging, vergrootte het bedrijf door de geboden lage prijs de kansen dat het contract werd binnengehaald. Als het bedrijf het contract in de wacht sleept, kan het inzichten verkrijgen en invloed uitoefenen in een groeiend investeringsterrein dat in belangrijke en toenemende mate van belang is voor zijn klanten en daardoor voor het bedrijf zelf.

De Ombudsman is het ermee eens dat er gerechtvaardigde punten van zorg bestaan aangaande het risico op belangenconflict, waardoor de uitvoering van de opdracht negatief zou kunnen worden beïnvloed. Het bedrijf heeft immers duidelijk een belang bij de ontwikkeling van toekomstige EU-regelgeving die gevolgen heeft voor het bedrijf zelf en zijn klanten. Zij concludeerde dat de Commissie grondiger te werk had moeten gaan, en plaatste haar besluit in een breder perspectief door in overeenstemming met de voorschriften vast te stellen dat er geen sprake was van een belangenconflict dat een negatieve invloed kon hebben op het vermogen van het bedrijf om de opdracht uit te voeren. Het feit dat dit niet is gebeurd, betekent echter niet dat de drempel voor wanbeheer is overschreden, gezien de beperkingen van EU-voorschriften inzake de toekenning van contracten waar het personeel dat het contract toekent, in zulke situaties mee te maken heeft.

De Ombudsman stelt voor dat de Commissie haar richtsnoeren voor publieke aanbestedingsprocedures voor beleidsmatige dienstverleningscontracten bijwerkt en aan het personeel duidelijkheid verschaft over wanneer inschrijvers moeten worden uitgesloten op grond van een belangenconflict dat mogelijk een negatieve invloed kan hebben op de uitvoering van de opdracht. De Ombudsman stelt ook voor dat de Commissie nadenkt over de noodzaak de toepasselijke voorschriften op dit specifieke punt bij te werken zodat deze relevanter worden voor de huidige beleidsambities van de EU. De EU staat voor een periode van ongekende uitgaven en investeringen, wat noodzakelijkerwijs inhoudt dat er nauwe banden met de particuliere sector moeten worden onderhouden.

Dit besluit wordt tevens doorgezonden naar de wetgevers in de Unie. Het is aan de wetgevers om de juridische onderbouwing van de “groene transitie” overeen te komen, daaronder valt ook de juiste manier waarop invloed wordt uitgeoefend op de ontwikkeling en uitrol daarvan.