Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 201 resultaten weergeven

Besluit over het verzuim van de Europese Commissie om het publiek te informeren over de status van haar beoogde wetgevingsvoorstel inzake duurzame voedselsystemen, zoals voorzien in de “van boer tot bord”-strategie van de EU (zaak 2129/2025/MIK)

Donderdag | 02 juli 2026

De zaak ging over de wijze waarop de Europese Commissie het publiek informeerde over de status van haar wetgevingsinitiatief betreffende het kader voor duurzame voedselsystemen (FSFS), dat deel uitmaakte van de “van boer tot bord”-strategie. Na de start van dit initiatief en de openbare raadpleging heeft de Commissie het niet opgenomen in haar werkprogramma voor 2024. Klager, een organisatie die aan de openbare raadpleging heeft deelgenomen, was bezorgd dat de Commissie het publiek niet had geïnformeerd over de status van het initiatief en de redenen voor de vertraging bij de goedkeuring van een wetgevingsvoorstel met betrekking tot het initiatief.

Tijdens het onderzoek van de Ombudsman legde de Commissie uit dat zij in 2023 haar politieke prioriteiten had herzien vanwege economische verstoringen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, de protesten van landbouwers in de hele EU en bredere bezorgdheid van belanghebbenden over de landbouw in de EU. In 2025 heeft de Commissie een nieuwe “Visie op landbouw en voeding” aangenomen. Aangezien in dit document geen melding werd gemaakt van de FSFS, was de Commissie van mening dat het voor de belanghebbenden duidelijk was dat dit initiatief was stopgezet. Bovendien heeft de Commissie verklaard dat zij bezig is met het actualiseren van de informatie over al haar beleidsinitiatieven die op haar website beschikbaar is.

De Ombudsman was ingenomen met de toezegging van de Commissie om meer transparantie te verschaffen over de status van haar beleidsinitiatieven en was van mening dat verder onderzoek naar deze kwestie niet gerechtvaardigd was.

Besluit over de naleving door de Europese Commissie van haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MIK – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)

Donderdag | 25 juni 2026

De drie zaken hadden betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MIK), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft beoordeeld, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.

Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen in kwestie had voorbereid, wat samen neerkwam op wanbeheer. Om deze tekortkomingen aan te pakken, heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van hun vereisten rechtvaardigen, en door de redenen voor toegestane afwijkingen vast te leggen en toe te lichten. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, deed de Ombudsman ook vier suggesties voor verbetering, waaronder: de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen te verduidelijken; ervoor te zorgen dat de analytische documenten ter vervanging van effectbeoordelingen en de bewijsstukken ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig worden gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat de wetgeving wordt aangenomen; richtsnoeren uit te vaardigen voor de uitvoering van klimaatconsistentiebeoordelingen; het verstrekken en registreren van motiveringen bij het verkorten van de periodes van overleg tussen de diensten tot onder de vastgestelde drempels.

In haar antwoord aan de Ombudsman stemde de Commissie ermee in om bij de komende herziening van de regels voor betere regelgeving na te denken over het definiëren van “dringende” situaties, en om de redenen voor het toepassen van afwijkingen van hun vereisten vast te leggen en te publiceren. De Commissie heeft zich er ook toe verbonden om te zorgen voor gerichte raadplegingen over haar “dringende” voorstellen, om de analytische documenten met bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen binnen drie maanden na de goedkeuring ervan te publiceren, om klimaatconsistentiebeoordelingen op te nemen in zowel analytische documenten als toelichtingen voor toekomstige voorstellen en om kortere raadplegingen tussen de diensten te motiveren.

De klagers waren in hun opmerkingen over het antwoord van de Commissie van mening dat de toezeggingen van de Commissie duidelijk noch concreet genoeg zijn om een transparant, inclusief en empirisch onderbouwd wetgevingsproces te waarborgen.

De Ombudsman was ingenomen met het algemene constructieve antwoord van de Commissie op haar aanbevelingen en suggesties voor verbetering. Desalniettemin biedt het antwoord van de Commissie nog niet voldoende duidelijkheid over de concrete stappen die zij voornemens is te nemen om de aanbevelingen en suggesties voor verbetering van de Ombudsman uit te voeren.

De Ombudsman zal deze kwestie derhalve monitoren op basis van toekomstige klachten en zodra de Commissie de herziening van de regels voor betere regelgeving heeft afgerond. In dit stadium zijn geen verdere onderzoeken gerechtvaardigd en heeft de Ombudsman de drie zaken afgesloten.

Besluit over de wijze waarop de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek om toegang van het publiek tot documenten betreffende haar gendergerelateerd beleid heeft behandeld (zaak 1309/2025/MIG)

Dinsdag | 12 mei 2026

De zaak betrof de weigering van de Europese Centrale Bank (ECB) om het publiek toegang te verlenen tot documenten met adviezen over haar genderbeleid en daarmee samenhangende maatregelen. De ECB was van mening dat openbaarmaking de bescherming van juridisch advies en haar interne besluitvorming zou ondermijnen. Klager voerde aan dat er een hoger openbaar belang is bij openbaarmaking, namelijk bij het begrijpen van de juridische redenering die ten grondslag ligt aan het genderbeleid en de daarmee samenhangende maatregelen van de ECB.

Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de litigieuze documenten geïnspecteerd. Op basis hiervan stelde de Ombudsman vast dat de inhoud van de documenten redelijkerwijs als juridisch advies kon worden beschouwd en dat het redelijk was geweest voor de ECB om te oordelen dat openbaarmaking van de documenten de bescherming van juridisch advies zou hebben ondermijnd. Bovendien achtte de Ombudsman het redelijk dat de ECB oordeelde dat er geen hoger openbaar belang bij openbaarmaking bestond.

De Ombudsman sloot het onderzoek dus af en constateerde dat er geen sprake was van wanbeheer.

Aanbeveling over de naleving door de Europese Commissie van de regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MAS – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)

Dinsdag | 25 november 2025

De drie zaken hebben betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MAS), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft gecontroleerd, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.   

De Ombudsman opende een onderzoek naar de drie zaken. Zij ontving het schriftelijke antwoord van de Commissie in alle drie de zaken, inspecteerde de relevante dossiers van de Commissie en haar onderzoeksteams ontmoetten vertegenwoordigers van de Commissie in het kader van twee onderzoeken.

De Commissie antwoordde dat de regels voor betere regelgeving geen bindend recht zijn, maar een reeks beleidsinstrumenten voor het verzamelen van relevante informatie die op evenredige wijze moet worden toegepast. Zij voerde ook aan dat zij al het relevante bewijsmateriaal had verzameld voordat zij de wetgevingsvoorstellen in kwestie goedkeurde, belanghebbenden had geraadpleegd en de klimaatconsistentiebeoordelingen en de interdepartementale raadpleging had uitgevoerd in overeenstemming met de toepasselijke regels.

Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman een aantal procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen heeft voorbereid, die samen neerkomen op wanbeheer.

De Ombudsman constateerde met name dat de Commissie een ruime interpretatie van “urgentie” heeft gegeven en de “urgentie” van de wetgevingsvoorstellen jegens het publiek niet voldoende heeft gerechtvaardigd en de afwijkingen van de toepasselijke regels voor betere regelgeving niet heeft gedocumenteerd. De Ombudsman constateerde ook dat de Commissie geen procedure heeft ingevoerd die, zoals vereist door de Verdragen en de jurisprudentie, zou zorgen voor een transparante, empirisch onderbouwde en inclusieve voorbereiding van “dringende” wetgevingsvoorstellen. De Ombudsman constateerde voorts dat de Commissie, door geen behoorlijke registers bij te houden van verplichte controles van de consistentie van haar voorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU, heeft nagelaten verantwoording af te leggen.

Om deze tekortkomingen aan te pakken, deed de Ombudsman twee aanbevelingen. De Ombudsman heeft de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van de in de regels vastgestelde vereisten rechtvaardigen. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, heeft de Ombudsman vier suggesties gedaan, waaronder het verduidelijken van de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen en ervoor zorgen dat het bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig wordt gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat wetgeving wordt aangenomen.