Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 25 resultaten weergeven

Besluit in zaak 1871/2020/OAM over de manier waarop de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek om toegang tot niet-openbare documenten heeft behandeld na het arrest van het Duitse constitutionele hof over het aankoopprogramma voor de overheidssector van de ECB

Maandag | 22 maart 2021

De zaak betrof het besluit van de ECB om het publiek toegang tot documenten betreffende haar aankoopprogramma voor de overheidssector te weigeren. De documenten waren gedeeld met de Duitse Bondsregering om haar in staat te stellen de evenredigheid van het aankoopprogramma voor de overheidssector te beoordelen in de nasleep van een uitspraak van het Duitse constitutionele hof.

Bij de weigering van toegang beriep de ECB zich op een bepaling in het Verdrag volgens welke de besprekingen van de Raad van bestuur van de ECB niet openbaar mogen worden gemaakt. De ECB beriep zich eveneens op de bescherming van het openbaar belang in verband met de vertrouwelijkheid van de beraadslagingen van haar besluitvormingsorganen, de noodzaak het monetair beleid van de Unie te beschermen en de vertrouwelijkheid van documenten die voor intern gebruik bestemd zijn.

Volgens de Ombudsman was de weigering van de ECB om het publiek toegang te verlenen gerechtvaardigd. De Ombudsman trok deze conclusie op basis van het feit dat één document onder de Verdragsbepaling viel volgens welke de beraadslagingen van de Raad van bestuur van de ECB vertrouwelijk zijn. De ECB had naar behoren uitgelegd waarom openbaarmaking van de andere documenten het openbaar belang inzake het monetair beleid zou ondermijnen. De Ombudsman wees op het grote openbare belang van de aangelegenheid, maar nam nota van de inspanningen van de ECB om de klager en het publiek zo veel mogelijk informatie te verschaffen, waarmee hij de zaak sloot.

 

Besluit in zaak 1874/2020/MAS betreffende de weigering van de Europese Centrale Bank om het publiek toegang te verlenen tot documenten met uitvoerige informatie over twee programma’s voor de aankoop van activa

Dinsdag | 09 maart 2021

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten met uitvoerige informatie over twee programma’s voor de aankoop van activa van de Europese Centrale Bank (ECB). Als grond voor de weigering van toegang voerde de ECB aan dat openbaarmaking de bescherming van het openbaar belang wat betreft het financiële, monetaire of economische beleid van de Unie of een lidstaat, een door de wet beschermd belang, schade zou kunnen toebrengen. Klager was van mening dat de ECB onvoldoende bewijs had aangedragen dat openbaarmaking van de gevraagde informatie negatieve gevolgen zou hebben voor het aangevoerd openbaar belang en dat de informatie daarom openbaar moet worden gemaakt.

De ECB beschikt over veel vrijheid als het gaat om het beoordelen van de wijze waarop het aangevoerd openbaar belang, namelijk de bescherming van het financiële, monetaire of economische beleid van de Unie of een lidstaat, het beste kan worden beschermd. De bank kan zijn overwegingen bijvoorbeeld baseren op hoe openbaarmaking het gedrag van markten en marktdeelnemers zou kunnen beïnvloeden. De ECB heeft in dit geval een redelijke verklaring verstrekt over de manier waarop markten en marktdeelnemers de gevraagde informatie zouden kunnen inzetten om het financiële, monetaire of economische beleid van de Unie of een lidstaat in gevaar te brengen. Het besluit van de ECB om de toegang van het publiek te weigeren was daarom gerechtvaardigd.

De Ombudsvrouw neemt nota van de verklaring van de ECB dat het zo veel mogelijk informatie over het PEPP en CSPP op zijn website publiceert. Ze moedigt de ECB aan om regelmatig te evalueren of nadere informatie over deze programma’s kan worden gepubliceerd. Dit zal waarschijnlijk nog belangrijker worden naarmate het publiek zich tot de ECB richt voor bewijs dat de bank de ambitieuze verklaringen van zijn president nakomt wat betreft de inspanningen van de bank om het monetaire beleid “groener” te maken.

De ombudsvrouw heeft het onderzoek afgesloten met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.

Besluit in zaak ECB 1700/2020/OAM inzake de manier waarop de Europese Commissie een verzoek om publieke toegankelijkheid van een juridisch advies over het arrest van het grondwettelijk hof van Duitsland over de Europese Centrale Bank en het Hof van Justitie van de EU heeft afgehandeld

Woensdag | 27 januari 2021

De zaak betrof de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot een advies van haar juridische dienst over het arrest van het grondwettelijk hof van Duitsland over een programma van de Europese Centrale Bank en een daaraan gerelateerd arrest van het Hof van Justitie van de EU. Bij de weigering om toegang tot het document te verlenen baseerde de Commissie zich op de noodzaak tot bescherming van het financieel, monetair en economisch beleid van de Unie en op de noodzaak tot bescherming van juridische adviezen en de besluitvormingsprocedure van de Commissie.

De Ombudsman heeft het document bekeken en vastgesteld dat er geen kennelijke fout is gemaakt bij de beoordeling van de Commissie. Zij heeft het onderzoek derhalve afgesloten met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer.

Het arrest van het grondwettelijk hof van Duitsland kan ongekende gevolgen hebben voor de rechtsorde in de Unie. De Ombudsman erkent dat het publiek er belang bij heeft zeker te weten dat de Commissie dergelijke gevolgen op de juiste wijze beoordeelt en hierop waar nodig reageert, overeenkomstig haar rol als hoedster van de Verdragen. Ze vertrouwt erop dat de Commissie het publiek zo veel mogelijk zal blijven informeren over eventuele toekomstige stappen die zij als reactie op het arrest besluit te nemen.

Closing note on the strategic initiative on the transparency of the Eurogroup Working Group (SI/2/2019/MIG)

Dinsdag | 03 december 2019

This strategic initiative concerned the transparency of the Eurogroup Working Group (EWG), which prepares Eurogroup meetings of euro area Finance Ministers. The Eurogroup President announced in September 2018 that the Eurogroup would revise its transparency policy. The Ombudsman therefore wrote to the Eurogroup President inviting him to share his views on the possibility of adopting a more ambitious approach to the transparency of the EWG.

The revised Eurogroup transparency policy, adopted in September 2019, sets out enhanced transparency measures, not only for the Eurogroup itself, but also for the EWG. This is welcome. The Eurogroup also committed itself to revising its transparency policy regularly in the future.

The Ombudsman acknowledges the progress that has been made to date and takes note of the President’s statement of the sincere effort that has been made on transparency, under existing constraints. She welcomes the decision to review the transparency policy regularly and, in this context, sets out further ideas to be considered going forward.