Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 479 resultaten weergeven

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie is omgegaan met een verzoek om toegang van het publiek tot een document in verband met een lithiummijnbouwproject in Servië dat in het kader van de verordening kritieke grondstoffen als “strategisch project” is aangemerkt (zaak 3238/2025/MIG)

Maandag | 20 juli 2026

De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot een document in verband met het besluit van de Europese Commissie om een delfstoffenwinningsproject in Servië aan te wijzen als “strategisch project” in het kader van de verordening kritieke grondstoffen (CRMA). De klager heeft met name verzocht om toegang tot de desbetreffende goedkeuring van dit besluit door het betrokken niet-EU-land. Klager had zijn verzoek in juli 2025 bij de Europese Commissie ingediend.

De Commissie antwoordde voor het eerst in augustus 2025. Zij heeft één document aangemerkt als vallend binnen het toepassingsgebied van het verzoek om toegang, waartoe zij heeft geweigerd het publiek in zijn geheel toegang te verlenen. Daarbij voerde de Commissie aan dat openbaarmaking de internationale betrekkingen van de EU met het land waar het project zich bevindt, zou kunnen ondermijnen.

Klager betwistte het besluit van de Commissie door in september 2025 een "bevestigend verzoek" in te dienen. Toen de Commissie geen expliciet antwoord gaf, wendde de klager zich in oktober 2025 tot de Ombudsman.

De Ombudsman opende een onderzoek naar de impliciete weigering van de Commissie om het publiek toegang te verlenen en verzocht de Commissie als eerste stap zo spoedig mogelijk een uitdrukkelijk antwoord op het confirmatief verzoek van klager vast te stellen. Bij gebrek aan een antwoord binnen de gestelde termijn heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman het document in kwestie geïnspecteerd, samen met documentatie over de raadpleging van het betrokken niet-EU-land.

De Commissie antwoordde klager in mei 2026 en verleende brede gedeeltelijke toegang tot het litigieuze document, waarbij slechts beperkte persoonsgegevens werden bewerkt, wat klager niet betwistte. De Ombudsman was derhalve van mening dat de klacht over de impliciete weigering van toegang door de Commissie was afgehandeld door de nu verleende toegang. Niettemin betreurde de Ombudsman de vertraging die de Commissie heeft opgelopen bij de behandeling van het verzoek om toegang van klager, dat zelfs na de opening van haar onderzoek voortduurde. De Ombudsman blijft de kwestie van vertragingen op basis van bij haar ingediende klachten nauwlettend volgen.

 

Besluit over het verzuim van de Europese Commissie om het publiek te informeren over de status van haar beoogde wetgevingsvoorstel inzake duurzame voedselsystemen, zoals voorzien in de “van boer tot bord”-strategie van de EU (zaak 2129/2025/MIK)

Donderdag | 02 juli 2026

De zaak ging over de wijze waarop de Europese Commissie het publiek informeerde over de status van haar wetgevingsinitiatief betreffende het kader voor duurzame voedselsystemen (FSFS), dat deel uitmaakte van de “van boer tot bord”-strategie. Na de start van dit initiatief en de openbare raadpleging heeft de Commissie het niet opgenomen in haar werkprogramma voor 2024. Klager, een organisatie die aan de openbare raadpleging heeft deelgenomen, was bezorgd dat de Commissie het publiek niet had geïnformeerd over de status van het initiatief en de redenen voor de vertraging bij de goedkeuring van een wetgevingsvoorstel met betrekking tot het initiatief.

Tijdens het onderzoek van de Ombudsman legde de Commissie uit dat zij in 2023 haar politieke prioriteiten had herzien vanwege economische verstoringen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, de protesten van landbouwers in de hele EU en bredere bezorgdheid van belanghebbenden over de landbouw in de EU. In 2025 heeft de Commissie een nieuwe “Visie op landbouw en voeding” aangenomen. Aangezien in dit document geen melding werd gemaakt van de FSFS, was de Commissie van mening dat het voor de belanghebbenden duidelijk was dat dit initiatief was stopgezet. Bovendien heeft de Commissie verklaard dat zij bezig is met het actualiseren van de informatie over al haar beleidsinitiatieven die op haar website beschikbaar is.

De Ombudsman was ingenomen met de toezegging van de Commissie om meer transparantie te verschaffen over de status van haar beleidsinitiatieven en was van mening dat verder onderzoek naar deze kwestie niet gerechtvaardigd was.

Besluit over de naleving door de Europese Commissie van haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen die zij urgent achtte (983/2025/MIK – de zaak “Omnibus”, 2031/2024/VB – de zaak “migratie” en 1379/2024/MIK – de zaak “GLB”)

Donderdag | 25 juni 2026

De drie zaken hadden betrekking op de wijze waarop de Europese Commissie haar regels voor betere regelgeving en andere procedurele vereisten heeft toegepast bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid (983/2025/MIK), de bestrijding van migrantensmokkel (2031/2024/VB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (1379/2024/MIK). De Commissie achtte deze voorstellen dringend en heeft daarom in haar regels voorziene stappen, zoals effectbeoordelingen en openbare raadplegingen, achterwege gelaten. De klagers, die maatschappelijke organisaties zijn, waren van mening dat deze omissies in strijd waren met de regels voor betere regelgeving van de Commissie. In twee gevallen voerden de klagers ook aan dat de Commissie de verenigbaarheid van de wetgevingsvoorstellen met de klimaatdoelstellingen van de EU niet heeft beoordeeld, zoals vereist door de Europese klimaatwet. In één geval was klager verder bezorgd over het feit dat de Commissie haar reglement van orde inzake overleg tussen de diensten had geschonden.

Op basis van haar onderzoeken constateerde de Ombudsman procedurele tekortkomingen in de wijze waarop de Commissie de wetgevingsvoorstellen in kwestie had voorbereid, wat samen neerkwam op wanbeheer. Om deze tekortkomingen aan te pakken, heeft de Ombudsman de Commissie aanbevolen te zorgen voor een voorspelbare, consistente en niet-willekeurige toepassing van haar regels voor betere regelgeving, door “dringende” situaties te definiëren die een afwijking van hun vereisten rechtvaardigen, en door de redenen voor toegestane afwijkingen vast te leggen en toe te lichten. Voorts moet de Commissie, wanneer afwijkingen worden toegestaan, een procedure vaststellen om ervoor te zorgen dat de dringende voorbereiding van wetgevingsvoorstellen nog steeds in overeenstemming is met de beginselen van een transparant, empirisch onderbouwd en inclusief wetgevingsproces. Om de Commissie bij deze taak bij te staan, deed de Ombudsman ook vier suggesties voor verbetering, waaronder: de regels voor de raadpleging van belanghebbenden voor dringende voorstellen te verduidelijken; ervoor te zorgen dat de analytische documenten ter vervanging van effectbeoordelingen en de bewijsstukken ter ondersteuning van haar voorstellen tijdig worden gepubliceerd om een openbaar debat mogelijk te maken voordat de wetgeving wordt aangenomen; richtsnoeren uit te vaardigen voor de uitvoering van klimaatconsistentiebeoordelingen; het verstrekken en registreren van motiveringen bij het verkorten van de periodes van overleg tussen de diensten tot onder de vastgestelde drempels.

In haar antwoord aan de Ombudsman stemde de Commissie ermee in om bij de komende herziening van de regels voor betere regelgeving na te denken over het definiëren van “dringende” situaties, en om de redenen voor het toepassen van afwijkingen van hun vereisten vast te leggen en te publiceren. De Commissie heeft zich er ook toe verbonden om te zorgen voor gerichte raadplegingen over haar “dringende” voorstellen, om de analytische documenten met bewijsmateriaal ter ondersteuning van haar voorstellen binnen drie maanden na de goedkeuring ervan te publiceren, om klimaatconsistentiebeoordelingen op te nemen in zowel analytische documenten als toelichtingen voor toekomstige voorstellen en om kortere raadplegingen tussen de diensten te motiveren.

De klagers waren in hun opmerkingen over het antwoord van de Commissie van mening dat de toezeggingen van de Commissie duidelijk noch concreet genoeg zijn om een transparant, inclusief en empirisch onderbouwd wetgevingsproces te waarborgen.

De Ombudsman was ingenomen met het algemene constructieve antwoord van de Commissie op haar aanbevelingen en suggesties voor verbetering. Desalniettemin biedt het antwoord van de Commissie nog niet voldoende duidelijkheid over de concrete stappen die zij voornemens is te nemen om de aanbevelingen en suggesties voor verbetering van de Ombudsman uit te voeren.

De Ombudsman zal deze kwestie derhalve monitoren op basis van toekomstige klachten en zodra de Commissie de herziening van de regels voor betere regelgeving heeft afgerond. In dit stadium zijn geen verdere onderzoeken gerechtvaardigd en heeft de Ombudsman de drie zaken afgesloten.