Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Onderzoeken doorzoeken

Criteria voor het filteren van documenten
Zaak
Datum marge
Trefwoorden
Of probeer oude trefwoorden (voor 2016)

1 - 20 van 221 resultaten weergeven

Besluit over de interacties van de Europese Commissie met belangenvertegenwoordigers van de tabaksindustrie (zaak OI/6/2021/KR)

Donderdag | 03 juli 2025

Dit onderzoek betrof de naleving door de Europese Commissie van de bepalingen inzake tabakslobby, zoals uiteengezet in het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC) van de Wereldgezondheidsorganisatie. De Ombudsman beoordeelde met name hoe de Commissie de transparantie van haar interacties met de tabaksindustrie waarborgt.

De eerdere werkzaamheden van de Ombudsman hadden aangetoond hoe de directoraten-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid (DG SANTE) en Belastingen (DG TAXUD) van de Commissie voldoen aan de verplichtingen op dit gebied. Dit onderzoek was bedoeld om na te gaan hoe de Commissie haar verplichtingen in alle diensten en met betrekking tot alle personeelsleden van de Commissie nakomt.

In de loop van het onderzoek deelde de Ombudsman haar voorlopige bevindingen met de Commissie. Zij wees erop dat het verzuim van de Commissie om in al haar diensten een consistente aanpak te volgen om te voldoen aan haar verplichtingen met betrekking tot de transparantie van de interacties met vertegenwoordigers van de tabaksindustrie, wanbeheer vormt. Dit omvatte het niet bijhouden en beschikbaar stellen van notulen van vergaderingen met vertegenwoordigers van de tabaksindustrie en het niet waarborgen van een systematische beoordeling, in alle directoraten-generaal, van de vraag of potentiële vergaderingen met vertegenwoordigers van de tabaksindustrie nodig zijn.

In haar antwoord herhaalde de Commissie haar standaardbenadering van lobbytransparantie en verwees zij naar de aanvullende maatregelen die DG SANTE en DG TAXUD vóór het onderzoek van de Ombudsman hadden genomen. De Ombudsman bevestigde derhalve haar bevinding dat het verzuim van de Commissie om te zorgen voor een alomvattende aanpak van de transparantie van vergaderingen met vertegenwoordigers van de tabaksindustrie door al haar diensten, wanbeheer vormt.

De Commissie voegde er echter aan toe dat zij haar management opdracht zal geven een beoordeling uit te voeren van het risico van blootstelling aan de tabaksindustrie. De Ombudsman verwelkomde deze toezegging als een teken dat de situatie in de toekomst zou kunnen verbeteren. De Ombudsman zal de Commissie begin 2024 schriftelijk op de hoogte stellen van de punten die zij haar verzoekt mee te delen aan haar directeuren-generaal, diensthoofden en kabinetshoofden wanneer zij deze beoordeling uitvoeren. De Ombudsman zal de Commissie ook verzoeken uiterlijk op 30 juni 2024 verslag uit te brengen over het resultaat van de beoordeling en de vooruitgang die op die basis is geboekt.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukprocedure betreffende de Nederlandse wetgeving inzake lichte elektrische voertuigen heeft behandeld (zaak 667/2024/AML)

Dinsdag | 03 juni 2025

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukprocedure tegen Nederland heeft behandeld met betrekking tot de Nederlandse wetgeving inzake lichte elektrische voertuigen. Klager was bezorgd dat hij in meer dan twee jaar geen update van de Commissie had gehad.

Terwijl het onderzoek aan de gang was, heeft de Commissie de zaak gesloten. De Ombudsman stelde echter vast dat de Commissie niet had aangetoond dat zij de zaak actief en zorgvuldig had behandeld. De Commissie heeft met name geen overtuigende rechtvaardiging gegeven voor de vertraging bij de behandeling van een zaak die, gelet op de redenen om de zaak af te sluiten, van meet af aan duidelijk had moeten zijn. De Ombudsman was van mening dat dit wanbeheer vormde. Aangezien de Commissie sindsdien echter de vertraging bij de afsluiting van de zaak heeft erkend en verontschuldigd, en tegelijkertijd heeft toegezegd haar communicatie met klagers te verbeteren, was de Ombudsman van mening dat een aanbeveling geen zin zou hebben.

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een klacht over een vermeende inbreuk op de richtlijn alternatieve geschillenbeslechting door Italië heeft behandeld – CHAP(2022)00943 (zaak 1344/2023/VB)

Maandag | 24 februari 2025

De zaak betrof de wijze waarop de Europese Commissie een inbreukklacht heeft behandeld over de naleving van het EU-recht door het Italiaanse systeem voor alternatieve geschillenbeslechting in de sector elektronische communicatie. De klager voerde aan dat het Italiaanse systeem in strijd is met de richtlijn inzake alternatieve geschillenbeslechting van de EU en de grondrechten.

De Ombudsman stelde vast dat de Commissie de inbreukklacht niet met de nodige zorgvuldigheid had behandeld, aangezien zij klager onduidelijke en ogenschijnlijk tegenstrijdige informatie had verstrekt en geen rekening leek te houden met het bewijsmateriaal dat klager ter ondersteuning van zijn bewering had verstrekt.

Tijdens het onderzoek heeft de Commissie de bevoegde Italiaanse autoriteit echter om nadere informatie verzocht en haar standpunt verduidelijkt waarom zij van mening is dat het Italiaanse systeem voor alternatieve geschillenbeslechting niet in strijd is met de richtlijn alternatieve geschillenbeslechting. In het licht hiervan sloot de Ombudsman het onderzoek af met de conclusie dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd is.

Besluit over de tijd die de Europese Commissie nodig heeft om het antwoord van de nationale autoriteiten in het kader van een inbreukprocedure betreffende de toepassing van het EU-consumentenrecht in Cyprus te beoordelen (zaak 1697/2023/JN)

Donderdag | 05 december 2024

De zaak betrof de tijd die de Europese Commissie heeft genomen om het antwoord van de Cypriotische autoriteiten in het kader van een inbreukprocedure betreffende de toepassing van het EU-consumentenrecht te beoordelen, met name of Cyprus beschikt over een doeltreffend systeem voor de handhaving van het EU-consumentenrecht.

De Ombudsman constateerde dat de Commissie een redelijke verklaring gaf voor de tijd die nodig was om haar beoordeling uit te voeren, met name omdat de zaak een onderzoek van de lokale administratieve en gerechtelijke praktijk in de loop van de tijd vereist. Het rechtskader evolueerde in die tijd en de Commissie moest een aanzienlijke hoeveelheid informatie verwerken. 

De Ombudsman sloot het onderzoek af en constateerde geen wanbeheer. De Ombudsman moedigde de Commissie niettemin aan ervoor te zorgen dat de behandeling van inbreukprocedures niet wordt vertraagd door ontoereikend personeel of andere administratieve kwesties.