Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
Onderzoeken doorzoeken
1 - 20 van 117 resultaten weergeven
Hoe het Europees Parlement gebruikmaakt van/verwijst naar online socialemediaplatforms
Donderdag | 04 juni 2026
Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot het risicobeoordelingsverslag van een groot socialemediabedrijf over de naleving van de bepalingen van de wet inzake digitale diensten (zaak 1746/2024/MIG)
Maandag | 11 mei 2026
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot het risicobeoordelingsverslag voor 2023 van een groot socialmediaplatform over de naleving van de bepalingen van de wet inzake digitale diensten. De Commissie heeft de toegang tot het verslag geweigerd onder verwijzing naar uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten (Verordening (EG) nr. 1049/2001). Zij was van mening dat er een algemeen vermoeden bestond dat openbaarmaking van het verslag de commerciële belangen van het platform zou ondermijnen, alsook haar lopende onderzoek naar de naleving door het platform van zijn verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening. Bijgevolg heeft de Commissie geen individuele beoordeling van het verslag verricht om de mogelijke openbaarmaking ervan vast te stellen.
De Ombudsman achtte het onredelijk om een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking toe te passen op een in het kader van de digitaledienstenverordening opgesteld risicobeoordelingsverslag. De Ombudsman was van mening dat de omstandigheden waarin de rechterlijke instanties van de EU de mogelijkheid hebben erkend om gebruik te maken van een algemeen vermoeden, sterk verschillen van de regels die van toepassing zijn op risicobeoordelingsverslagen. In het licht hiervan was het voorlopige standpunt van de Ombudsman dat het beroep van de Commissie op een algemeen vermoeden neerkwam op wanbeheer.
Toen de Commissie haar standpunt handhaafde, bevestigde de Ombudsman haar standpunt dat het beroep op een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking wanbeheer vormde. Zij heeft de Commissie aanbevolen een individuele beoordeling van het litigieuze risicobeoordelingsverslag uit te voeren met het oog op een zo ruim mogelijke toegang, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001.
De Commissie heeft de aanbeveling van de Ombudsman niet aanvaard en haar standpunt herhaald dat in het algemeen kan worden aangenomen dat openbaarmaking van het risicobeoordelingsverslag de bescherming van het doel van haar DSA-onderzoek en de commerciële belangen van het betrokken platform zou ondermijnen. Zij was ook van mening dat zij onmogelijk kon beoordelen of het verslag commercieel gevoelige informatie bevatte en dat het door klager nagestreefde belang van particuliere aard was.
De Ombudsman betreurde het antwoord van de Commissie. Zij bleef er niet van overtuigd dat een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking zou kunnen worden toegepast op risicobeoordelingsverslagen die in het kader van de digitaledienstenverordening zijn opgesteld, ook nadat het betrokken platform een geredigeerde versie van het verslag openbaar heeft gemaakt. De Ombudsman was ook van mening dat de mogelijkheid om na te gaan of een zeer groot onlineplatform zijn verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening nakomt, een openbaar belang bij openbaarmaking vormt dat de Commissie had moeten afwegen tegen de belangen die zij wilde beschermen. Tot slot merkte de Ombudsman op dat de beoordeling van commercieel gevoelige informatie deel uitmaakt van de verplichtingen van de EU-instellingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
Daarom sloot de Ombudsman de zaak af en bevestigde zij haar bevinding van wanbeheer.
Hoe de Europese Commissie (vertegenwoordiging bij Italië) een subsidieprocedure heeft uitgevoerd COMM/IT/GRANTS/2025 - versterking van de dialoog over de Europese Unie in Italië
Vrijdag | 27 februari 2026
De weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten in verband met een onderzoek naar de acties van een socialmediaplatform in het kader van de presidentsverkiezingen van 2024 in Roemenië
Maandag | 22 december 2025
Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten in verband met een onderzoek naar de acties van een socialemediaplatform in het kader van de presidentsverkiezingen van 2024 in Roemenië (zaak 2289/2025/NH)
Vrijdag | 19 december 2025
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten die in het bezit zijn van de Europese Commissie met betrekking tot mogelijke uitwisselingen of correspondentie met de Roemeense autoriteiten over de presidentsverkiezingen van 2024 in Roemenië. De Commissie heeft een reeks documenten vastgesteld met betrekking tot twee onderzoeken in het kader van de wet inzake digitale diensten en heeft de toegang geweigerd. Meer bepaald voerde de Commissie aan dat de documenten onder een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking vielen en dat openbaarmaking de bescherming van het doel van onderzoeken en de commerciële belangen van een onderneming zou ondermijnen.
Klager verzocht de Commissie haar besluit te herzien met het argument dat een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt. Toen de Commissie haar weigering om de documenten openbaar te maken handhaafde, wendde klager zich tot de Ombudsman.
Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de litigieuze documenten geïnspecteerd. De Ombudsman verzocht de Commissie ook een gedetailleerde lijst van geïdentificeerde documenten te verstrekken die met klager konden worden gedeeld.
Op basis van de inspectie oordeelde de Ombudsman dat het redelijk was dat de Commissie de toegang tot de gevraagde documenten weigerde, gezien het gevoelige karakter ervan. Hoewel de Commissie geen gedetailleerde lijst van documenten heeft verstrekt, heeft zij tijdens het onderzoek de categorie van de betrokken documenten nader beschreven, hetgeen de Ombudsman in de specifieke context van deze zaak redelijk achtte.
De Ombudsman sloot de zaak derhalve af met de conclusie dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd was.
Aanbeveling over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot het risicobeoordelingsverslag van een groot socialemediabedrijf over de naleving van de wet inzake digitale diensten (zaak 1746/2024/MIG)
Maandag | 03 november 2025
De klager heeft de Europese Commissie verzocht om toegang van het publiek tot het risicobeoordelingsverslag voor 2023 van een groot socialmediaplatform over de naleving van de bepalingen van de wet inzake digitale diensten. Jaarlijkse verslaglegging maakt deel uit van de verplichtingen van “zeer grote onlineplatforms” in het kader van de digitaledienstenverordening. De Commissie heeft de toegang tot het verslag geweigerd onder verwijzing naar een uitzondering op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten (Verordening (EG) nr. 1049/2001). De Commissie voerde met name aan dat kon worden aangenomen dat openbaarmaking van het verslag de commerciële belangen van het platform zou ondermijnen, evenals haar lopende onderzoek naar de naleving door het platform van zijn verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening. De Commissie heeft het verslag dus niet individueel beoordeeld met het oog op de mogelijke openbaarmaking ervan.
Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft het litigieuze verslag geïnspecteerd. Op basis van de inspectie deelde de Ombudsman haar voorlopige standpunt met de Commissie dat het onredelijk is een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking toe te passen op een risicobeoordelingsverslag dat in het kader van de digitaledienstenverordening is opgesteld. De Ombudsman was van mening dat de omstandigheden waarin de rechterlijke instanties van de EU de mogelijkheid hebben erkend om gebruik te maken van een algemeen vermoeden, sterk verschillen van de regels die van toepassing zijn op risicobeoordelingsverslagen. In het licht hiervan was het voorlopige standpunt van de Ombudsman dat het beroep van de Commissie op een algemeen vermoeden neerkwam op wanbeheer.
In antwoord op de Ombudsman handhaafde de Commissie haar standpunt en voegde zij eraan toe dat het gebruik van een algemeen vermoeden ook gerechtvaardigd was in het licht van de noodzaak om het doel van de onafhankelijke audit van de naleving door het platform van zijn verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening, die ten tijde van zijn besluit over het verzoek om toegang nog liep, te beschermen.
De Ombudsman was er niet van overtuigd dat de noodzaak om het doel van de controle te beschermen de toepassing door de Commissie van een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking kon rechtvaardigen. Hoewel de wetgever het tijdschema voor de proactieve publicatie van het risicobeoordelingsverslag heeft gekoppeld aan de voltooiing van de onafhankelijke audit, betekent dit niet dat verzoeken om toegang van het publiek uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vóór die datum moeten worden afgewezen. Indien het betrokken platform het risicobeoordelingsverslag nog niet proactief heeft gepubliceerd wanneer het publiek om openbaarmaking verzoekt, moet de Commissie hiermee rekening houden bij haar beoordeling uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001. Indien niet duidelijk is of toegang van het publiek kan worden verleend, moet de Commissie het platform raadplegen om haar standpunt te vernemen over de vraag of een van de uitzonderingen van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van toepassing zou kunnen zijn.
De Ombudsman heeft derhalve geoordeeld dat de toepassing door de Commissie van een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking van het litigieuze risicobeoordelingsverslag neerkwam op wanbeheer. Zij beveelt de Commissie aan een individuele beoordeling van het document uit te voeren met het oog op een zo ruim mogelijke toegang, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001.
Besluit inzake de weigering van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) om het publiek toegang te verlenen tot documenten betreffende beschuldigingen van corruptie die OLAF heeft besloten niet te onderzoeken (zaak 1875/2025/MIG)
Donderdag | 11 september 2025
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot een dossier in verband met beschuldigingen van corruptie die het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) had besloten niet te onderzoeken. OLAF had de toegang geweigerd op basis van een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking, met het argument dat openbaarmaking het doel van zijn onderzoeken zou ondermijnen. Klager betwistte de toepassing door OLAF van een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking. Hij voerde ook aan dat een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.
Na de inleiding van het onderzoek door de Europese Ombudsman heeft OLAF zijn standpunt heroverwogen en klager toegang verleend tot het besluit tot afsluiting van de zaak in kwestie. Klager was van mening dat dit tegemoetkwam aan zijn verzoek om toegang, maar zei ook dat OLAF aanvullende uitleg had moeten geven waarom het had afgezien van het openen van een onderzoek.
De Ombudsman acht het onredelijk om een algemeen vermoeden van niet-openbaarmaking toe te passen op een besluit van OLAF tot afsluiting van een selectieprocedure wanneer OLAF onvoldoende gronden vindt om een onderzoek in te stellen. De Ombudsman was dan ook ingenomen met de positieve betrokkenheid van OLAF bij de klacht en prees OLAF voor zijn bereidheid om de zaak op te lossen. Aangezien dit onderzoek uitsluitend betrekking had op de weigering van OLAF om het publiek toegang te verlenen, was de Ombudsman van mening dat de klacht was opgelost en sloot hij het onderzoek als afgehandeld af.
Weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot notulen van vergaderingen met een digitaal platform ("poortwachter") waarover een onderzoek is ingesteld in het kader van de wet inzake digitale markten
Dinsdag | 02 september 2025
Weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot notulen van vergaderingen met een poortwachter die voorwerp is van een onderzoek in het kader van de wet inzake digitale markten
Vrijdag | 29 augustus 2025
De weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te verlenen tot documenten in verband met een onderzoek naar de acties van een socialmediaplatform in het kader van de presidentsverkiezingen van 2024 in Roemenië
Dinsdag | 19 augustus 2025
Hoe heeft de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot de bijdragen die zij heeft ontvangen voor een openbare raadpleging over de transparantiedatabank in het kader van de wet inzake digitale diensten behandeld?
Maandag | 18 augustus 2025
Hoe het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) omging met een verzoek om toegang van het publiek tot documenten met betrekking tot beschuldigingen tegen lobbyisten
Dinsdag | 15 juli 2025
Besluit over de weigering van de Europese Commissie om het publiek volledige toegang te verlenen tot documenten in verband met de toezichtsvergoeding voor aanbieders van bepaalde onlinediensten in het kader van de wet inzake digitale diensten (zaak 1150/2024/MIG)
Woensdag | 09 juli 2025
De zaak betrof de weigering van de Commissie om het publiek volledige toegang te verlenen tot 11 “uitvoeringsbesluiten” tot vaststelling van de individuele “toezichtsvergoedingen” die aanbieders van zeer grote onlineplatforms moeten betalen overeenkomstig de wet inzake digitale diensten. Om de toegang te weigeren, heeft de Commissie zich gebaseerd op een van de uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten, met het argument dat openbaarmaking de commerciële belangen zou kunnen ondermijnen. Klager betwistte het gebruik van deze uitzondering en voerde aan dat een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.
Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft de litigieuze documenten en andere delen van het dossier van de Commissie geïnspecteerd en een bijeenkomst gehouden met vertegenwoordigers van de Commissie. Op basis van de inspectie en de verstrekte informatie stelde de Ombudsman vast dat de achtergehouden informatie inderdaad gevoelige informatie vormde waarvan de openbaarmaking de commerciële belangen zou kunnen ondermijnen, onder meer in het licht van het kostendelingsmechanisme op basis waarvan de individuele toezichtsvergoedingen worden berekend. De Ombudsman oordeelde ook dat het redelijk was dat de Commissie van oordeel was dat er geen hoger openbaar belang bij openbaarmaking was.
De Ombudsman concludeerde derhalve dat de Commissie terecht had geweigerd het publiek volledige toegang te verlenen tot de litigieuze uitvoeringsbesluiten en sloot het onderzoek af met de conclusie dat er geen sprake was van wanbeheer.
Hoe de Europese Commissie een klacht over vermeende inbreuken op de verordening digitale markten heeft behandeld
Dinsdag | 03 juni 2025
Verzuim van de Europese Commissie om te antwoorden op een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met de nietigverklaring van de presidentsverkiezingen in Roemenië
Donderdag | 08 mei 2025