# Ontwerpaanbeveling aan de Europese Commissie in klacht 2270/2004/IP
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2005-02-17T00:00+01:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/recommendation/nl/496)
---
(Gemaakt overeenkomstig artikel 3, lid 6, van het Statuut van de Europese Ombudsman[(1))](#(1)){#Footnote1}
Het KLACHT
----------
*++Achtergrond:++*
Op 7 augustus 2001 diende mevrouw R., ambtenaar van het Parlement, bij de Europese Ombudsman een klacht in (klacht 1182/2001/IP) tegen de Europese Commissie en het Europees Parlement. De klacht betrof de wijze waarop het betrokken bedrag in mindering werd gebracht op het salaris van de ambtenaren wier kinderen de Garderie/Centre d'études du Centre polyvalent de l'enfant -CPE- (hierna: "Garderie") in Luxemburg bijwonen.
Op dat moment woonde de zoon van klager de Garderie in Luxemburg bij, die wordt beheerd door de Europese Commissie. Volgens klager werden alle kosten maandelijks in mindering gebracht op haar salaris. In haar klacht beweerde klager een gebrek aan transparantie met betrekking tot het afgetrokken bedrag, omdat het een forfaitair bedrag was dat voortdurend veranderde. Zij voerde aan dat het afgetrokken bedrag gedetailleerder moet zijn en dat de ouders op de hoogte moeten worden gesteld van eventuele wijzigingen.
In haar advies betreurt de Commissie dat het huidige interinstitutionele betalingssysteem geen gedetailleerdere informatie mogelijk maakt. Zij heeft ook verklaard dat het nieuwe interinstitutionele betalingssysteem, dat momenteel wordt opgezet, dergelijke ongemakken zou voorkomen.
In zijn advies wees het Parlement erop dat zijn diensten de situatie onbevredigend achtten en daarom herhaaldelijk contact hadden opgenomen met de bevoegde dienst van de Commissie, maar zonder effect. Voorts benadrukte het dat de secretaris-generaal van het Europees Parlement de secretaris-generaal van de Europese Commissie onlangs schriftelijk had verzocht een oplossing te vinden.
De Ombudsman nam er nota van dat beide betrokken instellingen het erover eens waren dat het interinstitutionele betalingssysteem niet bevredigend was en dat klager het recht had de gevraagde informatie te ontvangen. Hij merkt ook op dat de secretaris-generaal van het Parlement de secretaris-generaal van de Europese Commissie schriftelijk heeft verzocht om in het belang van de betrokken ambtenaren een oplossing voor het probleem te vinden.
De Ombudsman concludeerde dat het verzuim om klager en alle andere betrokken ouders gedetailleerde informatie te verstrekken over het bedrag dat in rekening werd gebracht voor het bijwonen van hun kinderen in de Garderie, een geval van wanbeheer vormde. Op 19 juni 2002 deed hij derhalve de volgende ontwerpaanbeveling aan de Commissie en het Parlement:
"De betrokken ouders hebben recht op gedetailleerde informatie over het bedrag dat in rekening wordt gebracht voor de aanwezigheidsbijdrage van hun kinderen aan de Garderie. De Europese Commissie en het Europees Parlement moeten daarom een oplossing vinden om deze informatie regelmatig te verstrekken."
In haar omstandig advies deelde de Commissie de Ombudsman mee dat de aanbeveling van de Ombudsman aan een diepgaand onderzoek was onderworpen. Voorts verklaarde zij dat de technische regelingen die nodig zijn om een nieuw betalingssysteem op te zetten om ouders gedetailleerde informatie te verstrekken, in ontwikkeling zijn en dat de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman binnenkort ten uitvoer zal worden gelegd.
Het Parlement verwees naar het uitvoerig gemotiveerde advies van de Europese Commissie. Hij stond volledig achter het initiatief van de Commissie en wees erop dat de desbetreffende verbetering volgens hem tegen het einde van het jaar 2002 ten uitvoer zou worden gelegd.
De Ombudsman was van oordeel dat de door de instellingen beschreven maatregelen voldeden aan de vereisten van zijn ontwerpaanbeveling en sloot daarom de zaak op 25 november 2002 af.
*++De onderhavige grief++*
In deze klacht beweerde klager, een andere ambtenaar van het Parlement, dat de Europese Commissie de toezegging die zij had gedaan naar aanleiding van de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman van 19 juni 2002 betreffende zaak 1182/2001/IP, niet was nagekomen.
Klager voerde aan dat de Commissie haar toezegging moest nakomen door regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken over het bedrag dat in rekening werd gebracht voor de presentiegelden van de kinderen van ambtenaren die de Garderie in Luxemburg bijwonen.
Het onderzoek
-------------
**Advies van de Europese Commissie**
In haar advies verklaarde de Commissie dat zij er in haar omstandig advies over de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman in zaak 1182/2001/IP op had gewezen dat reeds was begonnen met de technische ontwikkelingen die nodig zijn voor de werking van een nieuw interinstitutioneel betalingssysteem ("NAP", *Nouvelle Application Paye*) en dat de aanbeveling van de Ombudsman binnenkort zou worden uitgevoerd. Dit systeem had het mogelijk moeten maken om ouders regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken over de kosten voor de registratie bij de Garderie en voor de maaltijden. Het nieuwe systeem is op 1 januari 2003 in werking getreden. Dankzij de technische verbetering van het systeem was het voor de ouders dus mogelijk geworden om te weten met welke maand het op hun salaris ingehouden bedrag overeenkwam; het bedrag dat in mindering werd gebracht op het aantal dagen dat de kinderen op de Garderie aanwezig waren, kon echter niet nader worden gespecificeerd.
Om deze tekortkoming te verhelpen, had de Commissie in januari 2003 een proefsysteem per e-mail opgezet, waarbij de ouders gedetailleerde informatie hadden ontvangen over het op hun salaris ingehouden bedrag. Dit systeem moest echter in augustus 2003 worden opgeschort vanwege de complexiteit ervan en het gebrek aan financiële en personele middelen. Sinds het najaar van 2004 is het bestaande systeem waarbij ouders voor elke maaltijd moesten betalen echter vervangen door een eenvoudiger systeem waarbij ouders een maandelijks forfaitair bedrag betaalden.
Om de informatie transparanter te maken, heeft de Commissie bovendien besloten een specifieke software (Loustic) te gebruiken die reeds wordt gebruikt voor het beheer van de sociale infrastructuur in Brussel. De Commissie was voornemens vóór eind 2004 gespecialiseerd personeel aan te werven dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de desbetreffende software. Vanwege de technische regelingen die nodig zijn om de software aan de specifieke behoeften aan te passen, is het echter mogelijk dat dit systeem niet vóór eind 2005 operationeel is.
Ondertussen hadden de ouders de mogelijkheid om contact op te nemen met de directie van de Garderie om alle informatie te verkrijgen over het bedrag dat op hun salaris in mindering werd gebracht.
Klager had van dit systeem kunnen profiteren. De Commissie betreurde echter de talrijke administratieve stappen die klager had moeten ondernemen bij gebrek aan een doeltreffend interinstitutioneel systeem en deelde het standpunt van klager dat een dergelijk systeem wenselijk zou zijn.
**Opmerkingen van klager**
In zijn opmerkingen stelde klager zich op het standpunt dat de Commissie in principe had toegegeven dat zij de verbintenis die zij naar aanleiding van de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman in zaak 1182/2001/IP was aangegaan, niet was nagekomen.
Hij is voorts van mening dat de rechtvaardigingen die de Commissie heeft gegeven om haar gedrag te verklaren, d.w.z. de technische complexiteit van het nieuwe systeem en het gebrek aan financiële en personele middelen, bijna belachelijk zijn wanneer zij worden gegeven door een instelling met duizenden ambtenaren. Hij was ook van mening dat, als en wanneer het nieuwe systeem Loustic in werking zou treden, er bijna zes jaar zouden zijn verstreken. Klager verzocht de Ombudsman derhalve een bindend besluit tegen de betrokken instelling vast te stellen en zo nodig ook andere communautaire instellingen erbij te betrekken.
BESLUIT
-------
**1 De vermeende niet-nakoming door de Commissie van de verbintenis die zij was aangegaan naar aanleiding van de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman in klacht 1182/2001/IP**
1.1 Deze klacht heeft betrekking op klacht 1182/2001/IP tegen de Europese Commissie en het Europees Parlement. Deze klacht, ingediend door een ambtenaar van het Parlement wiens kind de Garderie/Centre d'études du Centre polyvalent de l'enfant -CPE- (hierna: "Garderie") in Luxemburg bijwoonde, betrof de wijze waarop het betrokken bedrag in mindering werd gebracht op de salarissen van de ambtenaren wier kinderen de Garderie bijwoonden. Klager had een gebrek aan transparantie met betrekking tot het ingehouden bedrag aangevoerd, omdat het een forfaitair bedrag was dat voortdurend veranderde en had aangevoerd dat het ingehouden bedrag gedetailleerder moest zijn en dat de ouders op de hoogte moesten worden gesteld van eventuele wijzigingen.
Naar aanleiding van zijn onderzoek deed de Ombudsman op 19 juni 2002 de volgende ontwerpaanbeveling aan de Europese Commissie en het Europees Parlement:
"De betrokken ouders hebben recht op gedetailleerde informatie over het bedrag dat in rekening wordt gebracht voor de aanwezigheidsbijdrage van hun kinderen aan de Garderie. De Europese Commissie en het Europees Parlement moeten daarom een oplossing vinden om deze informatie regelmatig te verstrekken."
In haar omstandig advies deelde de Commissie de Ombudsman mee dat de aanbeveling van de Ombudsman aan een diepgaand onderzoek was onderworpen. Voorts verklaarde zij dat de technische regelingen die nodig zijn om een nieuw betalingssysteem op te zetten om ouders gedetailleerde informatie te verstrekken, in ontwikkeling zijn en dat de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman binnenkort ten uitvoer zal worden gelegd. Het Parlement verwees naar het uitvoerig gemotiveerde advies van de Europese Commissie. Hij stond volledig achter het initiatief van de Commissie en wees erop dat de desbetreffende verbetering volgens hem tegen het einde van het jaar 2002 ten uitvoer zou worden gelegd.
De Ombudsman was van oordeel dat de door de instellingen beschreven maatregelen voldeden aan de vereisten van zijn ontwerpaanbeveling en sloot daarom de zaak op 25 november 2002 af.
1.2 In deze klacht beweerde klager, een andere ambtenaar van het Parlement, dat de Europese Commissie de verbintenis die zij was aangegaan naar aanleiding van de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman betreffende zaak 1182/2001/IP, niet was nagekomen. Klager voerde aan dat de Commissie haar toezegging moest nakomen door regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken over het bedrag dat in rekening werd gebracht voor de presentiegelden van de kinderen van ambtenaren die de Garderie in Luxemburg bijwonen.
1.3 In haar advies verklaarde de Commissie dat zij er in haar uitvoerig gemotiveerde advies over de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman in zaak 1182/2001/IP op had gewezen dat reeds was begonnen met de technische maatregelen die nodig zijn voor de werking van een nieuw interinstitutioneel betalingssysteem en dat de aanbeveling van de Ombudsman binnenkort zou worden uitgevoerd. Dit systeem had het mogelijk moeten maken om ouders regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken over de kosten voor de registratie bij de Garderie en voor de maaltijden. Het nieuwe systeem is op 1 januari 2003 in werking getreden. Dankzij de technische verbetering van het systeem was het voor de ouders dus mogelijk geworden om te weten met welke maand het op hun salaris ingehouden bedrag overeenkwam; het bedrag dat in mindering werd gebracht op het aantal dagen dat de kinderen op de Garderie aanwezig waren, kon echter niet nader worden gespecificeerd.
Om deze tekortkoming te verhelpen, had de Commissie in januari 2003 een proefsysteem per e-mail opgezet, waarbij de ouders gedetailleerde informatie ontvingen over het op hun salaris ingehouden bedrag. Dit systeem moest echter in augustus 2003 worden opgeschort vanwege de complexiteit ervan en het gebrek aan financiële en personele middelen. Sinds het najaar van 2004 is het bestaande systeem waarbij ouders voor elke maaltijd moesten betalen echter vervangen door een eenvoudiger systeem waarbij ouders een maandelijks forfaitair bedrag betaalden.
Om de informatie transparanter te maken, heeft de Commissie bovendien besloten een specifieke software (Loustic) te gebruiken die reeds wordt gebruikt voor het beheer van de sociale infrastructuur in Brussel. De Commissie was voornemens vóór eind 2004 gespecialiseerd personeel aan te werven dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de desbetreffende software. Vanwege de technische regelingen die nodig zijn om de software aan de specifieke behoeften aan te passen, kon dit systeem mogelijk niet vóór eind 2005 operationeel zijn.
In de tussentijd hebben ouders de mogelijkheid om contact op te nemen met de beheersdienst van de Garderie om alle informatie te verkrijgen over het bedrag dat in mindering wordt gebracht op hun salaris.
1.4 In zijn opmerkingen was klager van mening dat de Commissie in principe had toegegeven dat zij zich niet had gehouden aan de verbintenis die was aangegaan naar aanleiding van de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman in zaak 1182/2001/IP.
Hij is voorts van mening dat de rechtvaardigingen die de Commissie heeft gegeven om haar gedrag te verklaren, d.w.z. de technische complexiteit van het nieuwe systeem en het gebrek aan financiële en personele middelen, bijna belachelijk zijn wanneer zij worden gegeven door een instelling met duizenden ambtenaren. Hij was ook van mening dat, als en wanneer het nieuwe systeem Loustic in werking zou treden, er bijna zes jaar zouden zijn verstreken. Klager verzocht de Ombudsman derhalve een bindend besluit tegen de betrokken instelling vast te stellen en zo nodig ook andere communautaire instellingen erbij te betrekken.
1.5 Opgemerkt zij dat de Ombudsman geen instructies kan geven aan de instellingen of organen van de Gemeenschap en dat zijn besluiten niet bindend zijn voor de betrokken instelling of het betrokken orgaan. De Commissie was derhalve niet verplicht gevolg te geven aan de ontwerpaanbeveling van de Ombudsman in klacht 1182/2003/IP. In haar omstandig advies deelde de Commissie de Ombudsman echter mee dat zijn ontwerpaanbeveling binnenkort zou worden uitgevoerd.
De Ombudsman is van mening dat de Commissie zich er aldus toe heeft verbonden zijn ontwerpaanbeveling uit te voeren. De niet-nakoming van deze verbintenis kan, bij gebreke van gegronde redenen, een geval van wanbeheer vormen.
1.6 In het onderhavige geval neemt de Ombudsman nota van de gedetailleerde informatie die de Commissie heeft verstrekt over de maatregelen die zij heeft genomen en die zij voornemens is in de nabije toekomst te nemen om een efficiënt interinstitutioneel systeem in te voeren om ouders regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken over de kosten voor de registratie bij de Garderie en voor de maaltijden. De Ombudsman neemt ook nota van de moeilijkheden waarnaar de Commissie in deze wedstrijd verwijst.
1.7 De Ombudsman merkt echter op dat er al meer dan twee jaar zijn verstreken sinds hij zaak 1182/2001/IP heeft afgesloten op basis van de verbintenis die de Commissie naar aanleiding van zijn ontwerpaanbeveling is aangegaan, en dat ouders nog steeds niet regelmatig gedetailleerde informatie ontvangen over de kosten voor het bijwonen van hun kinderen in de Garderie.
De Ombudsman is voorts van mening dat de door de Commissie genoemde moeilijkheden niet onoverkomelijk lijken en dat de Commissie zelf het standpunt van klager deelt dat een dergelijk systeem wenselijk zou zijn.
1.8 De Ombudsman merkt op dat de Commissie niet heeft betoogd dat haar niet-nakoming van haar verbintenis te wijten was aan enig handelen of nalaten dat toe te schrijven was aan andere communautaire instellingen of organen. Hij acht het derhalve niet nodig andere communautaire instellingen bij dit onderzoek te betrekken, zoals klager in zijn opmerkingen heeft gesuggereerd.
**2 Conclusie**
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken is de Ombudsman van mening dat de niet-nakoming door de Commissie van de verbintenis die zij was aangegaan naar aanleiding van de ontwerpaanbeveling inzake klacht 1182/2001/IP, een geval van wanbeheer vormt.
De Ombudsman doet derhalve onderstaande ontwerpaanbeveling aan de Commissie, overeenkomstig artikel 3, lid 6, van het Statuut van de Ombudsman:
**De ontwerpaanbeveling**
> De Europese Commissie moet er zo spoedig mogelijk voor zorgen dat ouders regelmatig gedetailleerde informatie ontvangen over de kosten voor het bijwonen van hun kinderen in het Garderie/Centre d'études du Centre polyvalent de l'enfant in Luxemburg.
De Commissie en de klager zullen van deze ontwerpaanbeveling in kennis worden gesteld. Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van het statuut van de Ombudsman zendt de Commissie uiterlijk op 31 mei 2005 een omstandig advies toe. Het omstandig advies kan bestaan uit de aanvaarding van het besluit van de Ombudsman en een beschrijving van de specifieke maatregelen die zijn genomen om de ontwerpaanbeveling uit te voeren.
Straatsburg, 17 februari 2005
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
*** ** * ** ***
[(1)](#Footnote1){#(1)} Besluit 94/262 van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn taken (PB L 113, blz. 15).